Ds. F.W. van der Rhee ging in juni 2024 op werkbezoek naar Ierland. Naar de Evangelical Presbyterian Church of Ireland en de Reformed Presbyterian Church of Ireland om precies te zijn. Het reisverslag geeft een beeld van wat zo’n werkbezoek inhoudt.
Zaterdag 8 juni – zorgen en dankbaarheid
Ik vlieg vanaf Schiphol naar London Heathrow en van daar door naar Derry Airport. Andrew Lucas haalt me op van het vliegveld. Hij stelt voor me eerst iets van het Noord-Ierse landschap te laten zien. We rijden langs de kust en bezoeken een aantal toeristische hotspots. Andrew is predikant in de EPCI van Omagh. In deze gemeente zal ik op zondagmorgen mogen preken. Andrew is alleenstaand. Hij is sinds 2007 predikant van Omagh. Daarvoor was hij predikant in Belfast. Deze gemeente is echter opgeheven.

Spanningen in Nederland
Onderweg komen we al snel te spreken over ons beider kerkverbanden. In antwoord op Andrews vraag naar onze welstand als kerken, vertel ik hem dat we als kerkverband te maken hebben met grote verschillen en spanningen. Ik leg hem uit dat de directe aanleiding het bevestigen van vrouwen in het ambt is door zo’n dertig tot vijfendertig gemeenten, tegen de uitspraak van de synode van 2022 in.
Ik vertel hem over de situatie van onze kerken na het convent. Het convent heeft duidelijk gemaakt dat onze kerken diep verdeeld zijn. Het gaat dan niet alleen om vrouw en ambt. Ook een andere kijk op homoseksuele praxis en een andere uitleg van de Schrift dan voorheen spelen hier een rol. Ik leg uit dat er sprake is van verschillen in theologisch inzicht en dat een deel van onze kerken een vrijere kijk op kerk, Schrift en belijdenis voorstaat. Ik vertel hoe de synodes tot nog toe hebben besloten: geen ruimte voor vrouw in het ambt en wie in een homoseksuele relatie is moet van het avondmaal geweerd worden. Helaas lijken meerdere gemeentes nu synodale besluiten naast zich neer te leggen. Daarbij loopt het kerkelijk leven vast in de classes. Er zijn classes die deze kerken vermanen, maar andere classes doen dat niet. De uitkomsten van peilingen tijdens het convent laten de verdeeldheid goed zien. Achtenzeventig procent wil dat we presbyteriaal-synodaal blijven. Zestig procent wil echter meer ruimte voor plaatselijke kerken ten opzichte van synodale besluiten.
Andrew reageert meelevend. Hij haalt op hoe hij in de GKV heeft gezien hoe in zeer snel tempo allerlei theologische wissels om zijn gegaan. In 2018 heeft de EPCI het contact met de GKV opschort. Sinds de ICRC-conferentie van 2022 is het contact ook daadwerkelijk verbroken. Ik verzeker hem ervan dat de samenstelling van ons kerkverband anders is dan die van de GKV van destijds. Een aanzienlijk deel van onze kerken is bezorgd over de situatie en wil klassiek CGK blijven.
Dankbaarheid in Ierland
Sprekend over de situatie van de EPCI vertelt Andrew dat er veel reden tot dankbaarheid is. De EPCI bestaat nu uit negen gemeentes met in totaal ongeveer 300 belijdende leden. In zijn eigen gemeente ziet hij zegen op het werk. Er is openheid naar degenen die in de wijk van de kerk wonen. Zij bezoeken met name rond Kerst de ‘carolservice’. Het kerkgebouwtje zit dan vol. Voorheen was het vaak zo dat jongeren, wanneer zij in de stad hun opleiding gingen doen, niet meer terugkeerden naar hun oude gemeentes op het platteland. De laatste tijd ziet Andrew echter jongeren terugkeren. Ze trouwen en gaan wonen in Omagh en stichten daar gezinnen. Er komen ook mensen tot geloof van buitenaf.
De gemeentes van de EPCI zijn tamelijk homogeen. Er spelen geen grote issues zoals bij ons. Vanuit de gemeente van Omagh zijn vier (!) zendingswerkers uitgezonden voor zending. Andrew heeft kort geleden één van hen nog bezocht in Nigeria.
Predikantentekort
Er zijn zorgen over het bestand van predikanten. De meeste huidige pastores zijn afkomstig uit het buitenland. Dat geldt ook voor Andrew, die oorspronkelijk uit de UK komt. Hij ziet Noord-Ierland echter als zijn thuis nu. Er komen uit de eigen kerken echter geen nieuwe predikanten voort. Er zijn op dit moment geen studenten in opleiding. Over enige tijd zullen een aantal predikanten met pensioen gaan. Er is dan geen opvolging. Op dit moment zijn er twee gemeentes vacant. In één daarvan (Ballyclaire) zal ik op zondagavond voorgaan.
Kerkelijk leven
Andrew vertelt het één en ander over het kerkelijk leven in de EPCI. Op zondag zijn er twee diensten. Doordeweeks is er op woensdag een korte dienst. In de morgendienst behandelt hij momenteel 1 Timotheüs. In de avonddiensten spit hij met de gemeente het evangelie van Lukas door. Hij is hier twee jaar geleden al mee begonnen. In de doordeweekse diensten houdt hij een korte preek. Momenteel behandelt hij het leven van Elia.
Logeeradres

Andrew brengt me naar Eric en Margaret Spence, een wat ouder echtpaar dat net buiten Omagh woont. Tot 2019 waren zij lid van een baptistengemeente. Nu zijn ze trouwe leden in Andrews gemeente. Zij bewonen een ruim huis, waar ik de beschikking heb over een eigen slaapkamer met eigen badkamer.
Het is fijn om rondom de rijke maaltijd mee te maken hoe Eric en Margaret invulling geven aan de huisgodsdienst.
Zondag 9 juni – preken over Genesis
Aan de ontbijttafel leer ik Eric en Margaret beter kennen. Ze zijn beiden gepensioneerd. Eric werkte voor de overheid en Margaret was docent aan een HBO-achtige opleiding. Ze hebben twee dochters. Eric vertelt over de achtergrond van hun overgang naar de EPCI. Ze zijn zeer dankbaar voor de plek die Andrew inneemt in hun gemeente. Ze zien hem als hun pastor die hen in geestelijk opzicht leidt.
Ochtenddienst in Omagh
Met Eric en Margaret rijd ik naar de EPCI in Omagh. Als we binnenkomen, is Bibleclass (een soort zondagsschool) al aan de gang. De ouders van deze kinderen vermaken zich ondertussen met het gezamenlijk kijken naar een aflevering van de Church History Lectures van Ligonier Ministries.

Andrew heeft mij gevraagd om te preken deze morgen. Hij leidt het eerste gedeelte van de dienst, waarin hij mij ook kort interviewt. Ik bedien het woord vanuit Genesis 28:10-22, ‘A Bethel Church for Jacob’. Achteraf hoor ik dat de preek goed is overgekomen. Er is veel hartelijkheid en bij de deur schud ik de handen van alle kerkgangers, in totaal ongeveer vijftig.

Na opnieuw een rijke maaltijd in het huis van Eric en Margaret, waarbij ook Andrew is aangeschoven, rijdt Andrew mij naar mijn volgende stop. Ik mag te gast zijn bij David en Heather Watson. De oude moeder van Heather woont sinds enige tijd bij hen in. Ze blijkt een krasse dame, die met de nodige humor geniet van haar oude dag.
Avonddienst in Bellyclare
David is ouderling in de gemeente van Ballyclare. Daar mag ik die avond voorgaan. Hij is ook ‘trustee’ van de bookshop van de EPCI in Belfast. Deze bookshop was er al eerder dan de EPCI zelf. Hij is opgericht door William Greer, één van de predikanten die in de jaren twintig uit het ambt werden gezet en zo aan de wieg stonden van de EPCI.
In de dienst speelt John, Davids zoon uit zijn tweede huwelijk, op uitstekende wijze piano. Uit zijn eerste huwelijk heeft David een dochter die getrouwd is en in Londen woont. Haar man is predikant in de IPC. David vertelt me dat de IPC groeiend is. Het is een betrouwbaar gereformeerd kerkverband. De volgende dag zal hij samen met zijn andere dochter naar Londen vliegen om daar een stand te bemannen tijdens de jaarlijkse predikantenconferentie van de IPC.
De gemeente van Ballyclare is vacant op dit moment. De vorige predikant is met emeritaat gegaan. Ook David vertelt me over de zorgen die er in de EPCI zijn over de opvolging van predikanten. Er zijn de laatste jaren nauwelijks studenten die theologie studeren, met het oogmerk om predikant te worden.

De gemeente komt bijeen in een mooi kerkje. Er zijn zo’n veertig kerkgangers deze avond. Onder hen een Nederlands echtpaar uit de CGK van Goes, dat op vakantie is. Zij waren die morgen in de gemeente van Andy Hambleton te gast en hoorden van hem dat ik voor zou gaan in Ballyclare.
Ook deze avond blijkt de preek over Genesis 28:10-22 goed over te komen. Bij de deur van de kerk ontmoet ik verschillende hoorders en zij geven een goed getuigenis.
Jongeren in de kerk
Op de terugweg praat David me bij over de uitdagingen waar de christenen in Noord-Ierland voor staan. Die zijn vergelijkbaar met die van ons: een voortgaande secularisatie, die zich ondermeer laat zien in een veranderende kijk op diverse ethische onderwerpen. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben effect op met name jongeren in de kerk.
Met David spreek ik over de geschiedenis van de EPCI. Hij geeft me het boek ‘By honour and dishonour. The story of the Evangelical Presbyterian Church’, geschreven door Ernest C. Brown.
Na een goed diner vertrek ik tijdig naar mijn kamer. Ook bij David en Heather geniet ik van een eigen kamer met badkamer.
Maandag 10 juni – start van de synode
Op maandagmorgen word ik opgehaald door Gareth Burke. Hij is de predikant van de gemeente Stranmillis in het zuidelijk deel van Belfast. Hij hoopt later dit kalenderjaar met emeritaat te gaan. Gareth is de voorzitter van de ‘Church development’ van de EPCI. Hij neemt me mee naar een groot tuincentrum, waar ook een restaurantgedeelte is. Bij de ingang van het tuincentrum ontmoeten we bij toeval Ernest Brown, de chroniqueur van de EPCI. Hij is een ouderling in de EPCI.
Te weinig menskracht
Onder het genot van koffie en scones spreek ik met Gareth Burke en Andrew Lucas. Dit gesprek heeft het karakter van een officiële, kerkelijke ontmoeting. Andrew is voorzitter van ‘Church Relations’. Het volgende komt aan de orde:
- Ik leg aan Gareth Burke uit welke spanningen er op dit moment zijn in ons kerkverband. Eerder sprak ik daarover al met Andrew.
- Gareth biedt namens de EPCI excuses aan voor het afslaan van financiële steun voor het evangelisatieproject in Londonderry. Alhoewel het niet direct benoemd wordt, merk ik een zekere verlegenheid ten opzichte van Willem van ’t Spijker, die eerder vanuit DZ voor dit project in Noord-Ierland was. In Londonderry was een bijbelstudiegroep ontstaan. Deze kwam één keer per week bijeen en werd bij toerbeurt gerund door eigen predikanten. Dit is een tijdlang zo doorgegaan en het werk werd omringd met gebed. Helaas bleek het niet houdbaar. De afstand die de predikanten moesten overbruggen wekelijks was steeds aanzienlijk. Het werd een te grote belasting. Er is gezocht naar iemand die zich daar zou kunnen vestigen om een churchplant te doen. Helaas is deze persoon niet gevonden. Het project is om die reden gestopt. Het gebrek aan ‘manpower’ is er de oorzaak van.
- Church Development verkeert op dit moment als commissie in een moeilijke situatie. Men worstelt met beperkte middelen. Het gaat dan meer om menskracht dan om financiën. Er zijn contacten met de RPCNA om vanuit Amerika werkers in te kunnen zetten. Helaas blijken deze contacten moeizaam te verlopen. Er zijn beloften gedaan, maar die worden niet nagekomen tot nog toe.
Na afloop van het gesprek neemt Andrew Lucas me mee naar Belfast. We bezoeken daar allereerst de bookshop. Deze boekhandel is ooit opgericht door rev. W. Grier en stond aan de wieg van het ontstaan van de EPCI. Onderweg nemen we nog een kijkje in het synodegebouw van de Protestant Church of Ireland. Andrew vertelt me dat deze ‘PKN’ van Ierland lange tijd erg liberaal was. Inmiddels zijn er goede tekenen. Aan de opleiding tot predikanten worden vrijwel uitsluitend behoudende hoogleraren benoemd. Dit zal op termijn te merken zijn in de kerken.

Daarna trakteert hij mij op een bezoek aan de docks waar ooit de Titanic werd gebouwd. We bezoeken het prachtige, nieuwe museum dat daar staat. Vervolgens dineren we bij de Watsons en ik neem afscheid van Heather en haar oude moeder. David is inmiddels vertrokken voor een bezoek aan de Calyster Conference van de IPC in Londen.
Kwetsbaar en hoopvol

Na het diner rijdt Andrew me naar Limavady. Daar wordt de tweehonderddertiende synode van de RPCI geopend. De scheidend moderator rev. Stephen Wright gaat voor. Hij preekt over Psalm 72. Aan het begin van zijn preek benoemt hij de situatie van de RPCI van dat moment. Over de laatste vijf jaar is het aantal ‘communicant members’ met acht procent afgenomen. Meer dan de helft van de gemeentes bestaat uit dertig of minder belijdende leden.
Deze cijfers kunnen ontmoedigen. Wright benadrukt echter dat Psalm 72 hoop geeft. Hij benadrukt vier punten:
- De Koning in deze psalm regeert over de hele wereld. Hij regeert over meer dan alleen over het Israël uit de tijd van David, vgl. vers 8. Hij regeert over alles. Ook over Ierland dus!
- De Koning regeert voor altijd, vgl. v. 7 en 17. Wie is deze Koning? Het gaat om Jezus Christus.
- Koning Jezus beschermt ons. Hij beschermt juist dat wat zwak en kwetsbaar is. Hij is als een persoonlijke bodyguard. Er zijn organisaties en lobbygroepen die het christendom willen vernietigen. Maar er is ook zonde in onszelf, die ons probeert te vernietigen. De duivel vecht tegen ons. In Jakobus 4 worden we opgeroepen de duivel te weerstaan. Dat kan alleen in Jezus’ kracht.
- Koning Jezus maakt ons voorspoedig, vgl. vers 3. Hij zorgt voor groei en overvloed. Vers 16 spreekt zelfs van koren op plaatsen waar je het niet verwacht. De Heilige Geest wil daartoe krachtig werken. Hij kan ook groei geven aan de RPCI.
We kunnen niet zonder deze Koning Jezus. Kijk naar Hem voor bescherming, voorspoed en zegen. Sta jezelf de gedachte niet toe dat het onmogelijk zou zijn. Bidt daarom door de psalm heen, langzaam en pas het ondertussen toe op je eigen leven.
Normen en waarden

Na de opening van de synode wordt vanuit de Southern Presbytery Philip Murphy aangedragen als nieuwe moderator. De RPCI kent vier presbyteries (noord, oost, west en zuid), die meerdere keren per jaar vergaderen. Deze presbytery was aan de beurt om een nieuwe voorzitter aan te dragen. Philip Murphy is op latere leeftijd predikant geworden. Hij is predikant in Tullyvallen en is 69 jaar. Hij hoopt over niet al te lange tijd met pensioen te gaan, maar heeft zich laten overhalen om deze synodeperiode als voorzitter op te treden. Daarmee heeft de presbytery zijn pensioen weten uit te stellen.
De voorzitter van de synode heeft overigens ook na sluiting van de synode nog de nodige taken. Hij bezoekt geëmeriteerde predikanten, onderhoudt contacten met de plaatselijke gemeenten en is betrokken bij de uitzending van zendelingen en missionair werkers. Hij vertegenwoordigt het gezicht van het kerkverband als geheel.
Nadat Philip Murphy de vergadering heeft toegesproken, spreekt rev. dr. Richard Turnbull de synode toe. Hij is in dienst van het Christian Institute. Deze organisatie zet zich in voor christelijke waarden en normen in de maatschappij. Het is een organisatie die zowel christenen in allerlei denominaties wil toerusten vanuit een behoudend christelijk perspectief, doorgaans op morele onderwerpen. Daarnaast hebben ze al meer zich een stevige positie weten te verwerven in het maatschappelijk debat. Ze zijn succesvol in hun christelijke lobby. De RPCI heeft banden met deze organisatie en werkt met hen samen.
Daarmee wordt aan het begin van de synode iets zichtbaar wat op meerdere momenten in de vergadering en ook in gesprekken daarbuiten benoemd wordt. Er is een sterk antithetische houding ten opzichte van de liberale cultuur waarin met kerk moet zijn. Dit zit in mijn beleving veel dieper verankerd in de theologie, kerk en kerkelijk onderwijs dan dat dat bij ons het geval is. Men stelt zich actief teweer tegen allerlei lobby’s op ethische terreinen als abortus, euthanasie, gender, LBTI, huwelijk, etc. Men doet dat niet alleen vanuit negatie, maar ook vanuit een positieve invulling en een hartelijk voorleven van Bijbelse normen en waarden. Om dat hartelijk te kunnen doen, is veel christelijk onderwijs nodig. Er is een groep ouders in de RPCI die dat doen door middel van thuisonderwijs. Hoe dan ook wil men zich laten voeden door veel online materiaal, voor vorming en toerusting van gemeenteleden.
Turnbull ziet drie gevaren die op de kerken afkomen in de cultuur van vandaag: religieus liberalisme, inmenging van de staat in wat de kerk zegt en denkt, en onderwijs. ‘We are losing the idea of a well taught people of God.’
Vervolgens wordt de synode toegesproken door een aantal zusterkerken uit het buitenland. Namens de RPCNA spreekt rev. Noah Bailey (predikant in Cambridge, Boston US) de vergadering toe. Hij is samen met zijn vrouw aanwezig op de synode. Ook rev. Stephen Steele is aanwezig namens de RPC van Schotland en spreekt de vergadering toe.
Aan het werk
De avond wordt gesloten met worship door de nieuwe moderator. Hij preekt over Haggai 2:1-9. God vermaant niet maar spoort de Israëlieten aan om weer aan het werk te gaan. Gods werk kan zwaar zijn. Het kan te groot voor ons lijken. De Israëlieten die terugkeerden uit de ballingschap zijn zwak en maar met weinigen. Wij leven in dezelfde situatie.
We moeten dan drie dingen doen, zoals Israël die ook moest doen. Ten eerste ons afvragen of de huidige stand van zaken de manier is waarop de dingen moeten zijn (vgl. v.3). We kennen de verhalen uit onze geschiedenis over volle kerken en zondagsscholen van 1000 kinderen. Dat is nog niet heel lang geleden. Nu zijn er soms maar zo weinig. Moet het zo zijn? Hoe kijken we naar ons volk? En als ik dit zeg, welke maatstaf gebruik ik dan? Niet die van de maatschappij zelf, maar die van Gods Woord.
Ten tweede: pak de taken op en ga aan het werk, vgl. v. 4 en 5. God geeft ons daarbij Zijn belofte. Hij sterkt ons.
Ten derde: we moeten Zijn beloften vertrouwen. Op dit moment is de tempel immers nog een puinhoop. Als we doen waartoe God ons roept, zullen we de impact daarvan zien. Daarbij moeten we moedig zijn en buiten onze eigen comfortzone willen treden.
John McCallum is ouderling in de gemeente van Limavady. Ik mag bij hem op zijn boerderij slapen. Opnieuw heb ik de beschikking over een eigen, ruime slaapkamer met eigen badkamer. John is ook degene die rondom de synode alles in goede banen leidt.
Dinsdag 11 juni – zending en gebed
Deze dag ben ik de hele dag aanwezig op de synode. Er is me een boekje overhandigd, waar de agenda met bijbehorende rapporten in staan. Daardoor is alles goed te volgen. Een aantal zaken vallen me op.
De kerken zijn financieel gezond. Het totale budget gaat met een derde omhoog. Toch verwacht men dat op te kunnen brengen.
Er is veel aandacht voor zending. Er zijn zendelingen actief in kerkplantingen in Frankrijk en Spanje. Daarnaast is er een kerkplanting in Limerick, Ierland. Men is ook actief in de International Mission to Jewish People. Van elk gebied wordt verslag gedaan door subcommissies. Er is extra aandacht voor het werk in Spanje. Na vijf jaar is er een commissie op bezoek geweest voor een diepere inkijk in het werk.
Na alle rapportages over het zendingswerk wordt er een uur tijd genomen voor gebed. De moderator opent dit gebed. Vervolgens staan synodeleden op om te bidden. De moderator zorgt ervoor dat in vier keer vijftien minuten alle vier zendingsgebieden aan de beurt komen.
In de middag opent John Rodger, predikant in de EPCI, de vergadering en spreekt aansluitend ook de synode toe. Hij meldt dat de EPCI veel zegeningen telt. De jeugdkampen in de zomer worden bezocht door honderd jongeren. Er zijn verschillende missionair werkers uitgezonden. Als uitdagingen worden genoemd de kleine kerken, het gebrek aan predikanten en vergrijzende gemeentes. Ook het stoppen van het missionaire werk in Londonderry wordt benoemd. Als gevaren benoemt Rodger een geest van cynisme (‘maintenance mode’) en wereldgelijkvormigheid.
Rondom Noord-Ierse versie van de ‘ANBI-status’ speelt de vraag in hoeverre de RPCI zich als ‘welzijnsorganisatie’ wil laten labelen. Het betekent namelijk dat er wijzigingen moeten worden aangebracht in de kerkorde. Dat roept de vraag op of de staat via deze aanpassing niet invloed krijgt op het spreken en denken van de kerk. De staat kan dan namelijk voorwaarden stellen en die ook opleggen. Wanneer eenmaal de ANBI-status is aangevraagd, is er geen weg terug. Het is niet mogelijk die aanvraag ongedaan te maken. Sommigen in de synode denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. De commissie die hierover gaat zal alle beraadslagingen meenemen en op een volgende synode met een voorstel komen.
In de avondvergadering spreekt rev. Andrew Allen de vergadering toe via Zoom namens de FCC. Namens de RPC in Canada doet rev. Andrew Quickley dat. De RPC in Canada is nog niet zo lang zelfstandig geworden van de RPCNA.
Aan het einde van de vergadering spreek ik de synode toe namens onze kerken. Na afloop van mijn toespraak spreekt de moderator mij kort toe. Hij vraagt om de groeten over te brengen aan de broeders en zusters in Nederland. Hij zegt toe dat er gebed zal zijn voor onze kerken met het oog op de synode. Het is het gebed van de RPCI dat onze kerken zich gehoorzaam zullen zijn aan Gods Woord en de belijdenis.
Woensdag 12 juni – het werk in de gemeenten
Ik maak de morgenvergadering van de synode nog geheel mee. De vergadering wordt geopend met een ‘devotion’ door rev. Paul Wallace. In een bijzonder indringende preek over Ezech. 34: 1-17 bemoedigt hij de predikanten en ouderlingen die op de synode aanwezig zijn. Hij benoemt zes ‘fundamentals’ die Christus’ methode uitmaken voor het hoeden van de kudde Gods. Hij dringt er bij de synodeleden op aan om dit werk zonder aarzelingen ter hand te nemen. Het is de functieomschrijving voor ons werk.
- Zoek de verloren schapen.
- Voed de hongerige schapen.
- Breng de dwalende schapen terug.
- Verbindt de gewonde schapen.
- Versterk de zwakke schapen.
- Bestraf de schapen die niet bij de kudde horen.
Aansluitend is er opnieuw een uur van gebed, dit keer voor al het werk dat in de gemeenten verricht wordt.
Vervolgens komen diverse kleinere rapporten aan de orde. De meesten daarvan worden tamelijk snel afgedaan. Een uitgebreider gesprek ontwikkelt zich over het gebrek aan mankracht, nu er 9 vacante plekken zijn. Er zijn 2 studenten die zich aan de theologische school voorbereiden op het predikantschap. De komende twee jaar zijn er zes predikanten die met emeritaat zullen gaan. Er worden vanuit de vergadering verschillende oplossingen geopperd:
- Is het mogelijk om gemeentes die geografisch dicht bij elkaar liggen samenwerken? Daarbij is een rotatie van gebouwen aan te bevelen, zodat er binding blijft met de lokale gemeenschappen.
- Kunnen kleine gemeenten niet hun gebouw verlaten en op een nieuwe (gehuurde) locatie samenkomen? Dat kan nieuwe aantrekkingskracht geven.
- De presbyteries moeten strategisch denken ten aanzien van het bouwen van kerkgebouwen. Wordt het geld wel goed gebruikt?
- Er wordt aandacht gevraagd voor predikanten die op zondag meerdere gemeentes bedienen. Ze moeten vaak lange reizen maken. Hoe voorkom je dat ze burn-out raken?
- Het idee wordt geopperd dat een predikant voor meerdere gemeentes tegelijk voorgaat op een centrale plek. Deze plek kan dan roteren.
- Er wordt opgemerkt dat als dit de richting is waarin we denken er meer ouderlingen nodig zijn om zonder een vaste predikant het plaatselijke gemeenteleven te organiseren en voeden.
- De noodkreet wordt geslaakt: waar zijn de jongeren uit onze eigen kerken om predikant te worden?
- Het is niet alleen een probleem van te weinig predikanten, maar ook van te weinig mensen. De middagdiensten worden minder goed bezocht als de morgendiensten. Er is geestelijke ingezonkenheid in gemeentes. Waar is de hartelijke liefde voor God en de bijbehorende kerkgang?
- Eén van de afgevaardigden komt met cijfers. In 2005 was er een totaal van 1960 belijdende leden. In 2015 was dit 1900. In 2023 was het aantal afgenomen tot 1700. Hij stelt dat we onszelf soms misleiden door veel aandacht te schenken aan de zending. Dan lijkt het alsof de kerken leven en bloeien. We hebben echter vergeten te bidden voor onze eigen kerkleden. We kijken teveel naar zending in andere landen en te weinig naar zending in onze eigen gebieden.
- Een jonge predikant is minder negatief. Hij stelt voor aan het werk te gaan en veel van de Heere te verwachten. Hij is immers de Koning van Zijn Kerk.
Na de lunch maak ik nog een kort gedeelte mee van de middagvergadering. Daarna brengt John McCollum me naar het vliegveld in Derry. In de nacht van woensdag op donderdag ben ik na een voorspoedige reis weer thuis.
Vruchten plukken en observaties
Terugkijkend was dit een goed en belangrijk bezoek. Ik zie de volgende vruchten.
- In de toespraak tijdens de synode van de RPCI is onze huidige precaire kerkelijke situatie onder de aandacht gebracht. Aanvankelijk was ik onzeker of de Nederlandse openheid die ik had betracht ook was gewaardeerd. Op woensdag heb ik echter vele broeders gesproken rond de vergadermomenten. Zij toonden zich zeer meelevend en beloofden gebed. Ik proefde de broederlijke band duidelijk. Ook in de contacten met de EPCI proefde ik dit.
- Er was goede tijd om contacten te leggen. Met zeker twintig tot vijfentwintig broeders heb ik deze dagen korter of langer gesproken. Ik ben goed op de hoogte gekomen van de wijze van kerk-zijn van EPCI en RPCI en wat er op dit moment actueel is in deze kerken.
- Het werd van de kant van de EPCI zeer gewaardeerd dat ik twee keer ben voorgegaan. Men was dankbaar voor de gehouden preken en er was goede aandacht.
- Het werd van de kant van de RPCI zeer gewaardeerd dat ik tot en met woensdagmorgen de synode kon bezoeken. Men waardeerde de betrokkenheid die daarin werd getoond.
- De RPCI is een kerkverband dat vrijwel uitsluitend gericht is op de eigen RP-familie (Schotland, Australië, Canada, VS). Wij zijn het enige kerkverband in het buitenland waarmee officiële banden zijn. Daarin zie ik een wederkerig belang. Voor de RPCI is het goed om een stem van buiten te horen. Voor ons is het goed om te zien hoe dit oude kerkverband een (naar mijn mening) frisse vorm van conservatisme in zich draagt. Men beseft in een oude traditie kerk te zijn en de basis voor het kerk-zijn is onwankelbaar.



