In februari 2023 bezocht ds. William Middelkoop de kerken van Synode Soutpansberg in Zuid-Afrika. Er werd gezongen, gedanst en gedoopt, maar ook indringend gesproken over uiteenlopende zorgen.

Synode Soutpansberg bestaat zestig jaar

Vrijdagmiddag 3 februari haalt broeder Muswubi T. Aaron me op bij het guesthouse in Potchefstroom. Hij geeft missiologie aan de North West University in Potchefstroom. Hij woont ook in in die stad, maar elk weekend gaat hij met zijn gezin naar Protea Glen, een buitenwijk van Johannesburg, om de kerk daar te dienen.

Hij brengt mij naar broeder Lindaleni Sigogo, waar ik ook in 2018 verbleef. Daar komen een aantal predikanten uit de classis Gauteng samen: ds. T.T.D. Matshete, ds. Nelson Mulangusi, ds. Isaac Mundalamo, ds. Elijah Netshitungulwana, Prof. Dr. T.C. Rabali en ds. Tshililo Liphadzi. We spreken over de situatie in de kerken. Professor Rabali heeft de leiding. Hij vertelt dat dit jaar de kerken van Synode Soutpansberg het zestigjarig bestaan vieren. Het begon in 1963 met het zendingswerk van de CGK.
Ik lees mijn groet voor aan de Synode Soutpansberg.

Tijdens de maaltijd wordt gevraagd naar de situatie van Oekraïne en de opvang van Oekraïense vluchtelingen in Nederland. Ik vraag naar de contacten tussen Soutpansberg en de GKSA. Zij geven aan dat er een keer een ontmoeting is geweest maar dat voor hun besef het nog weinig betekent.

Over verantwoordelijkheid

Zaterdagmorgen word ik door de zoons van broeder Sigogo verrast met een heerlijk englisch breakfast. Hun ouders zijn deze morgen al om vier uur vertrokken naar familie in Venda. Een van de zoons brengt mij naar broeder Liphadzi, die me meeneemt naar Venda. Daar bezoeken we de kerk waar hij in 1994 begon als predikant. Onderweg heeft hij mij verteld hoe gemeenteleden in die tijd vaak dachten: Nederland of Europa betaalt wel. Hij is toen gaan werken aan bewustwording dat je als gemeente verantwoordelijk bent voor het goed functioneren van de kerk en het salaris van je predikant. Een wijze broeder adviseerde hem om te beginnen bij de kinderen en de jongeren. De ouderen pakken het niet meer op, maar de nieuwe generatie moet je het van jongs af leren. Daarom startte hij ook met allerlei jeugdwerk. Hij is na zijn vertrek nu voor het eerst weer bij dit kerkgebouw.

Aandacht voor de theologische opleiding

Vervolgens bezoeken we het Iyani Theological Training Center. Hij laat de deplorabele staat van de gebouwen zien. Hij vertelt hoe hij met iemand samen begonnen is het hele terrein van Iyani weer in oude luister te herstellen. De gebouwen vragen om de nodige renovatie. We praten erover hoe hij dat kan aanpakken en ik zeg toe dat ik in Nederland zal onderzoeken in hoeverre deputaten Diaconaat of een diaconale werkvakantie kan helpen met de verbetering van de gebouwen.

Ook vertelt Liphadzi dat er meer promotie gemaakt moet worden voor Iyani. Hij vraagt of ik iemand weet die daarbij zou kunnen meedenken en adviseren. Er is door zending gewezen op het belang van een website. Die is inmiddels ontworpen, maar veel eigen kerkleden blijken niet eens van Iyani weten. Al pratend komen we zelf al op een aantal mogelijkheden:

  • Elke maand bezoekt Liphadzi twee kerkenraden om met hen te spreken over hun verantwoordelijkheid (dit gebeurt dus al). Er zijn 24 gemeenten dus hij komt in een jaar bij iedereen
  • Hij bezoekt zondags alle gemeenten en geeft na de dienst een presentatie over Iyani en wijst de leden op hun verantwoordelijkheid om Iyani te ondersteunen.
  • De predikanten die er gestudeerd hebben, komen bijeen en krijgen de instructie dat zij in hun gemeenten de leden moet leren verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen gemeente, predikant en Iyani/Takalani.
  • De studenten die nu in Iyani zijn, wordt bijgebracht dat zij straks in hun gemeente tot taak hebben het belang van Iyani onder de aandacht te brengen.

Liphadzi vertelt dat hij, sinds de predikantenopleiding Heidelberg in Iyani is gehuisvest, moet oppassen dat de reeds bestaande bijbeltraining van ambtsdragers en gemeenteleden niet in het gedrang komt. Hij zou graag met anderen overleggen wat voor programma hij moet aanbieden. In Nederland blijkt ds. Anne van Olst, directeur van de EH, bereid digitaal te sparren over de mogelijkheden.

Zwart met suiker

We drinken onderweg bij een wegrestaurant koffie. Ik kocht voor ons twee cappuccino. Toen de gekleurde cassière ze neerzette op de toonbank en Liphadzi in de zijne suiker wilde doen, greep de cassière in. Ik begreep dat niet, maar hij legt uit dat zij ervan uitging dat ik als blanke geen koffie voor hem had gekocht. En toen hij tankte, waarbij ze trouwens meteen je bandenspanning controleren en je oliepeil, ging de zwarte bediende ervan uit dat ik als blanke wel zou betalen en was hij verbaasd toen Liphadzi zijn creditcard trok.

Wrijving

Liphadzi vertelt dat hij zich zorgen maakt over de nieuwe generatie predikanten in Synode Soutpansberg. Zij hebben hun opleiding gehad aan de universiteit van Pretoria of Potchefstroom en denken vaak moderner (hij noemt het liberaler) dan hun voorgangers. Hij noemt als voorbeeld het voorstel om de jaarlijkse synode in januari voortaan te beginnen op zondag, door meteen na een kerkdienst door te gaan met vergaderen. Het voorstel is afgewezen.

Later vraag ik of dit is gekomen doordat zij na de scheuring kozen voor Pretoria en daarvoor nu de rekening betalen. Hij erkent dat dit een factor is. Ze zouden aan de Universiteit van Pretoria ruimte krijgen voor een eigen opleiding, maar die belofte werd niet waargemaakt.

Zingen, dansen, dopen en Avondmaal vieren

Op zondag 5 februari krijgen we bij de familie Tshikovhele, waar we verblijven, een heerlijk ontbijt. We rijden door het prachtige landschap van Venda naar de kerk van Niani. Vandaag komen de diverse preekplaatsen samen voor een dienst in een hal van de gemeenschap. We worden hartelijk welkom geheten door een zuster van de gemeente, die als administratief medewerker gewerkt heeft voor onze zendelingen. Er wordt veel gezongen en soms uitbundig gedanst. Een groep gemeenteleden voert voor de dienst een culturele Afrikaanse dans uit, waarbij ze Bijbelteksten zingen zoals Joh. 3:16. Het kerkkoor en het jeugdkoor zingen.

Een student van Iyani Theological Training Center/Heidelberg preekt. Hij is in zijn laatste studiejaar. Vanaf zijn tweede studiejaar is hij aan deze gemeente gekoppeld om praktijkervaring op te doen. De verwachting is dat hij na zijn studie beroepen wordt en hier zal gaan dienen.

Hij preekt over Nehemia 1:4-5. De preek bevat twee kernen: 1. Het verdriet van Nehemia als hij hoort van de muren van Jeruzalem. Hij lijdt eraan dat Gods stad en tempel verwoest zijn. Dat laat zien hoe hij verbonden is met de HEERE en verlangt naar de glorie van God. Hij huilt het uit voor de HEERE. Hij gaat met zijn verdriet tot God. 2. Hij bidt tot God. Hij gaat niet zelf zomaar aan het werk, maar weet dat hij afhankelijk is van de Heere en dat het Zijn volk en stad is.

Drie kinderen van een vrouw in de gemeente worden gedoopt. Dit gebeurt door de consulent die hiervoor predikant was van deze gemeente. Er wordt een teiltje water gehaald door een ouderling en de doop vindt plaats na lezing van het doopsformulier. Als de moeder heeft geantwoord op de doopvragen spreekt de predikant alle ouders in de gemeente toe en wijst hen op hun belofte die ze aan God hebben gedaan.

Ook is er heilig avondmaal. Het avondmaalsformulier wordt gelezen en de gemeente zegt gezamenlijk de apostolische geloofsbelijdenis op. De ouderlingen gaan met borden brood de rijen door en daarna komen ze met glaasjeshouders met glaasjes wijn door de rijen. Het blijkt dat dit in de Synode Soutpansberg nogal discussie heeft opgeleverd, en dan met name het feit dat men dit zomaar heeft ingevoerd als gevolg van covid. Liphadzi is van mening dat er goed over doorgedacht moet worden, want de ene beker waaruit men gezamenlijk drinkt, staat symbool voor de eenheid en verbondenheid aan het offer van Christus. Die bezinning heeft hij gemist. Tijdens het uitdelen van het brood en de wijn zingt de gemeente het hoogste lied.

Vier zusters uit de kerk doen de voorbede. Vooraf wordt verteld welke punten van gebed zij zullen benoemen. Daarna krijg ik gelegenheid om een groet over te brengen. Ik spreek daarbij over Efeze 5:2. Liphadzi brengt daarna meteen in praktijk wat we gisteren bespraken: hij deelt informatie over Iyani met de gemeente en stimuleert hen om Iyani te ondersteunen.

Vooruit denken

We rijden terug naar ons gastadres in Venda. Onderweg eten we in een KFC. Dat blijft voor mij een aparte ervaring, om met zulke principiële broeders op zondag in een restaurant te eten. Als we thuiskomen, ontmoeten we broeder Nelson Tshikambe. Hij is gepensioneerd directeur van een bassischool en is penningmeester in het bestuur van Iyani. Liphadzi heeft hem uitgenodigd, omdat hij met hem graag wil delen wat we al sparrend onderweg hebben besproken over de zorg rond de toekomst van Iyani. Het is een mooi gesprek, waaraan ook boeder Tshikovhel meedoet. Hij is onze gastheer en een soort conciërge van Iyani. Men wil werken aan een visie en toekomstplan voor Iyani. Ze denken eraan een groep van deskundigen te vormen, die gaat meehelpen om een toekomststrategie te ontwikkelen. De mentaliteit in Afrika is om tevreden te zijn als iets draait. Men is niet gewend om vooruit te denken en visie te ontwikkelen en een plan te maken, aldus Liphadzi.

Dit alles bespreken we in de schaduw buiten onder de mangoboom.

Zendingsziekenhuis

Maandagochtend om 7.00 uur vertrekken we bij ons gastgezin. We rijden naar Siloam, waar we het voormalige zendingsziekenhuis bezoeken. Dit zendingsziekenhuis was het werk van CGK zending. Liphadzi vertelt dat er voor de operatie met de patiënten altijd gebeden werd. Dr. Helms, Dr. Van ’t Spijker en dokter Cor Roubos (mijn huisarts in Harderwijk) werkten hier. In 1991 moesten zij hals over kop het land verlaten, omdat onder invloed van het ANC het personeel in opstand kwam tegen de blanke leiding. Het is nu een publiek ziekenhuis, waarvan de kwaliteit zorgelijk is. Ik herken de kerkzaal van plaatjes uit het zendingsblad. Even laten komen we de zus van Liphadzi tegen. Ze vertelt meteen zij in het ziekenhuis geboren is en lepelt direct de naam van Dr. Helms op.

Christelijk onderwijs

We rijden door naar het Takalani Childrens Home. Hier worden zeventig kinderen opgevangen, die door hun ouders in de steek zijn gelaten. Het is hartverscheurend om de verhalen te horen. Rina Mudau is de directeur. Zij is de vrouw van de predikant die gisteren als consulent voorging in de kerk van Niani. Ze heeft psychologie gestudeerd en heeft visie voor dit centrum, maar loopt wel tegen barrières op. Zij wil aan kwaliteitsverbetering te werken. Liphadzi spreekt af van tijd tot tijd samen te sparren, omdat ze zich beiden eenzaam voelen in hun leidinggevende positie en behoefte hebben aan een sparringpartner.

We rijden naar de Christelijke Ghondolikhetwa School voor basis- en voortgezet onderwijs. De directeur is ouderling in de gemeente waar Liphadzi als kandidaat begon. Het is een privéschool, wat betekent dat men moet betalen voor dit onderwijs. De kinderen van Takalani worden echter zonder te betalen toegelaten. De school is ontstaan in de tijd dat Liphadzi in de buurt predikant was, vanuit de visie dat christelijk onderwijs de basis vormt om kinderen en jongeren te leren de Heere lief te hebben en te dienen.

Waardevolle investering

We rijden door naar Pretoria, naar het huis van Liphadzi. De laatste tweehonderdvijftig kilometer neem ik het stuur van hem over. Ik ontmoet zijn vrouw en kinderen bij hem thuis en zij brengen mij naar de luchthaven, waar ik om 23.59 uur vertrek naar Amsterdam.

Vol indrukken kom ik thuis. Een reis om nooit te vergeten. Drie dagen optrekken met Liphadzi heeft ervoor gezorgd dat er een bijzondere broederschap is ontstaan. Juist door confronterende gesprekken over en weer en zo en aantal dagen met elkaar te reizen, is het een zeer waardevolle investering geweest.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u