
Marc de Gooijer was al jaren betrokken als diaconaal werker en teamleider bij Thuis in West in Rotterdam. Na het vertrek van Cees van Breugel als evangelist voelde hij zich geroepen om deze functie over te nemen. Op 22 maart is hij bevestigd als evangelist voor Hart voor West.
Omdat hij al lang actief is in de wijk voelt de nieuwe functie voor Marc natuurlijk. Wat heeft hij in deze jaren geleerd en hoe verweeft hij evangeliseren met het alledaagse leven? Een gesprek over Jezus’ handen en mond zijn in je eigen buurt.
Wat betekent het om evangelist te zijn?
“Evangelist is een roeping om het goede nieuws van Jezus zichtbaar en hoorbaar te maken. In Rotterdam zeggen we altijd: ‘geen woorden maar daden’. Ik denk dat het inderdaad begint met daden. We hebben het diaconale werk nodig om het missionaire werk te doen. Als je mensen ontmoet en ondersteunt komt er ruimte in hun hoofd om na te denken over zingeving en geloof.
Het gebeurt vaak dat onze teamleden mensen helpen in armoede en dan de vraag krijgen: ‘waarom doen jullie dit?’ Dan kun je zeggen dat je gelooft dat het de opdracht is van Jezus om anderen te helpen. Mensen reageren daar meestal positief op. Ze vinden het mooi dat we dit doen.”
Hoe ben je evangelist?
“Belangrijker dan je titel is wie je zelf bent. Dat je dicht bij Jezus leeft en van daaruit Jezus volgt. Dat betekent dat je in de wijk kijkt met de ogen van Jezus, luistert met de oren van Jezus, spreekt met de mond van Jezus en je voeten en je handen laat gaan in opdracht van Jezus. Dat is in iedere stad en ieder dorp belangrijk.”
Hoe blijf je dicht bij Jezus?
“We zijn vaak doeners: mouwen opstropen en gaan. Maar juist de stiltemomenten met God, waarin je luistert naar Hem, zijn heel belangrijk in het missionaire werk.
Dat is soms best lastig. Je wordt al snel opgeslokt door dingen die spelen. Het helpt daarom om heel bewust momenten te kiezen om ruimte voor God te maken, waardoor Hij weer tot jou kan gaan spreken. Zelf probeer ik dagelijks met Hem te wandelen: letterlijk lopend of fietsend neem ik de activiteiten van de dag met Jezus door.”
Hoe ga je te werk in een diaconaal-missionair project?
“Het is belangrijk dat we ons laten leiden door wat God van plan is. Ook daarin is ruimte voor God belangrijk. Hier hebben we met de mensen die betrokken zijn bij Hart voor West luistersessies belegd. We hebben deze voorbereid door in gebed te gaan en te luisteren naar God en naar de context. Door de luistersessies heen merken we welke kant we worden opgedreven. Daarbij zeggen we ook: ‘stuurt U ons alstublieft bij als we het niet goed zien’.
We proberen ook goed te kijken waar in Rotterdam er hulp nodig is. Wij noemen dat witte vlekken: de velden zijn namelijk wit om te oogsten.”
Op welke plekken kom je terecht?
“We zien dat het belangrijk is om actief te zijn in de omgeving daar waar mensen zijn. Bijvoorbeeld door wijkbijeenkomsten te bezoeken, mee te doen aan activiteiten, deel te nemen in sportverenigingen et cetera. Je kunt als christen heel veel betekenen. Paulus zegt: we zijn een leesbare brief. Je kunt natuurlijk een brief uitdelen, maar eigenlijk zijn wij zelf de evangelisatiefolder.
Natuurlijk krijg ik ook vaak gedachten als: ‘zitten die mensen op mij te wachten?’ Maar we hebben een God die zelf zegt: ‘Ik ben bij je’. Die gedachte probeer ik mee te nemen. Je kan misschien een keer raar aangekeken worden. Maar is dat het ergste?”
Wat organiseren jullie zelf?
“In Rotterdam begonnen we met koffieochtenden en een buurtmaaltijd. Zo ontmoet je ook mensen. Die mensen hebben vaak weer bepaalde vragen. Zo kwam bij ons de vraag of we kinderwerk hadden. Daarom gingen we op zoek naar kinderwerkers en begonnen we met kinderactiviteiten. Op een gegeven moment wilden sommige wijkbewoners wat meer over het evangelie weten. Toen zijn we vieringen op zondag en een zogenaamd ‘zincafé’ gestart.

Onze activiteiten zijn allang niet meer vóór de wijk, maar mét de wijk. We doen ons diaconale werk met 120 vrijwilligers: allerlei mensen uit de wijk die het mooi vinden om met ons mee te bouwen. Zo helpen er ook moslims mee met de kinderbijbelclub. Op die manier kunnen we op een hele ongedwongen manier het evangelie delen.”
Hoe voer je een gesprek over geloof?
“Ik heb geleerd om niet meteen met mijn verhaal te komen, maar vooral vragen te stellen aan de ander. In de evangeliën lees je wel 250 vragen die Jezus heeft gesteld. Als je vragen stelt nodig je de ander uit om te antwoorden, ergens over na te denken en ook om een wedervraag te stellen.
Als je met een doel het gesprek in gaat is het risico dat je je eigen verhaal op de ander plakt. Ik denk dat het juist mooi is om op gelijk niveau met de ander te gaan zitten. Als mensen vragen of ik de Bijbel met ze wil lezen had ik voorheen vaak het idee dat ik de Bijbel ging uitleggen. Tegenwoordig vraag ik vaker: ‘Wat raakt jou in dit gedeelte?’ En vervolgens: ‘Wat raakt mij in dit gedeelte?’ Natuurlijk komt de uitleg dan vanzelf een keer. Maar op die manier lees je wel samen.”



