Selecteer een pagina
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download

predikant, pionier, kerkelijk werker: let op jezelf!

In gesprekken met predi­kanten en kerkelijk werkers merken we hoe verschillend ieder met de corona­crisis omgaat. In dit artikel geeft Rudolf Setz enkele handvatten om met deze crisis­si­tuatie om te gaan. Hoe kan er perspectief ontstaan in een woestijn­pe­riode?

 

1. Onderken wat er met je gebeurt

Ieder mens en iedere situatie is verschillend. Elke predikant, pionier of kerkelijk werker reageert anders op een crisis­si­tuatie. Dat heeft te maken met je context, de levensfase waarin je je bevindt, je karakter en andere omstan­dig­heden. Sta er eens bij stil wie je bent en hoe je met deze crisis omgaat en laat je niet zenuw­achtig maken door wat collega’s doen.

Want het maakt nogal verschil of je een jong gezin hebt met kinderen die online les krijgen - met alle hectiek daar omheen - of dat je in een verder stil huis kan werken. Wat is de omvang en samen­stelling van de gemeente, werk je samen met andere collega’s? Het zijn factoren die meespelen.

Er is geen universeel stappenplan op te stellen dat precies aangeeft wat je wel of niet moet doen in deze periode. Maar dat je rol verandert in deze tijd van crisis, dat is wél duidelijk en dat het iets met je doet ook!

De kerkdiensten zijn niet of anders ingevuld, verga­de­ringen gaan niet door, pastoraat moet anders vormkrijgen, gemeen­te­leden worden ziek en hebben verwach­tingen … Hoe ga je daarop in? Wie zijn in de nieuwe situatie de medewerkers in de gemeente op wie je kunt rekenen? Hoe pakken ouder­lingen, diakenen en andere gemeen­te­leden verant­woor­de­lijk­heden op? Hoe blijf je op elkaar betrokken?

Ik spreek mensen die heel rustig doorgaan en overscha­kelen. Een predikant zei : ’Ja, prima dat je belt. Ik heb nu tijd zat en sta even hout te hakken met mijn zoontje in de tuin.’ Bij een ander corres­pon­deerde ik per e-mail met zijn vrouw omdat de huidige situatie zo enorm stressvol voor hem is.

Onderken dat deze situatie iets met je doet en dat vermoeidheid, het zoeken naar je rol en emoties van verdriet, zorg, onmacht erbij horen. Ontdek hoe je reageert en wat je stijl is. Kortom, denk na en reflecteer op wat deze situatie doet. Vanuit inzicht kan een plan, een werkwijze ontstaan van hoe je het beste kunt functi­o­neren in deze nieuwe situatie.

 

2. Bid en verwacht

Het is een open deur … , maar voorgangers zijn gericht op wat ze kunnen doen en betekenen voor anderen. Contact leggen, uitleggen, organi­seren, bidden, troost bieden – aan anderen. Je kent de recla­me­spotjes van de overheid misschien: die beginnen met ‘sluit deuren en ramen’.

Dat is in geestelijk opzicht ook goed om te doen. Doen wat Hizkia deed toen er een dreigende brief kwam van een koning die Jeruzalem belegerde. Hij sloot zich op in de tempel om die brief voor God neer te leggen (2 Koningen 19:14). Of denk aan de stijl van de Heer Jezus Christus die zich met regelmaat terugtrok voor contact met de hemelse Vader. Iets wat hij doorzette tijdens de grootste crisis in de tuin van Getsemané waarbij hij bad (Lucas 22:14).

In tijden van crisis een voor-ganger zijn heeft ook te maken met  bezinning, met gebed en persoon­lijke verbon­denheid met de Vader. Maar, er wacht werk: activi­teiten moeten in gang gezet, de gemeente opnieuw ingericht, crisis­pas­toraat. Door gebed geven we God de ruimte om ons denken te veran­deren. Zo kan er een ander licht vallen op wie we zijn en wat we doen. En het kan meer verwachting geven. Van de God naar wie je zelf zo vaak hebt uitge­sproken: onze hulp en onze verwachting is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft.

 

3. Richt een ritme in

Deze week werd ik gebeld door een gemeen­telid die zei: ‘Prima dat je hard werkt, maar plan een dagdeel in – en dan bedoel ik niet een kwartier, maar vier uur - waarin je ontspant, ook al is er nog zoveel om te doen.’ Ik ervoer dat als een stem die me wees op het belang van rust en het inrichten van ritme. Het is een sleutel om het op de langere termijn vol te kunnen houden.

Realiseer je dat alles anders georga­ni­seerd wordt om ons heen. Het is nu de tijd om bewust ritmes in te bouwen en een nieuw patroon te laten ontstaan: hoe laat sta ik op, heb ik tijd van bezinning, wanneer zijn we samen als gezin, wanneer onderhoud ik contact met kerken­raads­leden, hoe plan ik verga­de­ringen in? Vind daarin een ritme dat haalbaar is. En nogmaals: laat je niet opjagen.

Er zijn allerlei initi­a­tieven en ideeën op dit moment in gemeenten en in plaatsen. Het is belangrijk om betrokken te zijn bij elkaar en bij de nood in de samen­leving, maar richt het zo in dat het geen sprint is, maar een lange­af­stand­ma­rathon.

 

4. Doe het niet alleen

Er zijn meerdere redenen om in deze periode geen solist te zijn. Je kunt zelf ziek worden en wie kan dan je werk dan overnemen? Jezus had binnen de kring van disci­pelen een bijzondere band met Johannes. Hij trok nauw op met drie leerlingen (Petrus, Johannes en Jakobus) die Hij deelgenoot maakte van zijn ervaringen.

Met wie zijn we verbonden in deze tijd. Wie is de Johannes in ons leven die heel dicht bij ons hart mag komen? Wie is de persoon of wie zijn de personen met wie je kunt sparren? Zijn er mensen in de kerkenraad op wie je kunt terug­vallen?

Een andere aspect bij dit punt is dat de plaat­se­lijke gemeente juist nu de mogelijkheid biedt om als lichaam van Christus te functi­o­neren met ieder zijn eigen bijdrage. In oktober was ik op een confe­rentie in Edinburgh waar Samuel Wells sprak. Daar werd steeds benadrukt ‘it’s already there’. God geeft in de (eigen) gemeente wat we nodig hebben.

Misschien is dit wel het moment om het niet allemaal zelf te doen, maar om mensen uit te nodigen hun liefde, hun talenten in te zetten. Welke talenten zijn beschikbaar bestuurlijk, organi­sa­to­risch, pastoraal. Wie dragen bij door techniek, creati­viteit, aandacht en zorg voor mensen? Doe het werk niet alleen, nodig mensen uit om samen op weg te gaan in deze nieuwe situatie en spreek in die samen­werking waardering uit.

 

5. Laat je goed informeren

Er is een stroom van infor­matie die tot ons komt. Vanuit de media, er komen steeds richt­lijnen van het RIVM en van de overheid. Er worden goede artikelen geschreven die handvatten geven. Ik denk aan een artikel over crisis­pas­toraat van dr. Theo Hettema en er is meer beschikbaar in Coron­ados­siers van diverse kerken en organi­saties.

 

6. Werk strategisch

Er zijn grote verschillen in hoe predi­kanten en hoe gemeenten hun rol oppakken. In een brief aan kerken­raden schreven we dat het belangrijk is om een regie­groep in te richten. In die fase hadden sommige gemeenten de hele organi­satie en commu­ni­catie al voorge­sor­teerd op de nieuwe situatie. Anderen waren nog bezig om te beseffen dat er iets ging veran­deren: ‘geen kerkdiensten meer houden?’ dat kan toch niet of ‘zo’n vaart zal het niet lopen’.

Maar het is echt zo. Het Woord zal op een andere manier gebracht moeten worden. Er zijn echt mensen ziek en eenzaam. Dagbe­steding voor mensen met beperking is gestopt. Ook als mensen overlijden moeten we het anders inrichten. Oog en oor voor elkaar hebben in de gemeente, het is niet vanzelf­sprekend. Er vallen gaten in funda­mentele zorg voor mensen in de buurt of stad.

Voor mijzelf is het als voorganger van een gemeente met driehonderd deelnemers belangrijk dat ‘iedereen’ in beeld is en dat pastoraat onderling vorm krijgt. Als groepen naar elkaar omzien. Als iedereen in de gemeente zorgdraagt voor één iemand anders, dan is er aandacht voor iedereen. We spreken daar elke week een uur over met een groepje van werkers en kerkenraad die dit inricht en volgt in de wijken en in de huizen.

Gebruik de struc­turen, van de wijken, verbeter ze, richt ze opnieuw in als dat nodig is vanuit de zorg voor iedereen in de gemeente. Omdat het de taak van de predikant kan ontlasten en omdat dit wel eens de tijd kan zijn waarop we opnieuw ontdekken hoe we gemeente kunnen zijn in een veran­derde post-chris­te­lijke tijd.

 

7. Let op het overstijgend perspectief

In de Bijbel zien we dat tijden van crisis achteraf gezien van grote betekenis zijn geweest. Denk aan het volk Israël in de woestijn of in Babel waar de synagoge samen­komsten begonnen waar het volk werd opgeroepen om te bidden voor de samen­leving en de bloei van de stad te zoeken (Jeremia 29:7). Als we zo gaan kijken dan blijven de omstan­dig­heden hetzelfde. Een crisis doet pijn, maar er verandert iets in ons perspectief op die werke­lijkheid.

Daarom de oproep om elkaar te bemoe­digen, zorg te dragen voor elkaar als predi­kanten, pioniers, kerkelijk werkers. En om iets te ontdekken van hoe de Heer ons vormen wil in deze tijd.

 _______

Bron: Rudolf Setz, consulent CGK diaconaat binnenland en voorganger Assen Zoekt

Contact­per­sonen / meer infor­matie: Diensten­bureau via het e-mailadres in tijden van corona: verbinding@cgk.nl

alle corona­be­richten op onze website: www.cgk.nl/corona | hulp bieden en hulp vragen: www.nietalleen.nl

 

Print Friendly, PDF & Email