De doop is door Jezus zelf ingesteld en wordt dan ook over de hele wereld bediend. De vorm van dopen en de wijze van voorbereiden hierop verschillen. Hoe gaat dopen eraan toe in een gebied boven de poolcirkel?
Volwassendoop
De evangelisten die wij steunen in het hoge Noorden behoren tot zogenaamde niet-geregistreerde baptisten. Zij zijn aanhangers van de volwassendoop door onderdompeling. De doop zien zij als een uiterlijke bevestiging van bekering: “Dat is het allerbelangrijkst. Zonder dat is de doop niet mogelijk.”
Aankondiging van de doop
Wanneer iemand tot geloof in de Heere Jezus komt, wordt op enig moment de vraag naar de doop actueel. Het maakt in principe geen verschil of het een jonge man of vrouw betreft die in een christelijk gezin is opgevoed of een man of vrouw die uit de wereld tot bekering is gekomen. Op enig moment zal de persoon naar de leider van de gemeente gaan met de vraag: ‘Ik wil gedoopt worden.’ Vervolgens treedt er een proces in werking.
Voorbereiding
Dat proces behelst allereerst dat de gemeenteleider/ouderling met de persoon (individueel, maar vaker in groepsverband) indringend spreekt over de betekenis van de doop. Is de persoon ervan doordrongen dat hij met de doop breekt met zijn oude leven van afgoderij, alcoholisme, ongehoorzaamheid en dergelijke? Ook andere aspecten van bekering en de fundamenten van het christelijk geloof komen in gesprekken aan bod, net als de regels die binnen de gemeente gelden. Het is ergens wel te vergelijken met onze belijdeniscatechisatie.
Instemming door de omgeving
Voor het vaststellen van de datum vindt nog een belangrijke stap plaats: personen uit de naaste omgeving van de aanstaande dopeling krijgen de vraag of de persoon in zijn leven blijk heeft gegeven van ‘vrucht die aan de bekering beantwoordt’. Dat kunnen familieleden zijn, of vrienden, maar ook (ongelovige) collega’s. Tenslotte moet de gemeente instemmen met de doop van de persoon. Dat vindt plaats in een bijeenkomst van de gemeente waar de persoon die gedoopt wil worden eerst zelf een persoonlijk getuigenis aflegt. De gemeente mag hem/haar daarna vragen stellen. Dat kan algemeen zijn (‘wie is de Heere Jezus voor jou?’) maar ook heel persoonlijk (‘wij kennen jou als iemand die veel rookte en dronk, ben je daar werkelijk vrij van?’, ‘hoe is je relatie met je ongelovige man?’). Vervolgens besluit de gemeente, zonder dat de persoon daar zelf bij aanwezig is, of de persoon tot de doop wordt toegelaten.
De dag van de doop
Het maakt een groot verschil of iemand in de winter of in de zomer gedoopt wordt. In de winter maakt men een gat in het ijs. Immers: dopen vindt plaats in natuurlijk water, vinden de baptisten. In de zomer is het natuurlijk niet nodig om zo’n wak uit te hakken.

De persoon die doopt is altijd een ingezegende broeder: een gemeenteleider, een ouderling of een evangelist. In het water krijgt de dopeling een aantal doopvragen. Deze zijn niet kerkordelijk vastgesteld maar komen meestal neer op iets als: ‘Geloof je in de Heere Jezus als je persoonlijke Verlosser en Zaligmaker?’, ‘Verloochen je je zonden?’ en ‘Beloof je vanaf nu God naar je beste geweten te dienen en Hem trouw aan te hangen?’ Wanneer de dopeling op deze vragen positief antwoord geeft zal de doper hem/haar volledig onder laten gaan in het water waarna de dopeling ‘verrijst in nieuwheid des levens’.
Na de doop
Na de doop is er met de hele gemeente een dienst van dankzegging. De gemeente viert dan ook het avondmaal, waar de gedoopte voor het eerst aan deelneemt. De dopeling krijgt bloemen van de gemeente en er wordt een foto gemaakt waarop de dopeling in het midden zit, omringd door de gehele gemeente. De gemeente richt woorden van aanmoediging, dankbaarheid en liefde aan de dopeling en geeft hem of haar cadeaus. Vervolgens is er een liefdemaaltijd waaraan de gehele gemeente deelneemt. Zo wordt het een feest voor de hele gemeente.
