Door Wilma de Vries
Het is een gewone maandag als ik de auto parkeer voor het vroegere café. Nu is het de kerk. Op het programma staat een outreach: met een medisch team zijn we aanwezig in een lokale kerk om gratis medische zorg te geven. In de praktijk is het vooral een luisterend oor bieden, kleine controles en advies geven. Deze dag richten we ons speciaal op de kinderen, omdat we bij eerdere bezoeken veel ondervoede kinderen hebben gezien.
We zijn aan de vroege kant en besluiten -naar Albanees gebruik- eerst maar een kopje koffie te gaan drinken bij een cafeetje iets verderop. Een mooie gelegenheid om iets meer van het dorp te zien, waar blijkt dat er veel armoede heerst. Op straat zie ik kinderen spelen die eigenlijk op school horen te zitten. Iemand graait in de afvalcontainers op zoek naar iets dat geld oplevert. Bouwvakkers zijn bezig met een nieuw gebouw, waarbij zo te zien de veiligheid niet het allerbelangrijkste is.
Degene die onze bestelling wil opnemen focust zich op mij. Ik krijg een knuffel en in rap Albanees steekt ze van wal over mij. De vrouw, die ik niet gelijk herken, wekt mijn interesse. Ik probeer te volgen wat ze over mij vertelt. Ik hoor het team reageren met ‘Lavdi Zoti’ oftewel ‘Prijs God’. Op zich is het niet vreemd dat ze over mij begint, want als buitenlander ben ik nu eenmaal makkelijk te herkennen. Wat ze vertelt maakt mij stil en dankbaar.
‘Jullie houden van mij’
Ze vertelt over de laatste keer dat we in het dorpje waren met ons medisch team. Over het luisteren en het advies, de tijd die we namen en de impact daarvan op haar leven. Daar op een krakkemikkige stoel in een armoedig dorpje wordt mij ineens de zegen op ons werk toegeworpen. Nu ze haar verhaal vertelt, herken ik haar ook. Eenvoudig werk, in alle liefde en afhankelijkheid gedaan, is gezegend door de Heere. ‘Jullie lieten zien dat jullie van mij houden, dat ik waarde heb en nu wil ik net als jullie ook Jezus leren kennen’.
Het duurde even, maar uiteindelijk krijgen we dan toch nog ons drinken. Al met al arriveren we alsnog te laat voor ons spreekuur in de kerk. Dit spreekuur voor kinderen is hard nodig, maar tegelijkertijd ook een proef. Geld voor doktersbezoek is er niet. De meeste kinderen voeden zichzelf of elkaar op. De tubes tandpasta die we meegenomen hebben worden aangezien voor snoep en leeggezogen door de kinderen. Gelukkig vinden de appels ook gretig aftrek, maar alleen bij de kinderen die nog tanden in hun mond hebben.

‘Jezus houdt van mij’
Eén kind valt op. In tegenstelling tot de doffe ogen die ik bij de andere kinderen zie, kijkt hij mij olijk aan. Terwijl de andere kinderen ons op een afstandje bekijken, zoekt hij contact. In plaats van de andere kinderen slaan of duwen, troost hij de huilende kinderen. We mochten niet vertrekken zonder een stevige knuffel van hem en een ‘dank je wel dat jullie gekomen zijn’. De voorganger vertelde later hoe dit kereltje van 10 jaar voor het eerst bij de kinderclub kwam. Elk woord had hij ingedronken. Zijn vragen bleven maar komen en al snel had gevraagd om een Bijbel. Die Bijbel had hij in rap tempo van voor naar achter gelezen en nu is het zijn grootste schat. Ze hadden hem zien veranderen van een straatschoffie, naar iemand die zich geliefd wist. Zoals hij het zelf zo mooi zei: ‘Jezus houdt van mij, woont in mijn hart en gaat nooit meer weg’.
De kracht van een lokale kerk
Met de voorganger en zijn vrouw heb ik een mooi gesprek over de uitdagingen, maar vooral over de zegen van kerk zijn. Twee jaar geleden was er niets meer dan een verlangen in hun hart. In het dorp was geen kerk, geen christen aanwezig. Ze waren begonnen met wandelingetjes door het dorp, het leggen van contacten en relatie opbouw. De mensen waren in lichamelijke en geestelijk opzicht hongerig. In korte tijd kwamen vier mensen tot geloof en besloten ze in geloof een gebouwtje te huren. En nu, is er zoveel moois ontstaan. Vijfentwintig families zijn trouw betrokken bij de activiteiten. Mannengroep, vrouwengroep, kinderclub, betrokken jongeren en heel veel verlangens voor de toekomst…en dat allemaal in een klein dorpje waar armoede alles lijkt te bepalen.

Eenvoudig
Het lijkt zo eenvoudig: contacten leggen, luisterend oor bieden, iemand laten voelen dat hij of zij mag bestaan en geliefd is. En toch is het dat niet. Het vraagt moed, volharding en afhankelijkheid. Dat zijn we ook: afhankelijk van de God die in ons werkt. Door ons werkt. Afhankelijk van Zijn zegen. Zijn zegen die Hij in dit dorp tot nu toe zo rijk heeft gegeven. Biddend om Zijn blijvende zegen gaan we door. Door met het zoeken naar mogelijkheden om de zware levensomstandigheden te verlichten, de jonge gelovigen te bemoedigen en anderen verlangend te maken naar ‘de Jezus die woont in harten en nooit meer weggaat’.



