Ruim dertig jaar geleden vertrokken Hessel en Coby Visser naar Botswana. Hun missie was: het vertalen van de Bijbel in het Naro. Om dat te kunnen, moet je een taal goed beheersen. Op 28 juni promoveert Hessel in Apeldoorn. Dan laat hij zien dat vertalen soms net is als puzzelen.

Ze gingen …

Voor zijn proefschrift beschreef hij de puzzels die gelegd moeten worden als je de persoonlijke voornaamwoorden vanuit het Grieks naar het Naro vertaalt. Wij, jullie, zij – het lijkt zo eenvoudig. Een zinnetje als: ‘Ze gingen (…) per schip naar Cyprus’, (Handelingen 13:4) is eenvoudig: je zet het persoonlijk voornaamwoord derde persoon meervoud van het Grieks over naar het Naro. Maar, dan moet je wel het goede Narowoord kiezen. Daar maakt het uit of die ‘ze’ over twee mannen gaat of over meerdere mannen of dat er ook vrouwen bij  zijn. In het geval van Handelingen 13 is dat niet zo moeilijk: het gaat duidelijk over Paulus en Barnabas. Hoewel: ze hebben vast niet met z’n tweeën in die boot gezeten …

Grote consequenties

Bij de persoonlijke voornaamwoorden ‘wij’ en ‘jullie’ zijn er ook van die puzzels te leggen.  Daar heb je ook nogal wat keuze. Zijn die ‘wij’ twee mannen of zijn het er meer? Zijn er vrouwen bij? De keuze van het woord waarmee je het Grieks vertaalt, heeft soms heel grote consequenties. Denk aan het woord van de Heiland in Lukas 22:19: ‘Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.’ Als je daar in de vertaling van het woord ‘u’ de vorm gebruikt die wijst op een groep mannen die daar op dat moment bijeen is, dan sluit je de lezer van 2022 dus uit van de gave van de Here. De inzichten die Hessel met zijn onderzoek naar de vertaling van het persoonlijk voornaamwoord heeft gekregen, helpen ook ons in Nederland om de tekst beter te verstaan.

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u