In Familiehuis Schollevaar kijken ze terug op een kerstfeest met een mooie ontmoeting.

Ze gaan kijken, de herders. Lukas schrijft dat ze tegen elkaar zeggen: “Kom, we gaan naar Bethlehem. Want God heeft ons verteld wat er gebeurd is. Laten we gaan kijken.”

Laten we gaan kijken. Laten we gaan. Er klinkt iets van nieuwsgierigheid in door. De herders gaan op zoek naar het Kind. Het doet me denken aan een jongere die het Familiehuis bezoekt. Ze komt regelmatig met haar moeder en zusjes. Verhalen uit de Bijbel en liedjes kent ze nog van haar tijd op de kinder- en meidenclub. En van school.

Tijdens de bijeenkomst van november was ze de koning te rijk. Ze had namelijk een boekje met uitleg over de Bijbel ‘gewonnen’ toen we in het kader van Sinterklaas het ruilspel deden. En, nog mooier, ze kreeg een echte Bijbel. Meteen begon ze er in te lezen.

Half etend, half bladerend, kwam ter sprake wat het programma van de kerstbijeenkomst op 24 december zou zijn. Dat we met elkaar wilden gaan eten en dat wie interesse had de kerstnachtdienst kon bezoeken. Het meisje keek verwachtingsvol op naar haar moeder: “Zullen we daarheen gaan?” Haar moeder leek het ook wel wat. “Maar,” was haar vraag “mogen wij daar wel komen?” Ik benadrukte dat zij en haar kinderen zeer welkom waren. “Als dat zo is, dan willen we weleens in het kerkgebouw kijken en zo’n dienst meemaken.”

En zo zaten ze onlangs op de voorste rij met z’n allen. Ze hadden zelfs nog iemand meegenomen. (Misschien wel met de uitnodiging: ‘Laten we gaan kijken’.) Na het Ere zij God liep ik een stukje naast deze jongere de kerkzaal uit. “Hoe vond je het?” vroeg ik. “Mooi! Morgenochtend ga ik weer!” sprak ze stralend. Of dat ook gebeurd is, weet ik niet. Maar ze wil gaan kijken. Ze wil op pad gaan om te ontdekken wat God tegen haar zegt!

Met toestemming overgenomen uit de nieuwsbrief van Familiehuis Schollevaar.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u