Kun je in een situatie waarin het aan alles ontbreekt ‘zomaar’ bidden om eten, gezondheid en geld? Mdw’er Wilma de Vries vraagt het zich regelmatig af. In Albanië helpt ze kerken diaconaal te ondersteunen. Ze neemt ons mee in haar ontmoetingen tijdens een middag huisbezoeken en vertelt hoe ze Gods hand ziet te midden van complexe situaties.
Altijd een verrasssing
“Parkeer je auto maar daar, dan gaan we hier even iemand bezoeken.” De dinsdagmiddag is altijd verrassend. Van tevoren weet ik nooit waar pastor Fitije mij mee naartoe neemt. Soms kom ik in prachtige huizen, maar meestal zitten we in koude, tochtige kamertjes. Nu de zon weer volop schijnt, leven de mensen weer op straat. Daar is het beter toeven dan tussen muren vol schimmel.
We lopen smalle straatjes door en passeren best wel mooie huizen. Het wakkert mijn nieuwsgierigheid alleen maar meer aan. Ik ben hier nog niet eerder geweest. Ik weet dat het achter elke hoek die we omgaan anders kan zijn. En inderdaad, langzaamaan verandert het straatbeeld. De verharde straat verandert, de hoge poorten zie ik niet meer, de stilte wordt verdrongen door lawaai en de frisse voorjaarsgeur wordt verdrongen door een mengeling van verrotting, rook en zweet. Overal waar ik kijk zijn hutjes gebouwd. Houten planken, golfplaten, plastic: alles wat bruikbaar is, is gebruikt om iets te bouwen wat bewoonbaar is.
Je bent dokter?
We stappen het eerste huisje binnen. We worden hartelijk welkom geheten. Binnen ziet het er verrassend netjes uit. De ruimte is gevuld met een netjes opgemaakt bed, een bank en een kastje dat dienstdoet als keukentje. De vloer is schoon. Een jonge vrouw kijkt me stralend aan. Natuurlijk ben ik welkom! “Je bent dokter?” Voordat ik dat kan recht kan zetten heeft ze haar arm al ontbloot en riedelt ze haar problemen op. 21 jaar, drie kinderen waarvan de oudste zes jaar is. Een rilling glijdt over mijn rug. Terwijl ik haar bloeddruk meet, kletsen we wat. Ondertussen verzamelt zich een handjevol kinderen om mij heen. Reuze interessant om even naar je eigen hartslag te luisteren. Of ze naar school gaan? “Welnee”, zegt het meisje dat volgens haar moeder zes jaar is, maar eruitziet als een driejarige. Zou de moeder kunnen tellen?
Als in een krottenwijk
Huisje voor huisje gaan we langs. Ik waan mij weer even terug in de eindeloze krottenwijken van Zuid-Afrika waar ik in 2014 was. De geur, het lawaai, het type huisjes, de problematiek…Maar ik ben toch echt op een klein stukje aarde in Albanië. Soms schud ik een hond van mijn broekspijp af. Of roep ik naar de buren dat de muziek even zachter moet, omdat ik zo niet naar de longen kan luisteren. Ik beoordeel wat huidproblemen en probeer niet zelf te gaan krabben als ik de resten van een schurftinfectie zie. Ik leg aan een veertienjarige uit dat vapen ontzettend schadelijk is. Een zachte hand helpt hier niet, dus geef ik hem een keus: “wil je kanker hebben of niet?” Al mijn kennis protesteert, want die keuze heeft hij natuurlijk niet. Heeft hij eigenlijk wel de keuze om nog te stoppen met roken? Heb je een keuze als alle mannen om je heen, en ook veel vrouwen, roken? Terwijl ik een preek tegen hem afsteek, gaat de betreffende jongen onverstoorbaar verder met het lappen van zijn fietsband. Morgen moet hij met zijn fiets immers weer oud ijzer gaan ophalen. Gesprekjes over roken voer ik bij de vleet. “Waarom rook je?” “Stressi, stressi”, is het antwoord. Een baby lacht guitig als ik haar in mijn armen geduwd krijg en een vrouw gelooft mij niet als ik vertel dat de paracetamol die ze trouw drie keer per dag slikt, niet voor haar hart is. Een man is boos omdat ik geen wondermiddel voor zijn nierstenen bij mij heb.
Bidden voor beter
In elk huisje word ik gevraagd te bidden. Ik hoor mijn eigen woorden: “lieve Heere, U bent de God vol liefde, vol genade, vol goedheid… We bidden U: laat het elke dag weer zien in eten, in gezondheid, in geld voor dat wat nodig is.” Ik voel de twijfel in mijn hart borrelen: “kan ik dit hier wel bidden? Hier waar de problematiek zo complex is…” Mijn respect voor de pastor en mijn collega die hier wekelijks komt groeit alleen maar. Ze zijn hier gestart met een kinderclub en werk onder de vrouwen, om ook hier het Evangelie bekend te maken.
Het werk van God
Als we teruggaan naar huis vraag ik mij af wat ik hier heb gezien van God. De vrouw die mij hartelijk welkom heette in haar huisje, vertelde met stralende ogen dat ze Jezus liefheeft, dat ze zoveel vrede en vreugde in haar hart heeft. Wat is ze een licht voor de mensen om haar heen!

En weet je wat het laatste gebouwtje was waar we geweest zijn? De nieuwe kerk, zoals pastor Fitije het noemde. Huisje, gebouwtje, kerkje, barak…kan het de naam hebben? Barak heet het in de volksmond. Ik noem het graag een plek van hoop. Een plek van hoop, van licht, een plek voor de Heere. Het streelt bepaalt niet het oog, wel het hart dat verheugd is omdat God aanwezig is in de ellende, in de armoede. Omdat Hij ook daar mensen brengt die een licht zijn, die Zijn evangelie brengen. Omdat Hij ook daar Zijn huis bouwt. Gewoon net zo’n huisje voor Hemzelf als waar de mensen in wonen waartussen Hij wil wonen.
Dat is wat ik deze dag zeg: de God die woont tussen mensen. Veracht door anderen, geliefd door Hem.



