Missionaire pioniers zijn vaak aanpakkers met een groot hart vol naastenliefde. Voortdurend zoeken ze naar kansen en creëren ze mogelijkheden om iets te betekenen voor mensen die Jezus (nog) niet kennen. Een dankbare, maar ook veeleisende taak. Juist daarom begeleiden missionaire consulenten deze pioniers en kartrekkers via intervisiegroepen. Twee pioniers vertellen hoe die intervisie werkt en waarom die zo belangrijk is.

Gertjan Zwart, een rustige, wat bedachtzame man van middelbare leeftijd, is kartrekker van De Pion in Alblasserdam. Dit missionaire buurthuis is ontstaan vanuit de opheffing van de kerk in Alblasserdam. Als voorzitter van de toenmalige kerkenraad vond Gertjan het min of meer logisch dat hij de verantwoordelijkheid voor De Pion op zich nam. “Ik heb een interkerkelijk team om mij heen. Van het kerkgebouw hebben we een gezellig buurthuis gemaakt. Verschillende werkgroepen doen elk een stukje van het werk, zodat de druk op de vrijwilligers niet al te groot is. Er zijn een heleboel activiteiten die door heel veel verschillende mensen worden gedaan en dat loopt wel. Het is alleen te klein en het is moeilijk om mensen te vinden die de vrijwilligers kunnen begeleidenof mensen die initiatieven kunnen dragen. Het is dus nog steeds de kar trekken. Daarom zijn de gesprekken in de intervisiegroep heel goed.”

De nuchtere en kordate Hillie van Dijk is een van de drijvende krachten achter het buurtinitiatief FlowerPower in Ede. Samen met een ander echtpaar begonnen zij en haar man kleine dingen voor de buren te doen, uit een verlangen om iets voor de wijk te betekenen. Het begon met kleine dingen, als af en toe een bordje eten brengen. Ze organiseerden een kerstfeest voor de buurt en vroegen de mensen wat zij voor de buurt zouden willen. “Iets voor kinderen, iets tegen eenzaamheid, mooiere gemeentetuintjes. Allerlei wensen waren er en dat hebben wij opgepakt.” FlowerPower groeide zonder vooropgezet plan uit tot een gevarieerd buurtinitiatief. Het kernteam bestaat uit twee echtparen, die het pionieren naast hun gezin en betaald werk doen. “Het is een hele organisatie en dat kan wel eens als een last voelen. Het mooie van de intervisiegroep is dat je dat niet hoeft uit te leggen. Deze mensen snappen waar je mee bezig bent.”

Op de foto boven: een bijeenkomst van de intervisiegroep, met rechts in het gele vest Hillie en links met de grijze sjaal Gertjan.

de naaiclub van De Pion in Alblasserdam
Naaiclub inDe Pion in Alblasserdam
Het team van FlowerPower in Ede
Het team van FlowerPower in Ede
Meedenken

De deelnemers aan de intervisiegroep helpen elkaar met ervaring en ideeën, aan de hand van een casus. Dat kan om heel praktische dingen gaan, zoals het werven en vasthouden van vrijwilligers, de aandachtspunten bij het aanstellen van een betaalde kracht of de financiering. Maar ook vraagstukken die om wat meer reflectie vragen. Hillie noemt zo’n voorbeeld: “Iemand die in het ziekenhuis lag, vroeg ons om samen avondmaal te komen vieren. Dat kan je in de intervisiegroep inbrengen: zijn jullie daar wel eens tegenaan gelopen en hoe doen jullie dat?” Het is lastig om een casus in te brengen, vindt Gertjan bescheiden. “Vaak denk ik: ik heb eigenlijk niks. Alles loopt goed, ik moet alleen meer mensen hebben.” Petra de Jong-Heins hoort dat vaker. Als missionair consulent begeleidt zij de intervisiegroepen. “Veel pioniers zijn doeners. Die moeten even stilstaan om te kunnen reflecteren op hun eigen werk en onder woorden te brengen waar ze tegenaan lopen.” En ook daar kan een intervisiegroep bij helpen. “Soms kan je heel erg in je eigen kringetje ronddraaien en word je helemaal gek van alle dingen die je moet doen,” weet Hillie uit ervaring. “Als iemand je dan vraagt wat je eigenlijk nodig hebt, kan je soms gewoon even niet bedenken. Het is superfijn als een ander je helpt door van een afstandje naar jouw probleem of jouw vraag te kijken.”

Herkenning

De steun uit de gemeente waar ze lid van zijn, is anders dan het contact in de intervisiegroep. Voor missionair consulent Petra is dat bijna logisch: “Je hebt vaak te maken met een kerkenraad en daar zitten mensen in met bestuurlijke kwaliteiten. Pioniers zijn meer ondernemers. Die twee typen mensen begrijpen elkaar nu eenmaal niet altijd.”

Gertjan weet als voormalig kerkenraadsvoorzitter precies wat Petra bedoelt. “Je tijd wordt helemaal opgeslokt door je eigen club, je eigen werk in de kerk. Het is belangrijk dat de dingen in de gemeente goed gaan, dat de verenigingen goed lopen, dat de kerkenraad zijn werk goed doet. Als daar je verantwoordelijkheid ligt, ben je minder gericht op het bedenken van hoe je op alternatieve manieren andere mensen zou kunnen bereiken.” Hillie is voor haar eigen kinderen blij dat er jeugdwerk in de gemeente is. Werk binnen de gemeente is belangrijk, “maar het zijn heel vaak dezelfde mensen die actief zijn. Van evangelisatiewerk wordt soms ook verwacht dat mensen in de kerk komen. Wij willen gewoon dat mensen Jezus leren kennen. In de intervisiegroep hoef je dat allemaal niet uit te leggen.”

Bidden en bemoedigen

Van elkaar weten wat er speelt geeft ook ruimte voor pastorale zorg binnen de intervisiegroep. Het is geruststellend om te horen dat je niet de enige bent die ergens mee worstelt. Het geeft moed om te weten dat je samen bezig bent in het grote geheel van Gods koninkrijk. “En daar heb je elkaar echt even voor nodig.”

Het pionierswerk gaat gepaard met heel veel verantwoordelijkheden. Gerjan en Hillie zijn allebei flinke aanpakkers en hebben beiden meegemaakt dat het je wel eens boven het hoofd kan groeien. Juist dan is die onderlinge zorg en bemoediging belangrijk om het vol te kunnen houden. Want stoppen is geen optie voor pioniers. Hillie: “Mensen in de intervisiegroep begrijpen dat en zullen dus niet zeggen: joh, dan stop je er toch mee! Die gaan je vragen of er iemand is die een paar taken kan overnemen, of je iemand hebt met wie je kunt praten, of er mensen zijn die voor je bidden.”

Vol vuur vertellen Hillie en Gertjan over de mensen die ze in hun werk ontmoeten, de vrijwilligers die ze begeleiden en de mooie dingen die ze meemaken. De passie in hun ogen en in hun stem maken wel heel duidelijk dat je als pionier niet zomaar stopt. Zelfs niet als het echt teveel wordt, zoals Hillie overkwam. “Al die takken van sport en al die mensen die wat van je willen en iets komen vragen… Dat je ’s ochtends denkt: ik trek de dekens nog even over mijn hoofd, ik ben er niet.”

Gertjan voelt die druk in de loop van de tijd niet minder wordt. Elkaar zo ondersteunen en samen bidden in de intervisiegroep is daneen belangrijk moment om even bij te tanken. “Als we hier tegen elkaar zeggen dat we niet praten over ophouden, maar gewoon lekker doorgaan, geeft dat weer nieuwe energie. En weet je wat zo grappig is? Als je er dan weer bent, dan vind je het ook prachtig. Dit is zo mooi werk. Het is zo mooi.”

Deel dit artikel via

Ook interessant voor u