Iryna Linnyk, directeur van rehabilitatiecentrum Het Anker in Oekraïne, is geregeld in bevrijde gebieden en bij de gevechtstroepen aan de grens, om daar hulp te bieden. Ze schrijft er over in een emotionele brief.

Onderweg zien we zoveel tranen. We ervaren zo’n wervelwind aan gevoelens en emoties. Elk huis is beschadigd. We zien veel blauwe daken: daken bedekt met een afdekzeil.

Veel steden en dorpen waar we langs komen, zijn nog niet hersteld. Ze zijn moeilijk te bereiken. De bruggen zijn opgeblazen. Het duurt meer dan twee uur om de overkant te bereiken, omdat we van de route af moeten. De wegen zijn heel slecht en soms met mijnen omgeven.

Voor we vertrokken, vroegen we onze contacten wat mensen het meest nodig hadden. Ze vroegen om aardappelen om te poten én te eten en zaden van verschillende groenten, omdat de laatste oogst helemaal op was en ze niets over hadden om te zaaien.

Elke keer dat we komen, delen we niet alleen hulpgoederen uit, maar proberen we ook een beetje vreugde te brengen. We praten met mensen, vertellen ze over God, dragen gedichten voor en zingen. Soms nemen we een grote ketel eten mee en koken we pilaf, ook al hebben we er vaak de energie niet voor. Maar God inspireert ons met Zijn barmhartigheid en liefde.

Pilaf voor het dorp
We proberen door zingen een beetje vreugde te brengen

Zelfs onder zulke omstandigheden is dit een bijzondere tijd. Het brengt mensen bij elkaar en geeft hen de kracht om verder te leven en te werken. Niet alleen de mensen aan de frontlinie, maar ook ons. Als we met mensen praten, horen we meestal heftige verhalen, waarin steeds hetzelfde voorkomt: De lucht werd verlicht door granaten en explosies. Er vielen granaten. Ze beroofden ons. Ze verkrachtten. We waren ondergedoken. Ze schoten.

Toen we van een oudere man hoorden wie hij allemaal had verloren, vroeg ik hem: “Hoe ben je erin geslaagd dit te overleven en waar vind je de kracht om dag in dag uit te blijven leven met al die verliezen?” Zijn antwoord galmt nog steeds na in mijn hoofd: “Weet je, mijn dochter, ik ben nooit bijzonder religieus of gelovig geweest. Ik heb er op de een of andere manier niet eens aan gedacht, ik heb gewoon geprobeerd volgens mijn geweten te leven. Maar nu begrijp ik dat ik dit alleen met Gods hulp kan overleven.”

Een vrouw in een ander dorp vertelde dat de Russen alles hadden meegepikt. De mensen in het dorp aten, net als in de Tweede Wereldoorlog, wat ze hadden kunnen verbergen. Ze kregen van de Russen twee zakken met beschimmeld brood. Ze vonden stukjes die wat minder beschimmeld waren en aten er een beetje van. Ze konden niet naar buiten, omdat er een drone over zou kunnen vliegen. “Of ze zouden ons bombarderen. Of ze schoten met machinegeweren.”

Er zijn zoveel van zulke verhalen die je niet kunt vergeten. Je bidt, je denkt, je zoekt naar manieren om te helpen. En je went er nooit aan.

Onze reizen naar de onbezette gebieden worden mogelijk gemaakt door een hele keten van verschillende mensen en organisaties. Maar alle glorie komt toe aan onze God, die veel verschillende mensen samenbrengt en harten opent om ons en anderen te helpen.

Dit zal ik ter harte nemen, daarom zal ik hopen:
Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn,
dat Zijn barmhartigheid niet opgehouden is!
Nieuw zijn ze, elke morgen; groot is Uw trouw!
Mijn deel is de HEERE, zegt mijn ziel,
daarom zal ik op Hem hopen.

Klaagliederen van Jeremia 3:21-24

Iryna

Lees ook de andere brief van Iryna

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u