Op 3 november werd het westelijke deel van Nepal getroffen door een forse aardbeving. Het epicentrum ligt bij de plaats Jajarkot. Daar is veel stuk en is er gebrek aan zo ongeveer alles. Het team van onze partner uit Pokhara geeft al enige weken hulp in de vorm van voedselpakketten, kleding, dekens en tenten. Raju, één van de teamleden schrijft wat hij meemaakt.

Sneeuw en kou

We zijn gisteren aangekomen in Jajarkot. Vanochtend regende het en was het erg koud. We reden over een aantal zeer uitdagende ruige wegen naar het bergdorp Barekot, op tweeduizend meter hoogte. Daar ontmoetten we enkele christelijke broeders die betrokken waren bij het netwerk van de lokale overheid. Ze hebben ons geholpen om te bepalen wie hulp nodig heeft. In de bergen is het gaan sneeuwen en het is nu tien graden onder nul. Er gaan mensen dood door de kou. We ontmoetten een groep christelijke mensen, die een uitvaartdienst hielden voor een broeder die vanochtend van de kou gestorven is. Hij had een chronische ziekte en leefde met zijn gezin in een klein tentje. Het was triest om dit allemaal te zien.

We hadden een bespreking met de dorpshoofden over het opzetten van een distributielijn voor hulpgoederen. Ze waren erg blij met deze hulp. Ze gaven aan dat veel huizen er van buiten nog redelijk uitzien, maar van binnen vol scheuren zitten. Ze zijn onbewoonbaar.

Longontsteking

Er zijn nog steeds naschokken, elke dag wel twee of drie. Een mevrouw vertelde dat ze sliepen toen de aardbeving begon. De bomen om het huis vielen door het dak heen bovenop haar en ze raakte gewond. De nachten moesten ze buiten doorbrengen. Dat had ernstige gevolgen voor haar zoontje, die een longontsteking had. Ze gingen voor behandeling naar een kliniek, maar daar werd hij niet toegelaten. Negenentwintig dagen later kwamen ze weer thuis, zonder dat het probleem was opgelost. “Waarom overkomt ons dit?” vraagt ze zich af. Er zijn veel mensen met vergelijkbare verhalen.

Warme kleding en voedsel

Het team is bezig met het inpakken van hulpgoederen en het laden van vrachtwagens. Deze week beginnen ze aan hun reis. Overmorgen komen ze aan op de plaats des onheils. We gaan dan direct de hulpgoederen uitdelen. We hopen zo’n tweehonderdvijftig huishoudens te helpen met warme kleding en voedsel. Verder hebben we tweehonderd pakketten voor moeders. Er komen ook zinken platen, om de huizen te herstellen. We bereiden ons alvast voor op de volgende fasen van het plan.

Noodtenten
Met de gekregen noodtent terug
Uitdelen van moederpakketten
Uitdelen van voedselpakketten
Uw gebed is nodig

Onze partner vraagt of u wilt bidden voor de distributie: het transport, de coördinatie en de samenwerking met overheden, gemeenschappen en kerken. Maar voor alles voor de mensen die in de kou en de sneeuw in de buitenlucht moeten slapen. We kunnen ons nauwelijks iets bij dat leven voorstellen.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u