Het Bijbelvertaalproject waarbij de Bijbel in de Narotaal wordt vertaald, is een langlopend project van zending. In 1991 begonnen Hessel en Coby Visser daaraan te werken. Om te zorgen dat het project voort kan gaan werden in overleg met het lokale bestuur een paar wijzigingen in de structuur van het project aangebracht. Het was één van de redenen voor een werkbezoek aan Botswana.

Kennismaking
Eind augustus reisde ds. Henk Polinder samen met twee zendingsconsulenten ds. Willem van ’t Spijker en ds. Arjan Witzier naar Botswana. Voor ds. Arjan Witzier was het een kennismaking met het werk in dat land: hij is rond de tijd van de reis deels in dienst gekomen van deputaten zending. Vanaf 1 januari zal hij volledig voor zending werken.
Onderweg van Johannesburg naar D’kar kon ds. Polinder nog even aan zijn dochter vragen hoe het ging: we kwamen een stoet van drie busjes tegen met Urkers, die twee weken in Qabo, vlak bij D’kar, hadden geholpen bij de renovatie van een kerkgebouw. Er was gelegenheid voor een korte ontmoeting en we maakten uiteraard een paar foto’s.

Verklaring
In D’kar staan de kantoren van het Naro Language Project. Daar reden we heen, samen met de heer Ofentse Maruping, de secretaris generaal van het Bijbelgenootschap van Botswana. Zijn kantoor staat in Gaborone. Dat is maar een uurtje omrijden, dus dat kon makkelijk.
In D’kar volgde een intensief vergaderprogramma met het bestuur van het vertaalproject, om met elkaar af te spreken hoe alles het beste geregeld kon worden. Na dat traject kon er een gezamenlijke verklaring worden opgesteld, die plechtig werd ondertekend. Daarmee kan het project verder.

Ontmoetingen
Uiteraard bezochten we ook de twee predikanten die zending ondersteunt, namelijk ds. Olebogile Derek en ds. Rethabile Sibeko. We spraken met hen over de voortgang van het werk in de gemeente. En uiteraard hadden we aandacht voor de gezinnen van beide predikanten.
Op zondag zochten we het kerkje op, waar de groep uit Urk geholpen had om de zaak wat op te knappen, en we troffen er een volle kerk en een blijde gemeente aan. Na de dienst konden we uitrusten in de tuin van Hessel en Coby Visser.
Op maandag zorgden we ervoor dat ds. Polinder ’s avonds op tijd het vliegtuig naar Nederland zou halen. Daarnaast hadden we gelukkig nog een uurtje beschikbaar om een tour te maken met een groep traditioneel geklede Naromensen. Zij vertelden ons iets over hun vroegere leefwijze in de woestijn.




