In augustus 2024 reizen vijf gemeenteleden van Hoogeveen naar Mozambique om de wat verwaterde banden aan te halen. Ze nemen ons mee in hun belevenissen.
Eindelijk terug in Mozambique
We stappen uit op het vliegveld van Nampula. De temperatuur, de geur, de geluiden, de traagheid van het systeem: het is een wereld die helemaal anders is dan de onze, maar wat voelt het bekend. Dat gevoel wordt nog sterker als we een uurtje later in het busje over de hobbelige straten rijden, samen met ds. Texeira, van de Bijbelschool, en de chauffeur. De bekende stem, de hartelijke lach, de warme begroeting.
Wat er vooraf ging
Tussen 2007 en 2013 reisde vijf keer een groep gemeenteleden uit Hoogeveen naar Mocuba in Mozambique. We bezochten de Bijbelschool AMITEM, die toen nog Infortem heette, en de diaconale organisatie Codesa, die toen de naam AEMZ had. We hadden prachtige ontmoetingen met de christenen daar en bouwden samen met de studenten en inwoners van Mocuba mee aan de Bijbelschool en aan geitenhokken.
Daarna valt het stil in Hoogeveen. Om allerlei redenen lukt het niet echt om de verbondenheid met het zendingswerk in Mozambique nieuw leven in te blazen. Het heeft ons al die jaren niet losgelaten. De mensen in Mocuba hebben een plek in ons hart gekregen en met sommigen is zelfs een vriendschap ontstaan.
Tien jaar na het laatste bezoek vragen we ons af of we niet zelf nog een keer kunnen gaan, als er dan toch geen nieuw project komt vanuit de kerk. Gewoon op persoonlijke titel, als geloofsgenoten, als vrienden. Ja, we weten dat vliegen slecht is voor het milieu en dat je het geld voor de reis ook kunt besteden als druppel op de gloeiende plaat van de armoede. En toch is de wens om elkaar weer persoonlijk te ontmoeten heel sterk. Bij ons en bij de mensen in Mozambique.
Een hartelijk weerzien
En zo rijden we in augustus 2024 van Nampula naar Mocuba. Het is een reis van een dag, in dat bekende busje met de slechte vering, dat toerend over de weg fietsers en voetgangers naar de kant duwt.


We logeren een week in een woning van AMITEM. Vroeger woonden hier de zendelingen Van ’t Spijker en Vos. Het weerzien met de kok is hartelijk, net als met ds. Nahoma (de directeur van de Bijbelschool), pastor Pedro en pastor Tivulua.
We mogen twee keer een kerkdienst meevieren. De uitnodiging om zelf te preken laten we aan ons voorbijgaan, je kunt je zelf ook overschatten. Zo’n kerkdienst is een lange zit van een uur of drie, die zeker niet verveelt. Alle koren die er zijn, treden op. Instrumenten hebben hun intrede nog niet gedaan, maar de meerstemmige zang klinkt fantastisch. De vertaling naar het Engels helpt er natuurlijk ook niet aan mee om de dienst kort te houden.
Overal waar we komen volgt een officiële kennismaking. Voor de bij uitstek informele Nederlanders is dat steeds weer even schakelen. Het is best grappig om te constateren dat ds. Texeira en wij ons in een week tijd meerdere keren aan elkaar hebben voorgesteld. Tegelijk is er bij en rondom die officiële momenten altijd ruimte voor gulle humor.
Achterstallig onderhoud
Onderweg naar de Bijbelschool AMITEM kopen we verf en kwasten. In de tien jaar sinds we hier voor het laatst geweest zijn, is er in Mocuba een soort bouwmaterialenwinkel en een Chinese supermarkt gekomen. Samen met de pastores verven we de binnenmuren van een paar lokalen. Het is hun eerste ervaring als doe-het-zelver.


Eerlijk gezegd schrikken we van de onderhoudssituatie van de gebouwen. Het dak is niet overal meer waterdicht en de gevolgen van lekkage worden op verschillende plekken zichtbaar. De technisch onderlegden in ons reisgezelschap zijn er zeker van dat reparatie hoognodig is. Als dat nu niet gebeurt, is het risico groot dat er ingrijpende en veel duurdere maatregelen nodig zijn. En nee, die constatering is zeker niet omdat we (alleen) met een westerse bril kijken.
We delen onze zorgen met de pastores. Ze delen die en proberen hun weg naar een oplossing te zoeken. Ze zijn vrijwel helemaal afhankelijk van geld uit het rijke Westen.
De gedrevenheid waarmee de pastores hun werk aan de Bijbelschool doen, blijft indrukwekkend. In Mocuba en in de wijde omgeving worden mooie resultaten behaald. We worden vaak stil en voelen ons soms beschaamd als ze onbekommerd en vol vertrouwen spreken over Gods leiding in mooie en moeilijke momenten. Het voelt alsof zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus daar veel meer tot zijn recht komt dan bij ons. Je weet wel, die zondag over de voorzienigheid van onze almachtige God.
We genieten van de gastvrijheid, bijvoorbeld als we mogen mee eten bij de pastores thuis.
Voedselzekerheid
Het tweede doel van ons bezoek is niet minder stil-makend. We gaan op pad met pastor Silva van de organisatie Codesa. Samen met lokale kerken helpen zij heel praktisch om het dagelijks leven draaglijker te maken. We bezoeken kleine akkers, waar Codesa mensen traint om diverse groenten te verbouwen, zodat ze gevarieerd kunnen eten. Wat de mensen zelf niet nodig hebben, kunnen ze verkopen. Met de inkomsten daarvan kunnen ze dan weer hun kinderen naar school laten gaan.
We mogen er bij zijn als een medewerkster van Codesa aan moeders uitlegt hoe je met pinda’s door de maïspap het eten voedzamer kunt maken. Het is indrukwekkend om te zien hoe ze vervolgens die pap uitdelen aan een hele groep kinderen.
We ontmoeten mensen voor wie we jaren geleden geitenhokken hebben gebouwd. Het is een feest van herkenning. We krijgen de eerlijke verhalen hoe het verder is gegaan met de geiten. Soms goed. Soms helemaal niet.


Tot weerziens, Mozambique
Onze laatste nacht in Mozambique logeren we in Nampula, in een van de gebouwen op het terrein van Wycliffe. Daar hebben we nog even de tijd voor een persoonlijke ontmoeting met een van de pastores en zijn kinderen, die daar in de buurt wonen.
Met een beetje pijn van het afscheid gaan we weer naar huis. We hopen dat in de zomer van 2027 een groep gemeenteleden van Hoogeveen landt op het vliegveld van Nampula. Het zal spannend zijn, want de meesten zijn daar nooit eerder geweest. Wat gaat zo’n project, zo ver van huis en in zo’n andere cultuur, ze brengen? Wij, de vijf uit 2024, denken het wel te weten: groei in geloof, in liefde en in verbondenheid.
Helpt u mee?
Met een verhaal en foto’s lukt het niet om de ervaring van ontmoeten goed voor het voetlicht te krijgen. Je moet er geweest zijn. En is natuurlijk niet voor iedereen mogelijk. Wat iedereen wel mag weten: het is echt een arm land, met in noorden veel geweld, met corruptie en nog zoveel meer. En wat we allemaal kunnen: bidden en geven.
Jeannette van Dijk en Allard Gunnink, in het reisgezelschap van Anne Miek, Henk en Wim



