Selecteer een pagina
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download

missi­o­naire ontwik­ke­lingen tussen twee synodes

Balans

Een synodejaar als 2019 biedt een mooie gelegenheid om de balans op te maken van ons werk als deputaten evange­li­satie en missi­onair consu­lenten. Wat hadden we ons ook alweer voorge­nomen om de afgelopen periode van drie jaar (in opdracht van de synode) te doen en wat is daarvan terecht gekomen?

Het is verlei­delijk om dan op te gaan noemen wat we allemaal wel of niet terecht gebracht hebben van onze agenda­punten. Niet dat dat verkeerd is, want evalueren en lessen leren uit het verleden is bepaald geen overbodige luxe op kerkelijk terrein. Maar ik denk dat er een diepere laag aan te boren is dan het afvinken van een checklist.

Verlangen

Die diepere laag, de laag van het verlangen, is prachtig verwoord door de Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry: ‘Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen en vrouwen bij elkaar om hen bevelen te geven, om ze elk detail uit te leggen, om ze te vertellen waar ze alles kunnen vinden. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.’

Daar gaat het wat mij betreft om, dat leren verlangen naar de eindeloze zee. Dat betekent in ons werk dat kerken en chris­tenen meer en meer verlangen om dienend en getuigend aanwezig te zijn in Nederland missieland.

Niet vanzelf­sprekend

Ik besef heel goed dat dit verlangen niet vanzelf spreekt. Het komt namelijk niet zomaar voort uit ons mensen. Het komt bij God Zelf vandaan. Christus zegt in Mattheüs 5 vers 16: ‘Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheer­lijken.’

Dat dit verlangen bij God zelf vandaan komt, betekent niet dat we passief blijven, maar dat we ons laten gebruiken in Gods dienst. Daarom willen we als missi­onair consu­lenten en deputaten dit verlangen graag stimu­leren in de kerken.

Natuurlijk weten we dat door allerlei redenen het verlangen kan verdampen. Teleur­stel­lende ervaringen uit het verleden, weinig vrucht op eerdere pogingen, weerstand bij kerkenraad of gemeente, interne verdeeldheid, weinig prioriteit (tijd, geld, energie) voor de dienst van God en gebrek aan geloof en visie kunnen elk verlangen in de kiem smoren.

En toch willen we proberen, op hoop van zegen, het verlangen (opnieuw) aan te wakkeren in de kerken. Wanneer we werkelijk geloven dat elk mens de Here Jezus nodig heeft, en als we als chris­tenen echt zelf leven van Gods genade, dan kán het toch niet anders dan dat dit verlangen bij ons groeit?

 

Dankbaar

En, gebeurt dat, het verlangen aanwak­keren? Ik ben heel blij en dankbaar met de ongeveer 25 bestaande initi­a­tieven in de CGK waar dienend en/of getuigend een duide­lijke (nieuwe) chris­te­lijke presentie is ontstaan. Soms zijn dat relatief jonge initi­a­tieven (in Assen bijvoor­beeld), soms zijn ze al decennia oud (zoals Rotterdam of Bunde).

Kijkend vanaf de vorige synode in 2016 zijn er nog meer zaken te noemen die mij dankbaar maken. Een aantal teams volgde het 2-jarig Missi­onair Leertraject, waarin zij oefenen om met kleine stapjes te werken aan de missi­o­naire presentie van de gemeente. Dat waren teams uit de kerken van Mijdrecht, Almelo, Gouda, Putten, Dedems­vaart, Doetinchem en Alblas­serdam. Voor het komende seizoen hebben de kerken­raden van ’s Gravendeel en Ermelo een team aangemeld.

Vanaf zomer 2018 zijn deputaten evange­li­satie een samen­werking aangegaan met de leerge­meen­schap pionieren, die ongeveer acht jaar geleden gestart werd door de Protes­tantse Kerk. Diverse teams uit de CGK zijn gestart met een ‘pioniersplek’, het voorstadium van wat in de CGK bekend staat als ‘zendings­ge­meente’.

In Rotterdam-West startte zo’n plek, uitgaand van de ICF Rotterdam-Charlois. Vervolgens sloot Utrecht-Centrum zich aan met een pioniersplek. De kerken­raden van Veenendaal (Bethel) en Onstwedde tekenden een inten­tie­ver­klaring; deze kerken zullen naar verwachting op afzienbare termijn de leerge­meen­schap versterken met een pioniersteam.

Andere kerken(raden) zitten in een proces van gedach­ten­vorming: willen, kunnen we een dergelijk initi­atief dagen? Is er verlangen voor en geloof, menskracht en middelen? Nog weer andere chris­te­lijke gerefor­meerde kerken besloten om met een lokale gemeente uit de Protes­tantse Kerk samen te werken en in onder­linge samen­werking een pioniersplek te starten.

Ik hoop dat het lukt om kerken te vinden die ook onder weinig bereikte groepen een pioniersplek zouden willen starten. Denk bijvoor­beeld aan de grote aantallen Polen in Nederland, aan moslims maar ook aan bijvoor­beeld hoger opgeleiden.

 

Inter­na­ti­onaal

Opvallend is de buiten­landse belang­stelling voor het pionierswerk in Nederland. Deze zomer kreeg ik in korte tijd in Veenendaal drie bezoeken van Duitse, Engelse en Zwitserse collega’s op bezoek die meer wilden weten over onze ervaringen met pionieren.

De Duitse delegatie uit de Landes­kirche Württemberg (foto) deed op reis door Nederland met ruim 20 predi­kanten ook Veenendaal aan. Het is interessant te weten met welke vragen de delegatie Nederland bezocht: wat zijn de uitda­gingen, de taken en de problemen voor een kerk die wil pionieren? Hoe word je een pionier, hoe ziet je werk eruit en wat doet dat met je? Hoe kom je aan vrijwil­ligers om te helpen en wat moeten ze kunnen? Welke status heeft pionieren in het kerkverband?’

Dit soort ontmoe­tingen geven aan dat het missi­o­naire werk in een westerse context niet alleen het enkele kerkverband, maar ook de lands­grenzen overstijgt. Door breed contacten te onder­houden kunnen we leren van elkaars ervaringen en (niet in het minst!) elkaar bemoe­digen op het vaak moeilijke en eenzame pad van het pionieren.

 

Spannend

Het is natuurlijk niet onbekend dat ons kerkverband ook kerken kent die kleiner worden en in meer of mindere mate zorgen hebben over hun voort­be­staan. Vaak (maar niet altijd) is er dan weinig spankracht meer om te denken in termen van missi­onair aanwezig zijn. De afgelopen decennia zijn er dan ook heel wat kleine kerken gesloten.

Behalve veel verdriet voor de betrokken gemeen­te­leden, betekent dat ook verlies van een zichtbare kerk en een vermin­derde verkon­diging van het Evangelie. Kan daar met Gods hulp iets aan gedaan worden? Of kunnen we alleen met lede ogen dit verlies aanzien?

Vlak voor de zomer­pe­riode schreven we kerken aan met een ledental dat de afgelopen jaren behoorlijk daalde en waarvan de huidige grootte onder de 200 leden ligt. Dat bleken 40 kerken te zijn, ruim 20% van het totaal aantal chris­te­lijke gerefor­meerde kerken! In korte tijd reageerden al verschil­lende kerken op onze brief met het verzoek om een nader gesprek. Daaruit merken we dat er behoefte is aan gesprek en bezinning. Na de zomer zullen de meeste gesprekken gaan plaats­vinden.

Er zijn mooie voorbeelden van kerken die vanuit een kwetsbare positie toch geloof, moed en hulp uit het kerkverband hebben gekregen om te inves­teren in dienen en getuigen. Voorbeelden die de hoop en het verlangen kunnen voeden dat er - onder Gods zegen - perspectief is voor kwetsbare kerken.

Gelukkig maken we als kerken deel uit van een kerkverband. Daarbinnen willen we ons niet terug­trekken in een soort kerke­lijke brexit, maar er juist voor elkaar zijn, met woorden en daden! Als ik me niet vergis zullen we elkaar eerder meer dan minder nodig hebben om samen kerk van Christus te kunnen zijn en blijven. Hoe kan het ook anders, wanneer Christus bidt: ‘dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.’ (Johannes 17 vers 21)

ds. Peter L.D. Visser,
missi­onair consulent

Print Friendly, PDF & Email