Selecteer een pagina
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download

ontbinden met zicht op een nieuw begin

Veel lege stoelen zie je, als je tijdens de diensten onze kerkzaal inkijkt. Als iedereen die hier vier jaar geleden in de gemeente zat, was gebleven, hadden we nu een bloeiende gemeente kunnen hebben - al zouden we ook dan met nog geen honderd leden zijn.’

Gertjan Zwart, kerken­raadslid in de CGK van Alblas­serdam, vertelt in de aanloop naar Pasen over de aanstaande opheffing van zijn gemeente. Maar hij vertelt ook over de bijzondere vorm waarin het delen van de blijde boodschap in de toekomst plaats zal vinden. Een jaar of twaalf geleden kwam hij met zijn vrouw en de jongste van hun kinderen in de gemeente van bijna 150 leden. Gertjan: ‘Waar zijn ze allemaal gebleven? Randker­ke­lijken vertrokken, ouderen overleden, maar erger: jonge gezinnen vertrokken en er kwamen geen jonge gezinnen meer bij. De oorzaak blijft gissen. Wellicht zijn er verschil­lende oorzaken voor.’

 

alleen afname

Nu is er geen crèche meer, zijn er geen vereni­gingen en catechi­saties. Naast een kring van ouderen is er haast niets overge­bleven. We zagen het aankomen en zijn destijds als kerkenraad bij elkaar gekomen. Onze conclusie was dat we weg zouden zijn in 2022 als er niets zou gebeuren. We hebben toen gezegd: De dingen die we doen, moeten we goed doen en we moeten de goede dingen doen. Van de huisbe­zoeken tot de verga­de­ringen, alles moet goed lopen. Achteraf gezien zijn we daar niet goed in geslaagd: Als mensen te lang op dezelfde positie blijven zitten, ontstaat er een soort vermoeidheid.’

In een reguliere gemeente is veel te doen, maar in een kleine gemeente is het werk nooit af. Dit is dan ook mijn achtste jaar in de kerkenraad. Er gebeurt nog steeds heel veel uit getrouwheid en liefde. Zitten we te treuren? Ja, om degenen die gegaan zijn, al nemen we hen niets kwalijk. Ze hadden hun redenen. Neem de jonge gezinnen die naar een andere gemeente overgingen. Daar floreren ze, maar hier hadden ze nauwe­lijks mogelijk­heden voor vriend­schappen. Om te groeien in het geloof heb je kennelijk anderen nodig. Het gaat bij gemeen­tezijn niet alleen om hoe goed de prediking is. Die is bij ons prima: We ontvangen predi­kanten uit de hele breedte van de CGK en genieten daarvan. Het gaat echter niet om de prediking alleen. Men wil elkaar ontmoeten. Jonge mensen willen andere jonge mensen zien, vriend­schap ervaren, nieuwe gezichten leren kennen.’

 

hoe verder?

Al in 2013 hebben we vervolg­mo­ge­lijk­heden afgewogen. Er waren vier scenario’s: samengaan met de GKv; een evange­lisch-missi­o­naire gemeente vormen, zoals de CGK Breda; een wijkge­meente van Papen­drecht worden; of niets doen en zien waar het ‘schip der kerk’ strandt. De GKv had graag samen willen gaan na een lange tijd van gesprekken voeren. Ons evange­li­satie- en jeugdwerk hebben we gecom­bi­neerd met de plaat­se­lijke GKv. Ik gaf zelf catechi­satie aan een groep jeugd uit beide kerken. Voor de jongeren was er ‘De Schat­gravers’, nu een vereniging van de GKv. Doordat onze leegloop bleef voort­duren, was er echter geen effect op lange termijn.’

'Tegelij­kertijd zijn we onszelf meer missi­onair gaan opstellen. Thema­diensten zijn maande­lijkse ‘open diensten’ geworden. Men wordt ontvangen met koffie en thee. Vervolgens houden we een dienst met veel muziek, en daaraan gekoppeld een maaltijd. De dominee wordt gevraagd om laagdrem­pelig te preken vanuit het thema. Meestal is er een vertaler naar het Arabisch aanwezig. Door de evange­li­sa­tie­con­su­lenten van onze kerken werd onze gemeente een missi­onair leertraject aange­boden om ons te vitali­seren: ‘Zzzout’. Evange­li­seren begint daarin met viervoudig luisteren. Zo is ook het tweede scenario uitge­werkt, maar hoewel er van tijd tot tijd een gevulde kerk is, er ontmoe­tingen zijn en we nieuwe gezichten zien, is het was te laat. Er zijn te weinig leden overge­bleven, daarom moesten we als kerkenraad een punt op de horizon zetten waarop de gemeente zou stoppen. Het missi­o­naire traject is echter wel aange­wakkerd. Halverwege het ‘Zzzout’-traject zijn we overge­stapt naar een pionier­straject. Als er straks geen gemeente meer is, kan er vanuit het gebouw nog pionierswerk gedaan worden.’

 

hoop voor Alblasserdam

Alblas­serdam is een dorp met veel verschil­lende kerken en gemeenten. ‘Als je hier niet naar de kerk gaat, wil je echt niet,’ aldus Gertjan. ‘Toch behoort de helft van de inwoners niet tot een kerke­lijke gemeente en is er dus ook hier een werkterrein voor evange­li­satie. Veel gemeenten hier zijn missi­onair actief. Elke kerk wil veel mensen trekken. Op zondag klinkt het gebeier van alle kanten en de meeste buren gaan naar de kerk. Misschien zou je het niet verwachten, maar er zijn hier in Alblas­serdam veel mensen die hulp of zorg nodig hebben, eenou­der­ge­zinnen, mensen met schulden. Zelf is er in dit dorp met z’n rij kerken van zeer orthodox tot evange­lisch ook sprake van crimi­na­liteit. Als je jezelf richt op mensen die niet naar de kerk gaan, kom je ook mensen tegen met forse problemen. Verbinding maken met deze mensen doe je niet op zondag in een kerk. Dat doe je door pionieren, gewoon in een ‘refodorp’ op de Biblebelt. Het gaat erom dat je een relatie krijgt met mensen. Chris­tenen moeten zoeken waar de mensen zijn en contacten leggen. Daarna kan het gebouw een functie hebben. Daarom kregen we het advies om dat te behouden.’

We moeten klein durven beginnen, omdat je niet met veel mensen tegelijk een relatie kunt hebben, maar er is hier nood en daarvoor zijn onze ogen geopend. We zijn vooral met onszelf bezig geweest, maar de vraag is wat er van ons uitgaat. Weten mensen hoe goed het is de Here Jezus te kennen, of zelfs dat het fijn is om naar de kerk te gaan?’

Een groep van zeven mensen uit verschil­lende kerken in Alblas­serdam en omstreken gaat het traject van pionieren starten. Er zijn al aankno­pings­punten vanuit het Zout-traject. Ook via het Repair Café dat ik vier jaar geleden begonnen ben, zijn er banden van ‘kennen en vertrouwen’, waaronder met moslims. Vroeger vond ik het moeilijk om met moslims te praten, maar door samen te werken ontstaat er een platform voor gesprek. In het Repair Café heb ik die gesprekken. Vanaf het begin ga ik bij de lunch voor in gebed. Als ik bij hen word uitge­nodigd om te eten, wordt mij gevraagd of ik ook daar wil voorgaan in gebed. En dat doe ik in Jezus’ naam. Je zoekt aansluiting waar die te vinden is. De kerkdeuren openzetten, mensen nodigen naar de dienst te komen of folderen werkt niet als dat op zichzelf staat. We moeten leren om samen met die mensen die al of niet God zoeken, stappen te zetten in het leven. Heel misschien komt er dan ook een stap over de kerkdrempel. Mijn voort­durend gebed is dat steeds meer mensen de Here Jezus zullen ontmoeten en tot overgave aan Hem komen.’

Gertjan vindt het heel verdrietig om met de kerkenraad bezig te zijn met de beëin­diging van de gemeente: ‘De gemeen­te­leden zijn zo lief, de prediking zo mooi en ook het gebouw is prachtig. Het doet pijn, maar het pionieren verzacht de pijn. Ik kan iedereen die een gemeente moet ontbinden aanbe­velen: Ga iets nieuws beginnen. Je bent bezig met zoeken naar wat God mogelijk maakt. Ik kijk dan ook met verwachting naar de toekomst.’

 

- - - - - -

interview door: Tanneke Diepen­broek-Walhout

Dit interview verscheen in De Wekker van vrijdag 10 april 2020

Print Friendly, PDF & Email