Stel u een tocht voor van ruim 2000 kilometer door een onherbergzame wereld van sneeuw en ijs. Het is de reis die Anastasia, officemanager van de organisatie van de niet-geregistreerde baptisten, aflegt. Samen met een groep die grotendeels bestaat uit muzikanten en met evangelist Oleg Ljoebitsj is ze op winterreis door de toendra. Onderweg bezoeken ze nederzettingen om daar samenkomsten te beleggen en broeders en zusters te bemoedigen. Het is een barre tocht waarin ook onvoorziene gebeurtenissen tot zegen van de Heere leiden.
Reis door de sneeuw
“Tijdens de twee maanden durende reis zijn de twee Trekols (ecologische toendravoertuigen) waar we mee rijden ons thuis. In het begin is het heel opwindend om zo op reis te zijn. Eindeloze, met sneeuw bedekte toendra’s omringen ons. We bewonderen majestueuze bergkammen, zien sporen van dieren en af en toe een poolhaas of een poolvos. We hebben gesprekken, vertellen elkaar verhalen, wisselen van gedachten over Bijbelse waarheden. We proberen met sneeuw onze tanden te poetsen en ons te wassen. ‘s Nachts genieten we van het noorderlicht dat we bijna voortdurend kunnen waarnemen.


De laatste 300 kilometer voor de eerste nederzetting rijden we over een bevroren rivier. Op de rivier ligt veel sneeuw. Het ijs kraakt onder de wielen, soms is het helemaal gesmolten. Het gaat uiterst traag. Over de laatste tien kilometer doen we uren.
Aankomst in de eerste nederzetting
Na vier dagen bereiken we Oest-Avam. Daar gaan we in groepjes huis-aan-huis het dorp door om de mensen uit te nodigen voor de samenkomst die avond. Het dorp telt ongeveer 400 inwoners. De mensen vertellen ons dat het leven er zwaar en hard is. Er is een school, maar leraren zijn moeilijk te vinden. Vaak vertrekken ze ineens, omdat het leven in het noorden te zwaar voor hen is. Alcoholverslaving is een enorm probleem. Gezinnen vallen uiteen, omdat mannen ervandoor gaan. Vooral het lot van de kinderen raakt ons diep.
Samenkomsten
Ongeveer dertig mensen komen naar de samenkomst. Zoals steeds, zijn het eerst de kinderen die komen. Ze zijn niet verlegen en reageren heel positief op aandacht en genegenheid. Daar krijgen ze in het dagelijks leven niet veel van. Ze luisteren vol aandacht. Ons programma bestaat uit diverse muzikale bijdragen, korte toespraken en getuigenissen, gedichten, enzovoorts. Geen van de bezoekers gaat zonder christelijke lectuur naar huis.
Na een bezoek aan Volotzjanka bereiken we een paar dagen later Katyrik. Daar komen veertig mensen naar de samenkomst. En deze keer ook zeer veel volwassenen! We zingen: ‘In ons hart regeert een vrede, die niet van deze wereld is’. We zien tranen biggelen over wangen. De mensen worden geraakt en wijzelf ook. In de periode hierna bezoeken we nog vier nederzettingen. In alle plaatsen houden we samenkomsten.


De motor stopt
Daarna is het nog een kleine 1000 kilometer naar onze eindbestemming Tiksi. Onderweg daarheen houdt de motor van één van de Trekols ermee op. Gelukkig rijden we met twee voertuigen en de nog rijdende Trekol neemt ons op sleeptouw naar de eerstvolgende nederzetting. Door Gods genade bereiken we Saskylach, een aanzienlijke Jakoetische nederzetting. Hier wordt ons, in niet mis te verstane bewoordingen, de toegang tot het dorpshuis ontzegd. Dus houden we onze samenkomst in het gebedshuis.
Het verblijf leidt tot zegen
Omdat we langer moeten blijven, vanwege de reparatie van de Trekol, kunnen we in drie dagen tijd diverse samenkomsten houden. Er komen telkens meer mensen. De Heere betoont zijn genade ook daarin, dat er in Cheta een motor blijkt te zijn die precies geschikt is voor onze Trekol. Het duurt vijf dagen om deze bij ons te krijgen. Voor het evangelistenechtpaar in Syskylach wordt het een feest. Zoveel jonge, christelijke gasten…, ze kunnen hun geluk niet op. En wij kunnen helpen met eten bereiden, met de kinderen spelen en contact zoeken met broeders en zusters in het dorp. Uiteindelijk bereiken we Tiksi, waar de jonge evangelist Jakob Ljoebitsj, de zoon van Oleg, samen met zijn vrouw Svetlana dient. Dan is het tijd voor de terugweg.
Bid voor de bevolking
In alle plaatsen waar we langskwamen wonen mensen. Mensen die het Evangelie gehoord hebben. Sommigen mochten het aannemen, anderen bleven in de duisternis. Maar op dit zo ontoegankelijke deel van de wereld mag de boodschap van de liefde Gods verkondigd worden. Het was mij een voorrecht daar twee maanden aan deel te nemen. En ik vraag u vriendelijk om de mensen die er wonen, hun kinderen en de evangelisten die onder hen dienen, mee te nemen de binnenkamer in. De Heere zegene u.”



