Missionair, het lijkt wel een toverwoord tegenwoordig in de kerk. Missionair besef, missionaire gemeenschapsvorming, missionaire activiteiten, wat bedoelen we er eigenlijk mee?

Ongetwijfeld roept het woord hele verschillende reacties op bij verschillende mensen. Maar wat het nu werkelijk betekent, en hoe essentieel het is voor de christelijke gemeente, daarin werden wij ondergedompeld afgelopen periode. Samen met acht andere studenten volgde ik het vak missionaat-diaconaat, dat bestond uit een drieluik aan colleges en praktische werkbezoeken.

Het hart van God weerspiegelen

In de colleges werden wij toegerust om de missionaire roeping van de kerk beter te verstaan, te definiëren en vorm te geven. Want missionair zijn, dat is niet een soort kers op de taart, een kwestie van: o ja, dat moeten we, naast alle andere activiteiten, ook nog doen. Nee, het is verbonden met het wezen van de gemeente. Het doortrekt alle aspecten daarvan.

Missie begint bij het hart van God. Hij is een opzoekende, uitgaande God, en daarom mogen wij dat als gemeente ook zijn. Missionair zijn is Bijbels gezien dus eigenlijk: het hart van God weerspiegelen, in alles wat je doet en wie je bent. Geen activiteit, maar een hartsgesteldheid en een levensstijl.

Leren van verschillende inzichten

Heel verschillende (gast)docenten kwamen ons iets vertellen. Dat maakte de colleges divers en waardevol. Zo kregen we bijvoorbeeld missiologische perspectieven aangereikt vanuit de theologie, maar hoorden we ook van een zendeling op het veld in Azië hoe het is om daadwerkelijk in de praktijk het Evangelie uit te dragen.

Ook was er veel ruimte voor gesprek. Want: zoveel hoofden, zoveel zinnen, en zeker bij een onderwerp als ‘missionair zijn’ werd al snel duidelijk dat daar niet door iedereen hetzelfde over wordt gedacht. Hoe moet je bijvoorbeeld de verhouding tussen getuigen met woorden en daden zien? En in hoeverre moet een gemeente samenwerken met maatschappelijke initiatieven? Wat ik waardevol vond, was de onderlinge openheid om hierover in discussie te gaan, en de bereidheid om van elkaar te leren. Hierbij waren praktijkervaringen heel belangrijk. Sommige gastsprekers werken zelf op missionaire plekken, waardoor ze veel voorbeelden konden aanhalen. Confronteer je moslims bijvoorbeeld direct met de boodschap dat Jezus de Zoon van God is, of belicht je eerst andere kanten van wie Jezus is?

Bidden om Gods leiding

Wat mij erg heeft aangesproken was de boodschap die de zendeling uit Azië aan ons doorgaf. Hij benadrukte het belang van gebed en het leven dichtbij de Heere God. We kunnen veel plannen maken als kerk, en dat is niet verkeerd. Maar in het leven met God gaan onze plannen vaak op de kop, en worden ze vervangen door Zijn plannen. Daarom is het cruciaal om te vragen om Gods leiding en dan ook te wachten op Zijn leiding.

Persoonlijk heeft dit vak mij aangespoord om missie niet in een smal hokje te plaatsen, maar het te zien als zuurdesem dat het hele deeg doortrekt; dat alle aspecten van gemeente-zijn doortrekt. En daarmee is het ook een spiegelende vraag voor mijzelf: ben ik werkelijk missionair in de Bijbelse betekenis van dat woord? Is mijn hele leven hiervan doortrokken? Zo niet, dan heb ik huiswerk!

Gelukkig begint dat met het besef dat het niet draait om onze programma’s, maar om Gods missie, die Hij zal voltooien.

Lydia Ippel, tweedejaars bachelorstudente theologie

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u