Selecteer een pagina
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Post Type Selectors
dlm_download
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Post Type Selectors
dlm_download

sectie dovenpastoraat

Een van de taken die ons deputaat­schap van de generale synode van de Chris­te­lijke Gerefor­meerde Kerk heeft is parti­ci­peren in het landelijk bestuur van het Inter­ker­kelijk Doven­pas­toraat. Het IDP is een inter­ker­ke­lijke samen­werking van de PKN, CGK, NGK en GKV. De basis voor deze samen­werking ligt in Schrift en belijdenis.

Het werk gebeurt vanuit het verlangen om als dove en horende kerkleden samen kerk te zijn. Het doel is dat doven volwaardig kunnen parti­ci­peren in de kerk.

Ons deputaat­schap is verant­woor­delijk voor de benoeming en begeleiding van een dovenpredikant.

contactinformatie

Mail naar: dovenpastoraat@cgk.nl

Ds. M. Visser
t 06-57423270
m gebarendominee@outlook.com

werkwijze

Het landelijk bestuur van het IDP bestaat uit afgevaar­digden uit de deelne­mende kerken. Onder het bestuur functi­o­neren ook een aantal lande­lijke taakgroepen die het meeste uitvoe­rende werk doen.

Aan het IDP is een team van doven­pas­tores verbonden. Gemeenten die dove leden hebben kunnen een beroep doen op deze doven­pas­tores. Ook bij vragen over doofheid, slecht­ho­rendheid, etc kunt u bij hen terecht.

Ieder van de doven­pas­tores heeft een deel van Nederland als werkgebied. In zijn werkgebied is iedere doven­pastor verant­woor­delijk voor alle doven vanuit de verschil­lende kerken.

De doven­pas­tores zijn als adviseur betrokken bij de regionale Inter­ker­ke­lijke Commissies voor het doven­pas­toraat. Deze IC’s bestaan uit doven en horende leden van kerken in de regio.

Voor meer infor­matie over het IDP, de doven­pas­tores en de IC’s zie: www.doofenkerk.nl.

achtergrondinformatie

Al naar gelang de criteria schat men het aantal doven in Nederland op 10 – 40 duizend. Het aantal slecht­ho­renden ligt veel hoger, namelijk op 1,5 – 2 miljoen. Ook in de kerken zijn er dus heel wat leden die niet of slecht kunnen horen. Omdat gehoor­pro­blemen een onzichtbare beperking zijn, is het belangrijk om extra oog te hebben voor wat dove en slecht­ho­rende mensen nodig hebben om volwaardig deel te kunnen nemen aan het kerke­lijke leven. Want we zijn samen kerk!

slechthorendheid

In ieder gemeente kennen we broeders en zusters die een hoortoestel dragen. Daarmee kunnen ze veelal redelijk goed meedoen in de kerk en in het persoonlijk contact. Een goede ringleiding in zowel de kerkzaal als de andere zalen van de kerk is wel een basis­voor­waarde voor deze leden om te kunnen parti­ci­peren. Investeer als kerk in een goede ringleiding! Neem de wensen en eventuele klachten van ringlijn­ge­bruikers serieus. Voor goede info en advies kunt u ook terecht bij de organi­satie Hoormij∙NVVS

Voor slecht­ho­rende leden is meedoen in kringen en groepen  vaak lastig, vooral als er meer personen tegelijk aan het woord zijn. Soms hebben ze er ook last van dat omgevings­ge­luiden hard en/of vervormd binnenkomen.

Veel slecht­ho­rende mensen ervaren eenzaamheid. Het kost hen namelijk veel inspanning om te parti­ci­peren in gemeen­te­lijke activi­teiten. Omdat ze er letterlijk moe van worden, haken velen af. Heb daarom oog en hart voor deze leden en zoek samen met hen naar manieren dat zij volwaardig kunnen deelnemen aan het gemeen­te­lijke leven.

Als gemeen­te­leden ernstig slecht­horend zijn of worden, is soms zelfs een ringleiding niet meer toereikend. Meestal is het leren van gebaren ook geen optie meer. Commu­ni­catie met anderen wordt dan dus heel erg lastig. Met alle gevolgen vandien, met name op sociaal gebied. Maar ook bijvoor­beeld tijdens een pastoraat bezoek. Maak altijd face-to-face contact met hen. En schrijf desnoods op wat u zegt. Tegen­woordig zijn er ook goede en gratis apps met spraak­her­kenning. Uiteraard is daarvoor een smartphone of laptop nodig. Maar zo’n app bevordert de commu­ni­catie enorm! U kunt ook gebruik maken van een laptop waarop u typt wat u zegt, voorleest en bidt. Een tip voor de kerkdiensten is om te regelen dat de predikant de preek zoveel mogelijk uitwerkt en mailt naar de leden die zwaar slecht­horend zijn.

Tegen­woordig zijn er ook schrijf­tolken. Tijdens gesprekken, bijeen­komsten en kerkdiensten typen zij alles wat gezegd wordt letterlijk en dit verschijnt dan op een tablet of op een groter scherm.

Het aanvragen van een schrijftolk verloopt via Tolkcontact.

doofheid

Doofheid betekent veel meer dan alleen niet kunnen horen. Het heeft een geweldige impact op de taal en de ontwik­keling, op het spreken, op infor­matie en op allerlei contacten met de omgeving. Speciaal ook een grote invloed op het samen­leven in de kerke­lijke gemeente.
Globaal gesproken onder­scheiden we de volgende groepen doven:

a. Vroeg doven

Dit zijn mensen die doof geboren zijn of vóór hun 3e levensjaar doof geworden zijn. Zij hebben meestal een visuele manier van commu­ni­ceren ontwikkeld. Daarvoor zijn andere hersen­delen actief geworden dan bij horende mensen. Deze groep gebruikt veelal graag de Neder­landse Gebarentaal.

Gelukkig worden baby’s tegen­woordig al tijdens de kraam­dagen gescreend. Dat is belangrijk, omdat dan de ouders direct gebarentaal kunnen gaan leren. Dat is belangrijk voor de ontwik­keling van hun kind. Als ontdekt wordt dat een kind doof is, is dat voor de ouders vaak moeilijk. Bovendien komen ze voor de keus te staan of wel en geen CI willen laten plaatsen bij hun kind. Als gemeente is het belangrijk om deze ouders te steunen. Roep daarbij zeker ook de hulp en begeleiding van de doven­pastor in.

b. Doven met CI

De moderne medische weten­schap heeft de mogelijkheid van een Cochleair Implantaat (CI) ontwikkeld. Door een operatie worden in het binnenoor (het slakkenhuis- cochlea) een aantal elektroden geplaatst. Deze worden verbonden met een zender/ontvanger, die wordt vastgezet in het rotsbeen achter het oor onder de huid.

Als de opera­tiewond genezen is, wordt er later een elektro­nisch hoortoestel aan de buitenkant vastge­koppeld. Dit elektro­nisch hoortoestel zet geluid om in elektro­nische signalen. In het binnenoor worden die via de elektroden doorge­geven aan de gehoor­zenuw. Zo kan er een nieuwe vorm van horen ontstaan. De inter­pre­tatie van het nieuwe gehoor is een kwestie van lang oefenen. Door dit apparaat kunnen dove mensen geluiden ontvangen en inter­pre­teren. Het resultaat verschilt per persoon. Het maximale resultaat is dat iemand slecht­horend wordt.

Van de vroeg-dove kinderen krijgt ongeveer 95% een CI. Sommigen krijgen er zelfs twee. Bij goede resul­taten gaan deze kinderen later vaak naar het regulier onderwijs. Maar het blijft belangrijk om ook in de kerk speciaal oog voor hen te hebben, vooral om ze niet alles horen en zeker in groepen moeite hebben moet horen.

c. Laat-doven

Laat-doven zijn mensen die na hun 3e levensjaar doof geworden zijn. Soms is de oorzaak een ongeluk. Maar er kan ook sprake zijn van een medische oorzaak. Een grote groep mensen wordt op oudere leeftijd slecht­horend of doof. Wat op alle leeftijden kan optreden is plots-doofheid: iemand wordt in korte tijd (variërend van 1 dag tot enkele weken of maanden) doof. Deze mensen gaan door een moeilijk rouwproces. Ze moeten hun leven grondig aanpassen. Pastorale begeleiding is daarbij van groot belang.

d. De doof-plus mensen

Dit zijn mensen die naast hun doofheid nog één of meer andere beper­kingen hebben. Dat zijn bijvoor­beeld de doofblinden. Gelukkig zijn er ook voor hen goede commu­ni­ca­tie­mo­ge­lijk­heden, maar het is natuurlijk niet eenvoudig. Veel doofblinden hebben het syndroom van Usher. Vaak worden ze doof geboren en treedt vanaf de pubertijd stap voor stap koker-blindheid op. Verder zijn er ook doven met een verstan­de­lijke beperking. Binnen het doven­pas­toraat is kennis en ervaring aanwezig en we zijn graag bereid om kerken­raden en kerkleden te adviseren en bij te staan. Schroom niet om contact op te nemen.

Gebarentaal

Gebarentaal was tot 1980 verboden, omdat men dacht dat het slecht was voor de ontwik­keling van dove mensen. Het is echter weten­schap­pelijk bewezen dat gebarentaal juist goed is voor de ontwik­keling van dove mensen. Het past ook helemaal bij hun visuele manier van denken en communiceren.

De Neder­landse Gebarentaal (NGT) wordt vooral gebruikt door mensen die vroeg-doof geworden zijn. De NGT heeft een eigen grammatica en is een volwaardige taal. In 2020 is NGT juridisch erkend. Een tolk NGT zet voor dove mensen alles wat door horenden gezegd wordt om in NGT. Dove NGT-gebruikers laten hun stem weg. Daarom is de tolk ook stemtolk voor de horende mensen. Op deze manier kan de commu­ni­catie optimaal verlopen.

Naast de NGT is er ook Neder­lands met onder­steu­nende Gebaren (NmG). Vooral oudere doven en laat-doven gebruiken NmG. Daarbij spreek je gewoon Neder­lands en ter onder­steuning maak je daar gebaren bij.

Er zijn tegen­woordig ook muziek­tolken. Zij beelden de muziek uit in hun gebaren, mimiek en lichaamstaal. Kortom, gebarentaal is een levende taal die volop in ontwik­keling is.

 

wat kunt u als kerkenraad doen?

  1. Zoek contact met ouders van dove kinderen en bespreek o.a. wat hun kind nodig heeft om volwaardig mee te kunnen in de gemeente.
  2. Heb oog voor slecht­ho­rende en dove gemeen­te­leden en laat hen aangeven wat zij nodig hebben voor een goede communicatie.
  3. Zorg dat er in de kerkzaal en in andere zalen een goede ringleiding is.
  4. Schakel het doven­pas­toraat in voor advies en begeleiding.
  5. Schakel gemeen­te­leden die gebaren­taal­vaardig zijn in of biedt gemeen­te­leden een cursus gebarentaal aan.
  6. Heb speciaal oog voor leden uit de doof-plus-plusgroep en zoek samen met hen naar een passende vorm van pastoraat en catechese.
Print Friendly, PDF & Email