Door Marjanne Hendriksen

In alle vroegte verlaat ik mijn huisje om naar de kerk te gaan. Ik haal mijn Zambiaanse buren op en samen verlaten we onze zendingspost. Het is een klein uurtje lopen. Een smal zandpaadje met aan weerskanten manshoog dor gras brengt ons door het bos bij een drooggevallen moeras. Dat steken we over. Daarna gaat er een zandpaadje verder tussen kale akkers door waar de maïs- en pindaoogst de laatste weken is binnengehaald. Vervolgens lopen we langs de modderhutten met grasdaken van ons buurdorpje naar de brede zandweg. Nu zijn we er bijna. Mooi op tijd. De kerkdienst zou over een minuut of tien moeten beginnen …

Bij het witgepleisterde kerkje met golfplaten dak is zowaar al een oudere vrouw aanwezig. Met een handbezempje veegt ze met kromme rug een mooi waaierpatroon in het zand. Daarna loopt ze naar de grote boom voor de kerk. Daarin hangt een roestige autovelg. Met een steen slaat ze er een paar keer hard op. Zo worden de dorpelingen uitgenodigd om naar de kerk te komen. Nee, je zit hier niet ruim van tevoren al klaar. De dienst begint gewoon als er in de ogen van de predikant genoeg mensen zijn. De meesten druppelen daarna nog binnen. De mannen zitten links op houten banken met rugleuning. De vrouwen zitten rechts en kunnen kiezen: op een mat of op een laag houten bankje.

Urenlang zit ik op zo’n bankje in het vrouwengedeelte. Naarmate de dienst vordert en er meer vrouwen arriveren, raak ik hoe langer hoe meer ingeklemd.  Voor mij zit een vrouw met een slapend baby’tje op haar rug. Verder zijn er nauwelijks kinderen. Ze zitten links naast de preekstoel op een mat. Lopen in en uit. Het dansende vrouwenkoor voor hun neus kan hen wel boeien. Ook ik geniet van het vol overgave zingen. Als zij – en wij – zijn uitgedanst en uitgezongen, vertrekken er steeds meer kleintjes naar buiten om daar te spelen. Het is tijd voor de schriftlezing (soms maar één vers, soms wat meer) en de preek. Het is niet ongebruikelijk dat die met een kwartier al afgelopen is. Het thema is vaak voorspelbaar: goede werken doen, de tienden geven … Het feit dat je onder luid gezang naar voren moet lopen om daar je collectegeld in een plastic teiltje te deponeren, helpt misschien wel om dit doel te bereiken. Iedereen snapt dat je niks geeft als je blijft zitten. En als er niks rinkelt, is het duidelijk dat er briefgeld en geen muntjes in de teil belanden.

Nederland

Het is al middag als ik in de brandende zon terugloop. Nog genoeg tijd over om digitaal een Nederlandse kerkdienst bij te wonen. Natuurlijk begint de dienst stipt op tijd. Natuurlijk zijn er geen laatkomers.  

Wat ik ’s morgens mis, wordt ’s middags ingehaald. Sinds ik in Zambia kerk, waardeer ik de Nederlandse preken des te meer. Ik ben dankbaar voor een stuk Schriftuitleg, voor lijnen die ik leer zien door de hele Bijbel heen, voor een boodschap die mijn hart raakt. Meezingen doe ik dan weer wel op de Zambiaanse wijze, al is handgeklap en tromgeroffel ingeruild voor prachtig orgelspel. De collecte? De QR-codes in beeld geven me een ‘teiltjesgevoel’. Onzichtbaar geven is er niet meer bij. Zou dat de inkomsten opkrikken? Verder voel ik me extra verbonden op het moment dat ik de voorbede meemaak en ik hoor hoe de gemeente mij en mijn werk voor Gods aangezicht brengt. Juist dat, het gebed, is de dragende kracht onder het kunnen dienen in Gods Koninkrijk. Onmisbaar!

Bevoorrecht

Ik ben zo bevoorrecht! Ik mag in twee werelden leven. Uit beide werelden probeer ik het goede mee te nemen en uit te dragen daar waar ik ben. Of dat makkelijk is? Nou, nee. Het feit dat ik in mijn eentje tussen en met mijn Zambiaanse broeders en zusters leef, zorgt er echt weleens voor dat ik hen niet begrijp of dat ik mezelf onbegrepen voel. Datzelfde gevoel kan me ook weer bekruipen tijdens verlofperioden. Ik kom ook dan weer uit een andere wereld. Of dat erg is? Nee. Het maakt dat ik de Heere Jezus alleen maar meer nodig heb. Dat is trouwens sowieso een grote zegen van wonen en werken op het zendingsveld. Het maakt je zo afhankelijk, tot in de details van je leven. En hoeveel vreugde heb ik al niet ontvangen door gebedsverhoringen en het ervaren dat de Heere je ziet en kent!

Het maakt dat ik me thuis voel in twee werelden, al ken ik ook zeker iets van het vreemdeling zijn op deze aarde. Of ik nu in Zambia of in Nederland ben, ik blijf uitzien naar wonen in het Hemelse Vaderland.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u