Kerkelijke besluiten dienen zorgvuldig genomen te worden. Dat is vanzelfsprekend, maar het is niet voor niets dat de Integrale Regeling voor Revisie- en Appelprocedure (bijlage 1.27 K.O.) daar toch nadruk op legt door te stellen dat kerkelijke vergaderingen hun besluiten behoren te nemen na goede voorbereiding en met verwerking van vroegere besluitvorming (IRRA 3.1). En als eis voor de formulering van een besluit van de kerkelijke vergadering op een revisieverzoek of een appel geldt volgens IRRA 9.8: ‘Het besluit van de kerkelijke vergadering bevat een duidelijke conclusie ten aanzien van het appel (…) en is duidelijk gemotiveerd’.

Heldere onderbouwing

In veel kerkelijke besluiten, zeker die waarbij zorgvuldige weging van principes nodig is, wordt gewerkt met categorieën ‘constaterend, overwegend, van oordeel en besluit’. Die onderverdeling, mits goed toegepast, dwingt tot een logisch, helder beargumenteerd besluit. De voorwaarde dat het goed wordt toegepast is helaas geen loze kreet. In veel kerkelijke besluiten worden schijnbaar willekeurig en op het gevoel af argumenten gerubriceerd, met als gevolg dat men ook niet-beargumenteerde wensen of persoonlijke voorkeuren als (beslissende) argumenten kan laten meetellen voor het uiteindelijke besluit, door die onder de kopjes ‘overwegend’ of zelfs ‘van oordeel’ op te nemen.

Juiste formulering

De genoemde categorieën helpen alleen de helderheid en de argumentatiekracht van het besluit wanneer ze juist worden gebruikt. Hieronder volgt daarom een kort sjabloon om toe te passen bij het formuleren van een besluit, zodat duidelijk blijkt op welke gronden het besluit berust.

Sjabloon kerkelijk besluit

De kerkelijke vergadering, in vergadering bijeen op [datum] te [plaats],

heeft kennisgenomen van

  • de relevante stukken/bronnen:
    • instructie/verzoek van een kerkenraad
    • het revisieverzoek/appel van … vs …
    • rapport van een deputaatschap
    • het verslag van de classicale/synodale commissie
    • etc.
    • de bespreking ter vergadering

constateert

  • feitelijke kenmerken van de zaak:
    • wat is de kern van de vraag/het probleem?
    • wat zijn directe en indirecte belangen die onder ogen gezien moeten worden?

overweegt

  • uitgangspunten en principes die van belang zijn bij de zaak:
    • zaken die de Schrift, de belijdenis en de kerkorde betreffen
    • zaken van redelijkheid.

is van oordeel

  • constateringen en overwegingen worden hier op elkaar betrokken en er wordt verwoord hoe de vergadering in het licht van de uitgangspunten en principes datgene weegt waarover een besluit genomen moet worden

en besluit

  • op grond van de oordelen worden de conclusies getrokken over hoe er verder gehandeld moet worden:
    • wat is de kern van het besluit?
    • wat zijn de gevolgen van het besluit?
    • wie moet er van dit besluit op de hoogte worden gebracht?