Op het theologische opleidingsinstituut Covenant College in Zambia krijgen toekomstige predikanten een landbouwtraining. Als predikant zullen zij geen of te weinig salaris ontvangen. Ze zijn dus zogenoemde tentenmakers: ze doen het werk in de gemeente én ze voorzien in hun eigen onderhoud. Dat doen ze vaak met een kleine boerderij. Naast theologie krijgen ze daarom ook een agrarische training op de boerderij bij het college. Bijkomend voordeel is dat de studenten vaardigheden leren om hun gemeente straks niet alleen bijbelonderwijs maar ook landbouwonderwijs te kunnen geven.

Vanuit diaconaat bezochten Catharina van Valen en Marlien Budding dit project in Petauke in Zambia. Ze kregen een rondleiding over de boerderij.

Marlien, Catharina en Marjanne krijgen uitleg van pastor Banda
De tuin

De opbrengst van de boerderij wordt allereerst gebruikt als voedsel voor de studenten. Op het land verbouwen ze aardappels, tomaten, raapstelen, mais en zonnebloemen. Verder worden er varkens gehouden. De zeugen die drachtig zijn lopen buiten te scharrelen. Als ze moeten werpen, verhuizen ze naar een stenen hok. Met onze steun is dat verhoogd en voorzien van een metalen dak, waardoor het gemakkelijker schoon te maken is. De verhoging van de muren zorgt er in de zomer voor dat de varkens meer frisse lucht hebben. Daarnaast creëert het dak een schaduwplek en voorkomt het in het regenseizoen dat de dieren in het water staan. 

Er is een visvijver aangelegd. Er zijn ruim tweeduizend visjes in uitgezet. Het water moet elke drie dagen verschoond worden. Het vuile water wordt voor de tuin gebruikt, met name voor de bananenbomen, die veel water nodig hebben.

Dankzij zonnepanelen, die we schonken, kunnen ook de hamermolen en oliepers draaien. De hamermolen wordt gebruikt voor het malen van de mais. De bewoners van de dorpjes mogen hun mais gratis laten malen. De maisrestanten worden gebruikt als voer voor de varkens. De mensen uit de omgeving mogen ook de zonnebloemen gratis laten persen. De zonnebloemen leveren olie voor eigen gebruik en voor de verkoop. De resten worden weer gebruikt voor de varkens.

Verder worden er nog honderden boompjes gekweekt voor de gemeenschap. Die worden aan de mensen in de dorpen gegeven. Iedereen mag vijf boompjes meenemen om in het eigen dorp te planten. Zo worden de mensen bewust gemaakt van de ontbossing en wordt er daadwerkelijk iets aan gedaan. Bomen zijn noodzakelijk. De wortels zorgen ervoor dat het vele water dat in de regentijd valt in de bovenste bodemlaag blijft.

De hamermolen voor het malen van de mais
De boomkwekerij

Catharina en Marlien waren onder de indruk van de boerderij. Hier gebeurt veel moois, zowel in de training van studenten, als in het voorzien in levensonderhoud voor de eigen gemeenschap als voor de bredere community.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u