Boven het stadje Makale in Tana Toraja staat een groot Christusbeeld. De armen zijn zegenend geheven over de omgeving. “Een mooie boodschap”, schrijft zendingsconsulent ds. Arjan Witzier in zijn reisverslag. “Het beeld zelf, ach, smaken verschillen.” Hij was met zendingsdeputaat ds. Willem van ‘t Spijker in de zomer in Indonesië om onze zusterkerk Gereja Toraja Mamasa (GTM) te bezoeken. De band met de Christelijke Gereformeerde Kerken is diep geworteld. “Wij zijn dochter van de CGK”, klinkt het overal waar hij kwam. Tegelijk is duidelijk dat deze kerk inmiddels volwassen en zelfstandig is geworden. Een blik achter de schermen van een werkbezoek.
Een sterke en goed georganiseerde kerk
De GTM heeft een goed gestructureerde organisatie volgens het synodaal-presbyteriaal stelsel. Er is een centraal bestuur met een belangrijke sturende rol. Het zorgt onder andere voor de plaatsing van predikanten, het preekrooster en de landelijke aansturing van diaconaal en missionair werk. Zelfs het mannen-, vrouwen- en jeugdwerk wordt landelijk gecoördineerd.
Het centraal bestuur herschikt ook elke vijf jaar de predikanten over de gemeenten. Predikanten mogen kunnen maximaal twee termijnen op één plek blijven.
We hebben een gesprek met het bestuur in het in aanbouw zijnde nieuwe kantoor van het kerkverband. Ze vertellen ons dat ze te maken hebben met drie grote uitdagingen: bemensing, theologisch niveau en financiën. De eerste loopt naar tevredenheid, aan predikanten is geen gebrek. Wel zijn verdere scholing en verdieping gewenst. Het grootste knelpunt blijft de financiële draagkracht. De steun uit Nederland valt weg en dat wordt als verlies ervaren. Onze gesprekspartners benadrukken dat de vraag om hulp geen teken van afhankelijkheid is, maar van vriendschap. “Vrienden vragen vrienden om hulp”, leggen zij uit. Het zou in Indonesië beschamend zijn als een vriend ontdekt dat er hulp nodig was, maar hij niet gevraagd was om te helpen. Voor ons Nederlanders een belangrijke herinnering dat vanuit verschillende culturen een vraag om hulp dus ook verschillend bekeken wordt.

Even wennen
We mogen enkele keren slapen bij gastgezinnen. Eenvoudig, dat zeker, maar vooral heel gastvrij. Voor wie Europese luxe gewend is, zoals wij, is het zo af en toe even slikken. Maar we hebben goed geslapen. Voor de maaltijden wordt goed uitgepakt. Het is zaak om regelmatig een stuk te wandelen, om in ieder geval een beetje te voorkomen dat er teveel gewicht bijkomt.
Kerkelijk leven en geloofspraktijk
De erediensten in de GTM zijn hoogkerkelijker dan wij gewend zijn: predikanten dragen toga’s en stola’s in de kleuren van het kerkelijk jaar en in alle kerken wordt volgens hetzelfde preekrooster gewerkt. Dat zorgt voor herkenbaarheid en eenheid.

Er zijn grote verschillen tussen gemeenten. Sommige zijn groot en welvarend, met mooie kerkgebouwen. Andere klein en eenvoudig. In het Mamasa-gebied vormen christenen zo’n 80% van de bevolking, waardoor de GTM daar een echte volkskerk is. Op andere plaatsen, waar christenen in de minderheid zijn, is de GTM een kleine maar zichtbare getuige.
We zijn uitgenodigd voor de inwijding van de nieuwe kerk in Minake. Een feestelijke dienst. De Bijbel, het doopvont en het avondmaalsstel worden in een processie van ruim dertig predikanten uit de buurt van de oude kerk naar de nieuwe gedragen.
Een warme band met de CGK
De mensen binnen de GTM spreken met veel respect over de zendelingen uit Nederland die aan de oorsprong van de kerk hebben gestaan. Hun namen worden met ere genoemd en als vertegenwoordigers van de CGK worden wij met veel egards ontvangen. Zowel plaatselijke kerken als het landelijke bestuur hechten sterk aan het onderhouden van de relatie met de CGK.
Ze maken heel duidelijk dat de GTM ook zonder financiële steun graag blijvende, warme contacten houdt, bijvoorbeeld door regelmatige bezoeken, gezamenlijke conferenties en theologische samenwerking.
Op de predikantenconferentie brengen wij van deputaten Zending en van onze kerken de groeten over. De aanwezige predikanten geven ons een wedergroet mee terug.

Missionair en diaconaal elan
De GTM bruist van missionaire initiatieven. Ds. Marselius Samad, verantwoordelijk voor zending, werkt met overtuiging aan vernieuwing van het missionaire bewustzijn. Hij legt uit dat er wettelijke beperkingen zijn voor evangelisatie: in Indonesië mogen officieel alleen vijf godsdiensten beleden worden.Toch zoekt men creatieve manieren om het evangelie te delen, ook met moslims.

Daarnaast krijgt het diaconale werk volop aandacht. We bezochten scholen, het ziekenhuis in Mamasa en een landbouwproject. De visie van betrokkenen maakte diepe indruk. De professionaliteit binnen de beperkte (financiële) mogelijkheden is groot. De missionaire mogelijkheden die men ziet in de persoonlijke aandacht die via de projecten gegeven kan worden, is goed doordacht. Verdere steun vanuit Nederland, bijvoorbeeld via fondsen, zou hier veel betekenen.

Verrassing over het einde van financiële steun
In verschillende ontmoetingen merkten we dat niet iedereen goed op de hoogte was van de geplande beëindiging van de financiële ondersteuning door CGK Zending. Dat nieuws kwam voor velen als een verrassing. Toch reageerden betrokkenen begripvol: ze zien in dat de GTM zelf verantwoordelijkheid moet dragen. Ds. Marselius gaf dit zelfs krachtig door aan zijn collega’s.
Familie in Christus
Overal werden we met grote gastvrijheid ontvangen — van eenvoudige dorpen tot het ziekenhuis in Mamasa, waar een bamboefluitenorkest ons welkom heette. Steeds weer werd uitgesproken hoe waardevol de vriendschap met de CGK is en hoe men hoopt dat deze familierelatie in Christus mag blijven bestaan.
Kortom, de GTM is een zelfstandige, levendige zusterkerk met diepe wortels in het werk van de CGK. Ze vraagt niet om afhankelijkheid, maar om blijvende betrokkenheid — als vrienden, als familie in het geloof, samen geroepen om Christus’ licht te laten schijnen in Indonesië.
Ds. Arjan Witzier, zendingsconsulent



