Deputaten Kerkorde en kerkrecht hebben onderstaande brief verstuurd aan alle deputaatschappen. Ter kennisgeving delen zij deze openbaar.
Aanleiding
Door de Deputaten Vertegenwoordiging werd ons gevraagd om expertise en kerkrechtelijke duiding naar aanleiding van de ontwikkelingen rondom ‘Rijnsburg’. Vanuit de kerken worden met name veel vragen gesteld over de status van deputaten en deputaatschappen, nu de groep ‘Rijnsburg’ heeft besloten tot het creëren van een eigen kerkelijke structuur.
Deze handreiking dient om de kerkrechtelijke zuiverheid en de eenheid van het mandaat binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) te bewaken en biedt handvatten voor hoe hier ordelijk mee omgegaan dient te worden.
1. Mandaat, opdrachten en rapportage
In de uitgangspunten van de algemene vergadering van Rijnsburg (21 maart jl.) wordt gesuggereerd dat deputaatschappen twee verschillende meerdere vergaderingen zouden kunnen bedienen en aan beide zouden kunnen rapporteren. Deze voorstelling van zaken is op grond van de geldende kerkorde onmogelijk:
• Het mandaat van de deputaatschappen komt uitsluitend van de CGK. De deputaatschappen zijn onderdeel en eigendom van de CGK.
• Verantwoording afleggen kan alleen aan de CGK. Een deputaat werkt uitsluitend in opdracht van de CGK.
• Er loopt maar één lijn van de vorige synode naar een vervolg van de CGK, en die lijn loopt via de synode van Hoogeveen. Het aannemen van opdrachten van een andere ‘algemene vergadering’ past niet binnen deze structuur.¹
2. Status van het verband ‘Rijnsburg’ als ander kerkverband
De recente ontwikkelingen rond de algemene vergadering van 21 maart jl. roepen indringende vragen op. Kerkrechtelijk en juridisch gezien wordt er vanuit Rijnsburg een nieuw kerkverband gevormd, buiten de kaders van de CGK.²
• Vorming van een parallelle structuur: Er worden initiatieven genomen voor het vormen van eigen classes met de bevoegdheid om bindende besluiten te nemen en een eigen appelrecht. Hiermee ontstaat een parallelle kerkelijke orde en een nieuwe kerkelijke structuur naast de CGK.
• Visie op het kerkverband: In de uitingen vanuit ‘Rijnsburg’ wordt niet langer gesproken vanuit de eenheid van het bestaande verband, maar over ‘groepen kerken die zich opnieuw organiseren’. Hiermee plaatst Rijnsburg zichzelf buiten de huidige structuur van de CGK en stelt zij de kerkordelijke kaders ter discussie.³
• Gevolgen voor het verband: Wanneer gemeenten zich aansluiten bij deze nieuwe structuur, ontstaat een situatie die neerkomt op een feitelijke breuk met het kerkverband. Hoewel de kerkrechtelijke band formeel pas eindigt na het doorlopen van de kerkelijke weg via de classis, betekent de deelname aan een andere structuur dat men in de praktijk niet langer loyaal functioneert binnen de CGK. Dit heeft gevolgen voor de legitimiteit van het mandaat van afgevaardigden. Voor predikanten geldt dat hun positie onverenigbaar wordt met de binding aan de orde van de CGK, aangezien men niet twee verschillende kerkgemeenschappen tegelijk kan dienen.⁴
3. Gevolgen voor de rechtspositie en bemensing
De status van het lidmaatschap van de CGK is de statutaire basis voor de vervulling van een functie binnen een deputaatschap.
• Voorwaarde voor lidmaatschap: Overeenkomstig de algemene kerkrechtelijke beginselen van de CGK worden deputaten benoemd door de particuliere synode of de generale synode, waarbij o.a. als voorwaarde is gesteld dat iemand slechts in aanmerking kan komen voor die benoeming als hij/zij ‘lid in volle recht van een plaatselijke CGK is’ (art. 50.13 KO).
Wanneer een gemeente overgaat naar de structuur rondom ‘Rijnsburg’, moet de status van die gemeente binnen het verband via de kerkelijke weg aan de orde komen. Zodra de classis concludeert dat door deze stap de band met de CGK is verbroken, verliest de betreffende afgevaardigde of deputaat de status van lid van de CGK. Op dat moment vervalt de rechtsgrond voor het uitoefenen van het deputaatschap.
• Rol van de classis: De vaststelling of een gemeente nog binnen het verband functioneert, is een zaak van de classis. Voordat tot een conclusie wordt gekomen, wordt de kerkelijke weg gevolgd middels een bijzondere kerkvisitatie. Het doel hiervan is pastoraal: de gemeente in liefde oproepen tot de eenheid van het kerkverband. Dit vraagt om een zorgvuldig gesprek en geduld. Pas wanneer dit gesprek definitief vastloopt – bijvoorbeeld door een niet meer erkennen van de classis of een expliciete keuze voor een structuur buiten de CGK – kan de classis officieel concluderen dat de gemeente zich aan het verband heeft onttrokken.
• Status hangende het proces: Zodra de classis constateert dat een gemeente zich heeft onttrokken aan de CGK, is de betrokkene niet langer lid van de CGK en kan daardoor niet langer in functie zijn als deputaat. De administratieve verwerking geschiedt door de eerstvolgende generale synode, maar de bevoegdheid om te handelen namens het deputaatschap eindigt op het moment van de kerkelijke constatering door de classis.
4. Waarborgen van mandaat en bestuurlijke verantwoordelijkheid
In de uitvoering van het mandaat ontstaat een complexe situatie wanneer de eenheid van het kerkverband en de legitimiteit van de generale synode ter discussie staan. Dit vraagt van deputaatschappen een zorgvuldig beheer van de hun toevertrouwde taken en middelen.
• Zorgvuldigheid in mandaat en uitvoering: Wanneer er onduidelijkheid ontstaat over de kerkrechtelijke status van een deputaat, raakt dit aan de basis van het mandaat. Het is essentieel dat handelingen en besluiten altijd herleidbaar blijven naar de kaders van de CGK. Om de rechtmatigheid van beleid te waarborgen, moeten deputaatschappen voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat over de bevoegdheid van degenen die namens het verband handelen.
• Bestuurlijke verantwoording: Deputaten beheren middelen die eigendom zijn van de CGK. Zodra een deputaat zich aansluit bij een andere structuur en daarmee het lidmaatschap van de CGK beëindigt, vervalt de statutaire basis voor het uitoefenen van het deputaatschap. Decharge voor het gevoerde beleid kan immers uitsluitend worden verleend door de generale synode van de CGK. Om de rechtmatigheid van handelen en de integriteit van het bestuur te waarborgen, is voortzetting van de functie in die situatie niet langer mogelijk.
• Het goede gesprek: Hoewel het deputaatschap statutair geen instrumenten heeft om eenzijdig het lidmaatschap van een deputaat op te zeggen, is het de verantwoordelijkheid van het deputaatschap om bij twijfel het gesprek aan te gaan. Dit gesprek is gericht op het nemen van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de voortgang van het werk en het voorkomen van onbevoegde rechtshandelingen. In afwachting van formele besluitvorming door de classis, zoeken deputaten naar wegen om het mandaat van de CGK integer en zuiver te blijven uitvoeren.
Status van deze handreiking
Deze handreiking is opgesteld om deputaatschappen te informeren over de kerkrechtelijke gevolgen van de gebeurtenissen op 21 maart jl. De tekst zal tevens via de website van de kerken beschikbaar worden gesteld om de noodzakelijke duidelijkheid te verschaffen.
Met broederlijke groet namens deputaten Kerkorde en kerkrecht
A.J. van der Toorn, voorzitter
(door mij getekend vanwege tijdelijke afwezigheid van de secretaris)
1 Zie bv. Vonnis Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2025:8038.
2 Zie notitie De Hek en Zondag, 16 september 2025: https://cgk.nl/wp-content/uploads/2025/09/Notitie-juridische-situatie-CGK-H.-de-Hek-en-W.A.-Zondag-2.pdf.
3 Zie rapport 1 van commissie 1 van de zgn. Rijnsburggroep.
4 Art. 5.6 kerkorde.



