Selecteer een pagina
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download
Generic selectors
Alleen exacte overeenkomsten
Zoeken in de titel
Inhoudelijk zoeken
Zoeken in posts
Zoeken op pagina's
dlm_download

werkwijze emeritikas

Het deputaat­schap wordt benoemd door de generale synode. Eens per drie jaar wordt verant­woording afgelegd aan de generale synode en worden beleids­voor­stellen voorbereid. Dit in overeen­stemming met hetgeen is vastgelegd in artikel 13 van de Kerkorde, de handleiding die is opgesteld (en periodiek wordt herijkt) en consistent met eerdere beleids­voering.

Jaarlijks vergadert deputaten minimaal tweemaal per jaar en verder zo vaak als noodza­kelijk wordt geacht. De beleg­gings­com­missie, bestaande uit een afvaar­diging van deputaten, komt minimaal tweemaal per jaar bijeen.

handleiding emeritikas en invulsheet

De emeri­tikas maakt in haar werk gebruik van een handleiding. Deze en de invulsheet voor de premie- en compen­sa­tie­be­re­kening vind u hier.

  • handleiding emeri­tikas 2017

  • invulsheet premie- en compen­sa­tie­be­re­kening 2020

  • model berekening uitke­rings­factor 2018
  • aandachtspunt overgang predikant naar andere gemeente

    Het is van belang dat bij de overgang van een predikant naar een andere gemeente de datum van aanmelding bij de ontvan­gende gemeente aan PFZW aansluit op de dag van afmelding door de vertrek­kende gemeente.
    Conform de Kerkorde blijft de predikant onder verant­woor­de­lijkheid van de vertrek­kende gemeente tot de dag van beves­tiging in de nieuwe gemeente.

    Correcte aan- en afmelding is een verant­woor­de­lijkheid van de betrokken kerken­raden.
    Indien een predikant na een langdurige ziekte (na twee jaar) met emeritaat wegens arbeids­on­ge­schiktheid gaat, stopt voor hem de pensi­oen­opbouw. Indien de procedure van verzuim­be­ge­leiding (zie hierna) goed is gevolgd ontstaat recht op premie­vrij­stelling door PFZW. De pensi­oen­opbouw wordt dan op kosten van PFZW doorgezet.

    artikel en bijlagen uit de Kerkorde

    Door de overgang per 1 januari 2013 naar het Pensi­oen­fonds Zorg en Welzijn (PFZW) is in de Kerkorde een aantal wijzi­gingen aange­bracht. Er vindt een indeling plaats naar drie catego­rieën:

    • huidige geëme­ri­teerden;
    • predi­kanten die deels in het oude systeem van emeri­tikas vallen en nu zijn onder­ge­bracht bij PFZW;
    • predi­kanten die vanaf het begin van hun ambts­uit­oe­fening onder PFZW vallen.

    Voor de eerste categorie is de Kerkorde beperkt aangepast; het betreft een aanpassing van het begrip ‘uitke­rings­grondslag’, daarnaast is een aantal taalkundige aanpas­singen aange­bracht.

  • artikel 13 kerkorde

  • bijlage 7 (art. 13 Kerkorde)
  • De uitke­rings­grondslag is vanaf 2013 het gemid­delde normtrak­tement, berekend over een periode van 37 dienst­jaren. Dit gemid­delde normtrak­tement wordt verhoogd met 8% vakan­tie­toeslag en met een toeslag van 30% (o.a. voor de waarde van vrij wonen).

    Voor de tweede categorie zijn de aanpas­singen in de Kerkorde omvang­rijker.
    Het belang­rijkste is de intro­ductie van het begrip ‘uitke­rings­factor’. Doordat deze groep predi­kanten binnen twee stelsels opereert moest een afspraak gemaakt worden over de toekom­stige uitkering welke ten laste van Emeri­tikas komt. Door de uitke­rings­factor wordt dat bepaald. De grootte van deze factor wordt per predikant indivi­dueel bepaald op basis van het aantal dienst­jaren tot en met 2012. Voor elke predikant geldt een aantal te behalen dienst­jaren van 37 tenzij de werke­lijke situatie hoger uitkomt dan 37 dienst­jaren.

    De formule luidt:
    (max. bereikbare dienst­jaren tot 65 jaar, met een min. van 37 jaren, minus de reste­rende diensttijd tot 65 jaar, gerekend vanaf 1 januari 2013) / 37
    De uitkomst is maximaal 100%.

    Daarnaast wordt in de Kerkorde nu rekening gehouden met de gelei­de­lijke verhoging van de AOW-leeftijd.

    Voor de derde categorie predi­kanten is het gedeelte wat de uitke­ringen regelt vervallen en wordt verwezen naar het pensi­oen­re­glement van PFZW.

    beleggingsstatuut en -beleid

    Deputaten emeri­tikas beschikken over een beleg­gings­statuut. Hierin is het beleid inzake beleg­gingen vastgelegd. Het statuut is door de deputaten vastge­steld op basis van onder andere de richt­lijnen die de generale synode heeft vastge­steld.

    Jaarlijks wordt een beleg­gingsplan gemaakt waarbij de uitgangs­punten uit het beleg­gings­statuut leidend zijn. Het beleg­gingsplan wordt jaarlijks binnen de verga­dering van deputaten behandeld en goedge­keurd.

  • beleg­gings­statuut
  • Print Friendly, PDF & Email