Selecteer een pagina
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download

doop en avondmaal

Het ziet ernaar uit dat het nog langere tijd gaat duren voordat we ‘normaal’ kunnen samen­komen in de kerk. Ook al is het behelpen, de verkon­diging kan via video­st­reaming doorgaan. Maar hoe zit het met de sacra­menten? We delen met u wat in breed overleg besproken is met hoogle­raren van de TUA, deputaten contact met de overheid en deputaten eredienst.

principiële reformatorische lijnen

  1. De doop is teken en zegel van Gods verbond. Kinderen worden gedoopt omdat ze tot het genade­verbond behoren en niet andersom. Met andere woorden: ook wanneer een kind nog niet gedoopt is, behoort het tot het verbond. Daarom is de doop niet heils­nood­za­kelijk.
  2. Doop en avondmaal zijn niet alleen en niet aller­eerst tekenen of symbolen van ons geloof. De sacra­menten zijn ook zegels: garanties van het heil dat God ons concreet aanreikt. In het avondmaal worden wij gevoed met lichaam en bloed van Jezus Christus. Daarom is het avondmaal niet optioneel: het kan niet gemist worden. Toege­geven moet worden dat deze princi­piële lijn (vanuit Calvijns theologie) in het Neder­landse gerefor­meerde protes­tan­tisme niet is volge­houden, door de frequentie van de avond­maals­be­diening te verlagen (Calvijn wilde wekelijks avondmaal) en doordat voor de beleving van velen het avondmaal draait om de expressie van het geloof en om onze beleving ervan.
  3. De kerk heeft de bediening van de sacra­menten altijd voorbe­houden aan geordi­neerde / wettig beves­tigde dienaren (priesters / predi­kanten). De bevoegdheid om de sacra­menten te bedienen maakt, met de bediening van het Woord, het wezen van het ambt uit. Dit gegeven stond al onder druk, maar in coronatijd neemt die druk alleen maar toe. Ander­zijds moeten we niet vergeten dat het ambt altijd is ingebed in de gemeente.
  4. In de bediening van de sacra­menten komt de levende God ons tegemoet in ons concrete, fysieke bestaan. We horen niet alleen het Woord, maar we proeven ook dat de Heere goed is. Zo bepalen de sacra­menten ons bij de concreetheid, de vlese­lijkheid van het heil. Jezus Christus is echt mens geworden, één van ons, en met dat menselijk lichaam is Hij nu in de hemel. De elementen van water, brood en wijn zijn onmisbaar en onver­vangbaar. Spiri­tu­a­li­sering in welke vorm dan ook strijdt met het wezen van het sacrament. De gemeente moet het ene brood delen. Het fysieke karakter van het sacrament vraagt om fysieke verbon­denheid. Een fysieke - in tegen­stelling tot een digitale - verbon­denheid markeert dat in de liturgie God niet virtueel, maar daadwer­kelijk tot ons komt.

naar de praktijk

 

doopbediening

Wanneer de gemeente, naar wij hopen, vanaf 1 juli met maximaal 100 aanwe­zigen in het kerkgebouw weer mag samen­komen, kan de doopbe­diening ook weer plaats­vinden. Het is gewenst om dit in het midden van de gemeente te doen, zodat de gemeente getuige is van de doop en ook de belofte kan uitspreken om ouders bij te staan hun ja-woord na te komen en de dopeling voor te gaan in een leven met Christus.

Het CIO (inter­ker­kelijk contact overheids­zaken) stelt dat predi­kanten niet vallen onder de contact­be­roepen. Daarmee lijkt het onmogelijk om in de praktijk de doop uit te voeren zonder gebruik te maken van ‘een verlengde hand’. Het gebruik van deze ‘verlengde hand’ in bijvoor­beeld de vorm van een jacobs­schelp aan een stok is een manier om de ander­halve meter in acht te nemen. Toch menen de betrok­kenen, genoemd in de inleiding, dat met inacht­neming van alle voorschriften rondom hygiëne en de actieve vraag naar de gezondheid van zowel dopeling, doopouders als predikant, voor het korte moment van de doop deze ander­halve meter verant­woord kan worden doorbroken. Bij een volwassen dopeling zal die nabijheid nog meer aan de orde zijn dan bij een klein kind dat de ouders van zich af vasthouden richting de doopvont.

Belangrijk in dezen is hoe de kerkenraad de verant­woor­de­lijkheid neemt voor zowel de dopeling als de doopouders en zorgvul­digheid betracht met betrekking tot de beeld­vorming van de kerken. Er zal altijd goede afstemming nodig zijn met de dopeling of de doopouders. Maak indien gewenst bij de doop gebruik van mondkapjes.

De doopvragen en de zegen worden uitge­sproken op een afstand van ander­halve meter. Als er meer dopelingen zijn, wordt ook tussen de dopelingen en/of de doopouders deze afstand in acht genomen.

 

avondmaal

Het lijkt aantrek­kelijk om, zoals sommige andere kerken aanbe­velen, mensen thuis voor de laptop mee te laten vieren met een avond­maals­viering in de kerk, met eigen brood en eigen wijn. Het sacra­ments­ver­staan dat hieruit spreekt, lijkt echter spiri­tu­a­lis­tisch en indivi­du­a­lis­tisch. We delen niet werkelijk het ene brood, maar we doen alsof. Je zou dat kunnen verde­digen als een praktische noodmaat­regel. Het probleem is dat de suggestie wordt gewekt dat je op deze manier ook het sacrament ontvangt, maar dat is niet zo.

In onze tijd is er juist alle reden om te benadrukken dat je ter plekke moet zijn om van een ambts­drager brood en wijn aange­reikt te krijgen in de gemeen­schap van de gelovigen. In de praktijk kan dit na 1 juli weer gebeuren als er ruimte komt om met maximaal 100 mensen aanwezig te zijn in de kerk. In de meeste gevallen zal het niet lukken om de hele gemeente in één dienst te ontmoeten. De gedachte om dit op te lossen is het avondmaal te vieren in meer diensten achter elkaar, de twee diensten op die ene zondag die mogelijk zijn met ’s ochtends een deel van de gemeente en ’s middags of ’s avonds. Of de avond­maals­viering te spreiden over een aantal zondagen achter elkaar.

Het is niet aan te bevelen om aan tafel het avondmaal te vieren, omdat het dan erg lastig is de ander­halve meter in acht te nemen. Voorkeur verdient een viering waarin ambts­dragers brood en wijn uitdelen en de wijn uit kleine bekertjes wordt gedronken. De uitdelers nemen dan alle hygië­ne­maat­re­gelen van het schoon­maken van de handen in acht en dragen indien gewenst een handschoen en/of een mondmasker.

Denk bij de viering aan een opstelling in een kring als het gebouw dat toelaat, eventueel in twee kringen die op voldoende afstand van elkaar staan. Bij een lopende viering is er veel beweging van lucht en bij ander­halve meter afstand geeft het wellicht ook minder het gevoel van de gemeen­schap door het ene geloof.

De kerkenraad zal vanuit de kaders die aange­geven worden zelf moeten zoeken wat in de situatie van het kerkgebouw de meest handige manier van vieren is, waarbij recht gedaan wordt aan de maatre­gelen én aan de wezen­lijke elementen van de viering.

 _______

Bron: ds. Jelle Nutma, hoogle­raren van de TUA, deputaten contact met de overheid en deputaten eredienst

Contact­per­sonen / meer infor­matie: Diensten­bureau via het e-mailadres in tijden van corona: verbinding@cgk.nl

alle corona­be­richten op onze website: www.cgk.nl/corona | hulp bieden en hulp vragen: www.nietalleen.nl
Print Friendly, PDF & Email