synode­nieuws

Ook dit jaar krijgt u via cgk.nl een impressie van de synode. De opening van de synode is te volgen via de webcam, over de synode­be­spre­kingen wordt van achter de verga­der­tafels getwitterd. Ook zal in de kranten wat verslag­legging te lezen zijn.

Maar DSC02313wie de synode op de voet wil volgen, kan hier terecht voor een dagelijks verslag.
Dit jaar verzorgd door ds. Droger.

Als u er een opmerking of een vraag over heeft: stel deze gerust via cjdroger@solcon.nl.

veertiende verga­derdag 14 februari

opening

Op deze dinsdag komen we als synode voorlopig voor de laatste keer bij elkaar. Het is gebrui­kelijk dat dan de assessor de zitting van de synode opent. Ds. J.G. Schenau laat ons zingen Psalm 90:1 en leest vervolgens 1 Korin­thiërs 3:10-23. Hij gaat ons voor in het gebed en doet voorbede voor de fam. Otten. Daarna zingen we Psalm 90:9.

kerkor­de­lijke zaken

Na het oplezen van de namen van de afgevaar­digden en de vaststelling dat alle afgevaar­digden aanwezig zijn, wordt de bespreking van het rapport van deputaten kerkorde en kerkrecht voort­gezet. De preses stelt de ingediende voorstellen door synode­leden aan de orde met daarbij het commentaar van de synodale commissie. Sommige synode­leden handhaven hun voorstel, anderen zijn tevreden met de verwerking van hun voorstel door de commissie en trekken hun voorstel in. De rapporteur beant­woordt nog een enkele vraag van synode­leden naar aanleiding van hun voorstellen. Hij gaat ook in op gestelde vragen over de inter­ker­ke­lijke geschil­len­com­missie die in een vorige zitting gesteld zijn.

Deputaat ds. H. van Eeken beant­woordt ook een aantal vragen over deze zaak. Een aantal synode­leden wil daar nog meer over weten. Zij krijgen een antwoord op hun vragen van de rapporteur van de commissie en van ds. Van Eeken. Er is gelegenheid om een voorstel in te dienen met het oog op het instellen van een inter­ker­ke­lijke geschil­len­com­missie en dat gebeurt ook. Het ingediende voorstel wordt later in de verga­dering na een toelichting van de rapporteur terug­ge­nomen.

Daarna worden alle voorstellen naar aanleiding van het rapport van deputaten kerkorde en kerkrecht (en dat zijn er nogal wat) in stemming gegeven. De synode neemt deze voorstellen aan. De deputaten worden hartelijk bedankt voor hun vele werk en een speciaal woord van dank is er voor ds. D. Quant, die jarenlang voorzitter van deputaten was en nu als hun adviseur is benoemd.

minimum­bij­drage

In een eerdere zitting stond de synode al stil bij de kwestie van de minimum­bij­drage (voorheen genoemd ‘de omslag’). De preses geeft nog een ronde voor het stellen van vragen. Onder andere de volgende vragen worden gesteld. Moeten we bij de besluit­vorming voorstel 5 en 6 niet omdraaien en in die volgorde in stemming gegeven worden? Waarom is er een omslag in het denken van de commissie gekomen? Wat heeft de druk van buitenaf op het werk van de commissie gedaan? Komt er niet veel ondui­de­lijkheid in het afdragen van de minimum­bij­drage in het nieuwe voorstel? Is het ook niet lastig om pas in maart te horen wat er voor dat jaar afgedragen moet worden?

De rapporteur gaat in op de gestelde vragen. Hij geeft aan dat de commissie er niet voor is om de volgorde van de besluiten om te draaien bij de besluit­vorming, omdat beide voorstellen los van elkaar staan. Aange­geven wordt dat de commissie inhou­delijk moeite heeft met tarief­dif­fe­ren­tiatie. Vandaar het voorge­legde voorstel dat wordt uitgelegd. Er is niet zozeer druk geweest van buitenaf, maar meer van binnenuit. Afgevaar­digden in de synode en deputaten finan­cieel hebben sterk gepleit voor tarief­dif­fe­ren­tiatie (belij­dende leden gaan meer betalen dan doopleden). Vandaar het voorlig­gende voorstel, waar de commissie niet echt gelukkig mee is. In overleg met het moderamen is het voorstel zo gefor­mu­leerd, zodat de synode zich hierover kan uitspreken en commis­sie­leden eventueel tegen tarief­dif­fe­ren­tiatie kunnen stemmen. Het is mogelijk om een reken­model op de website van de kerken te zetten, zodat elke penning­meester snel kan berekenen wat de rekening voor de gemeente wordt. Als het nieuwe voorstel niet wordt aange­nomen, blijven we bij de oude regeling (eenzelfde bedrag per belijdend lid en dooplid).

De preses stelt de ingediende voorstellen aan de orde. Sommige worden terug­ge­nomen, een ander voorstel wordt gehand­haafd, namelijk om een iets lagere minimum­bij­drage vast te stellen. De rapporteur geeft aan dat de commissie niet voor dat voorstel is. De indiener van dit voorstel handhaaft zijn voorstel echter toch. Omdat er enig onderling overleg nodig is, wordt de bespreking van dit agendapunt na de etens­pauze voort­gezet.

Aan het einde van de morgen­ver­ga­dering leest br. J.W.G. Koning Psalm 111 en gaat hij voor in gebed.

middag­ver­ga­dering

Na de maaltijd zingen we Psalm 17:3,4. Daarna leest ds. A.G. Westrate 1 Korin­thiërs 3:1-9, 4:1-7a en spreekt hij een gebed uit.

opnieuw de minimum­bij­drage

We gaan verder met de bespreking van de kwestie van de minimum­bij­drage. De commissie komt met twee voorstellen naar de synode. Een meerderheid van de commissie doet het voorstel de manier van innen van de minimum­bij­drage niet te veran­deren. Een minderheid van de commissie wil overgaan naar een tarief­dif­fe­ren­tiatie. Dat laatste geeft de preses eerst in stemming, omdat dat het verst strek­kende voorstel is. De synode neemt dit voorstel niet over. Dat betekent dat het innen van de afdracht blijft zoals het is (een gelijk bedrag voor de belij­dende leden en de doopleden). Dat bedrag wordt voor de komende drie jaar € 69,80 per lid en dooplid. De andere besluit­voor­stellen van de commissie worden alle door de synode overge­nomen.

comité

De deuren van de verga­derzaal gaan dicht voor gasten en dat betekent dat uw verslag­gever even stopt met typen.

Als het comité is opgeheven, deelt de preses mee dat de datum voor de volgende verga­dering van de synode op dit moment nog niet te geven is. Naar aanleiding van de rondvraag naar art. 43 K.O. stelt de preses vast dat er op een waardige en respect­volle wijze vergaderd is. Hij spreekt daarvoor zijn dankbaarheid uit.

Ds. D.J. Steensma spreekt een gebed uit ter afsluiting van de middag­ver­ga­dering en ter inleiding op de maaltijd.

avond­ver­ga­dering

Na de maaltijd leest ds. A.Th. van Olst Efeziërs 1:15-23 en gaat hij voor in gebed. Daarna zingen we Psalm 33:6,10.

Op dit moment wordt de synode provi­so­risch (voorlopig) gesloten. Dankwoorden worden uitge­sproken, o.a. aan het adres van de broeders en zusters uit Nunspeet die ons tijdens de verga­de­ringen uitstekend hebben verzorgd. De preses dankt voor het in hem gestelde vertrouwen en voor de goede samen­werking binnen het moderamen. Er is grote waardering voor de inzet van alle synode­leden. Nogmaals wordt uitge­sproken dat er op een geeste­lijke en waardige manier vergaderd is en dat gepro­beerd is elkaar vast te houden en bruggen te slaan. Genomen besluiten kunnen verschillend beleefd worden. Steeds is de liefde tot de HEERE en de kerken in de synode te proeven geweest. Tegelijk is duidelijk dat de HEERE beoor­delen zal, hoe ons werk is geweest.

Vervolgens krijgt de assessor het woord om de preses te bedanken. Hij typeert de preses als een drievoudige schakelaar. Hij kan snel schakelen tussen de stukken en verwacht dat ook van de afgevaar­digden. Hij is ook iemand die broeders aan elkaar schakelt en zo de broeder­schap heeft bevorderd. Opvallend was dat de preses vrijwel niet meedeed aan de bespre­kingen. Hij openbaarde daarbij een inner­lijke, geeste­lijke vrijheid waardoor aan iedereen recht werd gedaan. De belang­rijkste schakel is de schakel naar boven geweest. De preses heeft een tere vroomheid waarmee de synode echt gediend is in de Schrift­le­zingen, gebeden en opgegeven psalmen. Drie v’s dus: vaardigheid, vrijheid en vroomheid. ‘We danken God voor deze drie v’s in uw leven!’

Vervolgens krijgt prof. J.W. Maris het woord. Hij wijst op de rol van de pread­vi­seurs in de synode en op de waarde­volle band tussen de TUA en de kerken. Hij wijst ook op de kerk als het lichaam van Christus en hoe daarbinnen met elkaar en met synodale besluiten omgegaan moet worden. Samen zullen we buigen onder het juk van Christus en achter Hem aangaan.

De preses leest Psalm 122 en Zondag 48 van de Catechismus. Er is een mooie lijn te trekken tussen Psalm 122 en de bede ‘Bewaar en vermeerder Uw kerk’. Bidden voor de vrede van Jeruzalem mondt via Efeziërs 2 uit in een gebed voor heel Gods kerk in de wereld. De kerk moet voor veel dingen bewaard worden, ook in onze tijd. Ze moet ook bewaard worden voor de grote sloper van de kerk. De cultuur zal het niet voor het zeggen hebben in de kerk, maar de Schriftuur. De kerk moet ook vermeerderd worden. Van buitenaf en van binnenuit. Wat een wonder dat God nog steeds een kerk in deze wereld heeft. Hij zorgt ervoor dat Zijn kerk in stand blijft, ook in deze tijd. Laten we trouw op onze post staan, biddend ons werk doen, totdat God Zijn werk zal voltooien.

De preses gaat voor in gebed en daarna zingen we uit de berijming van het gebed des Heeren de verzen 3,9 en 10. Een hamerslag klinkt en daarmee is de verga­dering afgesloten. Met een harte­lijke handdruk nemen we vervolgens afscheid van elkaar. Ook deze verga­derdag behoort voor altijd tot het verleden.

dertiende verga­derdag 27 januari

opening

Aan het begin van deze nieuwe verga­derdag zingen we Psalm 72:1,2,10. Daarna leest de preses 1 Timotheüs 2:1-8 en gaat hij voor in gebed.

contact met de overheid

Als eerste bespreken we vanmorgen het rapport van deputaten voor het contact met de overheid. In de eerste vragen­ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Hoe moet je je als plaat­se­lijke gemeente prepa­reren op de mantelzorg die naar parti­cu­lieren (en daarmee naar de kerken) toekomt? Hoe kunnen de kerken geïnfor­meerd worden over de af te dragen rechten voor het zingen van liederen? Is er een gezamen­lijke, lande­lijke licentie mogelijk? Kan geld van een opgeheven gemeente overge­heveld worden naar een genabuurde gemeente? Moeten deputaat­schappen zich ook houden aan de ANBI-regels? Waarom wordt in het beleidsplan van de kerken de voorbede voor land en overheid niet genoemd? Welke plaats hebben de kerken in de ANBI-status, een aparte of horen ze gewoon bij de maatschap­pe­lijke instel­lingen? Is het wijs om mee te doen aan een project over de Verklaring van Goed Gedrag (VOG)? Kunnen we als kerken hierin gezamenlijk mee of moet elke gemeente afzon­derlijk VOG’s voor zijn leiding­ge­venden aanvragen? Op welke wijze gaan deputaten het contact van een gemeente met de plaat­se­lijke overheid in de komende tijd gestalte geven?

De rapporteur erkent dat de voorbede voor land en overheid niet in het beleidsplan van de kerken is opgenomen. De commissie zou er niet tegen zijn als deze erin komt. Een ander commis­sielid gaat in op de vraag over de mantelzorg en legt uit wat er op dit moment in ons land speelt. Hij geeft adviezen hoe we als gemeente(leden) een bijdrage kunnen leveren aan de mantelzorg.

Deputaat br. H. de Hek krijgt het woord. Hij geeft aller­eerst een duide­lijke uitleg van de ANBI-regeling. De kerken vallen onder de Algemeen Nut Beogende Instel­lingen. Het is mogelijk om als plaat­se­lijke gemeente een ANBI-vergunning te krijgen, maar dat kost heel veel werk. Het CIO heeft dat een paar jaar geleden geregeld voor alle bij het CIO aange­sloten kerken. Dat betekent dat alle plaat­se­lijke gemeenten wel moeten voldoen aan de vereisten van de ANBI-regeling. De belasting toetst regel­matig of dat ook gebeurt. Een nieuwe eis is om op een website je cijfers te publi­ceren. Dat hebben de kerken ook te doen en dat gebeurt ook. De ANBI-regeling voor de kerken staat wel onder druk. Het lijkt erop dat deze regel afgeschaft gaat worden. De kerken liften mee op de goodwill voor de goede doelen instel­lingen. De dood van Johan Cruijff is wat dat betreft ook een verlies voor de kerken, want hij was hét gezicht van de goede doelen instel­lingen. Wat op een website moet worden vermeld voor de ANBI-status, wordt door het Diensten­bureau bij de kerken gecon­tro­leerd. De voorbede voor land en overheid moet zeker nog opgenomen worden in het beleidsplan. De ANBI-regeling vereist dat aan een ANBI-doel gegeven geld binnen een ANBI-doel moet blijven. Vandaar dat het geld van een opgeheven kerk binnen de kerk moet blijven. Er zou onder­zocht kunnen worden of een licentie voor alle kerken te regelen is. Er wordt uitleg gegeven over de VOG en hoe onze kerken daarmee kunnen omgaan. Spreker adviseert om een VOG voor de gemeente te regelen. Mocht het in de gemeente fout gaan, dan moet ons niet verweten kunnen worden dat we dit niet goed geregeld hebben. Deputaat­schappen moeten zich ook aan de ANBI-regeling houden.

De oud-secre­taris van deputaten eredienst licht kort toe dat elke gemeente zelf een licentie moet regelen, omdat een licentie voor het hele kerkverband te kostbaar bleek te zijn.

In de tweede vragen­ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Kun je als gemeente ook zelf een gedragscode opstellen en door leiding­ge­venden laten onder­te­kenen? Opgemerkt wordt dat we jeugd­leiders goed moeten instrueren op het gebied van goed gedrag en dit levend moeten houden.

De rapporteur van commissie 6 onder­streept dat erop toegezien wordt dat elke gemeente aan de ANBI-regels voldoet. Bij een toetsing bleken 54 gemeenten van ons kerkverband hun gegevens op hun website niet op orde te hebben. Een afgevaar­digde die ook gemeen­te­raadslid is, geeft aan dat er vaak voldoende Wmo-geld bij burger­lijke gemeenten is en dat de kerken daar een beroep op kunnen doen.

Br. De Hek geeft een nadere uitleg over de VOG. We zullen moeten oppassen om al te veel te verwachten van een VOG. Maar het is wel heel belangrijk om deze dingen plaat­selijk goed te regelen. Een VOG aanvragen zou een goede zaak zijn en moet als een minimum­ver­eiste worden gezien. Als de VOG gratis beschikbaar wordt gesteld, zouden we als gemeenten daar gebruik van moeten gaan maken. Het is nog niet duidelijk of dit verplicht gesteld zal gaan worden.

Er worden vanuit de synode geen voorstellen ingediend. De voorstellen van de commissie worden door de synode overge­nomen. In het beleidsplan van de kerken zal de voorbede voor land en overheid opgenomen worden.

financiën

Commissie 6 heeft een klein rapportje ingediend over de omslagen. De commissie houdt het voorstel overeind om een commissie offer­vaar­digheid in te stellen. De indiener van een ander voorstel heeft zich laten overtuigen door de argumenten van de commissie en trekt zijn voorstel in. Het is niet de bedoeling dat deze commissie gaat werken aan het opbrengen van de minimum­bij­dragen. Hoofdpunt voor deze commissie wordt: hoe pas je je huishoud­boekje aan bij de manier waarop je gelooft?

comité

De synode sluit vervolgens opnieuw zijn deuren voor gasten en dat betekent dat uw verslag­gever weer even stopt met typen.

Aan het einde van de morgen­ver­ga­dering leest br. G.J. Roest Romeinen 8:18-26 en gaat hij voor in gebed.

Het kosters­echtpaar dhr. en mw. Polinder, zij coördi­neren al het onder­steu­nende werk op de verga­der­lo­catie

Ds. D.J. Steensma, scriba II

middag­ver­ga­dering

Na de maaltijd leest br. G. van der Wal Johannes 10:1-10 en spreekt hij een gebed uit. Daarna zingen we Psalm 133:1,2,3.

comité

De synode vergadert verder achter gesloten deuren en dus hoeft uw verslag­gever weer even niets te schrijven.

afsluiting

We zijn aan het einde van de derde verga­derweek gekomen. Het werk van de synode is echter nog niet afgerond. We komen opnieuw bij elkaar op D.V. 14 februari 2017 in de Oenen­burgkerk te Nunspeet. De synode zal dan de overge­bleven agenda­punten behan­delen en o.a. opnieuw terug­komen op de revisie­ver­zoeken die ingediend zijn met het oog op het visie­do­cument over homosek­su­a­liteit en homosek­suele relaties uit 2013. Het agendapunt over de GTU zal pas later dit jaar aan de orde komen.

Ter afsluiting leest ds. C. Westerink Openbaring 5:6-14 en gaat hij voor in gebed. Vervolgens zingen we Psalm 93:1,3,4. De derde zittingsweek is ten einde gekomen.

twaalfde verga­derdag 26 januari

opening

We beginnen de dag met het zingen van Psalm 84:1,2. Daarna leest de preses Psalm 84 en gaat hij voor in gebed.

raad van toezicht TUA

We spreken opnieuw over de raad van toezicht van de Theolo­gische Univer­siteit en zoomen in op de formele regelingen die een aanpassing behoeven. Gevraagd wordt of de aanpassing van de regelingen een eigen keus is of een eis van overheidswege. Ds. R.W.J. Soeters antwoordt dat het laatste het geval is. Daarna stelt de synode de gewij­zigde formele regelingen vast en neemt ook een aantal besluiten dat ermee te maken heeft.

eredienst

Het nieuwe voorstel van de commissie wordt aan de orde gesteld om nog verder te studeren op het uitspreken van de groet en de zegen in de eredienst door niet-predi­kanten. Een aantal aandachts­punten wordt daarin genoemd. De synode neemt het nieuwe voorstel over.

De rapporteur geeft aan dat we goed moeten kijken naar wie deze studie nu werkelijk gaat verrichten. Doen deputaten eredienst dat of gaan deputaten kerkorde en kerkrecht dat doen bij hun studie naar de kerken­raads­structuur? De synode spreekt uit dat deputaten eredienst verder zullen studeren en dat zij overleg zullen hebben met deputaten kerkorde en kerkrecht.

Vervolgens worden de voorstellen aan de orde gesteld die in een vorige zitting zijn ingediend aangaande dans en drama in de eredienst. Een van de voorstellen is om nu al uit te spreken dat het gebruik van dans en drama in de eredienst af te wijzen is en niet de weg van verdere studie op te gaan. De indieners van dit voorstel handhaven het, ook al wijst de commissie het als te voortijdig af. Bij stemming blijkt dat de meerderheid van de synode dit voorstel steunt. Daarmee spreekt de synode dus uit dat het gebruik van dans en drama in de eredienst af te wijzen is.

eenheid gerefor­meerde belijders

Opnieuw staan we stil bij het uitge­breide rapport van deputaten eenheid geref. belijders in Nederland. Het gaat nu over de werkwijze van dit deputaat­schap. De synode besluit deputaten op te dragen de bezinning op hun werkwijze voort te zetten. We sluiten deze bespreking af met onze harte­lijke dank uit te spreken aan het adres van deputaten eenheid gerefor­meerde belijders, die in de achter­lig­gende tijd weer heel veel werk hebben verzet.

Dan is het voorstel van ds. A.A. Egas aan de orde die pleit voor een deputaat­schap voor binnen­ker­ke­lijke eenheid. De rapporteur van de commissie geeft aan dat de commissie niet voor dit voorstel is en heeft daar een aantal argumenten voor. Het moderamen is ook niet voor dit voorstel. Deze zaak zou via een instructie op de tafel van de synode moeten komen.

Een aantal afgevaar­digden vraagt het woord. De eerste zegt dat als we dit deputaat­schap gaan instellen, we verdeeldheid in ons midden accep­teren en dat is in strijd met de aanvaarding van elkaars geloofs­brieven. Een andere zegt dat eenheid een gave én een opgave is. Dit voorstel richt zich vooral op de opgave. De voorzitter van deputaten eenheid merkt op dat de lastbrief tot een eenheid leidt waarin we elkaar hebben te aanvaarden. De vraag is: hoe beleven we de eenheid te midden van de verschei­denheid? Deputaten zijn bereid om de classes te dienen met het aanreiken van een aantal onder­werpen waarover gesproken kan worden. Een classis kan ook zelf vanuit bijv. de verslagen van de kerkvi­si­tatie een aantal onder­werpen destil­leren om met elkaar over te spreken. Een andere afgevaar­digde zegt op een bewogen manier dat met elkaar spreken zo belangrijk is om zo elkaar geestelijk te leren kennen. Dan kun je anders in de kerken staan, maar bij elkaar herkennen hoe we tegenover de Heere Jezus staan en als je merkt dat de ander Hem ook liefheeft, dan geeft dat diep vertrouwen.

Ds. Egas geeft aan dat hij zijn voorstel wil intrekken, als de synode maar driejaar­lijks bij de binnen­ker­ke­lijke eenheid zal stilstaan en daarover geïnfor­meerd zal worden.

De rapporteur geeft aan dat deze infor­matie toch eigenlijk al op de synode­tafel komt. Als de deputaten verte­gen­woor­diging daar kennis van nemen, kunnen zij dat een bepaalde plek op de agenda van de synode geven. Deputaten verte­gen­woor­diging zouden de classes kunnen vragen om infor­matie over de binnen­ker­ke­lijke gesprekken.

In een tweede ronde wordt opgemerkt dat het een goede zaak zou zijn om iets op papier te hebben als borging van het verlangen van ds. Egas. Een andere afgevaar­digde stelt voor om te ruilen tussen predi­kanten van een geheel andere ligging om zo een signaal naar de kerken af te geven. Iemand anders wijst erop dat er wantrouwen in de kerken is, maar dat die wel ergens door ontstaat. Er is veel wat verontrust. Er zijn broeders en gemeenten die hun eigen weg gaan, soms in strijd met wat we afgesproken hebben. Het is moeilijk om hiermee om te gaan. Weer een ander geeft aan dat een geloofs­ge­sprek organi­seren meestal mislukt. Zoiets moet spontaan ontstaan. Het lijkt erop dat de ene kant van de kerken niets gunt aan de andere kant van de kerken, die wat ruimer denkt. Dat geeft geen vertrouwen voor een geloofs­ge­sprek.

Ds. Egas pleit opnieuw voor een concreet voorstel van commissie 4 op het punt van de binnen­ker­ke­lijke eenheid. De preses doet het voorstel dat commissie 4 dat voorstel op papier zal zetten. De samen­roeper van de commissie geeft aan dat in de loop van de dag dit voorstel te verwachten is. Daar wachten we dan op.

Vervolgens gaat de synode in comité. Dat betekent dat de deuren voor gasten gesloten worden en er geen verslag komt van wat er daarachter gezegd en besloten wordt.

Als het comité opgeheven is, deelt de preses mee dat de synode zojuist een hele reeks benoe­mingen heeft gedaan. De lijst van benoe­mingen zal aan de pers overhandigd worden.

Aan het einde van de morgen­ver­ga­dering leest br. P. van Vugt Kolos­senzen 3:1-4 en gaat voor in gebed.

 

middag­ver­ga­dering

We zingen Psalm 125:1,2. Daarna leest br. W. Baarda Psalm 25 en spreekt een gebed uit.

kerke­lijke archieven

We beginnen de middag­ver­ga­dering met de behan­deling van het rapport van deputaten kerke­lijke archieven. Onder ander de volgende vragen worden gesteld. Zouden deputaten opnieuw een handleiding kunnen opstellen voor het archi­veren van stukken in plaat­se­lijke kerken? Zouden deputaten het geheel van onze kerken daarmee kunnen dienen, ook wat betreft het digitaal archi­veren van stukken? Wat doen we met de opmerking over de ruimte van het Documen­ta­tie­centrum? Hoe zit het nu precies met de opslag­plaatsen van het archief? Worden de geluids­banden van het Documen­ta­tie­centrum gedigi­ta­li­seerd om de inhoud ervan echt te kunnen bewaren?

De rapporteur reageert. Hij geeft aan dat de ruimte van het Documen­ta­tie­centrum meege­nomen moet worden in de verdere bezinning op de werkwijze van deputaten.

De voorzitter van deputaten overhandigt aller­eerst een nieuwe uitgave van het deputaat­schap aan de leden van het moderamen: een overzicht van de inhoud van 50 jaar Goede Moed. Op de website van deputaten staat een handreiking over archi­vering uit 2010. Er zijn inderdaad twee bewaar­plaatsen van het archief. Als de stukken in Rotterdam opberg klaar zijn gemaakt, worden ze overge­bracht naar het archief in Utrecht. De geluids­banden worden succes­sie­velijk gedigi­ta­li­seerd. Wil de synode een betere plek voor het Documen­ta­tie­centrum, dan hangt daar een bepaald prijs­kaartje aan. De ruimte die er nu is, was de goedkoopste oplossing.

Vervolgens worden de besluit­voor­stellen van de commissie door de synode overge­nomen.

kerk en media

De besluit­voor­stellen van de commissie worden aan de orde gesteld. De voorge­stelde wijzi­gingen daarvan worden door de synode niet overge­nomen. De oorspron­ke­lijke voorstellen wel.

binnen­ker­ke­lijke eenheid

Commissie 4 heeft in de pauze overleg gevoerd met het moderamen en met deputaten eenheid gerefor­meerde belijders. Dat heeft geleid tot een voorstel dat nu aan de orde wordt gesteld. Er wordt een kleine aanvulling op gegeven en zo wordt het voorstel aange­nomen.

comité

Daarna gaat de synode opnieuw in comité. Uw verslag­gever stopt dus weer even met typen.

Aan het einde van de middag­ver­ga­dering leest br. A. de Vries Psalm 119:33-40. Daarna gaat hij voor in gebed.

 

 

avond­ver­ga­dering

We zingen Psalm 143:2,8,10. Ds. A. Versluis leest 1 Thessa­loni­cenzen 5:12-25 en gaat voor in gebed.

commissie zicht­baarheid

De vorige synode heeft een commissie zicht­baarheid ingesteld en onder andere de opdracht meege­geven om te onder­zoeken hoe het werk van de deputaat­schappen van onze kerken bij onze leden onder de aandacht kan worden gebracht.

De volgende vragen worden gesteld. Klopt het dat de synodale commissie een iets ander voorstel doet dan de commissie zicht­baarheid? Kan er iets meer gezegd worden over hoe aan de gegevens over de jongeren gekomen is?

De rapporteur antwoordt dat de synodale commissie inderdaad een stap verder wil zetten dan de commissie zicht­baarheid. De reden daarvan is dat we eerder tot verbe­te­ringen kunnen komen dan eerst de uitkomst van een onderzoek af te wachten. De gegevens over de jongeren zijn uit de enquêtes gehaald en anderszins bekend, ook uit de rapporten die nu op de synode dienen.

In een tweede ronde worden de volgende vragen gesteld. Hoe zal het vervolg­on­derzoek worden ingericht? Is het niet wijs om deputaten kerkjeugd en onderwijs en de jeugd­bonden bij het vervolg­on­derzoek te betrekken? Welk beeld roept de synode bij onze jongeren op? Hoe doorbreek je de desin­te­resse bij de jeugd van onze kerken voor het bredere kerke­lijke leven? Op welke manier is de commissie zicht­baarheid bezig geweest met social media?

De rapporteur geeft aan dat als er een plan is, het gelijk ingevoerd kan worden. Er zal geen vervolg­on­derzoek komen, er gaat gelijk een plan gemaakt en uitge­voerd worden. Er zal veel oog moeten zijn voor de jongeren bij het maken van het plan. Deputaten kerkjeugd en onderwijs en de jeugd­bonden kunnen daar prima bij betrokken worden.

Ds. A. Hilbers krijgt namens de commissie het woord. Hij legt eerst uit wat commu­ni­ceren is. De zender zal moeten nadenken over wat hij uitzendt en wie de ontvangers zullen zijn. Daarbij zullen de jongeren nadruk­kelijk in beeld moeten zijn. We zullen goed moeten nadenken over de commu­ni­catie in onze kerken, ook met het oog op het landen van synodale besluiten.

Er is gelegenheid om voorstellen in te dienen. Dat gebeurt ook. Er wordt een voorstel ingediend om de expertise van deputaten kerkjeugd en onderwijs en van de jeugd­bonden bij de verdere plannen te betrekken. Dat neemt de synode over en ook de besluit­voor­stellen van de commissie.

comité

De synode gaat in comité, dus uw verslag­gever stopt even met schrijven.

Na het opheffen van het comité blijkt het 19:40 uur te zijn. We gaan geen nieuw onderwerp meer bespreken, maar over tot de sluiting van de dag. Ds. F.W. van der Rhee leest Romeinen 12:1-12 en gaat voor in gebed. Daarna zingen we Psalm 146:3,4,8. De twaalfde zittingsdag is voorbij en kan niet meer overgedaan worden…

 

elfde verga­derdag 25 januari

Voordat uw verslag­gever aan het schrijven van dit verslag begon, deed hij in de ochtend­gloren opnieuw mee aan een Bijbel­studie van een aantal zaken­mensen uit Nunspeet en omgeving. Het ging over drama, spanning en angst in de huidige samen­leving en hoe je daar als christen mee kunt omgaan. Het was boeiend en inspi­rerend om hierbij te zijn.

opening

We beginnen deze verga­derdag met het zingen van Psalm 132:6,9,10. Daarna leest de preses Psalm 132 en gaat hij voor in gebed. Hij deelt mee dat dat agendapunt over de GTU deze week niet aan de orde zal komen. De verwachting is dat het nog wel even zal duren voordat de synode hierover kan verga­deren.

de Gerefor­meerde Bond

Als eerste staan we vandaag stil bij dat deel van het rapport van deputaten eenheid gerefor­meerde belijders in Nederland dat ingaat op de contacten met de Geref. Bond. Aller­eerst luisteren we naar de toespraak van ds. A.J. Mensink, voorzitter van de Geref. Bond. Hij geeft aan dat het de zesde keer is dat er namens de Geref. Bond op onze synode gesproken mag worden. We wonen in hetzelfde geeste­lijke huis, de kerke­lijke muren zijn te beschouwen als binnen­muren. Het huis staat op hetzelfde fundament: Schrift en belij­denis. De binnen­deuren staan open en zodoende kunnen we bij elkaar binnen­lopen en dat gebeurt ook.

Er zijn in de achter­lig­gende tijd fijne ontmoe­tingen geweest tussen het hoofd­be­stuur van de Geref. Bond en onze deputaten. Die ontmoe­tingen werden geken­merkt door liefde, harte­lijke verbon­denheid en geeste­lijke herkenning. Het hoofd­be­stuur consta­teert dat de kanselruil de laatste tijd wat afneemt. Het is niet duidelijk wat daar precies de oorzaak van is. De ontmoeting van onze deputaten met het moderamen van de PKN heeft het hoofd­be­stuur van de Geref. Bond bemoedigd. We worden aange­spoord om hier vooral mee door te gaan, ook om echt gerefor­meerd te kunnen blijven. De Geref. Bond heeft ‘ja’ gezegd op de vraag om mee te doen aan de vorming van de GTU uit liefde tot onze kerken. De Bond is erg voor de vorming van de GTU om zo de teloorgang van de geref. theologie in Nederland tegen te gaan. Sommige reacties op de vorming van de GTU doen de Bond pijn. De vraag is of de CGK een eenduidige visie heeft op wat gerefor­meerde theologie in de 21e eeuw is. We hebben toch iets te bieden in deze tijd, ook in de acade­mische wereld? Gerefor­meerde theologie heeft de ruimte nodig om aange­vochten te kunnen worden om zo gelouterd en gestaald te kunnen worden. Willen we winnen, dan zullen we eerst moeten verliezen. De bijdrage van de TUA aan de GTU zal van groot belang zijn. Er kan een rijke traditie ingedragen worden die dringend gewenst is. De Geref. Bond leeft met innige gevoelens van meeleven met onze kerken mee.

De preses beant­woordt de toespraak. Grote waardering wordt uitge­sproken voor de weder­zijdse contacten en voor de inzet van de Geref. Bond voor de GTU, waarvoor hartelijk wordt bedankt. Doorge­geven wordt wat de synode gisteren heeft besloten aangaande het Vijfker­ken­overleg en aange­geven wordt dat we zullen blijven zoeken naar een goede regeling met de PKN.

In een eerste vragen­ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Zouden deputaten handvatten kunnen geven voor het gesprek met een kerkenraad van een hervormde gerefor­meerde gemeente? Aan welke kant neemt de kanselruil af? Er wordt ook een aantal detail­vragen gesteld.

De rapporteur antwoordt dat predi­kanten van de Geref. Bond rooster technisch meestal meer ruimte hebben om elders te preken dan CGK-predi­kanten. De laatsten geven hun vrije zondagen meestal weg in hun eigen kerkverband.

De voorzitter van deputaten geeft aan dat het beste gesproken kan worden met de wijkker­kenraad van de gemeente waarmee verbon­denheid wordt ervaren. Die zal dan verder naar bevind van zaken handelen richting het kerkverband. Aan het Vijfker­ken­overleg zal deelge­nomen blijven worden. Soms schuurt het, maar het is waardevol om aan dit overleg mee te doen.

Er is geen behoefte aan een tweede vragen­ronde. De synode neemt de besluit­voor­stellen van de commissie integraal over.

finan­ciële zaken

Opnieuw komen de finan­ciële zaken van onze kerken aan de orde. De besluit­voor­stellen van de commissie worden in stemming gegeven en ook een aantal ingebrachte nieuwe voorstellen. De synode neemt deze aan. Dat betekent o.a. dat de term ‘omslag’ in ons kerkelijk spraak­ge­bruik vervangen zal worden door het de term ‘minimum­bij­drage’. Dat zal even wennen zijn!

minimum­bij­drage

De rapporteur krijgt het woord om de vragen die gister­avond gesteld zijn te beant­woorden. Hij merkt als eerste op dat een kranten­ar­tikel geen uitgangspunt is geweest voor het voorge­stelde beleid. Er is gewerkt met Bijbelse gegevens. En het gaat om een richtlijn, niet om een wettische ‘Kirchen­steur’ waaraan je moet voldoen. Deputaten finan­cieel hebben een voorstel gedaan voor diffe­ren­tiatie van de minimum­bij­drage. De commissie heeft dit voorstel doorge­rekend en heeft gecon­sta­teerd dat de lasten dan niet eerlijk verdeeld worden. Maatwerk bij het vragen van de minimum­bij­drage gaat geld kosten en kan een bron van ruzie in ons kerkverband worden. Hier zullen we dus goed over moeten nadenken. Dat zal in de komende tijd moeten gebeuren.
Vervolgens gaat de rapporteur in op specifiek gestelde vragen. Het is te gemak­kelijk om de belij­dende leden hoger aan te slaan dan de doopleden. Doopleden kunnen ook een goed inkomen hebben, op oudere leeftijd zijn etc. Gevraagd wordt om gerele­veerde reken­sommen aan de commissie ter hand te stellen. De minimum­bij­drage verre­kenen per pastorale eenheid zou kunnen, maar brengt ook weer bezwaren met zich mee. Wat is bijv. de definitie van een pastorale eenheid? Hier zou verder over nagedacht kunnen worden. Deputaat­schappen op dit moment te vragen om te gaan bezui­nigen kan eigenlijk niet. We hebben nieuw beleid intussen goedge­keurd. Het werken met een minimum­bij­drage heeft zijn bezwaren, maar wat is het alter­natief? Deze afschaffen en de deputaat­schappen zelf naar geld laten ‘hengelen’ in de gemeenten? Sommige problemen zou je ermee oplossen, maar andere zouden er ontstaan. Commissie 6 heeft richting deputaten finan­cieel gehandeld conform de opdracht.

Namens deputaten spreekt br. M. Hoefnagel. Hij legt uit hoe deputaten gekomen zijn tot hun voorstel voor het innen van de minimum­bij­drage. Andere methoden zouden onder­zocht kunnen worden, maar hebben allemaal hun voor- en nadelen. Er blijkt veel verschil van inzicht te zijn tussen deputaten finan­cieel en commissie 6. Positief is dat er een open commu­ni­catie kon zijn. Deputaten zijn het ermee eens dat er alleen ruimte voor nieuw beleid is als er oud beleid wordt afgebouwd. Onze broeder geeft aan dat er verschil­lende mogelijk­heden zijn om verder te komen. Daar zal verder over nagedacht moeten worden.

We gaan een tweede vragen­ronde in. Onder andere de volgende vragen worden gesteld. Hoe denkt de commissie over een gefaseerde invoering van een gedif­fe­ren­ti­eerde minimum­bij­drage (eerst factor 1,25 en daarna 1,5; hiermee wordt bedoeld dat de belij­dende leden meer gaan opbrengen dan de belij­dende leden)? Wil de commissie het innen van de minimum­bij­drage in de huidige vorm handhaven? Is het echt nodig om een commissie offer­vaar­digheid te benoemen of kan de taak van deze commissie bij de deputaat­schappen worden neergelegd? Kan de diffe­ren­tiatie ook gezocht worden in het in aanmerking nemen van het aantal kinderen in een gezin? Bijv. ten hoogste zes kinderen (doopleden) aan te slaan voor de minimum­bij­drage. Nog een keer wordt gevraagd of er echt geen herver­deling van de gelden binnen onze kerken mogelijk is. En ook nog een keer of er goed gekeken kan worden naar de diffe­ren­tiatie van de minimum­bij­drage.

De rapporteur krijgt het woord. Alle genoemde ideeën zullen meege­nomen worden naar het verdere overleg van de commissie met deputaten finan­cieel. Het bleek niet te werken om deputaat­schappen te laten werken aan de offer­vaar­digheid. Vandaar het voorstel om een commissie hiervoor te benoemen.

De preses geeft gelegenheid om voorstellen in te dienen en dat gebeurt ook. Ze worden meege­geven aan de commissie die er in overleg over zal treden met deputaten finan­cieel.

Aan het einde van de morgen­ver­ga­dering gaat br. A. Kok voor in gebed.

middag­ver­ga­dering

Na de maaltijd zingen we Psalm 118:8,14. Daarna leest ds. W. van ’t Spijker Lukas 7:1-10. Vervolgens zingen we de dankzang na het eten (gezang 11 achter de Psalmen).

kerkrecht

Deze middag gaan we vooral spreken over ons kerkrecht. Verschil­lende rapporten van de synodale commissie komen aan de orde. In een eerste vragen­ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Waarom wordt er bij de kerkvi­si­tatie overwogen om de parti­cu­liere synode daarbij in te gaan schakelen? Is het toch niet goed om onbereikbare adressen van een opgeheven gemeente aan een genabuurde gemeente ter beschikking te stellen? Is het wijs om meer ervaren predi­kanten nog meer in te schakelen bij de kerkvi­si­tatie? Dat zou juist problemen op kunnen gaan leveren tussen hun kerken­raden en hen. Wat wordt precies bedoeld met het besluit over de kerkvi­si­tatie? Op welke manier kan de kerkenraad zijn predikant ruimte geven voor de kerkvi­si­tatie? Hoe breed wordt de studie­com­missie over de ambten gedacht? Gaan we dat samen met andere gerefor­meerde kerken doen? Waarom een veran­dering in de regel over openbare zonden? Waarom komt de diaken er zo bekaaid af in de studie over de kerken­raad­structuur? Wat heeft een regionale visita­tie­com­missie voor op een classicale kerkvi­si­tatie? Kan er iets gezegd worden over de kracht van de adviezen van visita­toren? Waarom kan daar in de toekomst minder vrijblijvend mee worden omgegaan? Waarom moeten de diakenen voortaan buiten tucht­zaken gehouden worden? Is het echt handig om de kerkvi­si­tatie bij de classes weg te halen? Hoe kun je er dan op de classis nog goed over praten? Hoe denken deputaten over het vereen­vou­digen van ons kerkzegel? Kan de kerkvi­si­tatie niet bij deputaten art. 49 KO worden neergelegd?

De rapporteur gaat proberen de vragen te beant­woorden. Door de regio voor de kerkvi­si­tatie te vergroten, zijn er meer bekwame broeders in te schakelen. Het is een goede zaak om de adressen van onbereikbare gemeen­te­leden door te geven. We zullen moeten afwachten hoe de nieuwe vorm van kerkvi­si­tatie precies gestalte zal krijgen. Er zal nog behoorlijk gestu­deerd moeten worden op de figuur van de diaken door de in te stellen studie­com­missie. Er wordt niet aan gedacht om de visitatie bij deputaten art. 49 KO neer te leggen.

Deputaten geven vervolgens antwoord op de aan hen gestelde vragen. Aller­eerst krijgt ds. D. Quant het woord. Hij legt uit hoe het meestal zal gaan met randleden en de opheffing van een gemeente. Omdat niet duidelijk is wat ‘naar hun aard’ openbare zonden zijn (er is een gedegen studie naar verricht), wordt het voorstel gedaan deze woorden te schrappen. Deputaten studeren op de vraag of het geregi­streerd partner­schap niet gelijk te stellen valt met het burgerlijk huwelijk. Bij het eerste kunnen ook beloften worden afgelegd en getuigen tegen­woordig zijn. Lijkt dat niet erg veel op het burgerlijk huwelijk? Bovendien mag een geregi­streerd partner­schap van de overheid kerkelijk bevestigd worden. Hier zal dus goed naar gekeken moeten worden. Wat het kerkelijk zegel betreft kan een kunstenaar de opdracht gegeven worden om een nieuw kerkelijk zegel te ontwerpen en de synode zal dat dan kunnen vaststellen.
Ds. H. van Eeken beant­woordt ook een aantal vragen. Een groepje van visita­toren zou een kleine commissie kunnen vormen, die met elkaar overleg kunnen plegen. Er zijn prima mogelijk­heden om kerkvi­si­ta­toren toe te rusten (PEP). Conti­nu­ïteit in de visitatie biedt de mogelijkheid om terug te kunnen grijpen op eerdere adviezen.
Zr. M. Renkema beant­woordt de vragen over de kerken­raads­structuur. Zij geeft aan dat nog niet nagedacht is over de kerke­lijke breedte van de studie­com­missie over de ambten. Wat de synode wenst, gaat de mogelijk­heden van deputaten te boven. Hier zal door meerdere kerken in gezamen­lijkheid aan gewerkt moeten worden.

In de tweede ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Wat is nu precies de inhoud van het onderzoek naar de kerken­raads­structuur? Wat wordt bedoeld met een ‘breed’ onderzoek? Hoe gaan we juris­pru­dentie beschikbaar stellen? Wordt bij de studie ook gekeken naar de kerken­raads­structuur bij andere kerken? Hoe zit het precies met de opschor­tende werking van een revisie­verzoek tegen een primair besluit van de synode? Moet dat per keer bepaald worden? Dat lijkt lastig. Is de denkrichting van deputaten dat het geregi­streerd partner­schap overeenkomt met het burgerlijk huwelijk en dat beide vormen kerkelijk bevestigd kunnen worden? Waarom de woorden ‘naar hun aard’ schrappen? Is het niet de taak van kerken­raden om verder uit te zoeken wat dit is? Misschien is het in het verleden zo bedoeld. Moet niet openge­laten worden hoe de kerkvi­si­tatie geopti­ma­li­seerd kan worden?

De rapporteur antwoordt dat met een brede commissie wordt bedoeld een commissie met verschil­lende speci­a­lismen. Samen zullen ze een pittig onderzoek hebben te verrichten. Daarbij zullen de diakenen nadruk­kelijk ook in beeld zijn. De commissie is er niet meteen voorstander van om ook andere kerken bij deze studie in te schakelen. Dat maakt de studie nog meer gecom­pli­ceerd, omdat zij wellicht een andere kerken­raads­structuur hebben. De commissie blijft voor de organi­satie van de kerkvi­si­tatie per PS. Dat geeft veel voordelen.

Ds. Quant legt uit dat de synode pas bij het indienen van een revisie­verzoek kan bekijken of dit een opschor­tende werking heeft. Dat hoeft dus niet bij elk primair besluit. Deputaten willen graag verder studeren op het karakter van het geregi­streerd partner­schap en de synode heeft daartoe al besloten.

Prof. Selderhuis krijgt het woord voor een preadvies. Hij neemt de kerkvi­si­tatie mee als onderwerp voor de PEP. Hij ontraadt de brede studie naar het ambt, omdat die veel te preten­tieus is. Kunnen we niet verza­melen wat er al is en dat toepassen op het kerkzijn van vandaag? Een bestu­dering van de geschie­denis is mooi, maar vaak kun je er niet zoveel mee. We leven in zo’n andere tijd.

Er is gelegenheid om voorstellen in te dienen. Dat gebeurt ook. Ze worden in handen gegeven van de commissie en op een later tijdstip komen we erop terug.

tucht

De synode heeft al eerder gesproken over dit onderwerp. We zijn intussen zo ver dat we kunnen gaan luisteren naar de beant­woording van de vragen uit de tweede ronde. De rapporteur legt uit waar de studie naar de tucht vandaan gekomen is. Er is met deputaten doorge­sproken over het punt of een plaat­se­lijke kerk een eigen beleid kan voeren terwijl er een uitspraak van de synode over is. Dit gesprek heeft dingen verdui­de­lijkt. We blijven uitgaan van het presby­te­riaal-synodale stelsel en dat betekent dat mindere verga­de­ringen zich zullen houden aan wat meerdere verga­de­ringen hebben besloten. Er is dus geen verschil tussen de visie van deputaten en de commissie.

Deputaten reageren bij monde van ds. Van Eeken. Ze blijven erbij dat art. 71-80 van de kerkorde een herfor­mu­lering nodig hebben en niet alleen een nadere toelichting. Uitgelegd wordt hoe de tucht in kerken naar gerefor­meerde overtuiging heeft te functi­o­neren. Doe je het anders, dan gaat het meestal mis, laat de kerkge­schie­denis zien.

Prof. Selderhuis vraagt om het woord. Hij geeft aan hoe het presby­te­riaal-synodale kerkmodel werkt. De beide polen horen bij elkaar en mogen niet tegen elkaar uitge­speeld worden. Prof. Huijgen is blij met de opmerking van deputaten dat de tucht een kenmerk van de kerk is. In dat licht mogen we ermee bezig zijn.

Er is nog een aanvullend rapport over de tucht door de commissie ingediend. Dat wordt nu in bespreking gegeven. Er wordt onder andere het volgende gevraagd. Wat wordt bedoeld met de aanvaarding van het stuk over de tucht? Op welke onder­delen is er bij de commissie nog veront­rusting over de visie van deputaten? Wat kan een classis doen, als een gemeente zich niet houdt aan een uitspraak van de synode? Waar kan binnen de ruimte van Schrift en belij­denis verschillend over gedacht worden?

De rapporteur geeft antwoord. Met aanvaarden wordt bedoeld dat het werk van deputaten goedge­keurd wordt. Duidelijk zal steeds moeten zijn wat descriptief of prescriptief is. Wat in de kerken voor kan komen, kan soms toch illegitiem zijn. Mocht een kerkenraad zich niet aan kerkelijk besluit houden, dan zal daarover op de classis met elkaar gesproken moeten worden in de gezindheid van Christus. Mocht een kerkenraad zich bezwaard voelen door een besluit, dan is er de weg van het appèl. Gaat het om adiafora (middel­matige zaken), dan zullen we mild zijn en elkaar in deze dingen verdragen.

Deputaten antwoorden aller­eerst bij monde van ds. Quant. Hij legt uit hoe de uitvoering van synode­be­sluiten verloopt en dat het daarbij verschil maakt of het een uitspraak is in een bepaalde zaak of het benoemen van een zonde. Bij dat laatste zal tucht­oe­fening niet kunnen uitblijven en zal de kerkenraad zich van harte hebben te confor­meren aan de uitspraak van de synode.

In de tweede vragen­ronde wordt uitge­sproken dat er nog steeds verwarring bestaat over de visie van deputaten en van de commissie. Is dat nu echt één lijn?

De rapporteur geeft nog eens aan hoe de commissie tegenover het werk van deputaten staat.

Prof. Selderhuis geeft aan dat we het gezag van meerdere verga­de­ringen hoog moeten houden. Daar wordt al genoeg aan getornd. Hij pleit voor voorzich­tigheid en zorgvul­digheid in het uitvoeren van de tucht. Alle zonden zijn wel miserabel, maar niet censu­rabel. Prof. Huijgen ontwaart wat mist in de synode­ver­ga­dering. Ook hij wijst op de zorgvul­digheid in de tucht­oe­fening. Hij vindt het jammer dat er in de studie over de tucht­oe­fening niet verwezen wordt naar het visie­do­cument over homosek­su­a­liteit, terwijl de studie daaruit voort­ge­komen is. Daardoor krijgt de bespreking een wat mistig karakter.

Er wordt een aantal voorstellen ingediend. Die gaan naar de commissie en later zullen we daarop terug­komen.

Ds. A. van der Zwan leest Psalm 23:1-4 en gaat voor in gebed.

avond­ver­ga­dering

We zingen Psalm 57:5,7. Daarna leest br. R.R. Jansma Psalm 62 en spreekt hij een gebed uit.

inter­ker­ke­lijke geschil­len­com­missie

Deputaten kerkorde en kerkrecht doen het voorstel om een inter­ker­ke­lijke geschil­len­com­missie te gaan vormen en motiveren dat in hun rapport. Dat wordt nu in bespreking gegeven. Er wordt een aantal vragen bij gesteld. Gevraagd wordt naar enige verdui­de­lijking van het voorstel. Er wordt ook gevraagd waarin deze commissie nodig is, aangezien we sinds 2010 toch geschil­len­com­missies per PS hebben. Is met deze commissies contact geweest over dit plan? Is de objec­ti­viteit niet voldoende gewaar­borgd bij de commissies die we al hebben? Kan de nieuwe commissie ook niet remmend werken bij het inroepen van hulp? En wat gaat dit allemaal kosten? Hoe wordt het traject van mediation precies voorge­steld?

Ds. Quant geeft enige toelichting op het plan. In een volgende zitting komt dit onderwerp terug.

werkwijze generale synode

De vorige synode heeft een commissie werkwijze generale synode samen­ge­steld die nagedacht heeft over de manier waarop de synode werkt. Er is een enquête onder de afgevaar­digden gehouden en de resul­taten daarvan zijn verwerkt en geïnter­pre­teerd. Het rapport van de commissie wordt aan de orde gesteld. Onder ander de volgende vragen worden gesteld.
Zou het niet aan te bevelen zijn om nog iets op te nemen over de manier waarop de commissies werken? De tijd tussen de eerste en tweede verga­derweek is wel wat kort voor commis­siewerk. Gevraagd wordt of er meer aandacht kan zijn voor een goede inter­net­ver­binding in de Oenen­burgkerk. Kan er niet wat meer structuur komen in de behan­deling van de rapporten? Soms is het wel erg versnipperd. Kan er niet meer gezongen worden dan alleen de psalmen in de oude berijming? Kan er geen bepaald format opgesteld worden voor de samen­stelling van een commis­sie­rapport? Moeten we niet permanent een commissie werkwijze hebben? Moeten we het appel nominaal niet afschaffen en een presen­tie­lijst ervoor in de plaats gaan gebruiken? Moeten we nieuwe synode­leden geen instructie vooraf geven?

Br. J. van den Berg, de samen­roeper van de commissie, beant­woordt de vragen. De commissie heeft geen mening over de planning van de werkzaam­heden van de commissies. Stukken kunnen het beste vooraf gedownload worden en een eigen inter­net­ver­binding is wellicht te prefe­reren. Ook de andere suggesties kunnen door het moderamen meege­nomen worden. Het is voorstelbaar dat het moderamen de werkwijze van de synode telkens evalueert.

In een tweede ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Kan er een duide­lijke handleiding komen voor het samen­stellen van commis­sie­rap­porten? Kan de dankbaarheid meer doorklinken in de formele manier van werken van de synode? Opnieuw wordt er gepleit voor een goede inter­net­ver­binding. Wat wordt verstaan onder het tijdig aanle­veren van de stukken? Gepleit wordt voor een bezinnend en biddend samen­komen in groepen aan het begin van elke zittingsweek. Wat gaat het moderamen met al de aange­le­verde suggesties doen? Moet naast meditatie en gebed ook geen geloofs­ge­sprek gehouden worden? Is het niet goed om de eerste vragen­ronde uitsluitend schrif­telijk te laten plaats­vinden? Dat zal veel verga­dertijd besparen. Alle afgevaar­digden zullen dan wel de vragen en de antwoorden moeten kunnen inzien.

We gaan naar de besluit­voor­stellen en nemen deze alle over. Daarbij hoort dat het moderamen alle suggesties meeneemt, overweegt en wellicht in een voorstel omzet.

partners in zending

De commissie met deze naam onder­steunt zendings­ge­meenten finan­cieel. Het rapport over dit werk wordt aan de orde gesteld. Onder ander de volgende vragen worden gesteld. Is het wijs om zo sterk in te zetten op fonds­werving? Is er visie op wat een zendings­ge­meente is en wanneer dat ophoudt? Kan het werk van deze commissie niet onder­ge­bracht worden bij deputaten evange­li­satie? Kan er niet meer beleid komen voor het verlenen van steun in de vorm van criteria? Is de mogelijkheid van beroep op deze manier goed geregeld? Waarom staat het woord ‘partners’ in het meervoud?

De rapporteur geeft aan dat de vorige synode zijn redenen gehad zal hebben om het zo te organi­seren. Deputaten evange­li­satie als beroeps­in­stantie te laten functi­o­neren werkt het beste, omdat zij het meest bij een zendings­ge­meente betrokken zijn. Het is nog maar de vraag hoe fonds­werving gaat verlopen.

De voorzitter van de commissie reageert. Fonds­werving is wezenlijk voor het in stand houden van de zendings­ge­meenten. Een duide­lijke visie op wat een zendings­ge­meente is en wanneer dat ophoudt, is er nog niet. Een tradi­ti­onele gemeente kan ook een zendings­ge­meente worden. Deputaten evange­li­satie bezinnen zich al voorzichtig op het integreren van PZG in het deputaat­schap. De vorige synode heeft niet de criteria meege­geven die een van de vraag­stellers voorstelt. Spreker is daar ook niet voor, omdat het verplich­tingen en rechten gaat geven. Er is geen sprake van een open einde, want de meewer­kende deputaat­schappen kijken mee. De mogelijkheid van beroep is goed geregeld. Er wordt gesproken over ‘partners’, omdat naast de commissie ook anderen finan­cieel kunnen bijdragen.

In een tweede ronde wordt gevraagd of er geen onder­grens bij de fonds­werving moet worden aange­houden. Herhaald wordt dat onder­brenging bij deputaten evange­li­satie wenselijk is. Opgemerkt wordt dat criteria misschien dienstig kunnen zijn. Zouden bij bedrijven fondsen geworven kunnen worden?

De voorzitter antwoordt dat als een zendings­ge­meente onvol­doende fondsen kan verwerven, ze kan aankloppen bij PZG. Zendings­ge­meenten zouden zelf kunnen aankloppen bij bedrijven. Harde criteria vaststellen wordt ontraden.

De rapporteur geeft aan dat onder­brenging bij deputaten evange­li­satie voor de commissie geen probleem is. Ds. Van Pelt reageert en geeft aan dat we dan een heel andere weg inslaan dan in 2013 is afgesproken. Toen is bewust gekozen voor een aparte commissie. Het is de vraag of we dit besluit nu moeten wijzigen. De preses ontraadt dit. Laten we afwachten wat deputaten evange­li­satie op dit punt gaan voorstellen.

De synode neemt de besluit­voor­stellen van de commissie over.

kerk en media

Het rapport van dit deputaat­schap wordt aan de orde gesteld. Onder andere de volgende vragen worden gesteld. Waarom willen deputaten zich meer gaan bemoeien met de website van onze kerken? Is het niet verstandig om nu al aanspreek­per­sonen voor de moderne media aan te wijzen?

De rapporteur gaat op de vragen in. Het landelijk kerkelijk bureau staat open voor advies en wil graag gebruik maken van de expertise van deputaten kerk en media. In de achter­lig­gende tijd is door deputaten veel praktijk­er­varing opgedaan met de presentie van plaat­se­lijke gemeenten op de moderne media. Het resultaat hiervan zal in een inhouds­volle brochure worden aange­reikt.

Deputaat br. J. Noorland geeft aan dat de samen­komsten over de moderne media veel gegevens hebben opgeleverd. Die zullen verwerkt worden in een brochure. Deputaten kerk en media denken graag mee met de website van onze kerken en daar is bij het LKB alle ruimte voor. Opgemerkt wordt dat het belangrijk is dat geweten wordt waar je moet zijn voor infor­matie. Een persvoor­lichter van de kerken hoeft niet alles te weten, maar kan verwijzen indien nodig.

In een tweede ronde wordt de vraag gesteld hoe de commissie over een bepaald voorstel denkt. De commissie wil er graag even naar kijken en er op een later moment op terug­komen.

Aan het einde van deze verga­derdag leest br. A.J. van der Wekken Mattheüs 9:9 en gaat hij voor in gebed. Daarna zingen we Avondzang:1,4,7. En dan behoort ook deze inten­sieve verga­derdag tot het verleden.

tiende verga­derdag 24 januari

opening

Na een periode van twee maanden komt de synode weer bij elkaar voor de derde zittingsweek. We beginnen de dag met het zingen van Psalm 119:3,32. Daarna leest de preses 1 Thessa­loni­cenzen 3:1-10. Hij gaat voor in gebed en doet daarin voorbede voor de families die kortge­leden een geliefde hebben verloren, die in het verleden onze kerken ook in breder verband hebben mogen dienen. Nadat de preses een aantal medede­lingen heeft gedaan, gaan we naar de agenda van vandaag.

Vandaag staat voor een groot deel van de dag het rapport van deputaten eenheid gerefor­meerde belijders in Nederland centraal. Daarin worden o.a. de contacten besproken met vijf kerken van de gerefor­meerde gezindte in ons land.

de Gerefor­meerde Gemeenten

We beginnen met het deel van het rapport dat ingaat op het contact met het deputaat­schap van de Gerefor­meerde Gemeenten. Een afgevaar­digde stelt de vraag waarover de gesprekken met dat deputaat­schap gaan. Komen er ook zaken als de prediking en de toe-eigening van het heil aan de orde? De voorzitter van deputaten releveert iets van de gevoerde gesprekken die in een lage frequentie, maar in een goede, broeder­lijke sfeer plaats­vinden. Daarna komen de besluit­voor­stellen van de commissie aan de orde die de synode ongewijzigd overneemt.

de Voort­ge­zette Gerefor­meerde Kerken in Nederland

De Voort­ge­zette Gerefor­meerde Kerken in Nederland komen aan de orde. Een afgevaar­digde vraagt waarom er nu nog geen kanselruil met de vGKN mogelijk is. Een ander vraagt of dit kerkverband onze hulp misschien nodig heeft gezien de zorgen binnen dit kerkverband.

De rapporteur beant­woordt de vragen. Hij geeft weer waarom deputaten en commissie ervoor kiezen om nu nog niet tot kanselruil over te gaan. Eerst wil men elkaar nog beter leren kennen voordat deze weg geopend kan worden. De voorzitter van deputaten licht dit nader toe. Hij geeft aan dat de vGKN nadenken over hun toekomst. Is aansluiting bij een groter kerkverband niet beter en bij welk kerkverband willen wij ons dan aansluiten? Daarbij wordt ook gedacht aan onze kerken. Het is afwachten wat de uitkomst van deze bezinning zal zijn. Een afgevaar­digde pleit ervoor om nu al tot kanselruil over te gaan. Kan de commissie het advies van deputaten niet overnemen om nu al kanselruil toe te staan? De rapporteur geeft aan dat we nog nooit tot kanselruil zijn overgegaan voordat er een gedegen gesprek over is geweest en een funda­menteel rapport op de tafel van de synode is gelegd. Hij houdt vast aan het voorstel van de commissie. De synode besluit overeen­komstig.

het Vijfker­ken­overleg

Vervolgens staan we stil bij het Vijfker­ken­overleg. Daarmee wordt gedoeld op het overleg dat ontstaan is op initi­atief van het moderamen van de PKN. Aan dit overleg nemen naast de PKN de Geref. Kerken Vrijge­maakt, de Ned. Geref. Kerken, de Voort­ge­zette Geref. Kerken in Nederland en onze kerken deel. Onder andere de volgende vragen worden gesteld. Moeten we de uitge­stoken hand van de PKN niet beetpakken nu deze kans zich aanbiedt? Is het echt zo erg dat deputaten verder gegaan zijn dan hun oorspron­ke­lijke opdracht? Er kunnen zich toch onver­wachte en verras­sende dingen voordoen? En is het echt zo dat er te weinig vertrouwen is om deze weg te gaan? En wat zal de pas op de plaats die de commissie voorstelt betekenen voor het vertrouwen dat andere kerken in onze kerken hebben en voor hoe de wereld naar de kerken kijkt? De commissie wil de voorlig­gende regeling niet accor­deren. Heeft de commissie geen voorstel voor een regeling, moeten we echt drie jaar wachten op een nieuwe? Moeten we de kans die nu geboden wordt, niet aangrijpen, gezien ook plaat­se­lijke contacten en missi­o­naire initi­a­tieven? Wat zijn de conse­quenties van het afwijzen van de regeling? Kan er dan straks geen kanselruil meer plaats­vinden met predi­kanten van de Geref. Bond? Hoe zal de PKN hierop reageren? En hoe moeten we aankijken tegen kanselruil met predi­kanten van de Geref. Bond in het verleden? Is dat illegaal geweest?

De rapporteur beant­woordt de vragen. Hij vertelt iets over het ontstaan van dit overleg. Er is iets gegroeid wat drie jaar geleden nog niet te voorzien was. Dat kan natuurlijk, maar dan is het wel zaak dat de dingen goed geregeld worden. De commissie acht de tijd er nog niet rijp voor om de regeling die er nu ligt te aanvaarden. Hier zal verder over doorge­sproken worden in het overleg. De commissie wil de uitge­stoken hand zeker aanvatten, maar dan wel op een zorgvuldige manier. De commissie wil zelf geen regeling gaan opstellen, maar geeft aandachts­punten aan deputaten mee voor nader overleg. De commissie heeft niet de indruk dat de kanselruil met predi­kanten van de Geref. Bond met het afwijzen van de regeling per direct zal stoppen. In het verleden is deze kanselruil zeker niet illegitiem geweest.

De voorzitter van deputaten krijgt het woord. Hij vult iets aan over het ontstaan van het Vijfker­ken­overleg. Hij zegt ook iets over de uit te voeren opdrachten en een daaronder liggende instructie voor deputaten. Deputaten hebben er geen moeite mee om terug­ge­stuurd te worden naar de onder­han­de­lings­tafel. Deze weg (het meedoen aan dit overleg) helemaal buiten de orde verklaren, zal veel schade opleveren, vooral voor de contacten met de Geref. Bond. De PKN is één kerk en de gemeenten van de Geref. Bond zijn daar een onderdeel van. De voorzitter geeft aan dat dit overleg geen start is van een mega Samen op weg proces. Het overleg is gericht op: wat kunnen we als kerken samen doen in onze gesecu­la­ri­seerde samen­leving? Kanselruil was niet illegaal, ze was tot op heden in de PKN niet geregeld en dat zou wenselijk zijn.

In een tweede ronde worden onder ander de volgende vragen gesteld. Is het getui­genis naar de wereld nu echt een argument om nadere contacten aan te gaan met de PKN? Houdt de wereld hier zich nu echt mee bezig en snapt de wereld dat? Daar wordt misschien ook gedacht: waarom wordt er niet samen­ge­werkt met moslims? Opnieuw wordt een vraag gesteld over de kanselruil met predi­kanten van de Geref. Bond. Was het echt legitiem om dit te doen, toen er geen regeling was? Waarom zijn we daar niet op gewezen?

De voorzitter van deputaten geeft aan dat de synode van 2013 ruimte heeft geboden aan deputaten om contact te zoeken met kerken zonder dat kerke­lijke eenheid het doel is. Kanselruil vond plaats en op grond daarvan heeft het moderamen van de PKN gezegd: we moeten een regeling hiervoor treffen.

Prof. Maris geeft een preadvies. Hij beveelt de voorge­stelde weg van harte aan. Die is ons gegeven en laten we deze weg dan ook gaan en ons niet laten ophouden door onze kerkstructuur. Dat is voor de contacten met de Geref. Bond niet goed.

Het voorstel wordt ingediend om de voorge­stelde regeling wel te accor­deren. Dat haalt het niet. Het voorstel van de commissie wordt vervolgens aange­nomen (de regeling op dit moment niet accor­deren) en ook de andere voorstellen.

de Hersteld Hervormde Kerk

Vervolgens worden ds. D. Heemskerk en ds. J. Joppe welkom geheten die namens de Hersteld Hervormde Kerk de synode bezoeken. Ds. Heemskerk krijgt het woord om de synode toe te spreken. Hij leest aller­eerst Johannes 6:60-68. Vervolgens vertelt hij iets het werk van de commissie van de HHK voor inter­ker­ke­lijke contacten. Deze commissie is niet zozeer gericht op kerke­lijke eenheid, zeker niet als dat ten koste zou gaan van de binding aan Schrift en belij­denis. De HHK staat niet voor een zuivere, zondeloze kerk, want die bestaat niet. We staan midden in deze wereld en worden bedreigd door de listen van de vorst der duisternis. De aller­hei­ligsten hebben bovendien maar een klein beginsel van de nieuwe gehoor­zaamheid. De grondslag van de kerk heeft wel zuiver te zijn. Daar is het om gegaan rond de droevige scheuring van 1 mei 2004. Daar wil de HHK voor staan. De hele gerefor­meerde belij­denis neemt ze voor haar rekening en alleen op die basis kan er een waarachtige eenheid zijn. God geve daartoe Zijn Heilige Geest én gebed.

De preses beant­woordt de toespraak van ds. Heemskerk. Hij spreekt de wens uit dat we elkaar nog beter zullen leren, o.a. door de op te richten conventen van kerken. Er is een weder­zijdse kanselruil, maar het zijn vooral chris­telijk-gerefor­meerde predi­kanten die op hersteld hervormde kansels staan en niet andersom. We hopen om een zich verdie­pende band. Gevraagd wordt onze groeten over te brengen aan de synode van de HHK en Gods zegen wordt toege­wenst.

In een eerste vragen­ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Hoe komt het dat de kanselruil vaak eenrich­tings­verkeer is? Waarom hadden de gesprekken niet meer diepgang en was er een zekere afstan­de­lijkheid? Is er ook kritiek op onze kerken? Waarom kiezen de HHK voor een zekere geslo­tenheid? Zijn we niet te snel geweest met het treffen van regelingen met die kerken? Staan bepaalde ontwik­ke­lingen in dat kerkverband niet op gespannen voet met wat zojuist is gezegd? Waarom bijv. een hersteld hervormd seminarie, gevestigd aan de VU, waar de studenten van de HHK voor een groot deel colleges volgen bij hoogle­raren die de geref. belij­denis niet onder­schrijven? Moeten we elkaar niet nog meer leren kennen?

De rapporteur geeft aan dat hij niet precies weet waarom de gesprekken een zekere afstan­de­lijkheid hebben gehad. Dat zou met een stuk kritiek te maken kunnen hebben.

De voorzitter van deputaten antwoordt dat er zeker kritisch naar elkaar gekeken wordt, maar dat geldt weder­zijds. In de gesprekken wordt steeds uitgegaan van Schrift en belij­denis. Daar is de herkenning van elkaar. Als je naar elkaars preken kijkt, zie je soms een ander taalveld of misschien ook wel een andere inhoud. Het is goed om elkaar nog beter te leren kennen. Dat kan vooral door bij elkaar voor te gaan.

In de tweede ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Wat kan eraan gedaan worden dat er meer predi­kanten van de HHK in onze kerken voorgaan? Hoe kunnen we elkaar als kerken beter leren kennen?

De rapporteur antwoordt dat de eerste vraag onder­ge­bracht is bij een besluit­voorstel van de commissie.

De voorzitter van deputaten geeft aan dat hij in het besluit­voorstel van de commissie inderdaad ruimte ziet om te kijken naar verbreding van de kanselruil. Hij geeft nog eens aan wat de drive van deputaten is om te zoeken naar kerke­lijke eenheid. Deputaten willen allen de hand reiken die op de basis van Schrift en belij­denis staan.

Prof. Maris krijgt het woord. Hij geeft aan dat er rond 2004 spanningen geweest zijn tussen ‘Apeldoorn’ en de HHK over de vorming van het Hersteld Hervormd Seminarie. Intussen is daar een goed gesprek over geweest met het moderamen van de HHK en dat wil prof. Maris graag in het openbaar vermelden.

Vervolgens neemt de synode de besluit­voor­stellen van de commissie ongewijzigd over.

Intussen is het etenstijd geworden. Br. T. Hakvoort leest Psalm 119:1-8 en gaat ons voor in gebed.

 

middag­ver­ga­dering

Na de maaltijd zingen we Psalm 103:1,3. Daarna leest ds. A.Th. van Olst de Psalmen 133 en 134. Vervolgens gaat hij voor in gebed.

de Geref. Kerken vrijge­maakt

Aan de orde is dat deel van het rapport van deputaten eenheid dat handelt over de Geref. Kerken Vrijge­maakt. We worden aller­eerst toege­sproken door ds. D.W.L. Krol. Hij zet zijn toespraak in met een citaat uit het hogepries­ter­lijke gebed: ‘Opdat zij allen één zijn’. Hij wijst erop dat we eenheid met elkaar hebben te zoeken in Gods Naam. We hebben elkaar nodig (1 Kor. 12). Niet willen of kunnen samen­werken is een gebrek. Gedreven door de liefde van Christus en biddend tot de Vader zoeken we elkaar. In de Week van het Gebed ging het over de kerke­lijke eenheid. Een treffend thema in het jaar waarin de Refor­matie wordt herdacht. Dat was een bijzondere gebeur­tenis in de geschie­denis van de kerk. Daarna is er veel fout gegaan. Wat een kerke­lijke versplin­tering is er gekomen. Weder­zijds zijn er goede contacten tussen de deputaat­schappen. Er wordt op dezelfde manier gerap­por­teerd aan de synoden. Er is dankbaarheid voor wat er plaat­selijk gebeurt en voor de eenheid die daar ervaren wordt. Spreker begrijpt dat er bij ons vragen leven over het nieuwe rapport over de openstelling van de ambten voor vrouwen. Laten we daar met elkaar over doorspreken. Pijnlijk vindt spreker het woord ‘utopie’ in verband met de eenheid tussen onze kerkver­banden. Kan dat bestaan in het licht van Johannes 17? We wonen nu nog in twee huizen. We betrekken niet zo snel één huis. Maar laten we bij elkaar binnen­lopen en met elkaar meeleven. Christus is de Pontifex Maximus. Letterlijk betekent dat dat Hij een bruggen­bouwer is. Laten wij de bruggen die in de afgelopen jaren gelegd zijn, benutten en verder uitbouwen. Dat is ook het verlangen van de synode van de GKV, die a.s. vrijdag zal worden geopend. Spreker wenst ons Gods zegen toe, vraagt om gebed en om vertrouwen. Als we boodschap hebben aan Christus, hebben we ook boodschap aan elkaar!

De preses reageert op de toespraak. Hij wijst erop dat ook in onze kerken regel­matig gebeden wordt om de eenheid van de kerk. Er is inderdaad veel wat ons bindt. Er is veel samen­werking tussen plaat­se­lijke kerken, maar er is in de CGK ook moeite met ontwik­ke­lingen in de GKV en zo ook met de samen­werking. Graag denken we weer mee over het onderwerp vrouw en ambt. Laten we samen teruggaan naar de prediking van de Refor­matie en de Nadere Refor­matie en ervan leren om vandaag kerk te kunnen zijn.

In een eerste vragen­ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Waarom is een van de voorstellen tot besluit van deputaten niet terug te vinden in de voorstellen tot besluit van de commissie (om te danken voor en te bidden om kerke­lijke eenheid)? Is er werkelijk geen verschil tussen de visie op vrouw en ambt in de beide kerken? Moeten we echt weer gaan nadenken over één landelijk kerkverband? Moeten we dit niet voorlopig laten rusten, omdat het toch weer een druk op de gesprekken legt? Worden de bezwaren die in een deel van onze kerken leven tegen de GKV wel voldoende gepeild en is er voldoende oog voor bij deputaten? Aange­geven wordt dat een onderzoek naar bezwaren tegen samen­werking een goede zaak zou zijn. Is het geen verspilde moeite om naar eenheid te zoeken waar blijkt dat die vaak moeizaam te vinden is? Waarom kiezen samen­wer­kings­ge­meenten niet voor de aansluiting bij één kerkverband? Waarom kiest de commissie voor een route via de classis om infor­matie over de samen­werking met de GKV ter hand te stellen aan deputaten? Is het niet goed om deputaten ook op te dragen dat men gaat spreken over elkaars synode­be­sluiten i.p.v. over allerlei ontwik­ke­lingen, persoon­lijke publi­caties etc.?

De rapporteur beant­woordt de vragen. Hij geeft aan dat het gebed voor eenheid uiteraard een goede zaak is en op een andere plaats in het rapport wordt genoemd. De commissie meent dat verder gewerkt moet worden aan kerke­lijke eenheid, omdat dat Christus’ opdracht is. We mogen samen­wer­kings­ge­meenten niet voor de keuze plaatsen: sluit je maar aan bij één van de kerken. Uitgelegd wordt waarom de infor­matie over de samen­werking via de classis kan lopen. Dan kan daar het gesprek erover gevoerd worden en vervolgens aan deputaten worden doorge­geven wat daar uitge­komen is. Uitgelegd wordt ook waarom het goed is om niet alleen over elkaars synode­be­sluiten te spreken.

De voorzitter van deputaten krijgt het woord. Hij geeft aan dat in de GKV de ontwik­ke­lingen verder zijn gegaan na het indienen van het rapport. We moeten het niet willen om nu een andere weg in te slaan. De synode kan de druk ervan afhalen, maar dan strandt het hele proces. De synode moet beoor­delen of deputaten voldoende oog hebben voor de bezwaren tegen de GKV en willen daarover graag in gesprek gaan. Deputaten vinden het belangrijk dat ook op de classis over de samen­werking gesproken wordt en dat kan op de manier zoals die nu wordt voorge­steld.

In een tweede ronde wordt opgemerkt dat de toespraak van ds. Krol goed overkwam. De bespreking heeft af en toe een beschamend karakter. Een deel van onze kerken juicht de samen­werking met de GKV juist toe. Hoe gaan de vrijge­maakte deputaten straks weg en hoe komt dit over bij samen­wer­kings­ge­meenten? Het nieuwe onderzoek heeft eigenlijk geen zin. Het zal een herhaling van zetten zijn. Zal het echt het binnen­ker­kelijk gesprek verder helpen?

De rapporteur geeft aan dat we zorgvuldig moeten spreken. We zullen oog moeten blijven houden voor elkaars stand­punten en er met elkaar over in gesprek moeten blijven. Wellicht dat deputaten een handreiking voor het gesprek op de classis beschikbaar kunnen stellen.

Vervolgens neemt de synode de besluit­voor­stellen van de commissie ongewijzigd over.

deputaten Overleg Eenheid (DOE)

Het deel van het rapport van deputaten eenheid wordt aan de orde gesteld dat handelt over deputaten overleg eenheid. Er blijken geen vragen bij te zijn. De synode neemt de besluit­voor­stellen van de commissie ongewijzigd over.

voorstel ds. A.A. Egas

Eerder in de verga­dering heeft ds. Egas gepleit voor het instellen van een deputaat­schap binnen­ker­ke­lijke eenheid. Hij heeft daar wat over op papier gezet en dat is nu ter tafel. Hij krijgt de gelegenheid om zijn voorstel toe te lichten en dat doet hij. Hij denkt dat het belangrijk is dat aan de binnen­ker­ke­lijke eenheid gewerkt wordt en dat het op deze manier driejaar­lijks op de tafel van de synode komt. De preses stelt voor dat de commissie samen met deputaten naar dit voorstel kijkt en dat we er later op terug­komen.

instructie over rentmees­ter­schap

In een vorige zitting is al over deze instructie gesproken. Het gaat erover dat finan­ciële regel­geving niet belem­merend zou moeten werken bij stappen die kerken willen zetten vanuit het beginsel van rentmees­ter­schap en duurzaamheid. De commissie heeft een gewijzigd rapport ter tafel gebracht.

Een afgevaar­digde geeft aan dat hij het betreurt dat wordt voorge­steld om de instructie af te wijzen. Hij zou graag een uitspraak van de synode horen.

De rapporteur geeft aan dat de commissie twee lagen in de instructie heeft aange­troffen. Natuurlijk is de commissie voor het in praktijk brengen van rentmees­ter­schap en duurzaamheid. Tegelij­kertijd blijft het overeind staan dat de regel­geving van OB&A niet aangepast behoeft te worden.

De synode neemt het besluit­voorstel van de commissie over met een wijziging van het uitein­de­lijke besluit. Dat wordt: de instructie als zodanig niet over te nemen, maar het nemen van initi­a­tieven aangaande zorgvuldig rentmees­ter­schap dringend in de aandacht van de kerken aan te bevelen.

de Neder­lands Gerefor­meerde Kerken

We spreken vervolgens over onze contacten met deze kerken. We worden aller­eerst toege­sproken door ds. K. Muller. Hij vertelt iets over zijn contacten met onze kerken in het verleden. Spreker heeft ervaren dat zijn en onze kerken één zijn in Schrift en belij­denis. Deze onder­vonden eenheid mag gezien worden als een gave van God. Een samen­wer­kings­ge­meente is één gemeente waar een diepe eenheid ervaren wordt en waar niet meer in aparte kerkver­banden wordt gedacht. Meer dan 20 samen­wer­kings­ge­meenten zijn bestaan uit CGK- en NGK-leden. Zij hebben meer dan 5000 leden. Deze gemeenten bevinden zich voor een groot deel in ontker­ke­lijkte gebieden. Spreker merkt op dat er best verschillen zijn tussen de CGK en de NGK. Te denken is aan de visie op kinderen aan het avondmaal, de vrouw in het ambt, homosek­su­a­liteit. Dat heeft te maken met de gebro­kenheid waarin we kerk zijn en de beperktheid van ons denken. Je verleden neem je ook mee in je manier waarop je in de kerk staat. In de Bijbel komen we ook verschillen tegen. Soms moet je omwille van de vrede een beetje afstand bewaren. Het is goed dat er gelegen­heden zijn waar we elkaar ontmoeten en naar elkaar luisteren. In dat verband vraagt de spreker aandacht voor het besluit dat onze synode nam aangaande de afvaar­diging van niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers naar de classis­ver­ga­de­ringen van de CGK. Spreker geeft aan dat hij begrip heeft voor dit besluit. Het is duidelijk dat onze kerken willen waken voor hun identiteit en dat is goed. Is er echter ook niet een andere kant aan deze zaak, namelijk dat je anderen wilt laten delen in wat jou dierbaar is? De CGK hebben iets wat de NGK soms node missen: besef van de heiligheid van God en van de binnenkant van het geloof. Trek om Christus’ wil geen muren op die dat gesprek blokkeren! Het boven­ge­noemde besluit wordt in de NGK zó ervaren. Een advise­rende stem kan gemak­kelijk genegeerd worden. Eist de synode niet meer dan eenheid in Schrift en belij­denis? Een soort gerefor­meerd plus? Wat gebeurt er als een samen­wer­kings­ge­meente voor een langere tijd geen CGK-ambtsdrager(s) kan afvaar­digen naar de classis? Zijn dan de CGK-leden voor een tijd geen lid meer van de CGK? De synode wordt Gods zegen toege­wenst bij de verdere beraad­sla­gingen.

De preses beant­woordt de toespraak. Hij geeft aan dat er al lang contacten zijn tussen de CGK en de NGK. Plaat­selijk is er soms veel herkenning en samen­werking, wat bij een ander deel van de kerken juist weer vragen oproept. Er is bij ons begrip voor het gevoelen van de NGK aangaande het genomen besluit over de afvaar­diging van ambts­dragers. Het is een besluit dat niet de schoon­heids­prijs verdient, maar genomen is in de gebro­kenheid van het kerke­lijke leven. Er is in ieder geval de bereidheid aan onze kant om verder te zoeken naar wegen om tot kerke­lijke eenheid te komen.

In een eerste ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Moeten we echt zover gaan dat we zeggen: als een NGK-gemeente aan deze normen voldoen, dan gaan we met elkaar in zee? Er wordt ook gerefe­reerd aan de visie op kinderen aan het avondmaal en het voorbehoud dat ambts­dragers mogen maken bij de belij­denis. Zijn deze ambts­dragers dan nog ergens aanspreekbaar op? Is het zinvol om te blijven onder­scheiden tussen samen­wer­kende gemeenten en samen­wer­kings­ge­meenten? Kan er iets gezegd worden waarover er met de NGK gesproken is in de achter­lig­gende tijd? Jammer dat er niet gesproken is over ons studie­rapport over homosek­su­a­liteit en dat de NGK ook geen officiële reactie die op dit rapport hebben gegeven, hoewel het rapport hen toege­zonden is. Er is wel door de preses van de lande­lijke verga­dering gezegd dat de CGK met dit rapport ‘de mist is ingegaan’. Dat behoort toch niet de toonhoogte van het kerkelijk gesprek te zijn? Hoever zijn we intussen gekomen met de kerke­lijke eenheid gezien de besluiten van vandaag? Zijn we verder gekomen, hebben we een pas op de plaats gemaakt, of zijn we juist achteruit gegaan?

De rapporteur legt uit hoe een ambts­drager in de NGK met een voorbehoud toch aanspreekbaar is op zijn visie. Vervolgens legt hij uit waarom de commissie voorstelt om op plaat­selijk vlak tot een nadere samen­werking met een NGK te kunnen komen, mits er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Deputaten hebben zelf aangeven dat een eenheid met de lande­lijke NGK op dit moment niet mogelijk is. De commissie vindt het ook jammer dat er niet over ons studie­rapport over homosek­su­a­liteit is gesproken of erop is gerea­geerd. Vandaar dat er een opdracht voor is gefor­mu­leerd. Spreken over samen­wer­kende en samen­wer­kings­ge­meenten ligt in lijn van eerdere synode­be­sluiten. We kunnen staan op de basis van Schrift en belij­denis, maar die Schrift toch anders lezen of de belij­denis anders beleven. Volgens de commissie is door de genomen besluiten winst geboekt op het terrein van de kerke­lijke eenheid.

De voorzitter van deputaten krijgt het woord. Hij geeft aan waarom er plaat­selijk best mogelijk­heden kunnen zijn voor samen­werking. Daar zijn wel duide­lijke kaders voor nodig. Er is inderdaad niet gesproken over homosek­su­a­liteit en dat heeft te maken gehad met het factor tijd. Ds. Smouter is niet aange­sproken op zijn opmerking over ‘de mist’. Omdat we niet meededen in de studie­groep van de NGK over homosek­su­a­liteit, hebben onze deputaten zich bescheiden opgesteld. Volgens deputaten zetten we met de voorlig­gende besluiten een klein stapje vooruit.

In een tweede ronde wordt onder andere gevraagd of we niet met twee maten meten. Waarom gunt de ene kant van de kerken wel wat aan de andere kant, maar de andere kant niets aan de ene kant? Mag de geeste­lijke beleving ook een rol spelen bij het zoeken naar geeste­lijke eenheid?

De rapporteur antwoordt dat geestelijk beleving zeker een rol mag spelen bij het zoeken naar kerke­lijke eenheid. We zoeken samen om verder te komen, maar onze eigen positie in de kerken speelt een rol bij de taxatie van de vooruitgang. Ook in de commissie is er het verlangen naar kerke­lijke eenheid, maar wil men recht doen aan de volle breedte van ons kerkelijk leven.

De voorzitter van deputaten merkt op dat het het mooist zou zijn om de contacten met andere kerken in één zitting te bespreken en dat daar dan alle gespreks­partners bij zouden zijn. Opnieuw spreekt hij over de ene basis­kleur die de kerken van de geref. gezindte samen vormen. Deputaten zijn tevreden over de uitkomst van het gesprek met de commissie en het eens met de voorge­stelde besluiten.

Prof. Maris geeft aan wat wezenlijk is in het zoeken van kerke­lijke eenheid en wat niet. Daar zouden we meer herkenbaar aan moeten zijn.

Ten slotte neemt de synode de besluit­voor­stellen van de commissie vrijwel ongewijzigd over.

instructie over het geregi­streerd partner­schap

Er ligt een instructie op tafel van de parti­cu­liere synode van het noorden waarin wordt gevraagd of het geregi­streerd partner­schap gelijk is te stellen met het huwelijk (wat de overheid intussen doet) en zo ja, of dat een aanpassing van de kerkorde nodig maakt.

In een eerste ronde worden de volgende vragen gesteld. Kunnen we als kerken deze twee groot­heden op één noemer brengen, zoals wordt voorge­steld? Wordt het onder­scheid tussen huwelijk en geregi­streerd partner­schap dat de synode van 2002 maakte voldoende gehono­reerd? Aan welk besluit van de GKV wordt gerele­veerd? Hoe zullen de kerken infor­matie over deze kwestie aan de kerken ter beschikking stellen?

De rapporteur antwoordt dat het de commissie goed lijkt dat er een diepgaande studie naar dit onderwerp wordt gedaan. Daar zullen de gestelde vragen in meege­nomen moeten worden. De GKV is met dit onderwerp al bezig vanaf 2012. Zij hebben huwelijk en geregi­streerd partner­schap niet op één lijn gesteld. Bij kerkor­de­lijke impli­caties kan gedacht worden aan de vraag of een geregi­streerd partner­schap in de kerk bevestigd kan worden.

In een tweede ronde wordt opgemerkt dat er misschien een besluit bij moet (dat de kerken voorlopig het onder­scheid tussen huwelijk en geregi­streerd partner­schap zullen handhaven) of dat een voorge­steld besluit moet worden aangevuld. Het eerste voorstel wordt ook daadwer­kelijk ingediend.

De synode neemt alle besluit­voor­stellen over.

Voor de avond­maaltijd leest ds. P.J. den Hertog Kolos­senzen 1:1-20 en gaat hij voor in gebed.

 

avond­ver­ga­dering

We zingen Psalm 50:4,9. Br. J. Groeneveld leest Psalm 119:9-16 en spreekt een gebed uit.

de quaestor

Aan het begin van de avond komt het rapport van de quaestor aan de orde. Dat is de penning­meester van de synode zeg maar. De eerste quaestor is op vakantie, dus de tweede quaestor zal op vragen ingaan. De rapporteur van de commissie geeft op voorhand aan dat de voorge­stelde omslag voor de quaestor even aange­houden wordt, omdat we moeten afwachten wat de synode deze week verder besluit aan nieuw beleid.

Een aantal afgevaar­digden stelt een aantal speci­fieke vragen. Er wordt onder andere gevraagd of er wel eens nagedacht wordt over bezui­nigen op de kosten van de synode. Onder­streept wordt dat printing on demand van de Acta een goede zaak zou zijn, alhoewel dat wel een nieuwe aanpak is die weer nieuw werk met zich mee zal brengen. En hoeveel levert het aan bezui­ni­gingen op?

De rapporteur geeft aan dat er tot nu weinig sturing aan de cijfers van de quaestor wordt gegeven. Om de drie jaar wordt het beleid en de begroting van de quaestor wel goedge­keurd door de synode. Toch is het goed dat hier beter naar gekeken gaat worden en kan worden door gedetail­leerdere cijfers. Er is niet precies nagegaan wat precies de besparing zal zijn als we gaan printen on demand, maar waarschijnlijk zal die aanzienlijk zijn. Veel Acta gaan waarschijnlijk ongelezen de kast in.

De tweede quaestor geeft aan dat met het Diensten­bureau wordt overlegd hoe er beter zicht kan komen op de geldstroom.

In een tweede ronde wordt aange­geven dat printing on demand geen besparing van 20.000 Euro gaat opleveren. Zeker 10.000 Euro zijn vaste kosten. Is het gaan werken met audio­ver­slagen wel gewenst op dit moment, nu deze techniek nog in de kinder­schoenen staat? Kan dit voorstel van tafel? Is het niet raadzaam om een besluit te nemen over de sturing van de cijfers?

De rapporteur antwoordt dat een besparing van 10.000 Euro altijd nog een aardig bedrag is. Werken met audio­ver­slagen staat niet meer in de kinder­schoenen en kan handig zijn. De synode moet maar uitspreken wat ze wil. Het is goed om iets te regelen voor de sturing van de cijfers.

Er komt vanuit de synode een aantal voorstellen die verwerkt worden in de besluit­voor­stellen. Daarna worden de besluit­voor­stellen aanvaard.

finan­ciële zaken

We gaan verder met andere finan­ciële zaken van onze kerken. Er wordt onder andere gevraagd of de scholings­kosten van predi­kanten niet onder­ge­bracht moeten worden bij de omslag, zodat alle kerken daaraan bijdragen. Waarom is het niet beter om van een minimale bijdrage i.p.v. de omslag te gaan spreken? Is het woord ‘normbedrag’ ook bruikbaar? Een aantal andere speci­fieke vragen wordt ook gesteld en een aantal nieuwe voorstellen ingediend. Na een schorsing van de verga­dering blijkt dat voor een deel verwerkt te zijn in de besluit­voor­stellen van de commissie. Als antwoord op de vraag over de scholings­kosten wordt gezegd dat dit ontraden wordt. Het is wel goed dat hierover nagedacht wordt. De commissie kiest voor de term ‘omslag’. Alles wordt neergelegd bij scriba II die het zal verwerken, zodat er morgen over gestemd kan worden.

omslagen

Vervolgens spreken we over de vaststelling van de nieuwe minimum­bij­dragen (de zgn. omslag). De volgende vragen worden onder andere gesteld. Gaan we met de aange­geven lijn niet heersen over de gewetens? Moet er geen clausule worden ingebouwd voor gemeenten met veel doopleden? Is het terecht dat grotere gezinnen een zwaardere finan­ciële last krijgen opgelegd dan kleinere? Gaat de commissie niet voorbij aan de nood van bepaalde gemeenten die al jarenlang hun nood bij deputaten finan­cieel bekend hebben gemaakt? Waarom neemt de commissie het voorstel van deputaten niet over en wat is de reactie van deputaten daarop? Is het terecht om beleid te maken n.a.v. een artikel in de krant? Moeten deputaten niet een vervolg­op­dracht krijgen om te bekijken of er niet nog meer maatwerk mogelijk is voor speci­fieke gemeenten? Moet er geen perma­nente commissie komen om de offer­vaar­digheid van de kerkleden te blijven begeleiden? Er wordt een grotere finan­ciële inspanning van de gemeenten gevraagd, maar is er ook geen bezui­niging te vragen van de lande­lijke kassen? Moeten we de lasten niet eerlijk(er) verdelen? Moeten we aan het begin van de synode niet vaststellen wat we als kerken willen gaan uitgeven? Nu stellen we de omslag pas aan het einde van de synode vast en is dat wel zo handig? Moeten we niet meer rekening houden met de speci­fieke omstan­dig­heden van gezinnen in de gemeente? Moet er geen opdracht naar de deputaat­schappen toe om een betere PR op finan­cieel gebied? Moet nieuw beleid niet automa­tisch leiden tot afbouwen van oud beleid?

Hier worden de bespre­kingen afgebroken om ze op een later moment voort te zetten. Ds. H. Korving leest Mattheüs 6:31-34 en gaat voor in gebed. Daarna zingen we Psalm 24:1,5. Na het wegsterven van de laatste orgel­klanken is de tiende zittingsdag voorbij.

negende verga­derdag 25 november

opening

De preses opent de negende zittingsdag van de synode. Hij laat Psalm 89:1,3 zingen. Het is aardig om te vermelden dat synode­leden de samenzang van het middel­grote mannenkoor begeleiden. Dat zijn de brs. Droger, Eberwijn, Van Olst, Roosendaal en Roest. De preses leest vervolgens 2 Korin­thiërs 8:1-15. Daarna gaat hij voor in gebed.

appel nominaal

Alle afgevaar­digden blijken aanwezig te zijn.

comité

De synode gaat in comité. Dat betekent dat de deuren voor gasten gesloten worden en dat ik geen verslag van dit deel van de verga­dering mag geven.

buiten­landse zending

Opnieuw wordt het rapport van deputaten buiten­landse zending aan de orde gesteld. De ingediende voorstellen in een eerdere zitting zijn door de commissie in de besluit­voor­stellen naar tevre­denheid van de indieners verwerkt. De synode neemt vervolgens alle besluit­voor­stellen van de commissie over.

evange­li­satie

Ds. A.Th. van Olst beant­woordt namens deputaten evange­li­satie een aantal vragen dat nog beant­woord moest worden. Hij zegt dat eventuele voorstellen en opdrachten met belang­stelling tegemoet worden gezien. We zullen er inderdaad op moeten letten wat de verdere besluiten van de synode op het punt van de regeling van de kerkvi­si­tatie zijn. Deputaten benadrukken dat de kinderen van zendings­ge­meenten gedoopt behoren te wezen en dat wordt ook gecom­mu­ni­ceerd, maar de praktijk is soms weerbarstig. Op een pastorale wijze wordt gepro­beerd hier leiding aan te geven.

Vervolgens wordt een tweetal voorstellen ingediend. Na de etens­pauze wordt een van deze voorstellen, samen met de besluit­voor­stellen van de commissie, door de synode aange­nomen.

comité

Opnieuw gaat de synode in comité. Ik raak mijn toetsenbord weer even niet aan…

commissie seksueel misbruik

Het rapport van de commissie seksueel misbruik wordt aan de orde gesteld. De vraag wordt gesteld of deze commissie nu alleen nog klachten op het gebied van seksueel misbruik behandelt. Waar kunnen klachten over ander misbruik gedepo­neerd worden? Er wordt ook een aantal vragen gesteld over de inhoud van het reglement.

De voorzitter van de commissie, ds. P.J. den Hertog, geeft antwoord. Hij geeft aan dat de vorige synode een nieuwe klach­ten­re­geling heeft aanvaard, waarin alleen seksueel misbruik aan de orde komt. Andere vormen van misbruik blijken heel lastig te behan­delen. De GKV en de NGK hebben de klach­ten­re­geling ook aanvaard, zodat we nu op één lijn zitten. De opmer­kingen over het kunnen deponeren van ander misbruik en over de klach­ten­re­geling worden meege­nomen en verwerkt.

Vervolgens worden de besluit­voor­stellen van de commissie door de synode overge­nomen.

lande­lijke kerkendag

Het rapport van de commissie lande­lijke kerkendag wordt aan de orde gesteld. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: zou het niet mogelijk zijn om de kerkendag ook op een andere locatie
te houden? Is dat al eens overwogen? Wat doet de commissie voor de jongeren in het programma van de komende kerkendag? Is wat nu gepro­gram­meerd staat echt geschikt voor jongeren?

De rapporteur antwoordt op de vragen. Hij geeft aan dat de commissie de redenen om opnieuw op Urk bij elkaar te komen, kan billijken. Zelf begrijpt hij dat ook heel goed. De commissie heeft begrepen dat de commissie kerkendag goed heeft nagedacht over de plaats van jongeren op de kerkendag.

De voorzitter van de commissie kerkendag, ds. H.K. Sok, geeft aan dat gezocht is naar mogelijke andere geschikte locaties, maar dat die tot op heden niet zijn gevonden. Jongeren gaven bij eerdere kerken­dagen aan dat zij de andere program­ma­on­der­delen ook interessant vonden. Een eigen programma voor hen levert niet zoveel belang­stelling op.

In een tweede ronde worden de volgende vragen gesteld: kunnen de jeugd­bonden geen bijdrage leveren aan de organi­satie van de kerkendag? Zijn er echt geen congres­centra of scholen­ge­meen­schappen in Nederland waar een dag als deze gehouden kan worden? Is het echt niet mogelijk om meer jongeren bij de kerkendag te betrekken? Kan er niet iets actiefs voor hen georga­ni­seerd worden, los van het programma van de kerkendag? Moet er niet ingezet worden bij de plaat­se­lijke gemeenten, de kerken­raden en de jeugdou­der­lingen om hen te stimu­leren dat zij de jongeren voor de kerkendag interes­seren?

De rapporteur geeft aan dat de commissie ervan overtuigd is dat de commissie kerkendag een zorgvuldige keuze heeft gemaakt voor Urk. Het is niet zo eenvoudig om jongeren warm te maken voor een dag als deze. We weten dat de kerke­lijke betrok­kenheid onder hen niet groot is.

Ds. Sok geeft aan dat de jeugd­bonden bij de kerkendag betrokken zijn en zelf aangeven dat een eigen programma voor jongeren voor hen veel moeite kost, maar weinig opkomst oplevert. Een congres­centrum is natuurlijk een prachtige optie, maar daar zijn veel kosten aan verbonden. Heeft de synode daar het geld voor over?

In een derde ronde wordt het voorstel ingediend dat de commissie kerkendag onderzoek gaat doen naar andere locaties voor de kerkendag, zodat er gerou­leerd kan worden tussen verschil­lende locaties. Na de etens­pauze wordt hierop terug­ge­komen. De besluit­voor­stellen en het nieuwe voorstel worden door de synode overge­nomen.

Vooraf­gaande aan de maaltijd leest br. P. Nobel Titus 1:1-9. Daarna spreekt hij een gebed uit.

Hierboven ziet u het onder­steu­nende team van Nunspeet. Zij maken de verga­der­dagen mede mogelijk.

middag­ver­ga­dering

Na de maaltijd zingen we Psalm 117. Daarna leest br. E.C. Bin Psalm 126 en gaat hij voor in gebed.

finan­ciële zaken

Het rapport van deputaten finan­ciële zaken wordt aan de orde gesteld. Vooraf geeft de rapporteur van de commissie een aantal opmer­kingen aan de synode door. Een daarvan is dat vragen over de omslagen gesteld kunnen worden bij de behan­deling van rapport 11 van de commissie en niet bij rapport 7 dat nu aan de orde is. Daarna gaan we een eerste ronde van vragen in en de volgende vragen worden onder andere gesteld: is besluit­voorstel 1 bewust zo gefor­mu­leerd, gezien de hoeveelheid kritiek in het rapport op het beleid van deputaten? Hoe kijken deputaten tegen deze kritiek aan en wat hebben zij ermee gedaan? Is het niet beter om over ‘de minimale bijdrage’ te spreken dan over ‘de omslag’? Is het niet beter om de collecten op zondag te benoemen dan te collec­teren voor de ‘kerke­lijke kassen’? Wat is het effect ervan als geoor­merkte gelden buiten de begroting van deputaten worden gehouden? Waarom zoveel meer kosten bij deputaten zending voor Doorgeven? Waarom een verdub­beling van het honorarium voor diensten met een bijzondere voorbe­reiding? Kunnen de
jaarre­ke­ningen van de jeugd­bonden niet opgenomen worden in die van deputaten kerkjeugd en onderwijs, zodat de synode daar ook inzicht in heeft? Wat is er gebeurd met de enquête die deputaten emeri­tikas hebben uitge­voerd naar de inkomens­po­sitie van predi­kanten? Daar is uitge­komen dat er best schrij­nende situaties zijn. Wat hebben deputaten finan­ciële zaken hiermee gedaan? De vraag is ook gesteld of er richting de predi­kanten iets gedaan moet worden i.v.m. het door hen betalen van een pensi­oen­premie. Daar wordt in het rapport niet op terug­ge­komen. Wat vinden deputaten daarvan? Wat is een te grote ambitie bij een deputaat­schap? Heeft u aanbe­ve­lingen voor het gesprek tussen predikant en kerkenraad over finan­ciële zaken? Is er nagedacht over de impli­caties van de hogere vergoeding voor diensten met een bijzondere voorbe­reiding?

De rapporteur van de commissie gaat op de aan de commissie gestelde vragen in. Hij geeft aller­eerst aan dat de commu­ni­catie met deputaten finan­ciële zaken inderdaad beter had gekund. Daar zal met deputaten nog over worden doorge­sproken. Overigens hebben andere deputaat­schappen hier ook mee te maken gehad. Hier wordt op terug­ge­komen. Besluit 1 is niet bewust zo gefor­mu­leerd. Het werk van deputaten kan ook gewaar­deerd worden. De benaming ‘minimale bijdrage’ is een goede aanduiding. Hoe we collecten benoemen, is aan de plaat­se­lijke kerken­raden. Geoor­merkt geld buiten de begroting houden heeft te maken met geoor­merkte erfenissen. Die wil je niet in de algemene middelen terecht laten komen. Uitgelegd wordt waarom een extra vergoeding op zijn plaats kan zijn voor predi­kanten. Het is de vraag of de jaarre­ke­ningen van de jeugd­bonden onder te brengen zijn in die van deputaten kerkjeugd en onderwijs. Het zijn zelfstandige organi­saties. Er is inderdaad onderzoek gedaan naar de inkomens­po­sitie van predi­kanten. Deputaten geven aan dat zij al in staat zijn om hierbij te adviseren. Verder wordt er door hen niets onder­nomen of aangepast. Het lijkt de commissie goed als er een beleg­gings­statuut komt. Alleen zitten daar heel wat haken en ogen aan.

Br. A. van Veenhuisen antwoordt als voorzitter van deputaten. Hij wordt daarbij geassis­teerd door br. M. Hoefnagel. Hij gaat eerst in op de commu­ni­catie met de commissie. Die kan inderdaad beter, maar dat geldt ook voor verschil­lende deputaat­schappen. Soms werden verschil­lende begro­tingen ingediend bij deputaten finan­ciële zaken en de synodale commissie. Dat levert frustraties op. Deputaten vinden dat dit punt wel iets minder aangezet had kunnen worden in het rapport van de commissie. Er is ook wat ruis gekomen over de hoogte van de omslag. Deputaten willen de omslag zo min mogelijk verhogen, de commissie stelt een verhoging voor van 8%. Als we daarbij bedenken dat de gemeenten elk jaar ook 10% meer premie moeten afdragen aan het pensi­oen­fonds, zadelen we hen wel met heel wat meer kosten op. Dit zal verder aan de orde komen bij de bespreking van de omslag. Deputaten geven aan dat ze verder gaan met het beleg­gings­statuut. Het streven blijft om tot één beleg­gings­statuut te komen, omdat dat meer rendabel en beter te contro­leren is. De verhoging van de vergoeding voor bijzondere diensten wordt uitgelegd: het voorbe­reiden en leiden van deze diensten kost meer tijd en werk voor de predi­kanten. In andere kerken wordt het ook zo gedaan. Uit de enquête kwam inderdaad naar voren dat er schrij­nende gevallen onder de predi­kanten zijn. Deputaten geven aan dat dat niet te maken heeft met de overgang van de emeri­tikas naar een pensi­oen­fonds, maar de algemene inkomens­po­sitie van predi­kanten betreft. Deputaten zijn al bereid advies te geven en een gesprek tussen de predikant en de kerkenraad te entameren.

In een tweede ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld: waarom is het toch niet goed om geoor­merkt geld op te nemen in de jaarre­kening om zo maximale trans­pa­rantie te geven? Waarom zou het echt niet mogelijk zijn om de jaarre­ke­ningen van de jeugd­bonden onder te brengen bij de jaarre­kening van deputaten kerkjeugd en onderwijs? Zijn er kerken­raden die zich niet houden aan de richt­lijnen van deputaten voor het traktement van de predikant? Of moet er nog eens gekeken worden naar de richt­lijnen van deputaten? Moeten de predi­kanten de uitslag van de enquête niet ontvangen? Waar zit nu precies het schrij­nende? Een serieuze weging van de uitslag mogen we toch wel van deputaten verwachten?

De rapporteur legt nog eens uit hoe het zit met geoor­merkte gelden. Als een synode nieuw beleid goedkeurt en geen geld beschikbaar stelt, is het einde nieuw beleid. Deputaten kunnen het dan niet gaan uitvoeren. De decem­ber­brief die in het rapport staat, wordt binnenkort verzonden en geldt dan voor 2017.

Deputaten reageren ook. De jeugd­bonden zijn eigen organi­saties en het lijkt erop dat het juridisch niet mogelijk is om hun jaarre­ke­ningen onder te brengen bij de jaarre­kening van deputaten kerkjeugd en onderwijs. Dat zou wel uit te zoeken zijn. Wat gezegd is over nieuw beleid en geen geld, wordt door deputaten onder­steund en onder­streept. Zijn er bij deputaat­schappen grote ambities: prima, maar ze moeten wel gefinan­cierd kunnen worden. Er zal gewerkt worden aan het komen tot één beleg­gings­statuut, maar het blijft een moeizame weg. Deputaten hebben zich niet geroepen gevoeld om de resul­taten van de enquête terug te leggen bij de invullers ervan, omdat het niet hun enquête was. Naar de inschatting van deputaten zijn er geen extra maatre­gelen nodig. Predi­kanten met knelpunten kunnen zich het beste vervoegen bij hun kerkenraad.

In een derde ronde wordt een aantal voorstellen ingediend. Die worden de commissie ter hand gesteld en in de derde verga­derweek komen we erop terug.

Aan het einde van de middag­ver­ga­dering bedankt de preses iedereen voor zijn inbreng en wenst hij alle commissies veel wijsheid toe voor het werk dat wacht.

Ds. D.J. Steensma krijgt het woord. Hij geeft aan dat we aan het einde van de tweede verga­derweek gekomen zijn én aan het einde van het kerkelijk jaar. Hij leest Openbaring 22:12-21. Daarna gaat hij voor in gebed. Als slot van deze week zingen we Ps. 130:3,4. Nadat het laatste akkoord van het orgel heeft geklonken, sluit de preses de verga­dering en is deze verga­derweek voor altijd voorbij.

achtste verga­derdag 24 november

opening

De preses opent de achtste zitting van de synode.
Hij laat de eerste vier verzen van de Morgenzang zingen en leest vervolgens Zacharia 4:1-7. Daarna gaat hij voor in gebed.

appel nominaal

Bijna alle afgevaar­digden hebben hun plaats weer ingenomen. De rest hoopt wat later te komen.

afvaar­diging ambts­dragers

Opnieuw wordt het rapport van deputaten eenheid van de geref. belijders in Nederland aan de orde gesteld. Het gaat opnieuw over de afvaar­diging van niet-chris­te­lijke-gerefor­meerde ambts­dragers naar de classis­ver­ga­de­ringen van onze kerken. Omdat in de eerste zittingsweek de eerste vragen­ronde heeft plaats­ge­vonden, is het woord nu aan de rapporteur van de commissie. Hij geeft gedetail­leerd antwoord op de toen gestelde vragen.

Hij verdedigt het voorstel van de commissie om niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers wel te ontvangen op de classis­ver­ga­de­ringen van onze kerken, maar dan als lid met een advise­rende stem en niet zoals deputaten voorstellen als afgevaar­digde met volledig stemrecht. De commissie wijst het voorstel af om per classis te laten beslissen of een niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­drager op de classis keurstem kan worden verleend. Op deze manier maak je het probleem misschien kleiner, maar op sommige classes chronisch. Er kunnen daar eindeloze discussies ontstaan en dat wil de commissie voorkomen door de synode een uitspraak te laten doen voor het hele kerkverband. Er wordt opgemerkt dat de commissie recht wil doen aan alle gevoelens over dit onderwerp en zo tot haar voorstel is gekomen. Het voorstel ligt in lijn met het besluit van de synode in 2013 op dit punt (in een noodsi­tuatie mag een niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­drager door de classis ontvangen worden en meedoen met een advise­rende stem). Het voorstel van de commissie verdient geen schoon­heids­prijs, maar dat heeft te maken met de gebroken kerke­lijke verhou­dingen in ons land. Het wordt duidelijk gemaakt dat een niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­drager niet kan worden afgevaardigd naar de PS of classicale taken kan vervullen. Aan de samen­wer­kings­ge­meenten wordt bij dit voorstel geen stem ontnomen. Zij ontnemen zichzelf een stem door een niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­drager af te vaardigen. Bovendien worden de mogelijk­heden voor samen­wer­kings­ge­meenten door het voorstel van de commissie uitge­breid. Na het wegen van alle overwe­gingen, gedachten en gevoelens vanuit de kerken is de commissie tot haar voorstel gekomen.

Het woord is vervolgens aan de voorzitter van deputaten, ds. W. van ’t Spijker. Hij reageert aller­eerst op het rapport van de commissie. Hij geeft aan dat het deputaten duidelijk is dat er licht zit tussen het voorstel van deputaten en dat van de commissie. Er is uitvoerig met elkaar gesproken en uit dat gesprek kregen deputaten de indruk dat het voorstel van de commissie zich in de richting van dat van deputaten zou gaan bewegen. Dat blijkt niet het geval te zijn. Vervolgens stellen deputaten de vraag of de commissie wel recht doet aan de reacties vanuit de classes. Er wordt een presentie getoond waarin de reacties vanuit de classes worden aange­geven. Vervolgens geeft de voorzitter aan dat deputaten zich hebben proberen te verplaatsen in de commissie. Hij wijst ook op de voorge­schie­denis van deze zaak. Deputaten hebben de indruk dat de binnen­ker­ke­lijke eenheid voor de commissie meer weegt dan de gevonden kerke­lijke eenheid op grond van Schrift en belij­denis. Hoe kunnen we met het oog op de door de synode zelf aange­stuurde arbeid aan de kerke­lijke eenheid bij die gevonden eenheid nu het voorstel van de commissie volgen? Dat is toch in strijd met elkaar? De voorzitter wijst op een besluit van de afgescheiden synode van 1846. In de lijn daarvan zouden we richting de samen­wer­kings­ge­meenten het signaal geven: wij vertrouwen u niet. Willen we dat? Het voorstel van de commissie onder­graaft naar de mening van deputaten het gestelde in artikel 8 K.O.

Na de pauze gaat ds. Van ’t Spijker verder met de beant­woording van de vragen die in de eerste ronde zijn gesteld. Op de vraag of deputaten hun voorstel een beknotting voor de niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers vinden, antwoorden ze volmondig: ja. Maar het voorstel van de commissie is dat nog veel meer. In dat voorstel wringt voor deputaten dat de binnen­ker­ke­lijke eenheid tot een principe verheven wordt. En dan werkt dat door naar één kant. Er wordt op geen enkele manier gekeken naar de samen­wer­kings­ge­meenten. Daar zal het voorstel van de commissie, als dat een besluit van de synode wordt, als bijzonder pijnlijk worden ervaren. Dat signaal hebben deputaten in de achter­lig­gende tijd opgevangen. Die gemeenten zullen zich niet gezien en serieus genomen voelen, terwijl dezelfde synode jarenlang heeft aange­drongen op kerke­lijke eenheid. Dat wringt toch met elkaar? Een grens trekken tussen classis en PS is volgens deputaten inderdaad arbitrair. Daarom het voorstel om nu een kleine stap te zetten om niemand plat te walsen en niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers toe te laten op de classis. Hierop zullen t.z.t. andere stappen volgen. Zal het afvaar­digen van niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers extra spanning in onze kerken geven? Dat zou kunnen. Met citaten van ds. A.A. Egas en twee buiten­landse predi­kanten wordt gestaafd dat het voorstel van deputaten het waard is om aange­nomen te worden.

In een tweede ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld: is het juist dat in het voorstel van de commissie de pragma­tische lijn evenveel gewicht krijgt als de princi­piële lijn? Elke afgevaar­digde gemeente heeft recht op een volledig stemrecht. Daarom is het voorstel van deputaten juist. De classis kan nu al keurstem verlenen aan niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers, waarom dan niet verder denken in die weg? Een andere afgevaar­digde pleit ervoor om niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers juist wel op de classis te ontvangen om hen zo goed te leren kennen. Bij gegroeid vertrouwen kunnen zij zelfs onze kerken tot op de synode dienen. Een andere vraag is: waar is de Bijbelse onder­bouwing van het voorstel van de commissie? Het lijkt erop dat gewetensnood de basis ervan is. Een andere afgevaar­digde merkt op dat het probleem bij dit onderwerp onze eigen verdeeldheid is. Hij zou graag ruilen met alle aanwezige collega’s. Weer een ander zegt dat er soms zo’n grote afstand wordt ervaren met andere kerkver­banden dat het heel moeilijk is om afgevaar­digden van deze kerken op deze manier op de classis ‘opgedrongen’ te krijgen. Is de gewetensnood van gemeenten die daar grote moeite mee hebben te benoemen als zonde? Een andere afgevaar­digde geeft aan dat het onderzoek in de classes uitwijst dat dit punt z.i. aan de classes overge­laten kan worden. Hij zal daar een voorstel over doen. Een andere spreker geeft aan dat hij voor het voorstel van deputaten is. In de Bijbel wordt om gehoor­zaamheid gevraagd. Als er een geeste­lijke eenheid is, kan er geen andere eenheid naast bestaan, zoals de commissie voorstelt. Wie één is in Christus, zal ook kerkelijk naar eenheid zoeken en moeten kiezen voor het voorstel van deputaten. Een volgende spreker wijst op de ontwik­ke­lingen in de GKV. Waar gaat het daar naar toe? Waar zijn we nu al? Het is meer in lijn met de chris­telijk-gerefor­meerde begin­selen om eenheid te zoeken met andere kerken in de geref. gezindte. Een volgende inbreng gaat in op de spanningen op de classes over het vormen van een samen­wer­kings­ge­meente. Ook wordt verteld over een geestelijk contact met een vrijge­maakte ouderling die van beide kanten als goed en geestelijk wordt ervaren, maar waarbij van beide kanten ook de indruk is dat een kerke­lijke eenheid een brug te ver is. Hebben deputaten geen oog voor de ontwik­ke­lingen in de GKV? Zullen we straks een vrouwe­lijke ambts­drager hebben te aanvaarden op de classis? De afgevaar­digde wijst ook op de prediking in de GKV. Daar mogen we zorgen over hebben. Nu wordt deze stap voorge­steld en gelijk wordt gezegd dat er volgende stappen zullen volgen. Willen we dat? Een volgende spreker geeft aan dat het voorstel van de commissie de niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­drager niet voor ‘spek en bonen’ laat functi­o­neren. Hij wijst erop dat het bij de contacten met andere kerken om een zuiver plaat­se­lijke eenheid gaat en dat die niet aan de classis ‘opgedrongen’ mag worden. Ten slotte wordt door een diaken de vraag gesteld of deputaten en commissie ook hebben nagedacht over de afvaar­diging van niet-chris­telijk-gerefor­meerde diakenen naar de classicale diaconale verga­dering.

Het woord is aan de rapporteur. Hij geeft aan dat de commissie zich heeft openge­steld voor de argumenten van deputaten, maar daar niet door zijn overtuigd. Een tweede opmerking is dat de commissie in geen geval samen­wer­kings­ge­meenten willen beschamen. Deputaten en commissie willen allebei een stap zetten, zij het een verschil­lende. Vervolgens wordt het voorstel van de commissie nog een keer verdedigd. Daarin worden de princi­piële én de pragma­tische lijn samen­ge­nomen en gepro­beerd er recht aan te doen. Willen we elkaar beter leren kennen, dan denkt de commissie aan de mogelijkheid van een convent van kerken. We zijn één in Christus en tegelijk kunnen er zoveel verschillen zijn dat die eenheid niet wordt ervaren. Dat brengt in een moeitevol en spannend spagaat. Wat zo zou moeten zijn, is soms niet zo. Dat is de gebro­kenheid waarin wij ook kerkelijk staan.

We luisteren vervolgens naar de voorzitter van deputaten. Volgens hem is het woord vertrouwen ‘des Pudels Kern’ in deze kwestie. Deputaten willen met hun voorstel vertrouwen tonen én geven aan de samen­wer­kings­ge­meenten. Er komt een aarzelend antwoord op de vraag of je zondig en ongees­telijk bezig bent, als je moeite hebt met de kerke­lijke eenheid met de GKV/NGK. Het kan ook een kwestie van herkenning zijn, omdat de verschij­nings­vormen en de cultuur verschillen. Waar de GKV zullen gaan uitkomen, zal moeten worden afgewacht.

Vervolgens is het woord aan prof. J.W. Maris. Hij merkt op dat de hele discussie volgens hem wordt gedomi­neerd door vrees. Het zou beter zijn als de geschonken gemeen­schap der heiligen de basis van de bespre­kingen zou zijn. Beide voorstellen geven ook een belang­rijke plaats aan de factor vrees. Misschien zou de factor van de gemeen­schap der heiligen meer een rol kunnen spelen bij de voorstellen. En ook op de classis­ver­ga­de­ringen een grotere plaats mogen innemen. Dan willen we luisteren naar en leren van niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers. Er wordt ook gerefe­reerd aan het federatief groei­model. Het werd door de synode goed genoemd, maar af geser­veerd, omdat de kerken het niet konden dragen. Ook hier heeft vrees een promi­nente rol gespeeld.

Daarna krijgt prof. T.M. Hofman het woord. Hij spreekt zijn waardering uit voor het werk van de commissie. Hij heeft gemerkt dat zij gepro­beerd heeft alle lijnen vast te houden en op een objec­tieve manier verder te komen. Er wordt in het voorstel ook echt een stap vooruit gezet. Hij steunt het voorstel van de commissie. Het is een voorzichtige stap vooruit die wijs is, gezien ook de ontwik­ke­lingen in het kerkelijk leven in Nederland.

In een derde ronde wordt een viertal voorstellen ingediend. Ze worden in handen van de commissie gegeven. Op een later tijdstip zal de synode hierover verder verga­deren.

Vooraf­gaande aan de maaltijd spreekt br. G.H. Kuijlenburg een gebed uit.

middag­ver­ga­dering

Na de maaltijd zingen we Psalm 25:2,6. Daarna leest ds. A.A. Egas Jesaja 26:1-4 en gaat hij voor in gebed.

kerk en Israël

Het rapport van het deputaat­schap kerk en Israël wordt aan de orde gesteld. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: hoe stellen deputaten het zich voor om gebruik te maken van externe deskun­digheid? Wat is nu precies het doel van de studie­op­dracht? Houden deputaten de kerken daarbij in het oog of gaat het meer om een acade­mische studie? Is er al iets te zeggen over de toekomst van de post in Jeruzalem, nu bekend is dat het contract van ds. A. Brons volgend jaar afloopt? Heeft ds. Brons in Israël contact met Messias belij­dende Joden? En met br. Dekker in Nazareth? En met de groep gerefor­meerde voorgangers in Israël die geregeld samen­komen? Is de situatie in Israël niet zo dat er nu meer accent op de verkon­diging kan worden gelegd? Hoe ziet de commissie de noodzaak van de verhoging van de omslag? Dit kan toch niet alleen bij commissie 6 neergelegd worden? De synode bepaalt het beleid en kijkt vervolgens of daar middelen voor zijn. Denken deputaten bij hun contacten ook aan contacten met de kerken met wie wij samen­werken en samen­spreken? Is al duidelijk hoe het precies zit met de landbe­lofte, of moet daar nog op gestu­deerd worden?

De rapporteur reageert op de vragen. Dat de commissie zich niet uitge­breid uitspreekt over de gevraagde omslag, heeft ermee te maken dat commissie 6 over de financiën van de deputaat­schappen gaat. Maar een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. De commissie staat van harte achter het werk en het beleid van deputaten en is het eens met de gevraagde hogere omslag.

De voorzitter van deputaten, ds. J. Groenleer, krijgt het woord. Hij merkt o.a. op dat tijdens de jaarlijkse bezin­nings­week­enden sprekers uitge­nodigd worden van wier deskundige inbreng geleerd wordt. Ook op andere manieren wordt van de expertise van anderen gepro­fi­teerd. Het gaat inderdaad om een zeer omvang­rijke studie die deputaten onder­nemen. Als zij tot eindre­sul­taten zijn gekomen, willen zij die in ‘hapklare brokken’ aan de kerken presen­teren. Er wordt al nagedacht over de opvolging van ds. Brons die volgend najaar hoopt te repatriëren. Er zal een opvolger voor hem worden gezocht en tegelijk wordt er nagedacht over de vraag of het werk in Israël eventueel andere toespit­singen nodig heeft. Ds. Brons heeft inderdaad contacten met Messias belij­dende Joden in Israël. Deputaten gaan graag voor de dialoog, waarin dan indien mogelijk een verkon­digend element wordt aange­bracht. Ds. Brons heeft ook regel­matig contact met br. M. Dekker die namens de Geref. Gemeenten in Nazareth werkt. Als deputaat­schap hebben we contact met de Geref. Bond via het CIS en met de GKV via Yachad en het CIS. De kwestie van de landbe­lofte zal nog verder bestu­deerd worden en bij een eindcon­clusie zal daarover gepubli­ceerd worden.

In een tweede ronde wordt de volgende vraag gesteld: kan er door de commissie nog iets meer gezegd worden over het gewenste beleid van deputaten? Dat is van belang voor de vaststelling van de omslag. Mocht de gevraagde omslag niet overge­nomen worden, wat voor uitwerking heeft dat dan op het beleid van deputaten? Zij zullen dan eigen­machtig in hun beleid moeten gaan snijden.

De rapporteur geeft aan dat hij op dit moment niet meer kan zeggen over het beleid van deputaten dan dat hij al gedaan heeft. De commissie keurt het beleid van deputaten goed en wil de ruimte geven om verder te studeren.

De tweede voorzitter van deputaten geeft aan dat het nieuwe beleidsplan voor 2016-2019 nog niet ingediend kon worden, omdat de inhoud ervan afhan­kelijk is van de goedkeuring van de synode van het beleid van de achter­lig­gende jaren.

Vervolgens worden de besluit­voor­stellen van de commissie door de synode overge­nomen.

kleine kerken

Opnieuw wordt de instructie uit de parti­cu­liere synode van het zuiden aan de orde gesteld die gaat over de proble­matiek van kleine kerken. Opgemerkt wordt dat er misschien een voorstel zal komen over een aanvulling op de opdracht voor de taakgroep. Een andere afgevaar­digde wil wellicht de opdracht op een bepaalde manier beperken. Hoe denkt de commissie hierover? Zouden chris­tenen een preek­plaats in een bepaalde plaats niet open kunnen houden?

De rapporteur reageert. De commissie wil nieuwe voorstellen graag eerst onder ogen zien om erop te kunnen reageren. De gedachte om chris­tenen in te schakelen bij de instand­houding van een preek­plaats kan meege­nomen worden in de bezinning. Naar aanleiding van het preadvies van prof. Selderhuis wordt opgemerkt dat de taakgroep toch zeven leden moet hebben. Dat is de best werkbare samen­stelling. Extra expertise van buiten kan altijd ‘ingevlogen’ worden. Vervolgens geeft de rapporteur twee aanvul­lende voorstellen, die recht doen aan de gemaakte opmer­kingen. Ds. Schenau reageert namens de PS van het zuiden. Hij pleit ervoor dat het oorspron­ke­lijke voorstel van de commissie blijft staan.

In een derde ronde wordt een aantal voorstellen ingediend. Samen met de besluit­voor­stellen van de commissie worden ze overge­nomen.

onder­linge bijstand en advies

Na de theepauze wordt het rapport van deputaten onder­linge bijstand en advies aan de orde gesteld. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: waarom zou de commissie partners in zending niet onder OB&A kunnen gaan vallen? Waarom wil het Diensten­bureau niet tot een unifor­miteit in het publi­ceren van gegevens komen? Hoe bindend is een advies van OB&A inzake het beroe­pingswerk? Wat is de bedoeling van het voorstel over de opschorting van een bepaalde regel?

De rapporteur antwoordt dat de vorige synode heeft besloten dat een bepaalde onder­steuning per 1 januari 2017 zal stoppen. Het blijkt beter te zijn om deze onder­steuning nog een paar jaar te laten doorlopen en vandaar dit voorstel.

De voorzitter van deputaten, br. O. Zuidema, antwoordt namens deputaten. Hij legt uit waarom de commissie partners in zending beter niet onder OB&A kan gaan vallen. Deze gemeenten zouden niet gebaat zijn bij de strikte regel­geving van OB&A. Daar moet veel meer maatwerk geleverd worden. Uitgelegd wordt wat de houding van het Diensten­bureau is geweest inzake het unifor­mi­seren van de gegevens. Uitgelegd wordt ook hoe deputaten OB&A omgaan met hun advies inzake beroe­pingswerk.

In een tweede ronde wordt gevraagd hoe deputaten gemeenten gaan voorbe­reiden die over drie jaar die 30% steun gaan verliezen.

Br. Zuidema legt uit waarom deputaten voor dit uitstel zijn. Zij nemen op zich dat zij de gemeenten die het betreft zorgvuldig op de veran­dering in de bijdrage zullen voorbe­reiden.

Er worden geen voorstellen ingediend. De synode neemt de besluit­voor­stellen van de commissie over.

diver­ge­rende besluiten

Er wordt een instructie aan de orde gesteld van de parti­cu­liere synode van het westen waarin gevraagd wordt om de kerkorde aan te passen inzake de samen­wer­kings­ge­meenten. Die hebben te maken met besluiten van twee verschil­lende synoden, die soms diver­gerend zijn. Dat kan leiden tot lastige situaties. Er wordt een voorstel gedaan om de kerkorde op dit punt aan te passen. Door een aantal afgevaar­digden wordt een vraag gesteld of een opmerking gemaakt. Na de bespreking stelt de preses voor dat de PS van het westen en de commissie even ‘de koppen bij elkaar zullen steken’, omdat naar zijn overtuiging de instructie en het besluit­voorstel van de commissie heel dicht bij elkaar liggen en samen te brengen (moeten) zijn. Na de theepauze wordt een iets aangepast besluit­voorstel door de commissie gepre­sen­teerd. De synode neemt dit over.

rentmees­ter­schap en duurzaamheid

Er wordt vervolgens een instructie aan de orde gesteld van de parti­cu­liere synode van het westen waarin gevraagd wordt om ervoor te zorgen dat finan­ciële regel­geving van onze kerken niet belem­merend zal werken voor concrete stappen die de kerken wensen te zetten vanuit het beginsel van rentmees­ter­schap en duurzaamheid. Gevraagd wordt of de commissie nog eens wil nadenken over het signaal dat ervan uitgaat als deze instructie wordt afgewezen. Zijn de Chris­te­lijke Gerefor­meerde Kerken niet voor rentmees­ter­schap en duurzaamheid?

De rapporteur geeft aan dat er best gewor­steld is met deze instructie. Er is advies ingewonnen bij deputaten OB&A en daarna is de commissie tot dit voorstel gekomen.

Na een tweede vragen­ronde neemt de commissie het besluit­voorstel terug en zegt toe na overweging van de gemaakte opmer­kingen terug te komen met een nieuw voorstel.

afvaar­diging ambts­dragers

Opnieuw wordt de afvaar­diging van niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers naar de classis­ver­ga­de­ringen van onze kerken aan de orde gesteld. Er liggen vijf voorstellen op de synode­tafel. Naast die van deputaten en van de commissie zijn die van ds. P.J. den Hertog, br. A.J. de Vuijst en ds. A.A. Egas/H. Korving. Er wordt even gedis­cus­sieerd over de volgorde van de besluiten naar de mate van verstrek­kendheid. De synode stelt vast dat de juiste volgorde ten opzichte van de huidige situatie is: het voorstel van ds. Den Hertog – het voorstel van br. De Vuijst – het voorstel van deputaten – het voorstel van de commissie – het voorstel van ds. Egas/Korving. Het voorstel van de commissie wordt met 38 stemmen aange­nomen. De preses geeft aan dat we de moeiten rond dit besluit allemaal voelen en dat we daarom met elkaar in gesprek hierover zullen moeten blijven.

Vooraf­gaande aan de maaltijd gaat br. I.L. Stolk voor in gebed. Na de maaltijd zingen we Psalm 71:10,11. Daarna leest br. H. Kramer Psalm 103 en gaat hij voor in gebed.

avond­ver­ga­dering
evange­li­satie

Vooraf­gaande aan de behan­deling van het rapport van deputaten evange­li­satie krijgt br. Jurjen ten Brinke het woord om een presen­tatie te houden over de zendings­ge­meenten in Nederland. Hij vertelt over de zegen en de zorgen in deze gemeenten. En ook over de vragen die in deze gemeenten opkomen en op kerke­lijke verga­de­ringen besproken moeten worden. De zendings­ge­meenten vragen aan onze kerken om gebed, theologie, mensen en geld. De zendings­ge­meenten hebben de kerken ook wat te bieden: een intens verlangen om missi­onair bezig te zijn in de samen­leving om zo hen tot zegen te zijn die God niet kennen. De preses beant­woordt de toespraak van br. Ten Brinke met een aantal harte­lijke woorden en wenst de zendings­ge­meenten Gods zegen toe. We hebben elkaar in de kerken inderdaad nodig en fijn dat we vanavond op deze manier van elkaar mogen leren.

In een eerste ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld: waarom lijkt er door deputaten geen bezinning te hebben plaats­ge­vonden op de plaats van vluch­te­lingen en asiel­zoekers in de zendings­ge­meenten en in de geves­tigde kerken? Wat hebben deputaten gedaan met de uitkomst van de enquête onder de 19 predi­kanten? Waarom levert de cursus Getui­gende Gemeente zo weinig missi­onair elan op en daadwer­kelijk missi­onair bezig zijn? Hoe wordt inhou­delijk gewerkt met de handrei­kingen van deputaten over doop en avondmaal? Dat zijn toch geen vrijblij­vende documenten? Moeten deze handrei­kingen niet door de synode worden vastge­steld? Is de opdracht tot studie op de gerefor­meerde ambts­the­o­logie niet te massief? Kan er iets meer gezegd worden over de scherpe beleids­keuzes die deputaten denken te moeten gaan maken? Op welke manier wordt er leiding gegeven aan de keuzes rond de (kinder)doop? Hoe beïnvloedt de contex­tu­a­li­satie de gemeen­te­vorming van zendings­ge­meenten? Wat zijn de knelpunten tussen de moeder­ge­meenten en de zendings­ge­meenten? Wat is de eigenheid van de zendings­ge­meenten en welke compe­tenties zijn er nodig om daar kerkvi­si­tatie te kunnen doen? Is het visiestuk van deputaten al vastge­steld of kan er nog wat aan gewijzigd worden? Is het deputaat­schap eredienst wel een geschikt deputaat­schap voor een advies voor de hertaling van de litur­gische formu­lieren? Hebben zij de expertise in huis voor dit werk? Kennen zij de taal die in de zendings­ge­meenten gesproken worden voldoende? Zijn zij niet meer gericht op de taligheid in de tradi­ti­onele gemeenten? Kan er iets meer gezegd over de bijeen­komsten waarin gesproken wordt over zieken­zalving en bevrij­dings­pas­toraat? Hoe kijken deputaten aan tegen huiskringen en wat daar gebeurt? Er wordt gerefe­reerd aan weekenden van de Vierde Musketier. Daar wordt geregeld het avondmaal gevierd. Hoe kijken deputaten daar tegenaan? Predi­kanten worden aange­spoord om stage te gaan lopen in zendings­ge­meenten, maar is de omgekeerde beweging ook een aandachtspunt van deputaten? Voorgangers van zendings­ge­meenten kunnen toch ook van tradi­ti­onele kerken leren? Hoe kan een doop achteraf als een onwettige doop worden aange­merkt? Dat is toch niet altijd te achter­halen? Waarom zoveel nadruk op het laten meegaan van een deputaat evange­li­satie op kerkvi­si­tatie?

De rapporteur reageert op de vragen. Hij geeft aan dat de handrei­kingen zeker inhou­delijk aan de orde worden gesteld en zeker niet vrijblijvend. Het gaat om handrei­kingen voor gesprekken en daarom zijn ze niet aan de synode aange­boden om vastge­steld te worden. De commissie denkt dat de studie­op­dracht weliswaar breed is, maar deputaten willen er graag zo mee aan de slag. Met de financiën die door de kerken beschikbaar worden gesteld, willen deputaten vooral inves­teren in mensen, expertise en begeleiding. Er wordt op allerlei manieren gepro­beerd om het gerefor­meerde gedach­tegoed te laten landen in de zendings­ge­meenten, zie bijv. de gewenste aanpassing van litur­gische formu­lieren. Op blz. 19 van het rapport staan de spanningen die er zijn tussen moeder­ge­meenten en zendings­ge­meenten. Deputaten kunnen aangeven wat de eigenheid van een zendings­ge­meente is en binnen een classis zal gezocht moeten worden naar broeders die gaven hebben om een zendings­ge­meente te kunnen visiteren. Deputaten evange­li­satie zullen het voortouw nemen bij de hertaling van de litur­gische formu­lieren en dan deputaten eredienst om advies vragen. Een deputaat evange­li­satie meenemen op kerkvi­si­tatie lijkt de commissie goed vanwege de expertise die hij of zij kan inbrengen.

De voorzitter van deputaten, ds. J. Nutma, reageert namens deputaten. Er is geen reflectie op vluch­te­lingen en asiel­zoekers geweest, omdat dat niet tot de opdrachten van deputaten behoorde. Toch krijgen zij bij alle missi­o­naire projecten ermee te maken. De cursus Getui­gende Gemeente slaat niet echt aan, omdat de mensen die je ermee wilt bereiken, de cursus niet volgen. De hele gemeente zal overtuigd moeten worden van de missi­o­naire roeping. Deputaten willen daar de komende tijd meer op inzetten. Het instrument van de kerkvi­si­tatie is een mooi instrument om te begeleiden en te sturen. Vaste visita­toren kunnen op die manier veel voor de zendings­ge­meenten betekenen. De mensen die de litur­gische formu­lieren zullen gaan herschrijven, zullen zich goed verge­wissen van de taligheid van de zendings­ge­meenten. De laatste jaren hebben deputaten inderdaad meer reactief dan proactief gewerkt. Dat willen zij veran­deren. De geves­tigde kerken zullen daarbij betrokken worden. Bij een huiskring wordt vooral gedacht aan een kring in een wijk die missi­onair bezig is. Weder­ke­righeid is belangrijk voor deputaten. We kunnen van elkaar leren en moeten dat ook echt doen.

Ds. C.H. Legemaate beant­woordt de vragen over de doop. De handreiking daarover, en die over het avondmaal, zijn geen tweede kerkorde, maar handrei­kingen die in gesprekken kunnen helpen. Er wordt iets verteld over de worsteling die er kan zijn met de kinderdoop in de zendings­ge­meente en hoe daar ambtelijk op wordt ingegaan. De vaststelling van de wettigheid van een doop is soms heel lastig. Van geval tot geval moet daarin een beslissing genomen worden.

In een tweede ronde wordt aange­kondigd dat er twee voorstellen zullen worden ingediend over de bevor­dering van het missi­o­naire bewustzijn in de tradi­ti­onele kerken en over de bezinning op de plaats van vluch­te­lingen en asiel­zoekers in onze kerken. Omdat de verga­dertijd erop zit, gaat op een ander tijdstip de bespreking over dit rapport verder.

Op dit moment worden de aanwezige broeders en zusters uit de zendings­ge­meenten naar het podium geroepen. Als zij daar staan, zingen we hen Psalm 134:3 toe. Daarna leest ds. L.A. den Butter Psalm 100 en gaat hij voor in gebed. Daarna zingen we Psalm 100:1-4. De achtste zittingsdag van de synode behoort tot het verleden.

zevende verga­derdag 23 november

Voordat uw verslag­gever aan het schrijven van dit verslag begon, deed hij in de vroege morgen mee aan een Bijbel­studie van een aantal zaken­mensen uit Nunspeet en omgeving. Zij zijn aange­sloten bij het CBMC, een organi­satie die zaken­mensen wil helpen Jezus Christus te vinden, te volgen en te verkon­digen. Het was interessant en boeiend om met hen te spreken over een gedeelte van het Woord van God.

opening

De preses opent de zevende zitting van de synode. Hij laat Psalm 5:1,2,4 zingen en leest vervolgens 2 Timotheüs 2:1-13. Daarna gaat hij voor in gebed.

appel nominaal

Eén afgevaar­digde blijkt nog niet aanwezig te zijn, alle andere afgevaar­digden hebben hun plaats weer ingenomen. Voordat we aan de agenda van vandaag beginnen, krijgt ds. H. van der Ham het woord. Hij presen­teert zijn nieuwste boek Ambts­broeders. Hij leest een aantal passages uit het boek voor. Vervolgens overhandigt hij het aan de preses en aan de andere leden van het moderamen en aan de aanwezige pread­vi­seurs.

perma­nente educatie van predi­kanten

Vanmorgen is een aantal rapporten aan de orde die te maken hebben met onze Theolo­gische Univer­siteit. Aller­eerst wordt een rapport aan de orde gesteld dat gaat over de verdere vorming van de admis­siale studenten en over de perma­nente educatie van predi­kanten. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: wat moeten we ons voorstellen bij het afnemen van een assessment en wat gebeurt er als men de compe­tenties niet heeft om predikant te worden? Waar moeten de vragen over de perma­nente educatie gesteld worden? Hoeveel tijd wordt gevraagd aan perma­nente educatie van de predi­kanten? Gaat de TUA hier een belang­rijke rol in spelen? Er is daar genoeg in huis! Is het het goede moment om ná het admissie-examen een assessment af te nemen? Welke gevolgen heeft een negatief assessment voor het behouden van de admis­siale status?

De rapporteur reageert op de vragen die aan de commissie zijn gesteld. De commissie stelt voor om de vragen over de perma­nente educatie te laten stellen tijdens het jaarlijks ambtelijk gesprek. Dat is beter dan tijdens de kerkvi­si­tatie. De vorige synode heeft al uitge­sproken dat de perma­nente educatie een verplichtend karakter heeft. Dat bevestigt de commissie nog een keer. We kunnen zeker gebruik maken van wat al voorhanden is. De coördi­nator aan de TUA kan dit aanbod aanvullen en verrijken. Het is goed als ook vanuit eigen kring materiaal en cursussen worden aange­boden.

Ds. C. van Atten spreekt namens het curatorium. Hij geeft aan dat een assessment zoekt naar de zwakke en sterke punten van de student. Het curatorium kan ook punten meegeven voor het assessment. De uitkomst van het assessment geeft aan waar de kandidaat aan zal moeten werken. Het is niet voorstelbaar dat alle tien punten negatief zijn. De vorige synode heeft besloten dat de classis de perma­nente educatie van de predi­kanten zou contro­leren. De commissie wil dat meer bij de kerkenraad leggen. Het is aan de synode wat het wordt. Het is natuurlijk wel goed dat de kerkenraad daar ook met de predikant over spreekt. Het is de vraag of de TUA de perma­nente educatie erbij kan hebben. De werkbe­lasting van de hoogle­raren is al hoog en zijn er financiën voor beschikbaar? Er zijn al heel goede initi­a­tieven en programma’s elders en waarom zouden we daar geen gebruik van maken? Het admissie-examen is geen psycho­lo­gisch onderzoek. In dat examen gaat het om de genade­staat en de roeping tot het ambt. Als die overge­nomen kunnen worden, kan vervolgens gekeken worden naar het psychisch functi­o­neren van de student. Als daar wat negatiefs uitkomt, kan daaraan gewerkt worden.

In een tweede ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld: kan de TUA ook niet wat aanbieden naast wat er al aange­boden wordt? Het gaat er niet om dat de TUA dit alleen gaat doen. Er wordt nog even doorge­vraagd op het punt van het moment van het afnemen van een assessment. Is het toch niet beter om het assessment vóór het admissie-examen te laten plaats­vinden?

De rapporteur beant­woordt de aan de commissie gestelde vragen. Het zou een goede zaak zijn als het document over het jaarlijkse broeder­lijke gesprek met de kerkenraad nog een keer naar de kerken­raden wordt gestuurd, aangevuld met de nieuwe vragen over de perma­nente educatie.

Ds. Van Atten geeft vervolgens aan dat de TUA een rol kán gaan spelen in de perma­nente educatie, maar tegelijk kan er meegelift worden met andere organi­saties. Psycho­logie, commu­ni­catie en presen­tatie zijn ook velden die aandacht moeten krijgen. Het curatorium blijft bij het besluit om het assessment ná het admissie-examen te laten plaats­vinden. Dat is het goede moment.

Prof. Peels krijgt het woord. Hij geeft aan dat de TUA graag betrokken wordt en blijft bij de perma­nente educatie van onze predi­kanten. Binnen de mogelijk­heden die er zijn, zal dit echt een aandachtspunt in de komende tijd zijn (valori­satie). In het rapport over de GTU wordt daar een hoofdstuk aan geweid.

De besluit­voor­stellen van de commissie worden vervolgens met een kleine aanvulling overge­nomen.

raad van toezicht TUA

Na de pauze komt het rapport van de raad van toezicht (RvT) van de TUA aan de orde. In een eerste ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld: zijn alleen de neven­functies debet aan de hoge werkdruk van de hoogle­raren? Waarom is er geen analyse gemaakt van het eigen­lijke werk van de hoogle­raren? Is de voorge­stelde regeling valide genoeg voor het geval er een arbeids­con­flict is? Er worden ook andere vragen gesteld i.v.m. mogelijke conflicten. Er wordt ook een vraag gesteld over de hoogte van het salaris van het college van bestuur (CvB). Wat gebeurt er als een kerke­lijke docent in een college een dwaling venti­leert? Wat is de rol van de NGK-docenten aan de TUA? Waarom staat er niets over de NGK-predi­kants­op­leiding in het rapport? Zij valt toch ook ander de CvB en daarmee onder de RvT? Hoe houdt de RvT feeling met de TUA? Wat is er nu precies veranderd in de formele regelingen? Dat is in het toege­stuurde document niet na te gaan. Hoe hebben de gremia aan de TUA gerea­geerd op de aange­paste formele regelingen? Krijgt het CvB niet te veel bevoegd­heden volgens de nieuwe regelingen? Hoe kijkt het curatorium aan tegen zijn advise­rende stem inzake een schorsing van een hoogleraar? Heeft de CvB het recht om een generale synode samen te roepen? Hoe is de procedure voor de benoeming van een hoogleraar verlopen? Waarom wil de commissie het toezicht op leer en leven van de hoogle­raren bij de CvB leggen? Dat is toch een taak voor de kerken c.q. het curatorium?

De rapporteur van de commissie krijgt het woord. Hij zegt onder andere dat het curatorium inderdaad op een wat andere plek is gekomen door de nieuwe manier van benoemen van hoogle­raren. Zij krijgen nu een arbeids­rech­te­lijke aanstelling aan de TUA. Mochten er problemen ontstaan, dan wordt het curatorium daar natuurlijk bij betrokken. De formele regelingen zijn aangepast aan de nieuwe situatie van benoemen. De commissie meent dat de CvB niet te veel bevoegd­heden krijgt in de nieuwe voorstellen. Dit is in lijn met de wette­lijke regelingen. Een advies van het curatorium heeft groot gewicht en er kan vanuit gegaan worden dat de CvB hier gehoor aan zal geven.

Ds. Van der Zwan beant­woordt de vraag wat het curatorium vindt van het gewicht van haar advise­rende stem inzake een schorsing. Op een andere plek in het reglement staat dat een schorsing alleen kan doorgezet worden na goedkeuring van het curatorium.

Vervolgens krijgt prof. Peels als rector van de TUA het woord. Hij legt eerst uit wie er precies deel kunnen uitmaken van het college van hoogle­raren. Vervolgens wordt uitgelegd hoe een bijzondere leerstoel aan de TUA gevestigd kan worden. Een bijzondere hoogleraar wordt betaald door de externe partij die hem aange­dragen heeft en heeft zijn eigen curatorium. Daar zit steeds ook iemand van de TUA in. Vervolgens gaat het over het accre­di­teren van de Ned. Geref. Predi­kan­ten­op­leiding. Daar wordt jaarlijks door de TUA goede aandacht aan gegeven. Daarna gaat het over de werkdruk van de hoogle­raren. Zij hebben veel neven­functies, maar heel wat van die functies vloeien voort uit hun werk en zijn ter onder­steuning ervan. Het college van hoogle­raren is niet gevraagd om instemming met de nieuwe formele regelingen.

Ds. R.J.W. Soeters beant­woordt de vragen namens de RvT van de TUA. Hij geeft onder andere aan dat het salaris van de UHD’s op een wettelijk niveau ligt en soms daarboven kan komen. Vervolgens wordt er iets verteld over de slimme studenten die elders ingeschreven staan en aan de TUA studeren. Het salaris van de CvB is conform de wette­lijke richt­lijnen. Momenteel wordt er in de Kamer gedis­cus­sieerd over de hoogte van dit salaris. De RvT bezoekt regel­matig de TUA en leeft zo mee met de opleiding. De veran­de­ringen in de formele regelingen zijn conform de wette­lijke regels en zijn langs alle gremia van de TUA gegaan. Het CvB kan het initi­atief nemen om een generale synode te laten samen­komen voor de benoeming van een nieuwe hoogleraar. Hij zal dan contact opnemen met de roepende kerk. De procedure voor het benoemen van hoogle­raren is goed bevallen.

In een tweede ronde wordt opnieuw gevraagd of er gesproken is met de UHD’s over de finan­ciële knelpunten in hun leven. Nog een keer wordt opgemerkt dat het salaris van de CvB toch wel aan de hoge kant is, gezien ook wat in de GKV betaald wordt. Een andere afgevaar­digde geeft aan dat een UHD-er bij ons in verhouding een laag salaris heeft. Hij geeft een verge­lijking met een leraar licha­me­lijke oefening in het voort­gezet onderwijs die met een 4-jarige Hbo-opleiding hetzelfde verdient als een UHD-er bij ons. Een andere afgevaar­digde legt de vinger nog een keer bij een aantal formele regelingen.

Prof. Peels legt uit wat de invloed van de hoogle­raren op de formele regelingen is geweest. De positie van bijzondere hoogle­raren zou nog te veran­keren zijn in die regelingen.

Ds. Soeters geeft aan dat over finan­ciële knelpunten met de UHD’s is gesproken en dat er getracht is tot een oplossing te komen. Er is niets bekend over de overwe­gingen die geleid hebben tot het salaris van de CvB van de TUK. Bij een verschil van mening over een schorsing zal men er samen uit moeten zien te komen.

In een derde ronde doet ds. A. Versluis een tweetal voorstellen. Zij worden in handen van de commissie gegeven en op een later tijdstip zal de synode erop terug­komen.

studie- en stimu­le­rings­fonds

Opnieuw wordt het rapport van het studie- en stimu­le­rings­fonds aan de orde gesteld. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: waarom wil de commissie nu wel een lening geven? Eerst werd gezegd dat steun geven na het afstu­deren niet tot de compe­tentie van het studie­fonds behoort. De afgevaar­digde onder­steunt het standpunt van het minder­heids­rapport van ds. Droger. Ds. Schenau vraagt of de hoogle­raren geraad­pleegd zijn door de commissie over zijn voorstel (de studenten krijgen een beperkte studie­op­dracht in ruil voor extra onder­steuning).

De rapporteur geeft aan hoe de commissie tot een nieuw standpunt is gekomen (er kan steun gegeven worden voor maximaal zes maanden in de vorm van een lening). Deze regel zal gelden voor álle admis­siale studenten. Zo wordt rechts­on­ge­lijkheid voorkomen. Het is goed voor de studenten om in de praktijk wat werk te doen. De hoogle­raren zijn niet geraad­pleegd over het voorstel van ds. Schenau.

Br. J. Westeneng geeft namens deputaten aan dat zij het minder­heids­standpunt van ds. Droger van harte onder­steunen (de onder­steuning zal bestaan uit een gift én een lening). Hij adstrueert dat aan de hand van een brief van een student die kortge­leden werd ontvangen. Het kan toch niet zo zijn dat de bijstand barmhar­tiger is dan de kerk?

Vervolgens worden de besluit­voor­stellen van de commissie aan de orde gesteld. De eerste vier worden door de synode overge­nomen. Daarna wordt het voorstel van ds. Droger in stemming gegeven. Met 23 stemmen voor wordt het verworpen. Vervolgens wordt het voorstel van de commissie aange­nomen.

Br. H. Lokhorst eindigt de morgen­ver­ga­dering met gebed. Na de maaltijd zingen we Psalm 86:6. Daarna leest br. J.W.G. Koning Kolos­senzen 2:1-3 en gaat voor in gebed.

Vervolgens gaat de synode in comité (achter gesloten deuren verder met verga­deren). Daar kan dus niets over verteld worden.

presen­tatie Refo 500

Aan het einde van de middag geeft zr. Karla Apperloo-Boersma een presen­tatie over Refo 500. Volgend jaar is het 500 jaar geleden dat in Wittenberg de Refor­matie begon. Er wordt en zal veel aandacht aan worden besteed. We horen op welke manier we in de gemeente aandacht kunnen besteden aan de (herdenking van de) Refor­matie. Genoemd worden: herdenken, vieren, healing of memories, actua­li­seren en herori­ën­teren. Er wordt een aandachts­punten gegeven voor de organi­satie van een bijeen­komst. Genoemd worden o.a. het benoemen van de actua­liteit, het aangeven van de motivatie en het inbrengen van een stukje beleving (studiereis, tafel­ge­sprek). Andere activi­teiten van Refo 500 zijn: het uitgeven van boeken, lesma­te­riaal, een Luther­glossy, preken. Er zijn cursussen, er komt een tentoon­stelling in museum Catha­rij­ne­convent, er worden reizen georga­ni­seerd. Geadvi­seerd en gevraagd wordt om in de gemeente bestaande activi­teiten volgend jaar een keer te vullen met een thema uit de Refor­matie.
De preses bedankt zr. Apperloo voor de presen­tatie en voor de stimulans die ervan uitgaat. Laten we onze winst ermee doen!

kleine kerken

Vlak voor de maaltijd word nog een instructie aan de orde gesteld. Het is een instructie van de parti­cu­liere synode van het zuiden waarin gevraagd wordt om het instellen van een taakgroep die gaat nadenken over de toekomst van kleine gemeenten in ons kerkverband. In een eerste ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld: is de opdracht voor de taakgroep niet te breed? Gaat deze taakgroep ook nadenken over de kerke­lijke betrok­kenheid van gemeen­te­leden? Is het alleen de geringe offer­vaar­digheid die het onmogelijk maakt dat een kleine gemeente een eigen predikant heeft? Vacante gemeenten vinden het soms prima om geen eigen predikant te hebben. Moet dit probleem vanuit een commissie en vanuit een synode worden aange­vlogen? Of moet dit op het grondvlak aan de orde worden gesteld? Een andere afgevaar­digde roept op om dit onderzoek te gaan doen en daarbij te kijken naar wat er allemaal mogelijk is, ook aan nieuwe vormen. Opgemerkt wordt dat het onderzoek in het buitenland met een beschaamd gezicht zal moeten gebeuren, want wat hebben zij daar vaak veel over voor de instand­houding van een kleine gemeente.

De rapporteur van de commissie reageert. Hij legt uit wat de bedoeling van het voorstel van de commissie is. De commissie is voor het instellen van een taakgroep die heel breed kijkt en bezint. Daarbij zal ook nagedacht kunnen worden over nieuwe vormen en mogelijk­heden. De commissie denkt aan een taakgroep met mensen met allerlei exper­tises, zodat het niet alleen over bijv. financiën gaat. Een aantal van zeven kan een breed samen­ge­stelde groep vormen. De kerke­lijke betrok­kenheid zal door de taakgroep meege­nomen moeten worden en ook over de offer­vaar­digheid. Een eigen predikant is heel belangrijk voor een gemeente.

Prof. Selderhuis krijgt het woord voor een preadvies. Hij vraagt zich af of een kleinere taakgroep niet beter is. De expertise kan dan van elders aange­trokken worden. Er kan ook gebruik gemaakt worden van de TUA, bijv. door een student een scriptie over dit onderwerp te laten schrijven. Het is ook verstandig om de kerken in Nederland te raadplegen op dit punt.

De schrijver van dit verslag leest aan het einde van de middag­ver­ga­dering Jakobus 1:5,6a en gaat voor in gebed. Na de maaltijd zingen we Ps. 78:2,3,4. Daarna leest br. R. Veldhuijzen van Zanten Filip­penzen 1:27-2:5 en gaat hij voor in gebed.

kerkjeugd en onderwijs

Aan het begin van de avond komt het rapport van deputaten kerkjeugd en onderwijs aan de orde. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: hoe verlopen de bezoeken aan de refor­ma­to­rische scholen van voort­gezet onderwijs? Worden ook chris­te­lijke scholen voor voort­gezet onderwijs bezocht en met hen gesproken over het godsdienst­on­derwijs? Is ook de rol van de groot­ouders bij deputaten in beeld bij de opvoeding van de kinderen? Wat is er de oorzaak van dat steeds meer gemeenten geen binding hebben met een van de jeugd­bonden? Wat is de verbinding tussen de websites ‘geloven in het gezin’ en ‘abc van het geloof’? Hoe kunnen predi­kanten meer aandacht aan de jongeren besteden in de diensten? Is er voldoende oog voor de jongeren in de gemeente en zo nee, hoe kan dat verbeterd worden? Kunnen we ook niet van andere kerken leren hoe zij jongeren proberen te bereiken? Hoe denken deputaten stude­renden te onder­steunen en te stimu­leren? Is het echt zo dat kerkver­laters makke­lijker terug­komen als ze met open armen zullen worden ontvangen? Waarom moet er op de classis een bewust­wording op gang komen over het belang van de kerk voor jongeren? De opmerking wordt gemaakt dat we de komende drie jaar het onderzoek moeten doen, maar tegelijk aan de slag moeten voor onze jongeren. Wat kunnen we nu al voor hen betekenen? Hoe kunnen we met hen in gesprek komen? JWO’s, houd ons scherp! Laten we niet alleen wat voor doeners doen, maar ook de denkers in het oog houden. Is er een leeg midden in onze kerken van gemeenten die zich niet herkennen in een van de JWO’s? Moeten zij hun focus niet wat verleggen? Vraagt het bereiken van jongeren in onze tijd niet nog meer dan in de voorstellen wordt aange­geven?

De rapporteur van de commissie reageert. Het speerpunt van het rapport is: hoe bereiken we onze jongeren? Ieder jaar raken we in de kerken heel veel jongeren kwijt. Vanuit de deputaten en de jeugd­bonden komt de indrin­gende vraag naar de synode toe: geef ons de ruimte om meer aandacht te geven aan onze jongeren. De commissie wil de jonge­ren­pro­ble­matiek ook op de classis aan de orde laten komen, omdat we het probleem allemaal kennen en van elkaars aanpak kunnen leren. Het is heel belangrijk dat ouderen voor jongeren identi­fi­ca­tie­fi­guren zijn. Laten we ook toegan­kelijk voor hen zijn. Een gezamen­lijke preek­be­spreking kan heilzaam werken. Jongeren bij ouderen een klusje laten doen, kan tot een mooi contact leiden. Laten jongeren in de prediking worden aange­sproken. Het klopt dat een aantal jongeren niet bij een van de bonden is aange­sloten. Zij gebruiken soms materiaal van de HGJB. Er zijn ook gemeenten waar geen jongeren meer zijn.

De voorzitter van deputaten krijgt het woord. Hij bedankt voor de betrok­kenheid en de vele suggesties die gedaan zijn. Hij legt uit hoe de jeugd­bonden werken en wat de rol van deputaten daarbij is. Zij bepalen meer het beleid, de jeugd­bonden voeren dat uit. Aange­geven wordt dat in de gesprekken over het bereiken van jongeren de groot­ouders nadruk­kelijk meege­nomen worden. Deputaten willen het onderzoek gaan doen en tegelijk wat voor jongeren gaan betekenen. De urgentie om wat te doen is hoog. De project­be­ge­leiders van ‘geloof in het gezin’ en het ‘abc van het geloof’ zijn aanwezig en hebben de opmer­kingen gehoord. De kerkenraad zal erop toe hebben te zien dat de predikant voldoende aandacht besteedt aan de jongeren. Er zijn mogelijk­heden om de stude­renden te onder­steunen, o.a. via de adressen in het Jaarboek waar stude­renden terecht kunnen.
Ds. Versluis vertelt iets over het contact met refor­ma­to­rische scholen voor voort­gezet onderwijs. Op hun uitno­diging komen verte­gen­woor­digers van hun achterban een keer per jaar samen rondom een bepaald thema. Het is niet bekend of chris­te­lijke scholen zoiets ook doen. De penning­meester legt uit waarom deputaten om een verhoging van de omslag vragen.

In een tweede ronde wordt onder andere gevraagd of de redactie van het Jaarboek niet betrokken moet worden om meer inzicht te krijgen in de leeftijden van hen die de kerken verlaten. Er wordt ook gevraagd naar de geldstromen van de jeugd­bonden en wie daar toezicht op houdt.

Geant­woord wordt dat gekeken kan worden of de redactie van het Jaarboek bruikbare gegevens kan leveren. De begroting in het rapport is die van deputaten. Elke jeugdbond heeft een eigen begroting die jaarlijks gecon­tro­leerd wordt.

In een derde ronde wordt een aantal voorstellen ingediend. Bij nader inzien wordt het ene voorstel ingetrokken, het andere wordt aange­nomen. De besluit­voor­stellen van de commissie worden ook overge­nomen.

landelijk kerkelijk bureau

Aan het slot van deze verga­derdag wordt het rapport van ons landelijk kerkelijk bureau aan de orde gesteld. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: kan iets gezegd worden over de visie achter het nieuwe logo en de nieuwe website? Waarom zoveel aandacht voor gebouwen? Welke voorstellen wil de commissie gaan doen over verder­gaande digita­li­sering van kerke­lijke verga­de­ringen? Moeten we geen andere afspraken maken over het indienen van rapporten? Kan op de voorge­stelde manier een wijziging van de kerkorde worden voorge­steld?

De rapporteur van de commissie geeft aan dat de commissie het belangrijk vindt dat de ervaringen met de digita­li­sering van de synode ook de andere kerke­lijke verga­de­ringen ten goede zullen komen.

De voorzitter van deputaten legt uit hoe het kerkor­de­lijke punt aan de orde is gekomen. Hij vertelt ook iets over de nieuwe opzet van de website. De vraag over het indienen van stukken wordt bij het moderamen neergelegd. Die zegt toe er naar te zullen kijken.

Er worden geen voorstellen ingediend. De synode neemt vervolgens de besluit­voor­stellen van de commissie over.

Aan het einde van de zevende zittingsdag leest ds. A.C. Uitslag Psalm 99. Hij gaat voor in gebed en geeft daarna op om te zingen Psalm 99:1,2. En dan is ook deze verga­derdag geschie­denis geworden.

zesde verga­derdag 22 november

opening

De preses opent de zesde zitting van de synode en heet de afgevaar­digden welkom. We zijn dankbaar dat hij zijn taak weer op zich kan nemen, want in de achter­lig­gende weken onderging hij een tweetal operaties. Hij laat Psalm 119:9,17 zingen en leest vervolgens Kolos­senzen 1:1-14. Daarna gaat hij voor in gebed. We doen voorbede voor de fam. Versluis, de fam. De Bree, de afgevaar­digde br. De Landmeter en br. Visser. Vervolgens mediteren we over Kolos­senzen 1:9,10a.

De preses geeft aan dat we deze zittingsweek veel wijsheid nodig hebben gezien de agenda die voor ons ligt. Voordat we over de agenda­punten ons hoofd zullen gaan breken, buigen we onze knieën. Zo belijden we onze afhan­ke­lijkheid van God en pleiten we op Zijn beloften. We eren Hem als we voort­durend bidden om Zijn wil te mogen leren kennen. Het gebed waar Paulus het hier over heeft gaat om het (er)kennen van Gods wil. Deze kennis kan alleen opgedaan worden in de gemeen­schap met Christus. En zo leven we voor Gods aange­zicht. We zullen ook bidden om alle wijsheid die we nodig hebben, ook voor bespre­kingen van deze week. Het gebed om geestelijk inzicht kunnen we ook niet missen. Zo zullen we weten hoe het Woord van God heilzaam zal kunnen landen in kerk en wereld. We mogen om een grote hoeveelheid hiervan bidden, opdat we er zo door vervuld zullen worden. Laten we niet een bepaalde groep in de kerken verte­gen­woor­digen, maar in diepe afhan­ke­lijkheid van de HEERE vrij van mensen ons werk doen tot welzijn van de kerken en tot eer van God.

groeps­ge­sprekken en gebed

Na de opening worden de afgevaar­digden ingedeeld in vijf groepen die zich verspreiden over het kerkgebouw. In de groepen wordt gesproken over een aantal vooraf opgestelde vragen naar aanleiding van Kolos­senzen 1:1-14. Vervolgens gaat de synode in gebed. Er worden drie gebeden uitge­sproken die gevolgd worden door het zingen van een psalm.

Het eerste gebed wordt uitge­sproken door ds. H. Polinder. Zijn gebed draagt als thema: ‘Eenheid in verschei­denheid’. We bidden voor de eenheid in onze kerken, die met andere kerken, voor de vervolgde kerk, voor de TUA en voor de mogelijke komst van de GTU. Daarna zingen we Psalm 146:3.

Het tweede gebed wordt uitge­sproken door br. J. Groeneveld. Zijn gebed draagt als thema: ‘Om heiligheid en veiligheid’. We bidden om heiligheid, opdat we voor God zullen kunnen bestaan. We bidden voor homosek­suele broeders en zusters, voor trans­genders. We bidden om liefde en wijsheid om daarmee op de juiste wijze met hen om te gaan.  Vervolgens zingen we Psalm 146:4.

Het derde gebed wordt uitge­sproken door br. G.J. Roest. Zijn gebed draagt als thema: ‘Bewogenheid en betrok­kenheid’. We bidden om bewogenheid voor de wereld waarin wij leven, voor de jongeren in onze kerken, voor mensen in nood, voor het werk van de zending, voor onze plaats in de samen­leving. Daarna zingen we Psalm 146:5,8.

appel nominaal

We kijken of alle afgevaar­digden hun plaats hebben ingenomen. Op een na blijkt dat het geval te zijn. Vervolgens doet het moderamen een aantal medede­lingen. We ontvangen een groet van de lande­lijke verga­dering van de Ned. Geref. Kerken. We zullen een groet terug­sturen. Een aantal agenda technische aanwij­zingen wordt doorge­geven.

diaconaat

Opnieuw wordt het rapport van deputaten diaconaat aan de orde gesteld. De preses vraagt of de indieners van voorstellen akkoord zijn met de verwerking ervan. Twee afgevaar­digden zijn dat niet en handhaven hun voorstel. De voorzitter van deputaten reageert hierop. Vervolgens worden de voorstellen van de commissie in stemming gegeven en aange­nomen. Ook de twee amende­menten worden door de synode overge­nomen.

instructies

Een instructie van de parti­cu­liere synode van het oosten wordt aan de orde gesteld. In deze instructie wordt gesteld dat het op dit moment in de kerkorde niet geregeld is hoe het opzicht van de kerkenraad moet functi­o­neren over broeders die een stich­telijk woord mogen spreken in de gemeente. Gevraagd wordt om dit kerkor­delijk te regelen. Vanuit de synode wordt gevraagd of het begrip ‘nood der kerken’ in het rapport van de commissie niet een oprekking is van het begrip ‘nood der kerken’ in de kerkorde. Een andere afgevaar­digde ziet een klein verschil tussen de instructie en het besluit­voorstel van de commissie en vraagt waarom dat zo is. De rapporteur van de commissie gaat hierop in. In een tweede ronde blijkt dat een afgevaar­digde van mening blijft verschillen met de commissie. Artikel 3 K.O. kan toch geen sluip­route worden naar de volle ambte­lijke bediening? Moet hier artikel 8 niet in beeld komen? In een derde ronde worden er twee voorstellen ingediend. Na de maaltijd wordt het besluit­voorstel van de commissie overge­nomen, samen met de twee amende­menten.

Br. H. Sok eindigt de morgen­ver­ga­dering met gebed. Na de maaltijd zingen we Psalm 98:1,3. Ds. M. Oppen­huizen leest Psalm 100 en gaat voor in gebed.

middag­ver­ga­dering
eredienst

Aller­eerst wordt rapport 1a van commissie 3 aan de orde gesteld. Daarin gaat over het aange­paste formulier voor de doop aan volwas­senen. Deputaten hebben de opmer­kingen die in een eerdere zitting gemaakt zijn, verwerkt. Het aange­paste formulier is nu ter tafel. In een eerste ronde wordt opgemerkt dat een betere titel voor het formulier is: ‘Formulier voor de bediening van de doop aan volwas­senen’. De synode neemt deze suggestie over. Een tweede opmerking is dat de tweede doopvraag is gelijk aan de tweede vraag bij het belij­denis doen. Is dat wel nodig? Volgens de commissie kan de tweede doopvraag er wel uit. Deputaten kunnen daarmee instemmen. De synode besluit overeen­komstig. Vervolgens worden de besluit­voor­stellen 2-5 wordt door de synode overge­nomen.

Vervolgens wordt rapport 1b wordt aan de orde gesteld. Daarin gaat het over de zingbaarheid van de psalmen. Het voorstel van ds. A.A. Egas wordt niet overge­nomen, het voorstel van ds. W.M. Middelkoop is door de commissie in het besluit­voorstel verwerkt. De synode neemt het over.

Vervolgens wordt paragraaf 2.6 uit het deputa­ten­rapport aan de orde gesteld. Daarin wordt gesproken over de vraag of een ouderling de zegen op de gemeente mag leggen. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: waarom zijn de evange­listen niet genoemd bij hen die mogen zegenen? Waarom geen voorstel tot besluit op blz. 38 genoemd of voorbereid? Waarom zo’n voorzichtig gefor­mu­leerd  besluit­voorstel? Waarom geen conclusies getrokken op grond van het histo­risch onderzoek? Is het bijbels-theolo­gisch onderzoek niet te mager? Waarom is ook niet gekeken naar de praktijk van het zegenen in de evange­lische kring? Als we deze weg inslaan, waar komen dan ook nog bij uit? Zijn alle teksten over ‘zegenen’ in de Bijbel wel goed bestu­deerd? Waaraan is de zegen verbonden: aan het Woord, aan het ambt, aan Christus, of aan de ambte­lijke bediening van de verzoening? Zou dat laatste dan niet gelijk een antwoord op de vraag zijn wie er zegenen mag in de eredienst? Is het onder­scheid tussen priesters en Levieten ook niet een richting­wijzer? Hoe gaan de kerken in het buitenland met de zegen om? De PKN laat geen ouder­lingen zegenen. Wat zegt dat ons?

Aller­eerst reageert de rapporteur van de commissie. Of een zegenende ouderling zal leiden tot verdere stappen (hij moet ook een huwelijk kunnen beves­tigen, een eigen preek kunnen houden), is niet te zeggen. In de GKV is daar tot nu toe geen sprake van. De commissie denkt net zoals een aantal afgevaar­digden dat een nadere bezinning op dit onderwerp nodig is, voordat er een evenwichtig besluit genomen kan. Waaraan de zegen verbonden is, is door de commissie niet overwogen. Dat is het werk van deputaten.

De voorzitter van deputaten krijgt het woord. Hij geeft aan dat de evangelist ook genoemd had kunnen worden. Deputaten hebben gewor­steld met de vraag of een ouderling ook de zegen mag opleggen. Het was heel moeilijk om tot een standpunt te komen. De vrijge­maakte kerken zijn er ook niet uitge­komen, omdat de Schrift niet eenduidig is op dit punt. Zij kozen voor een praktische oplossing en dat doen deputaten ook. Wat de zegen betreft hebben deputaten vooral gekeken naar de litur­gische zegen. Er zijn ook andere vormen van zegenen, maar daar hebben zij niet uitge­breid op gestu­deerd. Met kerken in het buitenland is er geen contact geweest over hun praktijk van zegenen. Deputaten kozen voor de formu­lering ‘mag worden gedaan’ om aan te geven dat zij het vrij willen laten. Zij hebben niet gekeken naar het onder­scheid tussen het dienstwerk van de priesters en de Levieten. Vervolgens geeft de voorzitter nog een aantal overwe­gingen aan de verga­dering door. Hij wijst op wat prof. Kremer, prof. Velema en A Lasco en de synode van 1836 op dit punt hebben gezegd.

In een tweede ronde wordt opnieuw opgemerkt dat een nadere bezinning gewenst is. In die bezinning kan de praktijk van het zegenen in evange­lische kring meege­nomen worden. Een andere opmerking is dat in het N.T. de hele gemeente een koninkrijk van priesters is, dus dan mag iedereen zegenen, ook de ouder­lingen. Spreker ziet een lijn lopen van het offer in het O.T. en de zegen daarna naar het offer van Christus en de zegen daarna. Een andere spreker wil liever bij de ambte­lijke zegen blijven, maar denkt dat het goed is dat de bezinning door deputaten wordt voort­gezet.

De voorzitter van deputaten geeft aan dat er vanmiddag nieuwe elementen zijn gehoord die deputaten zullen meenemen in hun verdere bezinning.

In een derde ronde wordt een aantal aanvul­lingen op het besluit­voorstel over de zegenende ouderling voorge­steld. Er wordt ook nog gewezen op de relatie tussen de schepping en de zegen. Moet dat allemaal in het besluit­voorstel? Prof. Kater adviseert om de opdracht zo breed mogelijk te formu­leren. De preses stelt voor dat de commissie ernaar kijkt en met een definitief besluit­voorstel komt.

Vervolgens wordt het besluit­voorstel aan de orde gesteld over artikel 77 K.O. De synode besluit om dit punt te behan­delen bij de behan­deling van het rapport van deputaten kerkorde en kerkrecht, omdat het daar ook in voorkomt.

Daarna stelt de preses paragraaf 2.7 van het deputa­ten­rapport aan de orde. Daarin gaat het over dans en drama in de eredienst. Veel sprekers melden zich. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: is er wel voldoende Bijbelse grond om dans en drama in te voeren in de eredienst? In de Bijbel komen deze zaken in de eredienst niet voor. Mogen we amuse­ments­achtige elementen in de eredienst invoeren, terwijl er geen Schrif­tuur­lijke grond voor is? Een andere afgevaar­digde zegt dat hij geschokt is door sommige passages van het deputa­ten­rapport. Als je ziet waar het drama vandaan komt (de Griekse cultuur), moeten we dat niet willen invoeren. Paulus maakte er geen gebruik van, hoewel hij drama kende. Is ook de heilshis­to­rische voortgang van O.T. naar N.T. door deputaten meege­nomen? Wordt in de Bijbel niet juist gewaar­schuwd tegen heden­daagse vormen van commu­ni­catie? Als er in de Bijbel drama voorkomt, staat het meestal in het kader van het niet willen luisteren naar de woorden van God. Zijn deputaten op de hoogte dat dans in de eredienst praktijk is geweest? Wat bedoelen deputaten met hun opmerking over de eenheid van onze kerken? En duiden deputaten applaus in de eredienst wel juist? Is er ook een andere duiding mogelijk (instemming)? Hebben deputaten overwogen wat het de kerken helpt als de synode een uitspraak doet (welke ook)? Moet de bezinning niet veel meer toege­spitst worden op de situatie na Pinksteren? Is het echt zo dat we nu meer visueel ingesteld zijn dan vroeger? Waarom is er door deputaten geen duidelijk onder­scheid gemaakt tussen drama en symbo­lische hande­lingen die God opdraagt? Waarom komen deputaten niet met een eensluidend voorstel naar de synode? Waarom verder studeren? Kunnen we niet tot een besluit komen? Als iets moeilijk is, lijken we vaak maar een commissie in te stellen, in plaats van knopen door te hakken. Zijn we geen beleid aan het maken op iets wat misschien een incident is geweest? Wat zal drie jaar extra bezinning nu echt opleveren? Een andere afgevaar­digde wijst op de grote verschuiving in de cultuur op het gebied van de commu­ni­catie richting een beeld- en belevings­cultuur. Wordt dat voldoende meege­nomen door deputaten en commissie?

De rapporteur van de commissie krijgt het woord. Hij geeft aan dat er in de commissie een soort­gelijk gesprek is geweest als zojuist in de synode. Er is ook daar verle­genheid geweest met deze zaak. In het rapport van deputaten is onvol­doende grond gevonden om nu een besluit te nemen en vandaar het voorstel om verder te studeren. Dat een afgevaar­digde geschokt was, komt misschien door een andere defini­ëring van het begrip ‘drama’. De commissie wil een studie­com­missie aan het werk zetten om de verle­genheid die er nu is te overwinnen. Een besluit nemen n.a.v. een incident komt vaker voor. Zo werkt het in het kerke­lijke leven.

De voorzitter van deputaten krijgt gelegenheid zijn inbreng te geven. Aange­geven wordt wat voor deputaten de definitie van drama is. De heilshis­to­rische voortgang is meege­nomen. Paulus is ingegaan op de eigen tijd met de middelen die hij had. Drama gebruikte hij inderdaad niet. Deputaten nemen de opmerking mee dat de symbo­lische hande­lingen in de Schrift vaak komen na een niet willen luisteren naar God. En ook de opmerking dat applaus ook een vorm van instemming kan zijn (de gemeente van Augus­tinus applau­dis­seerde als ze het met zijn preek eens was). Deputaten willen het geheel van de kerken dienen en hebben zo haar eenheid op het oog. Toege­geven moet worden dat het bij gelij­ke­nissen vooral om woorden gaat, die dan wel beeldend worden uitge­sproken. We hebben deze studie onder­nomen, omdat de synode van 2013 meende dat er n.a.v. een incident een kerke­lijke uitspraak moest komen.

In een tweede ronde wordt gevraagd of we het allemaal niet te ingewikkeld maken. Kunnen we niet gewoon uitspreken dat dans en drama niet in een gerefor­meerde eredienst thuis­horen? Een andere afgevaar­digde benadrukt dat in een vervolg­studie zeker de beeld­cultuur en de verschuiving in de cultuur meege­nomen moeten worden. Een vraag is ook: gaat het nu echt om iets belang­rijks of zijn we met iets bezig dat niet echt speelt of niet van groot belang is? Een andere afgevaar­digde pleit voor een heel ander onderzoek: naar de impli­caties van de veran­de­rende cultuur op onze erediensten. Wat is nu precies het verschil tussen toneel en een symbo­lische handeling?

De rapporteur gaat in de opgemaakte vragen en opmer­kingen. Hij geeft aan dat deputaten en commissie op willen komen voor het primaat van (de verkon­diging van) het Woord. Een nadere bezinning op de theologie van de eredienst zal zinvol zijn. De vraag naar een heel ander onderzoek kan op dit moment niet beant­woord worden. De voorzitter van deputaten heeft aan de beant­woording van de rapporteur niets toe te voegen.

In een derde ronde wordt een aantal voorstellen ingediend. Deze worden de commissie ter hand gesteld en in een latere zitting van de synode zal hierop terug­ge­komen worden.

Prof. Kater krijgt het woord om een preadvies te geven. Hij geeft aan dat we ons niet mee moeten laten zuigen door de beeld­cultuur. Er komt intussen een tegen­be­weging op gang en moeten we daar niet bij aanhaken? Laten we niet klakkeloos dingen overnemen, maar ons diepgaand bezinnen op wat we doen. Harts­toch­telijk pleit hij voor deze bezinning, ongeacht wat de synode zal uitspreken.

de Wekker

Het schemert buiten intussen als het rapport van De Wekker aan de orde wordt gesteld. De volgende vragen worden gesteld: is het echt nog van deze tijd om zoveel verschil­lende kerke­lijke bladen apart te blijven uitgeven? Kan het kerkelijk zegel niet grafisch vereen­voudigd worden? Kan er iets gezegd worden over de ferme kritiek die op de inhoud van De Wekker wordt geleverd? Worden er ook scribenten uit de meest behou­dende hoek van onze kerken aange­zocht? Zou het starten van een jonge­ren­ru­briek niet wenselijk zijn? Opgemerkt wordt dat regel­matig medede­lingen over pasto­rie­zorgen gemist worden. Welk onderzoek is er gedaan naar een bundeling van bladen? Waarom kon de commissie het plan over een fonds voor de gerefor­meerde theolo­gie­be­oe­fening niet overnemen? Heeft de redactie een gratis digitaal abonnement overwogen met de vraag om een vrijwillige bijdrage? Bij andere bladen blijkt dat goed te lopen.

De rapporteur reageert op de aan de commissie gestelde vragen. Daarna krijgt ds. P.L.D. Visser het woord. Hij geeft aan dat in het verleden gekeken is naar een bundeling van bladen en dat er toen niet toe overgegaan is. Het bleek niet haalbaar te zijn. In een ander verband bleek het ook niet te werken. Het komt inderdaad voor dat er ongezouten kritiek op De Wekker wordt geleverd. Dat komt gelukkig niet tweewe­ke­lijks  voor. Soms is het een soort afrea­geren van kerke­lijke frustraties. Alle predi­kanten worden ingeschakeld bij het volschrijven van De Wekker, maar niet iedereen heeft daar gelegenheid voor. Voor de rubriek pasto­rie­zorgen is de reactie afhan­kelijk van wat er wordt aange­leverd. Soms wordt het niet op prijs gesteld dat daarover iets wordt gepubli­ceerd. In het verleden was er een jonge­ren­ru­briek. Toen bekend werd dat die nauwe­lijks gelezen werd, is ermee gestopt. Een gratis digitaal abonnement zal belast worden door adver­tenties en het werven ervan. Of vrijwillige gaven het kosten­dekkend maken is nog maar de vraag.

Een tweede ronde blijkt niet nodig te zijn. In een derde ronde wordt er een aantal voorstellen ingediend. Een daarvan gaat over het grafisch vereen­vou­digen van het kerkelijk zegel. Opgemerkt wordt dat dat n.a.v. het rapport van De Wekker niet kan. Bij de behan­deling van het rapport van deputaten kerkorde en kerkrecht kan het wel aan de orde worden gesteld, omdat zij hierover al contact hebben gehad met de redactie van De Wekker. Een ander voorstel is te onder­zoeken of de bundeling van kerke­lijke bladen de effici­ëntie ervan zal verhogen. Dat voorstel wordt na bespreking ingetrokken. De besluit­voor­stellen van de commissie worden door de synode overge­nomen.

Vervolgens krijgt de synode een korte presen­tatie over de ontsluiting van De Wekker in Digibron. Vanaf vanmiddag 15:00 uur zijn alle Wekkers vanaf 1888 tot heden daar te raadplegen en te doorzoeken. Dat kan ook vanaf de site van De Wekker. Deputaten worden hartelijk bedankt voor hun werk.

Ds. F.H. Meijer leest een paar verzen uit Lukas 15 (vs. 20-25) en gaat voor in gebed voor de maaltijd. Na de maaltijd zingen we Psalm 101:2,3,4. Br. C. van der Elst leest Mattheüs 5:13-16 en gaat voor in gebed.

avond­ver­ga­dering
kerkorde en kerkrecht

Het rapport van deputaten kerkorde en kerkrecht wordt aan de orde gesteld. Veel afgevaar­digden willen het woord. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: kan er, als er plaat­selijk verschillend met de tucht kan worden omgegaan, geen nivel­lering van het kerkrecht ontstaan? Hoe denken gemeen­te­leden over kerkrecht? Zien ze dat vaak niet als een set mense­lijke regels? Hoe gaan wij om met de tucht? Wijzen wij mensen ook op de uiterste conse­quentie van de tucht? Waarom op grond van één interview een voorstel om de kerkorde te wijzigen op het punt van de tucht bij de overdoop? Waarom is de kerke­lijke verdeeldheid lastig voor de uitoe­fening van de tucht? Wordt door de manier waarop deputaten de uitoe­fening van de tucht voor zich zien niet één van de kenmerken van de ware kerk uitgehold? Krijgen we geen ongelijkheid in ons kerkverband: wat in de ene gemeente toege­staan is, is in een andere gemeente tucht­waardig. Dat moeten we toch niet willen? Wanneer ziet de commissie dat diepe verlangen naar de autonomie van de plaat­se­lijke gemeente in de geschie­denis van de kerk ontstaan? En wat wordt bedoeld met de autoriteit van de bredere kerke­lijke verga­de­ringen? Kan een synode bepalen hoe je met een bepaalde zaak in élke gemeente moet omgaan? Waarom staat er niet meer in het rapport van deputaten over het uitoe­fenen van de tucht in de plaat­se­lijke gemeente? Daar moet het toch gebeuren? De kerken hebben elkaar toch nodig, ook bij het uitoe­fenen van de tucht? Dan moet er toch één lijn zijn? Moet er geen vervolg­studie komen over de kerke­lijke tucht? Waarom deze keuze voor de tucht? Staat dit in de schaduw van de discussie over homosek­su­a­liteit? Of zijn er nog andere onder­werpen die hier spelen? Waarom is een herbe­zinning op de kerkenraad nodig? Andere afgevaar­digden geven aan dat eenduidige oplos­singen voor elke gemeente niet mogelijk en wenselijk zijn. Waarom zijn er geen ouder­lingen geïnter­viewd? Heeft de commissie overwogen wat haar lijn voor uitwerking heeft op zendings­ge­meenten? Doet deze lijn ons kerkverband niet klappen?

In plaats van de rapporteur krijgt eerst de voorzitter van deputaten het woord, omdat hij de verga­dering spoedig moet verlaten. Hij wijst erop dat alles in één (kerkor­de­lijke) mal persen niet zal gaan lukken. Dat is in het verleden ook nooit gebeurd en gelukt. Een plaat­se­lijke gemeente komt soms tot een eigen afweging. Het ene interview op zich heeft niet geleid tot de gedachte om artikel 77 te gaan herfor­mu­leren. Het interview leidde tot een brede herkenning bij deputaten en vanuit de praktijk is bekend dat dit in vrijwel alle kerken­raden leeft. De vraag is: is een dwaling altijd een zonde en plaatst die altijd buiten het Koninkrijk? Daar zal eens goed naar gekeken moeten worden.

Daarna krijgt de rapporteur van de commissie het woord. Hij geeft o.a. aan dat de commissie vindt dat bij sommige onder­werpen een plaat­se­lijke vrijheid gegund kan worden en bij andere niet. Dan gaat het bijv. over door de synode gedane uitspraken. Er zijn nog meer onder­werpen die de discussie van deputaten hebben beïnvloed. De commissie vindt dat er veel goeds op papier staat, maar meent dat er nog verdieping en uitbreiding mogelijk is. De commissie wil niet aansturen op een hardere lijn en ook niet teveel sturen. De commissie heeft zeker oog gehad voor de verschei­denheid in ons kerkverband.

Vervolgens krijgt ds. H. van Eeken het woord. Ook hij is deputaat kerkorde en kerkrecht. Hij geeft aan dat tucht­oe­fening maatwerk is. Als dat zorgvuldig gebeurt, verloopt de tucht­oe­fening het best. Deputaten willen dat maatwerk verbe­teren en daarvoor instru­menten aanreiken. Grote voorzich­tigheid en zorgvul­digheid zijn hierbij geboden.  Het rapport wil ambts­dragers zelf aan het werk zetten. Deputaten willen geen nivel­lering van het kerkrecht in de hand werken en hebben daar zeker oog voor. Met de kerke­lijke verdeeldheid worden de verschil­lende kerkver­banden bedoeld. Soms gaan mensen over en wordt in een andere kerkverband niet gevraagd naar de reden van hun vertrek. Deputaten willen rechtdoen aan het presby­te­riaal-synodale stelsel van kerkre­gering, maar leggen i.v.m. de tijd waarin wij nu leven wat meer accent op het presby­te­riale. Het omgaan met homosek­su­a­liteit heeft de discussie niet bepaald. Hoe het verder gaat, is aan de synode. Deputaten zien verschil in gewicht in onder­werpen. Het onderwerp vrouw en ambt heeft een ander gewicht dan de tweede kerkdienst. Om geen ouder­lingen in te schakelen bij de inter­views is een blinde vlek geweest. Dat moet een volgende keer anders. Herbe­zinning op de kerkenraad is nodig, omdat de kerkorde de tucht alleen bij de ouder­lingen legt.

In een tweede ronde worden onder andere de volgende vragen gesteld. Moet er eerst geen raamwerk liggen voordat er juris­pru­dentie verzameld en bewaard gaat worden? Graag nog iets meer over wat in de ene gemeente onrecht is en in de andere niet. Waarom alles opgehangen aan de twee principes van de vrijheid van profetie en de tolerantie? Er zijn in de geref. traditie ook andere principes gehuldigd voor de tucht. Denk bijv. aan het denken van Calvijn. Op welke manier gaan we nu naar de revisie­ver­zoeken kijken: met de bril van de deputaten of van de commissie? Wat is er erg aan om plaat­selijk te verschillen over wat tucht­waardig is? Is het geloof­waardig dat een synode de uitspraak doet dat iets zondig is en dat een plaat­se­lijke kerkenraad dan zegt dat dat niet het geval is? Dat kan toch eigenlijk niet?

Op dit moment wordt de bespreking afgebroken, omdat de verga­dertijd er voor vandaag opzit. Ds. S.P. Roosendaal leest Spreuken 15:28-33 en gaat voor in gebed. Ten slotte zingen we staande Psalm 100:3,4. De eerste dag van de tweede zittingsweek zit erop.

vijfde verga­derdag 14 oktober

opening

De preses opent de vijfde zitting van de synode. Hij heet de afgevaar­digden en de grote groep gasten welkom. Hij laat Psalm 87 in zijn geheel zingen en leest vervolgens Psalm 87. Daarna gaat hij voor in gebed.

toespraken

De preses heet de aanwezige gasten nog een keer van harte welkom. Een grote groep broeders en een zuster van onze zendings­velden is aanwezig. Ze zijn deze weken in Nederland en hebben al heel wat activi­teiten onder­nomen, o.a. een zendings­con­fe­rentie bijge­woond. Drie van hen zullen de synode toespreken.

Gereja Toraja Mamasa

Als eerste spreekt ds. P. Deppatola van de Geraja Toraja Mamasa in Indonesië. Hij wordt vertaald door ds. C.W. Buijs. Als eerste bedankt ds. Deppatola voor de uitno­diging om Nederland en de synode te bezoeken. De groep mensen van het zendingsveld heeft intussen onze kerken nader leren kennen en o.a. missi­o­naire projecten in Nederland bezocht. Hij vertelt iets over het nieuwe synode­be­stuur dat recent gekozen is. Spreker is één van de modera­men­leden en geeft aan wat zijn porte­feuille is. Hij spreekt over de band tussen onze kerken en kijkt met dankbaarheid terug naar het zendingswerk van onze kerken in Indonesië. Hij noemt met dankbaarheid de namen van hen die daar hebben gewerkt. Er wordt dank gezegd voor de hulp aan de GTM, ook in de laatste tijd. Hij spreekt de overtuiging uit dat de band tussen de beide kerken zal blijven. Het is als de band tussen ouders en kind. Een goede verga­dering wordt toege­wenst. De groeten van de gemeenten in Indonesië. Moge de Heere Jezus ons allen zegenen!

Ds. A. van der Zwan beant­woordt de toespraak. Aller­eerst wordt opgemerkt dat we dankbaar zijn dat afgevaar­digden van de GTM onze synode bezoeken. De weder­zijdse contacten in de laatste jaren worden gerele­veerd. Daar wordt met dankbaarheid op terug­gezien. Sinds 1928 is er contact met elkaar. Met dankbaarheid mogen de namen van ds. Bikker en ds. Geleijnse worden genoemd. Momenteel is er een partnership tussen beide kerken. Het is bijzonder dat onze verhouding hierin mocht uitmonden. De dochter is intussen groter geworden dan haar moeder (135.000 leden). We onder­steunen graag verschil­lende onder­wijs­pro­jecten van de GTM. Als er problemen zijn, willen we proberen te helpen. Romeinen 15:13 wordt als bemoe­diging meege­geven.

Synode Soutpansberg

Als tweede spreekt ds. S. Nefefe namens de synode Soutpansberg in Afrika. Ds. G. Drayer vertaalt hem. Ds. Nefefe bedankt voor de uitno­diging om Nederland te bezoeken. Er zijn intussen al heel wat activi­teiten geweest. Bijzonder was de zendings­con­fe­rentie van afgelopen woensdag. Fijn was het om elkaar te ontmoeten en met elkaar te zingen. Hij vertelt iets over zijn kerken. Hij doet dat vanuit Efeziërs 1:15v. De CGK bedrijft al 55 jaar zendingswerk in Venda en ook al vele jaren in KwaNdebele. Het is belangrijk om samen te bidden voor de voortgang van Gods werk. Er is een diepe band tussen onze kerken en die zal alleen maar verdiept worden. Er is kennis­ge­nomen van de problemen en de uitda­gingen waarvoor de kerk in Nederland staat. Dat nemen we mee. De problemen en de uitda­gingen waarvoor de kerken in Afrika staan, worden gerele­veerd. Een probleem is de grote droogte van de laatste twee jaar. Er wordt voorbede voor gevraagd. Een ander probleem is het grote aantal HIV-geïnfec­teerde mensen (6,2 miljoen mensen van wie het bekend is). Hier wordt veel aandacht aan gegeven. Blijf ons steunen in deze proble­matiek! Ds. Nefefe vraagt of onze synode nog eens wil kijken naar de manier waarop we met elkaar verbonden zijn. Gods zegen wordt ons toege­wenst.

Ds. W. van ’t Spijker beant­woordt de toespraak. Hij releveert wat beide kerken voor elkaar hebben mogen betekenen. We gingen steeds meer van elkaar leren. Er is een zelfde beweging te zien in Venda en in Amsterdam-Zuid: kerken groeien door de komst van nieuwe mensen. We hopen dat het streven naar een aids-vrij Afrika zal uitkomen. Moge het Woord van God daarin leidend zijn. We hopen dat er een hereniging zal zijn tussen de kerken in Afrika die nu gescheiden van elkaar optrekken. We zijn onder de indruk van wat er allemaal gebeurt op het gebied van onderwijs en toerusting. Moge God dat zegenen! Breng de harte­lijke groeten over. Ten slotte leest ds. Van ’t Spijker Efeziërs 3:14-19.

Reformed Churches of Botswana

Als derde spreekt ds. O. Derek van de Reformed Churches of Botswana. Hij wordt vertaald door br. Hessel Visser. Ds. Derek is dankbaar dat hij in Nederland mag zijn en brengt de groeten van zijn kerken over. Botswana is een warm land en de gemeenten liggen ver van elkaar af. Het geloof speelt in het land een grote rol, maar er is een groot gebrek aan Bijbel­kennis. Er zijn veel verschil­lende mensen in de kerken. Ds. Derek is een San-persoon en spreekt Naro (is af en toe ook goed te horen: klikklanken). In die taal mag hij het evangelie doorgeven. Er zijn zorgen (werke­loosheid, HIV), maar er zijn ook zegeningen. Er is veel dankbaarheid voor de Bijbel in het Naro, die door de CGK mogelijk is gemaakt. Hessel Visser heeft daarin veel betekend. Hij heeft zijn werk aan de Naro-vertaling intussen overge­dragen. Het Nieuwe Testament is klaar, aan het Oude Testament wordt nu gewerkt. Ds. Derek is daar ook bij betrokken. Hij is dankbaar dat de Bijbel tot hen kwam en deze heeft gebracht tot vergeving van zonden en verzoening met God. We bidden om Gods zegen over Zijn Woord, zodat mensen bij Hem zullen zijn. Alles is afhan­kelijk van Gods zegen. Moge de HEERE ook u zegenen!

Ds. H. Polinder beant­woordt de toespraak. Het is een bijzonder moment vandaag. Ds. Derek is als eerste afgevaar­digde van de RCB in ons midden. Er is intussen een contact van 25 jaar. De HEERE heeft grote dingen gedaan in Botswana. Een hoogtepunt was de presen­tatie van het Nieuwe Testament in het Naro in 2012. Met grote dankbaarheid hebben de mensen in Botswana deze vertaling ontvangen. Er zijn ook zorgen in de RCB. Maar Christus regeert in heel de wereld en zorgt ook voor Zijn kerk in Botswana. Mattheüs 28:20 wordt meege­geven en de hoop uitge­sproken dat de hele Bijbel in het Naro spoedig zal verschijnen.

De preses bedankt de gasten voor hun komst en hun harte­lijke, warme woorden. Hen wordt Gods zegen toege­wenst.

Ds. A. Hilbers krijgt het woord. Hij nodigt de buiten­landse gasten uit om naar voren te komen. Zij zingen de synode het lied: ‘Welk een vriend is onze Jezus’ toe. Ieder in zijn eigen taal! Het couplet wordt twee keer gezongen en de tweede keer zingen de synode­leden van harte mee. Daarna zingen we onze gasten staande Psalm 121:4 in het Neder­lands toe. Een indruk­wekkend en ontroerend moment!

buiten­landse zending

Vervolgens wordt het rapport van deputaten buiten­landse zending aan de orde gesteld. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: is er intussen al nagedacht over de opvolging van ds. Hilbers? Hoe zit het met de visa van en naar Burundi? Hoe moeten we de toename van missi­onair diaconale werkers (mdw'ers) waarderen? Komen ze niet in aanmerking voor een benoeming bij deputaten zending en gaan ze daarom deze weg op? Hoe denkt de commissie over de uitgaven van deputaten? Zijn er echt bezui­ni­gingen nodig? Is het werk van deputaten niet te versnipperd geworden? Moeten we het werk niet beperken tot een aantal grote projecten? Kleine projecten kunnen plaat­se­lijke kerken ook zelf dragen. Waarom moeten er projecten in Europa gesteund worden op incidentele basis? Wat is de afweging geweest om deze drie landen in Europa te kiezen om er missi­onair te gaan werken? Wat gaat er daadwer­kelijk afgebouwd worden? Waarom staat er in de besluit­voor­stellen niets over de finan­ciële bijdrage aan mdw'ers? Waarom laat de commissie verschil­lende dingen over aan commissie 6? Waarom zelf geen visie ontwikkeld, los van de financiën? Welk project wordt er in Frankrijk onder­steund en gaat dit project ook in de toekomst onder­steund worden? Of is het dan een ander project? Hoe zien deputaten het afbouwen van projecten in het buitenland voor zich? Is daar al beleid voor? Hoe ziet de commissie de volgorde van werken? Er wordt toch eerst beleid gemaakt en daarna kijkt commissie 6 of er finan­ciële ruimte voor is?

De rapporteur reageert. Hij legt uit hoe er binnen de commissie gewor­steld is met het voorstel van nieuwe projecten én met de weten­schap dat het finan­cieel wel op te brengen moet zijn. Wat is opgebouwd, zal zorgvuldig afgebouwd moeten worden. Deputaten zullen dat per project moeten bekijken. De commissie heeft niet de indruk dat de geldmid­delen niet goed besteed zijn. Deputaten zijn tot de keuze van de projecten in Europa gekomen in nauw overleg met partner­kerken en in een Europa-overleg. We wachten af hoe het zal gaan met de opvolging van ds. Hilbers. Het zou mooi zijn als onze mdw'ers meer betrokken zouden kunnen worden bij toekom­stige projecten. Daar zou bezinning op moeten komen. Een start­bedrag geven aan een mdw'er lijkt de commissie een goede zaak. Je zou graag meer doen, maar niet alles wat je wilt en gedaan moet worden, kan.

Deputaten reageren bij monde van de voorzitter, ds. H. Korving. Hij geeft aller­eerst aan dat hij dankbaar is voor de gehoorde waardering. Het is mooi werk om zendingswerk te mogen doen. Aan de aanwezige broeders uit het buitenland zien we waarvoor we het doen. Mag het ons dan ook iets kosten? Nu kost het 70 eurocent per lid per maand. Zou dat niet een euro mogen worden? Hebben we nog wat over voor de dienst van de HEERE? Over de opvolging van ds. Hilbers wordt voorzichtig nagedacht, maar urgent is het nog niet, omdat ds. Hilbers over twee jaar pensi­oen­ge­rechtigd is. Wat deputaten nu doen, is in opdracht van de synode. Je kunt het versnip­pering noemen, maar je kunt ook zeggen dat er veel in de wereld te doen is. Afbouw van projecten zal zeer zorgvuldig moeten gebeuren, anders zou je een project ernstig kunnen bescha­digen.

Op dit moment wordt de bespreking onder­broken voor de maaltijd. Ds. W.M. Middelkoop leest Lukas 24:36-53 in het Engels en gaat voor in gebed.

middag­ver­ga­dering

Na de maaltijd zingen we Psalm 25:4,5. Br. F. van der Ham leest Psalm 65:1-9 en gaat voor in gebed. De preses deelt mee dat er een bericht uit de Spaanse kerken gekomen is. De broeders zijn dankbaar voor het gisteren genomen besluit aangaande hun kerken.

buiten­landse zending (vervolg)

Ds. Korving gaat verder met het beant­woorden van de vragen. Hij merkt eerst op dat hij dankbaar is voor het bericht uit Spanje, wat aangeeft hoe nodig onze hulp in Europa is. In Burundi is er een voort­durend heen en weer tussen spanning en ontspanning. Nu is er weer spanning en daarom kregen broeders geen visum om naar Nederland te kunnen gaan. Het is afwachten hoe het verder zal gaan en of we volgend jaar daar weer toerusting kunnen gaan geven. Een mdw-er kan een tweede starters­premie krijgen, maar dat hangt samen met de vraag of het een nieuwe uitzending betreft. Ds. Korving merkt ten slotte op dat deputaten besluit­voorstel 22 liever geschrapt zien worden.

Ds. Hilbers geeft infor­matie over de manier van werken met mdw'ers in onze kerken. De aandacht voor deze mensen gaat niet ten koste van het meeleven met de zending. In de jaren zeventig is al besloten dat deputaten buiten­landse kerken de synode van de GTM zouden gaan bezoeken. Daar is echter nooit van gekomen. Deputaten buiten­landse kerken hebben het steeds gedele­geerd naar deputaten zending.

Br. H. Bakker, de penning­meester van de zendings­de­pu­taten, krijgt het woord. Hij geeft aan dat deputaten zorgvuldig met de finan­ciële middelen omgaan. Hij merkt op dat het werk van de HEERE in de wereld moet doorgaan en dat geld daarbij niet een hoofdrol mag spelen. Denk aan onze omslag en ga terug naar het oude bedrag (€ 11,20)!

In een tweede ronde worden o.a. de volgende vragen gesteld: hoe ziet de commissie nu zelf precies het afbouwen van projecten? Speelt in alle overwe­gingen van de commissie geld niet teveel een rol? Wat vindt de commissie van het laten vervallen en vervangen van een aantal besluit­voor­stellen? Wat is het beleid voor ná 2019?

De rapporteur reageert. Hij verdedigt de voorstellen van de commissie en geeft aan dat ze overeind blijven, alhoewel licht amenderen mogelijk is.

Br. Bakker beant­woordt de vraag of er al nagedacht is over het beleid ná 2019. Dat is nu nog niet aan de orde, maar dat zal de komende tijd zeker de aandacht hebben.

Een aantal synode­leden dient een voorstel in. Deze worden in handen van de commissie gegeven. Op een later tijdstip wordt de behan­deling van dit rapport voort­gezet.

De preses neemt op een harte­lijke wijze afscheid van de buiten­landse gasten die de verga­dering van de synode verlaten.

voortijdige ambts­be­ëin­diging

Opnieuw wordt het rapport van deputaten voortijdige ambts­be­ëin­diging predi­kanten aan de orde gesteld. Een tweede ronde vragen is mogelijk. Gevraagd wordt of er geen nader onderzoek moet komen naar de huiver om losge­maakte predi­kanten in dienst te nemen, eventueel door een externe taakgroep.

Ds. Quant geeft aan dat deputaten weinig heil zien in zo’n onderzoek. Wat bij ons voorkomt, komt ook in andere kerken voor. En ook in andere beroeps­groepen. Deputaten proberen maatwerk te leveren, maar het blijft vaak een moeizaam gebeuren.

Vanuit de verga­dering wordt een voorstel ingediend over het instellen van een taakgroep. De rapporteur van de commissie ontraadt dit voorstel. De synode neemt het ook niet over. De besluit­voor­stellen van de commissie worden overge­nomen.

De verga­dering gaat in comité. Na het comité wordt afscheid genomen van ds. Quant die aftreedt als deputaat.

sluiting eerste zittingsweek

Aan het einde van de eerste verga­derweek worden de broeders en zusters uit Nunspeet hartelijk bedankt voor hun goede zorgen. Ds. Schenau verzorgt de sluiting. Hij leest Markus 6:30-34, gaat voor in gebed en daarna zingen we Psalm 65:1,6. De vijfde zittingsdag behoort tot het verleden.

vierde verga­derdag 13 oktober

opening

De preses opent de vierde zitting van de synode. Hij heet de buiten­landse gasten welkom die vandaag onze synode bezoeken en zullen toespreken. Hij laat Ps. 67:1,2 zingen en leest Romeinen 1:1-17. Daarna gaat hij voor in gebed. We doen voorbede voor Asia Bibi die vandaag opnieuw voor de rechter staat. Later in de verga­dering horen we dat haar rechtszaak voor onbepaalde tijd is verdaagd.

buiten­landse gasten

Vanmorgen is het rapport van deputaten buiten­landse kerken aan de orde. Aan de behan­deling daarvan gaat een aantal toespraken van buiten­landse gasten vooraf.
Als eerste spreekt ds. J. MacLeod  van de Free Church of Scotland (Conti­nuing). Hij vertelt iets over het kerkverband waartoe hij behoort en over de band aan onze kerken. Hij neemt de vrijheid om ons aanwij­zingen te geven hoe we de jeugd van onze kerken de liefde voor de psalmen kunnen bijbrengen. Hij vertelt vervolgens iets over wat er in zijn kerken gebeurd is sinds onze vorige synode. Er zijn zegeningen, maar ook zorgen. Hij vraagt om gebed voor zijn kerken.

Professor Huijgen beant­woordt de toespraak. Hij benadrukt de geeste­lijke band en het gedeelde geloof en nodigt de synode­leden uit om contact te leggen met ds. MacLeod om met hem te spreken. Hij wenst Gods zegen toe en vraagt de groeten van onze kerken over te brengen aan de kerken in Schotland.

Als tweede spreekt ds. D. Kranendonk van de Free Reformed Churches of North America. Hij spreekt ons toe in het Neder­lands (!). Hij groet ons met Psalm 100:5 en vertelt iets over de kerken waartoe hij behoort. Hij meldt de samen­spre­kingen met de HRC (zie onder) die bedoeld zijn om tot kerke­lijke eenheid te komen. Hij vertelt ook iets over wat onze kerken voor de zijne betekenen en daar is grote waardering voor. Hij haalt een treffend citaat van prof. J.J. van der Schuit aan waarin gesproken wordt over de kern van het kerkzijn (de bediening van de verzoening) en over de noodzaak van het gebed, ook in de strijd waarin Gods kerk staat. ‘Als we elkaar op gebogen knieën ontmoeten, is er hoop’.

Ds. L.A. den Butter beant­woordt de toespraak. Hij citeert Efeziërs 1:15v. en geeft aan dat het hier om gaat. Er is een harte­lijke band tussen onze kerken en een geestelijk verstaan van elkaar. Dank voor de geeste­lijke aansporing. Wees ervan verzekerd dat wij voor uw kerken en haar dienaren bidden. Van harte gefeli­ci­teerd met de 60e schooldag van uw kerken. We nemen met dankbaarheid kennis van de contacten met de HRC en hopen dat die verder mogen groeien. Psalm 100:2v. wordt meege­geven en de vraag om de harte­lijke groeten over te brengen van onze kerken.

Als derde spreekt ds. B. Elshout van de Heritage Reformed Congre­ga­tions. Hij spreekt ons toe in het Neder­lands. Het is voor het eerst dat een afgevaar­digde van deze kerken onze synode bezoekt en toespreekt. Hij vertelt iets over zijn kerkverband en over het Puritan Reformed Theolo­gical Seminary dat predi­kanten opleidt voor de HRC en de FRC, maar ook voor andere kerken. Het is de oprechte wens om de band met onze kerken te versterken en om samen te werken met de TUA. We worden uitge­nodigd om de volgende synode van de HRC in 2017 te bezoeken. Er is in de HRC gebed voor onze kerken. De wens wordt uitge­sproken dat we door Gods genade kerk mogen blijven in deze moeilijke tijd in het licht van 1 Korin­thiërs 2:2.

Ds. J.W. Wüllschleger beant­woordt de toespraak. Er wordt blijd­schap uitge­sproken over de komst van ds. Elshout die Neder­landse wortels heeft. Het is goed dat we als kerken een band aan elkaar hebben gekregen. Wie weet waar dat in de toekomst nog toe leiden zal! De wens wordt geuit dat de contacten zullen worden verdiept. Er zal gepro­beerd worden om volgend jaar de synode van de HRC te bezoeken. Breng onze harte­lijke groeten over en Gods zegen toege­wenst aan uw kerken!

Als vierde spreekt mr. Mark T. Bube van de Orthodox Presby­terian Church of North America. Hij spreekt ons toe in het Engels. Hij vertelt over de contacten in het verleden en de dankbaarheid daarvoor. Hij spreekt over zegeningen en zorgen in zijn kerken en over de opbouw ervan. Hij meldt de publi­catie van The Trinity Psalter Hymnal en zegt iets over de kerke­lijke activi­teiten van dit moment. Er is met dankbaarheid kennis genomen van ons visie­do­cument over homosek­su­a­liteit. Er is dankbaarheid voor het nader tot elkaar komen van de kerken in de laatste twintig jaar. Openbaring 2:10 wordt ons meege­geven.

Ds. J.W. Wüllschleger beant­woordt de toespraak. Hij benadrukt de goede band tussen de kerken. We zijn onder de indruk van de missi­o­naire activi­teiten van de OPC. We hebben de harten­kreet gehoord over de behoefte aan een arts voor Oeganda. Hopelijk kan daarin worden voorzien, wellicht uit ons midden. De zegen van God wordt van harte toege­wenst.

De preses dankt de sprekers voor hun harte­lijke woorden.

buiten­landse kerken

Het rapport van deputaten buiten­landse kerken wordt aan de orde gesteld. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: kan er iets meer gezegd worden over het Spaanse kerkverband dat in het rapport genoemd wordt? Kunnen deputaten reageren op de vraag om de gegevens van de FRC weer op te nemen in het Jaarboek? Wat zijn de criteria om kerken in het buitenland te bezoeken? Op welke manier gaan we het Spaanse kerkverband een steun in de rug geven? Worden de confe­renties van de ICRC nog bezocht?

De rapporteur reageert. Hij wijst op een aantal bladzijden van het deputa­ten­rapport over de Iglesia Reformata de España. Meer is er bij de commissie niet bekend. Wellicht dat deputaten meer kunnen zeggen.

De voorzitter van deputaten, ds. L.A. den Butter, krijgt het woord. Hij geeft aan dat er niet meer te melden valt van de Spaanse kerk dan in het rapport staat. Deputaten vinden dat als we de gegevens van de FRC zouden opnemen in het Jaarboek, ook de gegevens van andere buiten­landse kerken opgenomen zou moeten worden. Al die gegevens up-to-date houden is eigenlijk niet mogelijk. Vandaar dat deputaten niet terug willen naar de oude situatie. De kerk in Botswana is niet bezocht, omdat een combi­natie met andere bezoeken niet mogelijk was. Er is met de kerk in Botswana meege­leefd via een bezoek van deputaten zending. In de komende tijd zal gekeken worden of de kerk in Botswana weer bezocht kan worden. Projecten van de Spaanse kerk worden onder­steund en ook op andere manieren wordt gepro­beerd geeste­lijke steun te geven. De confe­renties van de ICRC worden blijvend bezocht, maar de focus ligt vooral bij de kerken in Europa.

In een tweede ronde wordt gevraagd of het niet mogelijk is om meer te doen voor de vervolgde kerk.

Ds. Den Butter geeft aan dat deputaten graag kijken of hun opdracht op dit punt uitge­breid kan worden. De rapporteur doet een voorstel om een besluit­voorstel iets uit te breiden. De voorzitter van deputaten geeft aan dat het oorspron­ke­lijke besluit­voorstel duidelijk genoeg is en dat de opmerking vanuit de verga­dering meege­nomen zal worden. De synode neemt de besluit­voor­stellen van de commissie over.

instructie

Er worden twee instructies aan de orde gesteld over de positie van de evangelist in onze kerken. In deze instructies wordt gevraagd om een uitbreiding van het werk van de evange­listen. De commissie stelt voor om deputaten kerkorde en kerkrecht hier studie naar te laten doen en daarover te rappor­teren aan de volgende synode. De besluit­voor­stellen van de commissie worden met een kleine uitbreiding aange­nomen.

Ds. H. Polinder eindigt de morgen­ver­ga­dering met gebed.

middag­ver­ga­dering

We beginnen de middag­ver­ga­dering met het zingen van Psalm 75:1. Daarna leest br. C. Kaasjager Psalm 92 en gaat voor in gebed

emeri­tikas

Het rapport van deputaten emeri­tikas wordt aan de orde gesteld. Er wordt een vraag gesteld over het deele­me­ritaat. Ook naar het stemrecht van een predikant met deele­me­ritaat. Kan voor kleine gemeenten een predikant met deele­me­ritaat geen oplossing zijn? Waarom is dit een ‘finan­cieel in eigen voet schieten’? Wat doen we met de uitkomsten van de enquête die deputaten hebben gehouden? Daar is uitge­komen dat er best finan­ciële zorgen in sommige pasto­rieën zijn. Daarnaast wordt nog een aantal speci­fieke vragen gesteld, die alleen voor speci­a­listen te volgen zijn

De rapporteur gaat op de vragen in. Deels emeritaat ontvangen en deels blijven werken is finan­cieel ongun­stiger dan emeritaat ontvangen en nog wat werk blijven doen. Het stemrecht ligt lastig en vandaar het idee om dit uit te laten zoeken. Kleine gemeenten laten dienen door een predikant met deele­me­ritaat kan niet de bedoeling zijn. Wellicht dat hier eerst verder over nagedacht moet worden, omdat de vrager denkt aan emeri­taats­ge­rechtige predi­kanten. Zou zo de emeri­tikas niet ontlast worden en kleine gemeenten geholpen? Het punt van de enquête komt op een ander moment terug, omdat die betrekking had op predi­kanten in actieve dienst.

Br. T. Loonstra beant­woordt de vragen voor deputaten. Hij gaat in op de speci­fieke vragen van de afgevaar­digden.

In een tweede ronde wordt nog even doorge­bor­duurd op het deele­me­ritaat. Moet hier toch niet verder over nagedacht worden? Een andere afgevaar­digde vraagt naar nog een andere toepassing van het deele­me­ritaat. En een gedeel­telijk stemrecht, dat is kerkor­delijk onmogelijk! Als je afgevaardigd bent, heb je stemrecht. Is het deele­me­ritaat ook geen uitkomst voor predi­kanten die een burn-out hebben gehad en graag voor een deel zouden terug­keren in de actieve dienst?

De rapporteur en br. N. Bokhorst gaan op deze vragen in.

Er wordt vanuit de verga­dering op één punt een ander besluit­voorstel voorge­steld en een kleine aanvulling van een ander besluit­voorstel. De aanvulling wordt door de commissie ontraden en het nieuwe besluit­voorstel ook. De aanvulling wordt door de synode verworpen, het nieuwe besluit­voorstel wordt met meerderheid van stemmen overge­nomen. De andere besluit­voor­stellen worden ook overge­nomen.

Het rapport over de evaluatie van de emeri­tikas wordt vervolgens aan de orde gesteld. Zonder bespreking worden de besluit­voor­stellen van de commissie overge­nomen.

brief en instructie

De geplande agenda­punten voor deze middag zijn intussen behandeld. We gaan over tot de behan­deling van de brief van de PS van het Zuiden inzake psychi­a­trische proble­matiek bij predi­kanten. Het besluit­voorstel van de commissie wordt door de synode overge­nomen.

Een instructie van de PS van het Noorden wordt in behan­deling gegeven. Daarin gaat het om een verzoek om een finan­ciële compen­satie te geven aan bepaalde gemeenten.  De commissie adviseert de regels niet aan te passen. De synode neemt dit over.

comité

Er wordt een agendapunt achter gesloten deuren besproken en een besluit daarover genomen.

eenheid

We gaan verder met de bespreking van het rapport van deputaten eenheid. We nemen een aantal nieuwe besluit­voor­stellen door. De synode neemt ze niet over. Vervolgens worden de oorspron­ke­lijke besluit­voor­stellen overge­nomen

Raad van kerken

Wat voorge­steld aangaande de Raad van kerken door de commissie wordt door de synode overge­nomen.

Nationale Synode

Er is vanuit de verga­dering een voorstel gekomen om bij de opheffing van de stuur­groep van de Nationale Synode niet te gaan deelnemen aan het verbond van kerken dat dan ontstaan moet zijn. De rapporteur geeft aan dat de commissie haar voorstel handhaaft. Het nieuwe voorstel zegt nu al wat onze opstelling in de toekomst zal zijn. De voorzitter van deputaten acht dat niet wijs. Er is ruimte genoeg om onze inbreng te hebben. Het nieuwe voorstel wordt in stemming gegeven en door de synode verworpen. Het oorspron­ke­lijke voorstel van de commissie wordt overge­nomen.

Ds. Buijs verlaat de verga­dering en geeft de leiding over aan de assessor, ds. J.G. Schenau.

afvaar­diging van niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers

Aan de orde komt het commis­sie­rapport waarin een voorstel gedaan wordt over de afvaar­diging van niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers naar kerke­lijke verga­de­ringen van de Chr. Geref. Kerken. In een eerste ronde worden o.a. de volgende vragen gesteld: hoe verhoudt het zich met elkaar dat de classis geen inhou­de­lijke toetsing van een aanvraag voor nauwer kerkelijk samen­leven mag doen, maar wel ambts­dragers uit samen­wer­kings­ge­meenten moet ontvangen? Is het geen belediging voor niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­dragers dat zij wel afgevaardigd mogen zijn, maar beknot worden in hun stemrecht? Gaat de commissie nu echt de juiste kerkor­de­lijke koers? Kunnen we vanwege de binnen­ker­ke­lijke eenheid de voorge­stelde lijn gaan volgen? Art. 42 van de kerkorde gaat over predi­kanten, niet over ouder­lingen en diakenen. Biedt art. 33 geen mogelijkheid? Is het geven van keurstem geen oplossing voor deze kwestie? Op deze manier zou de ene classis de niet-chris­telijk-gerefor­meerde ambts­drager keurstem kunnen verlenen en de andere classis niet. Wat wringt er in het voorstel van de ander? Zit de commissie niet teveel vast aan de gevoe­ligheid voor de binnen­ker­ke­lijke eenheid? Hebben deputaten daar wel voldoende recht aan gedaan? Lopen we niet vast met een voorlopige regeling als deze? Straks heeft een classis­ver­ga­dering een meerderheid van afgevaar­digden met een advise­rende stem. Ben je wel echt afgevaardigd als je alleen een advise­rende stem hebt? Wat wordt voorge­steld, kan toch al? Beweegt er dan werkelijk wat? Moet het niet zijn: óf afvaar­digen naar alle kerke­lijke verga­de­ringen óf naar geen enkele? Waarom alleen naar de classis? Is dat niet arbitrair? Kunnen we dit maken richting de GKv en de NGK? Krijgen we op deze manier geen twee verschil­lende soorten afgevaar­digden met advise­rende stem? Graag een goede commu­ni­catie over het genomen besluit! Moet er geen meer analyse komen op de resul­taten van wat binnen de classes is besproken?

De behan­deling van dit agendapunt wordt hier afgebroken en zal op een ander tijdstip worden voort­gezet. Het einde van de middag­ver­ga­dering is aange­broken. Br. J. Pijl gaat voor in gebed.

avond­ver­ga­dering

De avond­ver­ga­dering begint met het zingen van Psalm 96:1,2 in het Engels. Ds. A.G.M. Westrate leest Openbaring 7:9-17 in het Engels en gaat voor in gebed in het Neder­lands.

buiten­landse gasten

Ook vanavond is een aantal buiten­landse gasten in ons midden. Sommigen van hen zullen de synode toespreken.

Als eerste spreekt prof. David McKay van de Reformed Presby­terian Church of Ireland. Hij vertelt iets over de geschie­denis van zijn kerkverband en over de activi­teiten die zijn kerk momenteel onder­neemt. Er is veel aandacht voor gemeen­te­planting. Er is een diepe verbon­denheid met de gerefor­meerde broeders in Nederland. We staan als kerken voor dezelfde uitda­gingen, o.a. op het gebied van de seksuele ethiek. Met dankbaarheid is kennis­ge­nomen van het visie­do­cument van onze kerken over homosek­su­a­liteit. Hij bemoedigt ons met de opgestane Christus die Koning is voor eeuwig.

Ds. R. Bikker beant­woordt de toespraak. Blijd­schap wordt uitge­sproken over het feit dat prof. McKay onze synode bezoekt. We staan als kerken inderdaad voor dezelfde uitda­gingen. Maar we dienen een God die trouw is en Zijn beloften vervult. We zullen bidden om Gods zegen over de kerkplan­tingen. Moge God uw kerken zegenen. Breng onze harte­lijke groeten over!

Als tweede spreekt dr. Heon Soo Kim van de Independent Reformed Church in Korea. Hij vertelt dat de banden tussen beide kerken sinds het aanknopen van contacten in 2007 gegroeid en verdiept zijn. Er zijn over en een weer contacten geweest: er is op elkaars kansels gepreekt en op elkaars synodes is gesproken. Hij vertelt over de ontwik­ke­lingen in de IRCK sinds de vorige synode. Er zijn contacten aange­knoopt met de Independent Reformed Presby­terian Church in Korea en de verwachting is dat beide kerkver­banden op termijn zullen fuseren. Er zijn ook zorgen, maar de HEERE gaat door met Zijn werk. Ons visie­do­cument over homosek­su­a­liteit wordt momenteel vertaald in het Koreaans. Er zijn aanvallen op het chris­telijk geloof, maar we zullen met Gods Woord in de hand deze bestrijden. Met de woorden van Efeziërs 3:16-19 wordt ons Gods zegen toege­wenst.

Ds. L.A. den Butter beant­woordt de toespraak. Dr. Kim wordt bedankt voor zijn komst naar onze synode. We horen over de goede, geeste­lijke band die er is tussen de kerken. Het laatste jaar was zwaar voor de IRCK vanwege een scheuring, maar God gaf genade om door te gaan. We zullen voor elkaar blijven bidden en wensen de IRCK Gods nabijheid en leiding toe. Met de woorden van Openbaring 3:11v. wordt Gods zegen aan deze kerken toege­wenst.

Als derde spreekt ds. Andrew Lucas van de Evange­lical Presby­trian Church of Ireland. Hij vertelt iets over de geschie­denis van zijn kerkverband en de opbouw ervan. De samen­leving verandert snel in Ierland en dat stelt de kerk voor problemen en uitda­gingen. De HEERE is echter getrouw gebleven. Het werk gaat door, ook in het planten van nieuwe gemeenten. De wens wordt geuit dat de banden tussen de beide kerken zullen groeien en versterkt worden.

Ds. R. Bikker beant­woordt de toespraak. Ds. Lucas wordt bedankt voor zijn komst naar Nunspeet. Ds. Bikker zag in Ierland in de kerken van de EPCI afbeel­dingen van de brandende braambos. Die afbeelding staat ook op ons kerkzegel. Het mag beide kerken bemoe­digen. God houdt Zijn werk in stand, maar heiligt het wel. Hij blijft dezelfde, ook in onze tijd. Moge die God de EPCI bemoe­digen en zegenen. Breng onze harte­lijke groeten over aan de broeders en zusters in Ierland!

Als vierde spreekt ds. P. Naylor van de Evange­lical Presby­terian Church in England and Wales. Hij merkt op dat we kerk kunnen zijn vanwege de overwinning van Christus op Golgotha en Zijn regering aan de rechterhand van Zijn Vader. Sinds 4 jaar is er een corres­pon­den­tieband, dus dit is het eerste bezoek aan onze synode. De EPCEW is een klein kerkverband en de velden zijn wit om te oogsten in Engeland en Wales. De kerk groeit dankzij Gods genade. Er zijn verschil­lende kerkplan­tingen. Er zijn ook gemeenten in het buitenland. Het is belangrijk om elkaar als kerken te ontmoeten om elkaar te bemoe­digen en van elkaar te leren. Bezoeken vanuit onze kerken zijn zeer op prijs gesteld. We staan als kerken voor dezelfde vragen en problemen. Hartelijk dank voor het beschikbaar stellen van het visie­do­cument over homosek­su­a­liteit. Er leven zorgen bij de EPCEW over ontwik­ke­lingen in de GKV en daarmee over onze toena­dering tot die kerken. De HEERE zegene uw kerken!

Ds. W.M. Middelkoop beant­woordt de toespraak. Hij spreekt zijn waardering uit voor de komst van ds. Naylor en hoopt dat het niet de laatste keer zal zijn dat hij ons bezoekt. Bijzonder is dat de kerken van de EPCEW vaak klein zijn en toch een eigen predikant hebben. Dat zou ons te denken moeten geven. Fijn dat ons visie­do­cument over homosek­su­a­liteit goed ontvangen is. De zegen van de HEERE wordt toege­wenst met de woorden van Openbaring 3:7v.

Als laatste spreekt ds. Jean-Raymond Stauf­facher van Union Nationale des Eglises Protes­tantes Reformees Evange­liques de France. Hij groet ons hartelijk en spreekt zijn waardering uit voor het feit dat onze kerken zich ook willen gaan richten op zending in Europa. Door de terro­ris­tische aanslagen in Frankrijk is de vraag naar religie daar weer belangrijk geworden. De Fransen verwachten van de chris­te­lijke kerken een woord van hoop dat zin geeft. Er is ruimte om een chris­telijk getui­genis te geven. Christus zal de harten van de mensen voor Zich moeten innemen en Hij doet dat ook. Er zijn verschil­lende missi­o­naire projecten ontstaan in de hoop dat er nieuwe gemeenten zullen ontstaan. Er is een herstruc­tu­rering van het kerkverband doorge­voerd. Dat bevalt goed. De beslissing van de Verenigde Protes­tante Kerk van Frankrijk om mensen van gelijk geslacht in het huwelijk te beves­tigen, heeft voor veel onrust gezorgd. Ons wordt een gezegende synode toege­wenst. De theolo­gische erfenis van Calvijn blijft een levend bezit. Het Woord van God blijft van de grootste betekenis om onze zending in deze roerige eeuw te volbrengen.

Prof. Huijgen beant­woordt de toespraak (in het Frans!). Hij geeft aan dat we ons erover verheugen ds. Stauf­facher te mogen ontvangen op onze synode. Het klopt dat we ons aan het oriën­teren zijn op missi­o­naire projecten in Europa. We leven mee in de tragische gebeur­te­nissen die in Frankrijk hebben plaats­ge­vonden. We hopen dat u op onze synode bemoedigd wordt en Gods zegen toege­wenst voor uw kerken!

Ds. Schenau dankt voor de harte­lijke woorden. Hij nodigt de buiten­landse gasten uit om voorin de kerk plaats te nemen. We zingen hen staande Psalm 67:1,2 in het Engels toe. Een ontroerend moment!

Prof. Huijgen leest Efeziërs 4:1-6 en gaat voor in gebed. De vierde verga­derdag van de synode is geschie­denis geworden.

derde verga­derdag 12 oktober

woord vooraf

Eerst een mededeling voor hen die op afstand iets van de synode­zit­tingen willen zien of horen. Alleen de opening van de zittings­dagen is op deze manier te volgen. Wie de synode op de voet wil volgen, kan dagelijks terecht op de website van onze kerken en op die van het Refor­ma­to­risch Dagblad en het Neder­lands Dagblad.

opening

De preses opent de derde zitting van de synode. Hij laat Ps. 133:1,2,3 zingen, leest Efeziërs 4:1-16 en gaat voor in gebed.

eenheid gerefor­meerde belijders

De preses stelt het eerste commis­sie­rapport aan de orde dat gemaakt is naar aanleiding van de rapportage van de deputaten eenheid gerefor­meerde belijders. Veel afgevaar­digden vragen het woord. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: moeten in het kijken naar kerke­lijke eenheid ook jongeren en buiten­ker­ke­lijken niet nadruk­ke­lijker meege­nomen worden? Moet er niet meer geregeld worden voor samen­wer­kende gemeenten? Is het plan voor een convent van kerken niet te preten­tieus voor de CGK? Past een convent nog wel bij onze tijd en cultuur? Zitten de classes te wachten op het optuigen van een convent? Moet er niet veel meer gestreefd worden naar een convent­model op plaat­selijk niveau? Hoe breed wordt een kerkelijk convent? Moeten we niet veel meer gaan inzetten op een verbe­tering van de eigen kerke­lijke eenheid? Moet er geen deputaat­schap binnen­ker­ke­lijke eenheid komen? Hoe denken deputaten over de verdere weg naar een federatie van kerken? Wat gaan we nu concreet doen aan onze eigen kerke­lijke eenheid? Is het niet wijs om nu een duidelijk besluit te nemen in verband met de deelname aan de Nationale Synode?

De rapporteur beant­woordt de aan de commissie gestelde vragen. Hij geeft o.a. aan dat de commissie een plaat­selijk convent van kerken eigenlijk te klein van opzet vindt en denkt dat een boven­plaat­selijk convent haalbaar moet zijn in onze netwerk­sa­men­leving. Deputaten zullen het initi­atief nemen voor het opstarten van de conventen. Andere kerken staan daar welwillend tegenover. De commissie denkt dat een uitbreiding van de opdracht van deputaten met het oog op de kerke­lijke eenheid gewenst is. Of er een deputaat­schap voor binnen­ker­ke­lijke eenheid moet komen, is een nieuw voorstel. Daar zal over nagedacht moeten worden. De commissie wil ruimte geven aan deputaten om in gesprek te blijven met de Nationale Synode.

Daarna krijgt de voorzitter van deputaten, ds. W. van ’t Spijker, het woord. Hij zegt o.a. dat deputaten toch graag verder willen met het opzetten van conventen van kerken. Zo’n convent is eigenlijk een netwerk van kerken en hoeft niet een log lichaam te worden. We hebben inderdaad veel kerke­lijke contacten, maar dat hangt ermee samen dat er helaas zo veel gerefor­meerde kerken zijn. Werken aan binnen­ker­ke­lijke eenheid is belangrijk, maar dat heft de opdracht niet op om naar eenheid met andere gerefor­meerde belijders te zoeken. Deputaten zijn er nog niet uit hoe een federatie van kerken er precies uit zal moeten zien. Daar wordt nog gesprek over gevoerd met de GKV en de NGK. Deputaten willen graag in gesprek blijven met de Nationale Synode, ook omdat daar mogelijk­heden liggen om met andere kerken in gesprek te komen die je anders niet zo snel ontmoet.

In een tweede ronde worden er opnieuw veel vragen gesteld. Moeten onze jongeren toch niet meer meege­nomen worden in onze gedach­te­vorming over kerke­lijke eenheid? Jaarlijks verlaten honderden jongeren onze kerken en het werk van onze synode zegt hen niets! Er wordt opnieuw gevraagd naar een duide­lijker omschrijving van de taken van deputaten. De afgevaar­digde die pleitte voor een deputaat­schap binnen­ker­ke­lijke eenheid, geeft aan dat als dat deputaat­schap er komt, het werk van het huidige deputaat­schap niet bevroren behoeft te worden. Dit deputaat­schap zou zelfs beter kunnen functi­o­neren, als er een kerk onder staat die één is. Er wordt opnieuw gepleit voor een convent op plaat­selijk niveau. Moeite wordt verwoord met samen­werking met Remon­stranten in het kader van de Nationale Synode.  Een andere afgevaar­digde pleit tegen een convent­model. Weer een andere afgevaar­digde legt de vinger bij de voornemens van de Nationale Synode en geeft aan dat dat heel wat verder gaat dan wat eerder de bedoeling van de synode was. Een opmerking die een paar keer gemaakt wordt, is dat we niet naar kerke­lijke eenheid moeten streven, maar die moeten ontdekken. We zijn één in Christus.

Prof. Peels wil iets zeggen over de Nationale Synode. Hij legt uit hoe deze synode is ontstaan en wat de bedoeling ervan is. Het gaat niet om een gerefor­meerde beweging, maar om een beweging van kerken die schouder aan schouder willen staan in een sterk gesecu­la­ri­seerde samen­leving.

De rapporteur krijgt het woord en geeft o.a. aan dat er inderdaad een eenheid in Christus is en daar zal naar gezocht mogen worden. Een ander zal daarop ook bevraagd mogen worden. De commissie is van mening dat vooral tijdens classis­ver­ga­de­ringen het binnen­ker­ke­lijke gesprek gevoerd moet worden. Opnieuw wordt een pleidooi gevoerd voor een boven­plaat­selijk convent van kerken. Dit is in lijn met de opdracht aan deputaten door de synode van 1947.

De voorzitter van deputaten merkt vervolgens op dat de gefor­mu­leerde opdracht op blz. 85 van het commis­sie­rapport deputaten welge­vallig is en dat er zeker aan gewerkt kan worden. Deputaten zijn voor een boven­plaat­selijk convent van kerken. Zo’n samen­komst is minder vrijblijvend. Er zijn geen signalen dat de HHK zo’n convent niet wil. Het C.O.G.G. is er voor en heeft dat in een brief aan onze synode laten weten. Deelname aan de Nationale Synode betekent niet dat wij onze eigenheid en onze eigen kerkorde aan de kant moeten schuiven. We mogen onze eigen inbreng behouden.

jaarboek

Aan het einde van de morgen wordt het rapport over ons kerkelijk Jaarboek besproken. Gevraagd wordt o.a. of de gegevens over de Ameri­kaanse en Canadese kerken weer opgenomen kunnen worden in het Jaarboek. Heeft de dalende verkoop van het Jaarboek ook niet te maken met een afnemend kerkelijk besef? De aanbe­veling wordt gedaan om elk kerken­raadslid een Jaarboek te geven. Een voortrekker in de plaat­se­lijke gemeente voor het Jaarboek zou ook aan te bevelen zijn. Hebben deputaten al eens nagedacht over een digitaal Jaarboek? Is er afstemming tussen deputaten en de beheerder van de website van onze kerken? Soms staat er tegen­strijdige infor­matie in/op beide media. Wordt overwogen om de cd-rom niet meer uit te geven? Een andere afgevaar­digde onder­streept de vraag naar opname van de buiten­landse kerken. Hij vraagt ook hoe er vanuit de kerken is gerea­geerd op de andere indeling van het Jaarboek.

De rapporteur merkt aller­eerst op: ‘Zonder CGK geen jaarboekje en zonder jaarboekje geen CGK’. De commissie herkent waarom de verkoop van het Jaarboek daalt en de reden daarvan. De commissie heeft nog niet nagedacht over een kerke­lijke app met infor­matie. De commissie heeft met deputaten gesproken over de vormgeving van het Jaarboek en onze suggesties zijn meege­nomen.

Ds. R.W.J. Soeters spreekt namens deputaten. Hij geeft aan dat de gegevens van de Ameri­kaanse en Canadese kerken slecht worden aange­leverd en wijzi­gingen worden ook niet altijd doorge­geven. Gegevens zijn te vinden op de websites van die kerken. Er wordt ook één lijn aange­houden met andere buiten­landse kerken. Een kerke­lijke app bouwen kost ongeveer 15.000 Euro. Er is een koppeling tussen het Jaarboek en de website van onze kerken. De cd-rom blijft beschikbaar, omdat de kosten ervan laag zijn. De opmer­kingen van de commissie over verbe­te­ringen van het Jaarboek worden door deputaten meege­nomen.

In een tweede ronde wordt nog een keer de vraag gesteld waarom de rubrieken zullen vervallen bij een digitaal jaarboek. Een papieren versie zal altijd uitge­geven kunnen worden, gezien de kosten van printing-on-demand. Opgemerkt wordt dat het misschien beter is om deputaten concrete voorstellen te laten doen voor een hogere verkoop van het Jaarboek.

Ds. H.J.Th. Velema legt uit dat bij een digitale versie de rubrieken jaarover­zicht etc. zullen verdwijnen. Er is inderdaad een koppeling tussen het Jaarboek en het Diensten­bureau. Het duurt soms echter even voor de wijzi­gingen verwerkt zijn.

Ds. A. van der Zwan doet een tweetal voorstellen. Het ene is om terug te gaan naar een indeling van het Jaarboek naar classes. Het tweede om de gegevens van de Free Reformed Churches van Amerika en Canada weer op te nemen in het Jaarboek. De commissie neemt deze voorstellen niet over. Het eerste is een revisie­verzoek en kan zo niet behandeld worden. Over het tweede gaan deputaten buiten­landse kerken. Dit punt zou bij de behan­deling van hun rapport aan de orde gesteld kunnen worden.

Ds. Soeters wijst erop dat veel mensen de nieuwe indeling wel waarderen en een enkeling niet. De FRC opnemen zou ook moeten leiden tot het opnemen van alle andere buiten­landse kerken met wie er corres­pon­dentie is. Ds. Van der Zwan trekt hierop zijn voorstellen in. De synode neemt de besluit­voor­stellen van de commissie over.

Br. van der Wal eindigt de morgen­ver­ga­dering met gebed.

opening van de middag­ver­ga­dering

De preses opent de middag­ver­ga­dering en laat zingen Psalm 119:7. Ds. R. Bikker leest Psalm 122 en gaat voor in gebed.

emeritaat prof. dr. G.C. den Hertog

De preses heet prof. en zr. Den Hertog met hun gezin van harte welkom. Hij nodigt hen uit om achter de modera­men­tafel plaats te nemen. Vervolgens leest hij de acte van emeri­taats­ver­klaring voor en overhandigt deze aan prof. Den Hertog. Daarna spreekt hij prof. en zr. Den Hertog met hun gezin hartelijk toe. Hij releveert de gang van prof. Den Hertog door onze kerken, waarbij hij vanaf het begin ook het bredere kerke­lijke leven heeft gediend, o.a. in verschil­lende deputaat­schappen. Zijn brede belezenheid wordt genoemd en geroemd en zijn afvaar­diging naar verschil­lende synoden. In 1989 vond cum laude de promotie plaats op een studie over de theologie van Iwand. In 2001 volgde de benoeming als hoogleraar aan de TUA. In de loop van de jaren werd het vakken­pakket verschil­lende keren aangepast. Vele publi­caties mochten verschijnen. God heeft prof. Den Hertog voorzien van een sterke gezondheid en grote gaven. Daar zijn de kerken dankbaar voor. Tegelijk heeft hij de breedte van onze kerken en op het grondvlak willen dienen. We hopen dat er nu wat meer rust zal komen, hoewel het werk zal doorgaan. Zr. Den Hertog wordt bedankt voor haar inzet voor het werk van haar man. Ook de kinderen en de klein­kin­deren worden hartelijk toege­sproken en toege­wenst dat ze hun (groot)ouders nu wat vaker zullen zien.

Namens de hele TUA-gemeen­schap spreekt de president curator ds. A. van der Zwan. Hij vertelt over de momenten dat hij prof. Den Hertog heeft ontmoet. Hij kijkt daar met dankbaarheid op terug. Hij citeert de Acta van de synode van 2001, waarin prof. Den Hertog aangeeft hoe hij zijn hoogle­raar­schap wil gaan invullen. Ds. Plantinga heeft na dit getui­genis een gedeelte uit Efeziërs 3 gelezen. Op dit moment kan gezegd worden dat prof. Den Hertog dit heeft mogen waarmaken. De intre­de­tekst in Kornhorn is wat dat betreft steeds leidend geweest (1 Sam. 3:10). Prof. Den Hertog is wel eens verge­leken met een bromvlieg die tegen het raam aanvliegt en verder wil en ook ziet wat er verder ligt, maar toch binnen blijft. Prof. den Hertog en zijn gezin worden Gods zegen voor de toekomst toege­wenst.

Prof. Den Hertog krijgt het woord. Hij bedankt voor alle harte­lijke woorden. Hij is dankbaar dat merkbaar is geweest dat de genade van God niet tever­geefs aan hem geschied is. Tegelijk beseft hij dat er fouten en gebreken zijn geweest. Aan de hand van een psalmvers en een Bijbel­tekst spreekt hij verder. Psalm 119:83 heeft een grote betekenis voor hem gekregen door de manier waarop opa Den Hertog deze psalm zong. Sindsdien zingt dit vers rondom hem heen. Er volgt een beschouwing over de ethiek, waaruit het geleefde leven vandaag vaak verdwenen is. De wet van God wil gelééfd worden. Dat is prof. Den Hertog ook tegen­ge­komen in de Catechismus die hem lief is. Hij is dankbaar dat hij met emeritaat mag gaan, nu hij nog gezond is. Gelukkig mag hij doorgaan, want niets meer kunnen doen voor Gods Koninkrijk, zou prof. Den Hertog heel erg vinden.

In het ouderlijk huis hing een tekst aan de muur: 3 Johannes 4. Zijn ouders kregen deze trouw­tekst mee van de andere opa, ds. R. Kok sr. Deze tekst heeft benieuwd gemaakt naar de wandel met God en op de weg met God geleid. De professor hoopt zijn weg met blijd­schap te mogen vervolgen. Hij noemt Wilke en Marlies die er met hun kinderen vandaag niet bij kunnen zijn. Wie op God vertrouwt, wordt vanzelf blij (Luther). De zegen van God wordt ons toege­wenst en de vreugde in Zijn dienst.

We zingen Psalm 119:83 en daarna is er gelegenheid om prof. en zr. Den Hertog de hand te drukken.

curatorium

De synode spreekt vervolgens over het eerste commis­sie­rapport over het rapport van het curatorium. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: hoe is de inschatting van het te verwachten predi­kan­ten­tekort op dit moment? Heeft het curatorium al eens overwogen om op een pasto­rie­middag meerdere predi­kants­echt­paren wat te laten vertellen en komt op zo’n middag ook de plaats van de kinderen in de pastorie ter sprake? Is er ook in de kerken zorg over de preek­voor­stellen van de studenten? Wat zijn reële vacatures? Wordt op de pasto­rie­middag ook infor­matie gegeven over de pensi­oen­voor­ziening voor predi­kanten? Hoe zit het nu precies met de aanwe­zigheid van het curatorium bij de master­examens?

De rapporteur geeft in zijn beant­woording aan dat de meeste vragen gesteld zijn aan het curatorium. De voorzitter van het curatorium, ds. A. van der Zwan, krijgt het woord.

Hij geeft aan dat een nieuwe berekening van het te verwachten predi­kan­ten­tekort heeft uitge­wezen dat deze naar beneden kan worden bijge­steld en daardoor is een eerdere zorg wegge­nomen. De suggesties over de pasto­rie­middag worden meege­nomen. De feedback uit de kerken is vaak positiever dan de waardering van de preek­voor­stellen door het curatorium. Hoe dat gewaar­deerd moet worden, is een andere vraag. Er zijn momenteel 28 reële vacatures in de kerken. Er wordt op de pasto­rie­middag ook gesproken over de pensi­oenen. Het curatorium is alleen aanwezig bij de master­examens van admis­siale studenten. Hun aantal blijft de laatste jaren stabiel (20-25).

Er komt geen tweede ronde en er worden ook geen voorstellen ingediend. De synode neemt alle besluit­voor­stellen van de commissie over.

Vervolgens wordt het rapport aan de orde gesteld waarin goedkeuring wordt gevraagd voor de benoe­mingen van dr. M.C. Mulder, dr. D.J. Steensma en drs. H. de Waard. De synode keurt deze benoe­mingen goed.

De verga­dering gaat in comité. In de avond­ver­ga­dering wordt hierop terug­ge­komen.

instructies

De instructies van de PS van het Oosten en van het westen worden aan de orde gesteld. Daarin wordt gevraagd om een herschrijving van het verbin­dings­for­mulier voor ambts­dragers, omdat het taalge­bruik verouderd is en veel regels defensief van aard zijn. Later in de verga­dering komt dit punt terug.

Vervolgens wordt de instructie van de PS van het Westen aan de orde gesteld waarin gevraagd wordt om een verdere uitwerking van art. 79 en 80 van de kerkorde. Een genuan­ceerdere omschrijving zou gewenst zijn. Ook zou een breder instru­men­tarium aan maatre­gelen gewenst zijn. Gevraagd wordt of deputaten kerkorde en kerkrecht hierop zouden kunnen studeren en hierover voorstellen te doen. Later in de verga­dering komt dit punt terug.

eredienst

Het rapport van deputaten eredienst wordt aan de orde gesteld. De preses stelt voor om het rapport in gedeelten te behan­delen om zo de bespreking zo goed mogelijk te laten verlopen. Aller­eerst wordt hoofdstuk 1-2.4 van het deputa­ten­rapport aan de orde gesteld met het bijbe­ho­rende gedeelte van het commis­sie­rapport. Onder andere de volgende vragen worden gesteld: moet er in het formulier voor de volwas­sendoop niet iets opgenomen worden over het gedoopt worden in de naam van de drie-enige God? Moeten in de formu­lieren die op de website komen ook geen versies komen met de NBV erin, omdat een deel van onze kerken deze vertaling gebruikt? Waarom heeft het formulier voor de volwas­sendoop zich zo nadruk­kelijk aange­sloten bij de formulier voor de geloofs­be­lij­denis? Het formulier is niet te gebruiken voor een gezinsdoop; moet daar geen aanpassing voor komen? Er is door de commissie geen tekst­voorstel gegeven voor de uitbreiding van het doopon­der­richt, waarom niet? Is art. 77 K.O. niet meer doeltreffend? Is er contact met deputaten kerkrecht hierover geweest? Waarom hebben deputaten de voorstellen van ds. Van der Rhee overge­nomen? Hoe werkt dat in de praktijk?

Bevatten sommige voorge­stelde aanpas­singen toch niet teveel kerkelijk taalge­bruik? Kan de commissie aangeven wat voor verwarring er kan ontstaan tussen kinder- en volwas­sendoop? Is er ook nagedacht over het voorlezen van een litur­gische tekst in de eredienst? Hebben deputaten zich dat weleens afgevraagd? Is het eerste doel van de tucht niet de eer van God en daarna het behoud van de zondaar? Moeten we niet oppassen met de functi­o­na­li­sering van de tucht?

De rapporteur geeft aan dat de commissie ook is voor een uitbreiding van het doopfor­mulier voor volwas­senen. Wat de opname van de NBV betreft heeft de commissie zich aange­sloten bij het besluit van de synode van 2013. Er blijft een apart formulier voor volwas­sendoop en geloofs­be­lij­denis. Over de lengte van de formu­lieren kan nu niets meer gezegd worden.

Vervolgens geven drie deputaten antwoord op de aan deputaten gestelde vragen.

In een tweede ronde wordt gevraagd of het formulier voor de volwas­sendoop toch niet dichter bij dat voor de kinderdoop moet worden gebracht. Hoe moet het nieuwe formulier nu precies worden gelezen? Wat wordt de uitbreiding? Hoe is de balans nu, kan er iets meer over de doop in komen en iets minder over de belij­denis? Komt er nog een beproeving door de kerken? Waarom toch geen NBV in de formu­lieren? Waar breng je in de formu­lieren voor de bediening van het heilig avondmaal de tweedeling aan? Het huwelijks­for­mulier blijft toch aan de lange kant, hoe ga je daarmee om? Zullen we het voorstel voor deputaten kerkrecht aanhouden? Er wordt opnieuw gepleit voor opname van de NBV in de formu­lieren. Prof. Maris stelt voor om het woord ‘plechtig’ in de formu­lieren te vervangen door het woord ‘belangrijk’. Hij adviseert ook om aan de tweede doopvraag toe te voegen of men er naar uitziet om het teken van de doop te ontvangen.

Opnieuw reageren de commissie en de deputaten op deze voorstellen.

De verga­dering wordt geschorst voor de maaltijd. Br. J.J. Eberwijn gaat ons voor in gebed.

avond­ver­ga­dering

Na de maaltijd zingen we Psalm 145:2. Vervolgens leest br. P. van Duijven­booden Filip­pensen 2:1-11 en gaat hij voor in gebed. Er is een groot aandeel gasten in ons midden. Een deel van hen komt uit het buitenland. De toespraken worden voor hen in het Engels vertaald.

benoeming hoogle­raren

De preses deelt in het openbaar mee dat de synode vanmiddag heeft besloten om dr. A. Huijgen te benoemen tot hoogleraar syste­ma­tische theologie en dr. M.J. Kater tot hoogleraar praktische theologie aan de TUA. De preses felici­teert de broeders met hun benoeming. Het is een unieke benoeming, want er ging een tenure track aan vooraf (een periode waarin bewezen moet worden dat men profes­so­rabel is). De HEERE heeft de gaven gegeven om hieraan te voldoen. Het werk in Apeldoorn mag voort­gezet worden, maar nu als hoogleraar. Naar 1 Korin­thiërs 4 zal er ‘econo­misch’ en betrouwbaar gewerkt behoren te worden. De zegen van de HEERE wordt de beide broeders en hun gezinnen toege­wenst.

Vervolgens spreekt de rector, prof. Peels, de benoemde broeders toe. Hij geeft aan dat de univer­si­teits­ge­meen­schap blij is met deze avond. Er is gehoopt op deze benoe­mingen en vanavond is het zover. Beide broeders hebben bewezen dat zij de gaven hebben ontvangen om professor te zijn en kunnen functi­o­neren binnen een univer­si­teits­ge­meen­schap. Er is heel veel werk door hen verzet en op een heel goede manier. Eigen initi­a­tieven zijn ontplooid en humor ontbrak niet. Alles was doordrongen van een diep geestelijk leven. Beide broeders zijn benoemd op sleutel­po­sities en hebben dus een grote verant­woor­de­lijkheid. De studenten zullen zich graag door hen laten leiden en onder­wijzen. Er klinkt een hartelijk welkom en een zegenwens.

Het woord is vervolgens aan de benoemde broeders. Aller­eerst spreekt br. Huijgen. Hij dankt voor de benoeming en hoopt het vertrouwen van de kerken niet te beschamen. Hij is dankbaar dat zijn werk nu een kerke­lijke inbedding krijgt. Hij vindt het een voorrecht om elke dag aan theologie te mogen doen en om studenten te mogen onder­wijzen. Hij dankt prof. Den Hertog voor zijn werk. Hij refereert ook aan de samen­werking met de univer­siteit van de GKV te Kampen. Hij ziet een belang­rijke taak liggen: over God spreken in een tijd die daar niet op zit te wachten. Hij zal de dogmatiek onder­wijzen in gehoor­zaamheid aan de Schrift en in nauwe verbon­denheid aan de geref. belij­denis. Hij weet zich door God geroepen, maar gebed is nodig. Graag aanvaardt hij zijn benoeming.

Vervolgens spreekt br. Kater. Hij dankt ook voor het vertrouwen van de kerken. Hij ervaart deze benoeming als een beves­tiging van de weg die de HEERE met hem gaat. Het belang­rijkste is niet om professor te zijn, maar om kind van God te zijn. Br. Kater heeft er zin in. Het gaat om een goede zaak. En de Koning van de kerk is het waard. Hij aanvaardt zijn benoeming in afhan­ke­lijkheid van de HEERE.

De preses gaat voor in dankgebed. Daarna zingen we de benoemde broeders en hun echtge­notes staande Psalm 134:3 toe en is er gelegenheid om hen de hand te drukken.

De beves­tiging van de beide broeders als hoogleraar zal plaats­vinden op D.V. 13 december 2016 in de Chr. Geref. Dorpskerk te Nunspeet.

instructies (vervolg)

Opnieuw worden de instructies over de herschrijving van het verbin­dings­for­mulier aan de orde gesteld. De voorstellen tot besluit zijn door de commissie aangepast en aangevuld. De synode neemt de voorstellen over.

Dan komt de instructie over de aanscherping en de aanvulling van art. 79 en 80 K.O. opnieuw aan de orde. Ook deze voorstellen tot besluit zijn aangepast en aangevuld. De synode neemt de voorstellen over.

eredienst (vervolg)

Er is gelegenheid om voorstellen in te dienen. Ds. Schenau stelt voor deputaten op te dragen zich te bezinnen op de didac­tische methodiek m.b.t. het gebruik van de verschil­lende litur­gische formu­lieren en zo mogelijk een praktische handreiking dienaan­gaande voor de plaat­se­lijke gemeente aan te bieden aan de generale synode van 2019. De commissie en deputaten zullen hier eerst over spreken voordat de synode hierover een besluit zal nemen. Ds. Westrate stelt voor aan de tweede vraag in het doopfor­mulier toe te voegen: ‘om de Heilige Doop te ontvangen’ en een uitleg over de doop aan het formulier toe te voegen. Als deputaten het aange­paste formulier kunnen aanle­veren, zal duidelijk zijn hoe het er dan uitziet.

zingbaarheid van de psalmen

Nu wordt hoofdstuk 2.5 aan de orde gesteld over de zingbaarheid van de psalmen. De volgende vragen worden gesteld: waarom krijgen deputaten een vervolg­op­dracht op dit punt? Wat zal dat nog opleveren? Waarom is er niets opgeschreven over de gedateerdheid van de psalm­teksten? Missi­onair zijn veel psalm­teksten een probleem. Hoe komt het dat het zingen van psalmen onder jongeren verdwijnt? Hebben deputaten alle nieuwe initi­a­tieven op het terrein van het zingen van psalmen gezien en gewogen? Hebben deputaten contact gehad met de stichting ‘Dicht bij de Bijbel’? Het contact met jongeren wordt gemist. Er moet echt met hen zelf gesproken worden. Moet er geen aange­scherpte opdracht voor deputaten komen?

De rapporteur gaat hierop in. Hij geeft aan dat het hem persoonlijk bevreemd heeft dat het deputaat­schap kerkjeugd en onderwijs niet geraad­pleegd is. Een aange­scherpte opdracht voor deputaten is mogelijk, de commissie wacht een voorstel vanuit de verga­dering af. Ook het gesprek met jongeren acht de commissie van groot belang.

Br. Ruiter antwoordt namens deputaten. Er is met verte­gen­woor­digers van de jeugd­bonden gesproken, maar het zou een goede zaak zijn om ook met jongeren zelf te spreken. Dat hebben deputaten niet overwogen. Wat het bestu­deren van psalm­be­rij­mingen betreft, hebben zij alleen gekeken naar bestaande berij­mingen die compleet zijn. In de psalmen treffen we Bijbeltaal en kerktaal aan. Die zullen jongeren zich eigen moeten maken.

In een tweede ronde wordt opgemerkt dat gezin en school een belang­rijke taak hebben in het aanleren van de psalmen. Een andere afgevaar­digde beklem­toont dat spreken met jongeren echt nodig is en er nog meer analyse gemaakt moet worden van de muziek­cultuur van jongeren. Aange­geven wordt dat de Nieuwe Psalm­be­rijming zijn voltooiing nadert. 100 Psalmen zijn intussen klaar. Opnieuw wordt wat gezegd over de muziek van de groep ‘Sela’. Waarom is deze groep zo populair bij jongeren? Kunnen we daar wat van leren? The Psalm Project is ook een voorbeeld van een heden­daags bezig zijn met de psalmen.

De rapporteur reageert hierop. Hij geeft aan dat er vooral harten­kreten geslaakt zijn, maar weinig vragen zijn gesteld. Hij verdedigt het voorstel van de commissie.

Er wordt een voorstel ingediend door ds. W.M. Middelkoop. In dit voorstel worden jongeren nadruk­kelijk bij het onderzoek betrokken en ook andere deskun­digen. Ds. A.A. Egas dient een voorstel in over het zingen van psalmen in het gezin en op school. De commissie zal ernaar kijken in overleg met deputaten en er later op terug­komen.

sluiting

De verga­derdag wordt afgesloten door ds. A. van de Bovekamp. Hij leest Efeziërs 3:14-21, we zingen Psalm 86:6 en daarna gaan we in gebed. En dan is de derde zittingsdag voorbij.

tweede verga­derdag 11 oktober

 

Ik, ds. C.J. Droger, neem de pen over van ds. A.Th. van Olst. Door verschuiving van werkzaam­heden heeft hij zijn taak van verslag­gever voor ‘De Wekker’ en voor de website van onze kerken terug­ge­geven. Op verzoek van het moderamen heb ik deze taak op mij genomen. Ik hoop u de komende tijd via deze twee kanalen in hoofd­lijnen te infor­meren over het werk van de synode.

opening

De preses, ds. P.D.J. Buijs, opent de tweede zitting van de synode. Niet alle afgevaar­digden zijn nog aanwezig, omdat het op de weg naar Nunspeet heel erg druk blijkt te zijn. Hij laat Ps. 146:1,3 zingen en gaat voor in gebed. Vervolgens leest hij Lukas 10:25-37. Daarna leest ds. D.J. Steensma een telegram voor dat naar de koning zal worden gestuurd. Vervolgens worden de verzen 1 en 6 van het Wilhelmus gezongen. Na appel nominaal start de behan­deling van de voorstellen van het moderamen. Hierbij komt o.a. het huishou­delijk reglement van de synode aan de orde. Op voorstel van het moderamen wordt ds. H.K. Sok benoemd als notulist van de synode. De preses spreekt zijn waardering uit richting de commissies. Er is hard gewerkt. Er zijn zelfs zoveel rapporten ingeleverd, dat ze in de eerste verga­derweek niet allemaal behandeld kunnen worden.

financiën en diaconaat

Na een comité­ge­deelte wordt het totale finan­ciële beleid van onze kerken aan de orde gesteld. De voorstellen die in dat kader gedaan worden, worden door de synode overge­nomen. Dat geldt ook voor de voorstellen over de reis- en verblijf­kosten van de synode­leden.

Het tweede rapport dat deze morgen aan de orde wordt gesteld, is het rapport van deputaten diaconaat. Er is veel waardering voor het werk van deputaten. Er worden veel verhel­de­rings­vragen gesteld én beant­woord. Een belangrijk punt voor deputaten is dat kerken die het diaconaat in de gemeente goed willen laten functi­o­neren, het diaconaal bewustzijn van de predi­kanten zullen moeten versterken. Met het oog hierop doen deputaten een aantal voorstellen. In het rapport komt ook naar voren dat de leden van de CGK gul geven aan diaconale projecten. Ter tafel is ook een voorstel van deputaten om de artikelen 24-27 van de kerkorde te herfor­mu­leren (de artikelen over de dienst van de diakenen). Later in de verga­dering wordt daarop terug­ge­komen.

Aan het einde van de morgen­ver­ga­dering spreekt ds. D.J. Steensma een gebed uit.  De middag­ver­ga­dering wordt geopend door br. W. Baarda. Hij leest Prediker 3:1-14 en gaat voor in gebed. De verga­dering zingt Ps. 107:12,16.

varenden

Het eerste rapport dat aan de orde wordt gesteld, is van deputaten geeste­lijke verzorging van varenden. In de bespreking gaat het vooral over de vraag of na de emeri­tering van de huidige schip­per­s­pre­dikant ds. H. van der Ham er een nieuwe schip­per­s­pre­dikant zal worden aange­steld. Deputaten zijn daar erg voor, maar krijgen de verga­dering daarin niet mee. Ds. A.A. Egas brengt een amendement in waarin gevraagd wordt om te onder­zoeken of er misschien parttime een predikant of evangelist kan worden aange­steld om te werken onder de zeeva­renden. Het amendement wordt in stemming gebracht, maar omdat er 23 voorstemmers zijn, wordt het verworpen. De synode blijft dus bij het besluit om geen nieuwe schip­per­s­pre­dikant te benoemen, maar laat wel onder­zoeken waar het evange­li­sa­tiewerk van ds. Van der Ham het beste onder­ge­bracht kan worden en of daarbij meer inter­ker­ke­lijke samen­werking mogelijk is.

gezond­heidszorg

In de tweede helft van de middag komt het werk van de deputaten gezond­heidszorg aan de orde. De volgende vragen worden gesteld: moeten deputaten nog wel voor voorlichting zorgen? Is er niet voldoende voorlichting voorhanden? Moet er niet meer contact onder­houden worden met de predi­kanten naar art. 6 K.O.? Spoort het voorstel van de commissie over de voorlichting wel met wat de deputaten hierover opmerken? Wat stelt de commissie zich voor bij een ‘denktank’? Een andere vraag gaat over het afgeven van een bevoeg­heids­ver­klaring. Wanneer gaat de opdracht hierover naar deputaten kerkrecht?

De rapporteur van de commissie geeft aan dat deputaten toerusting willen blijven aanbieden, maar dat er nu nagedacht wordt over de meest efficiënte manier om dit te doen, bijv. vanuit een ‘denktank’. Er is inderdaad genoeg voorhanden, maar hoe breng je dat bij de mensen? Gebed­s­punten aanreiken zou ook een mogelijkheid zijn.
De voorzitter van deputaten, ds. A.C. van der Wekken, geeft aan dat de laatste jaren gewor­steld is met de vraag hoe onze kerkleden op een goede manier toegerust kunnen worden. Deputaten denken aan een meer doorver­wijzen naar anderen voor infor­matie op medisch gebied. Hij merkt op dat er voldoende aandacht wordt gegeven aan de predi­kanten naar art. 6 K.O.

In een tweede ronde wordt opgemerkt dat het besluit over het afgeven van een bevoeg­heids­ver­klaring toch tijdens deze synode genomen moet kunnen worden. Waarom doorschuiven naar de volgende synode? Er wordt door een andere afgevaar­digde nog even doorge­vraagd op het punt van het beschikbaar zijn van voorlichting.
De rapporteur geeft aan dat de commissie het prima zal vinden, als deze synode een besluit neemt over het afgeven van de bevoegd­heids­ver­klaring. Er is inderdaad veel infor­matie voorhanden, maar is het allemaal gemak­kelijk te vinden?

In een voorstel­ronde worden de volgende voorstellen gedaan: dat de synode nu al een besluit neemt over het afgeven van een bevoegd­heids­ver­klaring. Een tweede voorstel is om deputaten op te dragen te zoeken naar een goede vorm waarin kerken kunnen worden doorver­wezen naar instanties die voorlichting verzorgen van theolo­gische, medische en ethische thema’s op het gebied van de gezond­heidszorg. De synode neemt de besluit­voor­stellen van de commissie én de twee ingebrachte voorstellen over.

militairen

Vervolgens is het rapport van deputaten geeste­lijke verzorging van militairen aan de orde. Aller­eerst wordt gevraagd waarom predi­kanten vanuit onze kerken niet meer in aanmerking komen voor de functie van leger­pre­dikant. Zijn de eisen veranderd? Worden er ook recht­streeks predi­kanten benaderd, als er een vacature is? Worden ook admis­siale studenten benaderd om hen te wijzen op dit werk? Er wordt nog een vraag gesteld over de wervings­eisen en over een mogelijke andere manier van werving.

De rapporteur antwoordt namens de commissie. Hij wijst de vragen of de suggesties door naar deputaten. Namens deze antwoordt br. A. van Klaar­bergen. Hij geeft aan dat deputaten zeker veel werk gemaakt hebben van het zoeken naar een chr. geref. predikant voor de krijgs­macht, maar dat om verschil­lende redenen het helaas niet tot een benoeming gekomen is. Deputaten kunnen begeleiden naar de benoe­mings­pro­cedure, maar dan moet je het zelf doen. Zijn de eisen hoger? Daar hebben deputaten geen zicht op. De voorzitter van deputaten, ds. H. de Bruijne, vertelt dat in het verleden een vraag is neergelegd bij de TUA hierover, maar daar is niets uitge­komen.

In de tweede ronde wordt nog een keer gevraagd of de eisen toch niet hoger geworden zijn, gezien PKN-predi­kanten daar wel aan kunnen voldoen en onze predi­kanten niet. Ds. De Bruijne merkt op dat de laatste tijd er veel belang­stelling voor de functie van krijgs­macht predikant is en dat men daarom de beste kandi­daten aanneemt.
De synode neemt de besluit­voor­stellen van de commissie ongewijzigd over.
Op dit moment wordt het rapport van deputaten diaconaat opnieuw aan de orde gesteld. Het blijkt dat er nog een nader overleg nodig is tussen deputaten en de commissie. Later komt dit dus terug.

brieven

Vervolgens wordt de brief van de PS van het Zuiden over een aanpassing van het reglement van de commissie geschil­op­lossing aan de orde gesteld. De synode neemt het voorstel over om de reactie­termijn op vier weken te stellen en zal dat aan alle parti­cu­liere synoden laten weten.
De PS van het Oosten heeft ook een brief geschreven met het oog op een aanpassing van het reglement van de commissie geschil­op­lossing. De synode neemt de voorstellen van deze PS niet over.

Vervolgens wordt de instructie van de PS van het Noorden aan de orde gesteld waarin gevraagd wordt om in de kerkorde te veran­deren dat een beginnend predikant minimaal drie jaar in zijn eerste gemeente zal blijven.  Voorge­steld wordt om daar vier jaar van te maken. De synode neemt dit voorstel niet over.

Hierna wordt de brief van de PS van het Zuiden aan de orde gesteld waarin gevraagd wordt om een regeling voor predi­kanten die disfunc­ti­o­neren vanwege een psychische ziekte. Is er een regeling vast te stellen om hen te verplichten zich te laten behan­delen? Het voorstel is om deputaten kerkorde en kerkrecht te laten onder­zoeken of een derge­lijke regeling mogelijk is. De synode neemt dit voorstel over.

maaltijd

Het is etenstijd. Br. T. van Staveren gaat ons voor in gebed. Na de maaltijd zingen we Psalm 103:1. Ds. J.W. van Pelt leest 2 Korin­thiërs 1:3-11 en gaat voor in gebed.

 

een bijzonder moment

Aan het begin van de avond­ver­ga­dering wordt het opvoed­plein ‘Geloof in het gezin’ op het internet gelan­ceerd. Ook wordt het eerste exemplaar van het magazine ‘Geloof in het gezin’ gepre­sen­teerd en aan de preses aange­boden. Alle modera­men­leden krijgen een pakket aange­boden met daarin exemplaren voor alle afgevaar­digden uit de vier parti­cu­liere synodes, die zij later in de verga­dering uitdelen.

studie- en stimu­le­rings­fonds

Het rapport van de deputaten studie- en stimu­le­rings­fonds wordt aan de orde gesteld. De eerste spreker geeft aan dat hij graag het voorstel van het minder­heids­rapport wil volgen. Andere vragen zijn: moet de studie na zes jaar afgerond zijn om in aanmerking te komen voor deze extra bijlage? Zijn er nog andere mogelijk­heden om het ‘gat’ te dichten tussen de beroep­baar­stelling en de intrede, bijv. het vormen van een achterban? Is daarover gesproken met deputaten? Er wordt een vraag gesteld over de ongelijkheid tussen de studenten. Ook een vraag over de opheffing van het stimu­le­rings­fonds. Heeft de TUA echt een vervangend fonds dat hetzelfde betekenen kan? Een vraag is ook: willen deputaten iets meer onder­bouwing geven van hun beleid? De indiener van het minder­heids­rapport geeft een ruime onder­bouwing van zijn standpunt, deputaten doen dat in hun rapport summier. Wat vinden zij van de argumenten van ds. Droger? Een andere vraag is of de geeste­lijke aspecten van het geven van geld ook aan de orde zijn geweest.

De rapporteur beant­woordt de vragen die aan de commissie zijn gesteld. Hij verdui­de­lijkt de lijn die de meerderheid van de commissie heeft gevolgd.
Vervolgens is het woord aan deputaten. Br. J. Westeneng merkt op dat er nog nooit onderzoek gedaan is onder de admis­siale studenten hoe het gaat met hen die wel studie­fi­nan­ciering ontvangen en na hun beroep­baar­stelling tot aan de intrede in een gemeente geen inkomen hebben. De aarzeling om naar de diaconie te gaan is deputaten bekend. Studenten die een bijbaan hebben doen soms toch nog een beroep op het studie­fonds. Deputaten zien hun voorstel niet als een overschrijding van hun mandaat. Ds. Droger legt uit hoe hij tot zijn minder­heids­rapport is gekomen. Hij geeft antwoord op de aan hem gestelde vragen.

In een tweede rond wordt nog een aantal opmer­kingen gemaakt. Willen deputaten nog eens uitleggen waarom ze de weg zijn ingeslagen om langer een bijdrage te verstrekken? De commissie ziet een overschrijden van het mandaat van deputaten, maar zien deputaten dat ook zo? Dat blijkt niet het geval te zijn.
Ds. J.G. Schenau doet een voorstel. Hij wil laten onder­zoeken of aan studenten die na hun afstu­deren doorbe­taald worden een beperkte studie­op­dracht te geven is. Prof. G.C. den Hertog onder­streept het voorstel van deputaten en van het minder­heids­rapport en wijst op de mogelijke reactie van de kinderen als de toelage na de beroep­baar­stelling wegvalt. Het is duidelijk dat we nog niet kunnen overgaan tot besluit­vorming. In een andere zitting komt deze zaak terug.

voortijdige ambts­be­ëin­diging

Vervolgens komt het rapport van deputaten voortijdige ambts­be­ëin­diging predi­kanten aan de orde. Er wordt een aantal vragen gesteld en beant­woord. De behan­deling van dit rapport kan op dit moment niet afgerond worden en zal op een later tijdstip worden voort­gezet.

We zingen Ps. 72:1,6, prof. T.M. Hofman leest Markus 4:36 en gaat voor in gebed. De tweede zittingsdag zit erop.

opening 10 juni

Op vrijdag 10 juni is de generale synode geopend. Hieronder volgt een verslag van deze opening.

Ds. J.L. de Jong leest Mattheüs 12:1-14. Hij vertelt over de plaats Nunspeet, de geschie­denis van deze plaats. Ook schetst hij de plaat­se­lijke kerkge­schie­denis en vertelt hij over de chris­te­lijke gerefor­meerde kerk te Nunspeet.

verkiezing moderamen

Onder leiding van de voorzitter van de kerkenraad van de roepende kerk (CGK Nunspeet) wordt de synode gecon­sti­tueerd. Als preses (voorzitter) wordt ds. Buijs gekozen, als assessor ds. Schenau, als eerste scriba ds. Westerink, als tweede scriba ds. Steensma.

dank- en openings­woord

De voorzitter van de kerkenraad draagt de leiding over aan de preses van de synode. Ds. Buijs spreekt een dankwoord uit en spreekt naar aanleiding van Fiippensen 1:9-10a over liefde, kennis, fijnge­voe­ligheid en over het onder­scheiden wat wezenlijk is. De synode­leden betuigen staande instemming met de belij­denis van de kerken.

modera­men­overleg

De verga­dering wordt vervolgens geschorst voor de lunch. Tijdens de lunch heeft het moderamen (je zou dat het dagelijks bestuur van de synode kunnen noemen) de gelegenheid om samen met de pre-adviseurs (hoogle­raren) zich te buigen over de indeling van de commissies en de verdeling van de taken. Dat levert dan doorgaans een lange lunch­pauze op, omdat er toch wel heel wat afspraken moeten worden gemaakt. Onder­tussen hebben de synode­leden gelegenheid elkaar beter te leren kennen, bij te praten en met elkaar mee te leven.

benoe­mingen

De verga­dering wordt weer geopend. De acta van de synode van 2013 die nog niet getekend zijn komen in bespreking en worden vastge­steld en onder­tekend. Een applaus klinkt voor toenmalige scriba ds. Schenau. Er volgen wat benoe­mingen, bijvoor­beeld de quaestor, en medede­lingen over reis- en verblijf­kosten.
Het rapport van deputaten verte­gen­woor­diging (dat was het moderamen van de vorige synode die tijdens en na de synode­pe­riode de kerken verte­gen­woordigt) wordt besproken. Dr. Kater en dr. Huijgen worden tot pre-adviseurs benoemd. Ook wordt besloten dat de scriba geholpen zal worden door een notulist die de verga­de­ringen zal verslaan.

commissies van onderzoek en rapport

Bladen met daarop de indeling van de commissies van onderzoek en rapport worden uitge­deeld. De commissies zullen de hun toege­wezen rapporten bespreken, afvaar­di­gingen van deputaat­schappen spreken en de synode dienen met een verslag daarvan en met voorstellen. Er zijn zoals voorgaande keren ook zeven commissies:

  1. Opleiding en publi­citeit
  2. Verkon­diging
  3. Pastoraat en eredienst
  4. Kerke­lijke verhou­dingen
  5. Kerk en samen­leving
  6. Financiën en beheer
  7. Bezwaar­schriften en kerkorde
afsluiting

Samen­roepers en rappor­teurs zullen elkaar nog ontmoeten na de sluiting van deze eerste synodedag. De commissies zullen dan aan hun voorbe­rei­dingen kunnen beginnen. Prof. Peels sluit de eerste verga­derdag af met schrift­lezing en gebed. We zingen Ps 68:10. Ds. Buijs sluit de verga­dering. Commissies zoeken elkaar even op en de samen­roepers en rappor­teurs gaan nog even naar de consis­torie om wat zaken af te stemmen. Het is 15.19 uur.

bidstond

Vooraf­gaand aan de generale synode van de Chris­telijke Gerefor­meerde Kerken werd op 9 juni jl. in de Dorpskerk van Nunspeet een bidstond gehouden. Ds. Quant, preses van de vorige synode, ging daarin voor. Vooraf­gaand aan de gebeden ging de Bijbel open bij Haggaï 2:5: 'Werk door, want Ik ben met u’. Na de verkon­diging was er de dienst van de gebeden. We baden voor het werk van de synode, voor de kerken en voor de samen­leving.

Print Friendly
terug