Drie mensen uit de CGK zijn uitgenodigd om een grote conferentie van de Lausanne Beweging bij te wonen in Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea. Meer dan vijfduizend christenen uit de hele wereld komen samen, zowel fysiek als virtueel, om te bidden en na te denken over Gods wereldwijde missie. Voorafgaande aan de conferentie deelt missionair consulent Petra de Jong-Heins, een van de genodigden, haar verwachtingen.
Wat gaan we brengen en wat komen we halen? Het klinkt zo plat, zo niet geestelijk. En het is soms ook moeilijk vooraf te zeggen, wat iets nieuws je zal brengen of wat je er te geven hebt. Maar toch wil ik iets van voorzichtige verwachting of hoop uitspreken.
Wat mogen we er ‘brengen’ vanuit de CGK
Ik denk dat het belangrijk is, dat er mensen zijn met een gedegen evangelical theologische achtergrond (want dat is waar de gereformeerde theologie wereldwijd in valt: het evangelie staat centraal) en wortels in traditionele kerken. We kunnen als theologen vanuit de CGK bijdragen aan deze theologische verdieping.
Maar ook is het een mogelijkheid voor de CGK om het wereldwijde lichaam van Christus en de wereldwijde missionaire beweging te dienen met de ervaringen uit Nederland. Uitwisseling over de breedte, lengte, diepte en hoogte van de liefde van God, om te spreken met de woorden van Paulus uit Efeziërs 3:18-19. Een conferentie als Lausanne geeft de unieke kans om vanuit alle continenten te horen hoe God aan het werk is in Zijn wereld. En dat stukje mogen we vanuit de CGK ook vertellen: over de moeilijkheden, maar ook over de hoop die in ons is.
Als Nederlandse delegatie (dus niet alleen als CGK) nemen we bewust en onbewust de Nederlandse context mee naar Seoul. Juist in een context van kerkverlating, secularisatie en postchristendom, hebben we elkaar als christenen nodig. Dat geldt niet alleen op individueel niveau, maar ook tussen kerkverbanden en christelijke organisaties. Het is goed als we elkaar kennen, zodat we elkaar weten te vinden en samen kunnen werken. Vanuit het jarenlange onderzoek van Lausanne blijkt, dat veel kerken en christelijke organisaties in hun eigen ‘bubbel’ werken, met het gevaar dat we allemaal proberen zelf het wiel uit te vinden. Eenheid is iets waar Christus ons toe oproept. Dat is een uitdaging in tijden van polarisatie, maar hoe mooi is het, als we daar vanuit de wereldkerk toe worden aangemoedigd en vanuit onze verschillende posities vorm aan mogen geven.
Wat hopen we er ‘op te halen’ voor de CGK?
Allereerst geeft de conferentie een wereldwijd perspectief. Dat is van belang voor de CGK. We zijn geen kerkverband op zich, maar deel van de wereldwijde kerk. Wat gebeurt daar? Wat is God aan het doen in deze wereld, op verschillende continenten, in verschillende landen? Ik hoop daarbij meer te zien, ervaren en leren over Gods liefde en de volheid van God.
Ik hoop op ‘missionaire verbreding’: dat wij veel nieuwe ideeën, best practices en materialen mee terug naar Nederland mogen nemen om ieder op onze eigen plek in de CGK verder uit te werken en hoop dat we gezegend mogen worden met nieuwe contacten om niet alleen tijdens de conferentie, maar ook daarna mee te kunnen sparren over (wereld)evangelisatie, zending en diaconaat.
En dat we verrast zullen worden met misschien wel meer of anders. Meer opbrengst, andere opbrengst, dat wat we niet verwacht hadden, maar wel nodig blijken te hebben. Een gevulde missionaire koffer mee terug, waar we in Nederland weer mee tot zegen mogen zijn in de CGK en daarbuiten.




