Hoe nu verder?
De zon scheen, maar in het zaaltje waar ik met drie broeders en een collega om tafel zat, hing een bedrukte sfeer. Een bruisende kerk van duizend leden was door de jaren heen gekrompen naar 76 leden, waarvan de helft boven de 65 jaar oud. Slechts 38 leden jonger dan dat. ‘God is groot en machtig om een wonder te doen’, klonk er vol geloof. Maar menselijkerwijs gesproken zag het er ingewikkeld uit. Hoe kon deze gemeente nog verder?
Kwetsbaar en klein
Soms hebben gemeenten wel het verlangen om te veranderen, maar blijft de vraag: Hoe doen we dat? Waar begin je met een nieuw proces in een bestaande gemeente? Ik begin dit artikel daarom met een voorbeeld. Misschien biedt het herkenning en hopelijk ook handvatten.
Het was een kleine, naar binnen gekeerde gemeente in Rotterdam, waar collega-consulent ds. Jelle Nutma en ik op bezoek waren. Een imposant gebouw, in het centrum van Rotterdam. Een buurt met veel problematiek, armoede en kwetsbaarheid. De ooit zeer levendige gemeente is zo klein geworden, dat ze in de huidige vorm niet langer kan voortbestaan. We besloten die middag, om een eerste verkenning met zoveel mogelijk gemeenteleden te doen, om inzicht te krijgen in de huidige situatie. Omlijst door gebed, gaven de gemeenteleden niet alleen de antwoorden aan ons op papier, maar bespraken ze de situatie ook met elkaar. Het bleek lang geleden dat zulke gesprekken over hoe het nu echt ging, hadden plaatsgevonden.
Er klonken woorden van teleurstelling en verlies, maar ook van geloof en veerkracht. We adviseerden een traject van minimaal een jaar missionaire begeleiding. Dit advies werd door de kerkenraad overgenomen. Naast de aanstelling van dominee Ester, kwam de missionair ervaren evangelist Cees van Breugel, die bekend is in en met de Rotterdamse context, om de gemeente terzijde te staan, onder supervisie van een missionair consulent.
God heeft een plan
Een van de vragen die had geklonken was: Wat zou de buurt missen als deze kerk zou sluiten? Het confronterende antwoord was: waarschijnlijk niets. De gemeente betekende maar weinig voor de buurt, terwijl uit gesprekken met onder andere het wijkteam duidelijk werd, dat in deze buurt veel werk te doen is. Toch werd daar niet meteen op ingezet. De handen werden wel uit de mouwen gestoken, maar om ze eerst te vouwen. Er werd tijd genomen om de situatie met elkaar onder ogen te zien en deze gezamenlijk bij God te brengen. Het begint steeds weer bij gebed. Vanuit het geloof dat God een plan heeft met deze gemeente, werd de gemeente geholpen om te ontdekken hoe ze ingeschakeld kan worden in Gods missie. Met elkaar werd gebeden, maar er werd ook een gebedsbrief gemaakt met punten waar gemeenteleden en betrokkenen voor konden bidden. Ook werd er nieuw leven in de gebedskring geblazen. Zo groeide er een cultuur van gebed als basis.
Gaven van God
Er bleek nog veel aanwezig om dankbaar voor te zijn. Zo heeft de gemeente een groot gebouw met veel ruimte, er is nog wat geld, een kerkenraad en een predikant. De gemeente is wel klein, maar de inzet is enorm. Twee diensten op zondag, het draait allemaal, jong tot oud werkt mee. Er is een enorme motivatie en ook missionaire gedrevenheid. Dat alles gaf God en er werd nagedacht, wat er met die gaven van God nog meer gedaan zou kunnen worden. Na bidden en vele gesprekken ontstond het idee om de kerk te renoveren en er een missionair-diaconaal centrum van te maken.
En toen gebeurde er van alles. “We hebben gebeden of God een partner op ons pad wilde brengen en we kregen er zes! Er gebeuren allemaal wonderen.” Het nieuwe gebouw biedt straks naast de eigen gemeente ook onderdak aan verschillende migrantengemeenten, een ICF-gemeente, een Arabische groep en diaconaal centrum De Paraplu. En er komt woonruimte voor mensen die zich inzetten voor het missionaire werk of het beheer van het gebouw.

De gemeenteleden zijn blij en hoopvol door de plannen. Het verlangen is dat er mensen gaan meedoen, tot geloof komen en aansluiten. Om dat verlangen in de praktijk te brengen kan de gemeente weer leren van bijvoorbeeld de ICF-gemeente. Het is geweldig dat al die verschillende nationaliteiten samen kerk zijn en daarmee ook een afspiegeling zijn van de kleurrijke stadsbuurt. De mensen in Rotterdam hebben het geloof en het lef gehad en nog steeds, om deze stappen te zetten. Er is nieuwe hoop, nieuwe moed. Als de Geest die in Ezechiel 37 nieuwe levensadem blies in dorre beenderen, zo kwam er nieuwe kracht in deze gemeente. Met als startsleutel: het gebed.
Herkenbaar?
Misschien is het herkenbaar: het verlangen om naar de titel van het boek ‘Betrokken in Gods Missie’ te zijn is aanwezig. Maar alles lijkt mogelijk naar binnen gekeerd. Hoe zijn we dan toch betrokken in Gods missie als kerk? Het is goed met de mensen onderling, maar niet zo open naar buiten. Wat het getuigenis voor de buurt is? Misschien hoort de omgeving alleen de kerkklokken op zondag, of ergeren buurtgenoten zich aan het parkeren op de stoep tijdens de kerkdienst? Dat is niet het getuigenis dat we willen geven. Maar hoe brengen we wel met bewogenheid die buren, collega, vrienden of sportmaten in aanraking met de liefde van Jezus Christus?
Missie
In veel kerken lijkt missie een punt van de kerktaart te zijn. Dan is kerkzijn het doel (oftewel: de taart) en missie is een van de taartpunten. Als er een taartpunt ontbreekt, dan is dat niet zo fraai, maar er blijft nog genoeg taart over. De afgelopen jaren ontdekten we steeds meer, dat missie geen taartpunt is, maar een belangrijk ingrediënt van de taart. Laten we zeggen: de suiker. Als dat ontbreekt, is het geen taart; het is onmisbaar. De kerk is niet het doel, maar Gods missie staat centraal. De kerk heeft geen missie, maar God heeft een missie waarvoor Hij de kerk wil inzetten. God de Vader zendt de Zoon, de Vader en Zoon zenden de heilige Geest en Hij brengt ons in beweging. Zijn missie is om de hele wereld te bereiken met zijn overweldigende goedheid. Hij roept zijn kerk om aan die missie mee te doen. Hoe reageren wij op zijn uitnodiging om betrokken te worden bij zijn missie? Dit is in alle elementen van ons kerkzijn de vraag: hoe bieden wij met ons kerkzijn een voorproefje van Gods koninkrijk?
Zendingsland
Intussen kijken we als kerken om ons heen en zien dat Nederland veranderd is, het is zendingsgebied geworden. De kerk staat nog wel in het midden van het dorp, maar ze staat niet langer centraal in de levens van mensen. Mensen geloven niet automatisch in ‘meer tussen hemel en aarde’. Er is maar heel beperkte vraag naar God. Hoe richten we onze kerken daarop in? Hoe spreken we verstaanbare taal, hoe zijn we present? God heeft deze wereld op het oog en in die wereld zijn wij gezonden. Het komt er juist nu op aan dat we positie innemen in de eigen lokale samenleving. Van de eerste gemeente in Jeruzalem ging een goed getuigenis uit, men stond in de gunst van het hele volk. Van de gemeente in Tessalonica werd gezegd dat het woord van de Heer zich verspreid heeft in hun omgeving. Wat wordt er van ons gezegd? Hoe dragen wij het Evangelie uit?
Getuigen
Hoe geven we ons getuigenis vorm, in een postchristelijke, geseculariseerde samenleving waarin de meeste mensen in aanraking met de kerk zijn geweest of deze bewust hebben losgelaten? Dat verschilt per context en is mede-afhankelijk van de gaven in de gemeente. Er zijn vijf kenmerken van zending gedefinieerd in de Anglicaanse Kerk, de Five Marks of Global Mission, die wereldwijd erkenning krijgen. Niet uitputtend bedoeld, maar ze geven de breedte van Gods missie weer. Ik leg ze uit aan de hand van vijf werkwoorden. Bij missionaire kerken komen ze alle vijf terug en zijn ze met elkaar verbonden. Met als kern, dat Gods missie niet alleen gaat over getuigen met woorden, maar het volle leven raakt, met woord en daad.

1. Vertellen
Hierbij gaat het om het woorden geven aan de inhoud van het evangelie, dat Jezus Christus Redder en Heer is. Dit gebeurt in verschillende soorten erediensten, vieringen en toerustingscursussen, in huiskringen, via contacten in de buurt en door mensen uit te zenden.
2. Vormen
Bij vormen gaat het om (doop)onderwijs aan nieuwe gelovigen, maar ook om discipelschap en geestelijke groei. Het gaat om het praktisch vormgeven aan het volgen van Jezus. Door momenten van samen eten, ontmoeting, bijbelstudie en geestelijk mentorschap vindt dit plaats in bijvoorbeeld huiskringen en toerustingscursussen, maar ook door gezamenlijk vrijwilligerswerk bij een sociaal eetcafe in de buurt of betrokkenheid bij een verzorgingstehuis. Het zijn ontmoetingsplekken tussen gemeenteleden en de buurt.
3. Voorzien
Hier gaat het om de zorg voor de naaste in nood. Door de inzet van geld, tijd en netwerken ontstaat een beweging van dienstbaarheid aan mensen die lijden, ver weg en dichtbij. Een kerkgebouw kan zo een ontmoetingsplek worden waar kerkleden, maatschappelijke organisaties, buurtgenoten en hulpbehoevenden elkaar weten te vinden. Het daagt zowel kerkleden als omwonenden uit om hart voor elkaar en de context te hebben. Dit kan door een koffiecorner, maar ook door taalles of huiswerkbegeleiding, administratieve ondersteuning of een repaircafe. Altijd afhankelijk van de vraag in de wijk en de gaven in de gemeente.
4. Verzetten
Bij verzetten denken we aan verzet tegen onrecht, ver weg en dichtbij. Dat vraagt om kennis van onrecht in de omgeving, maar ook wereldwijd. Welke positie kun je daarbij als kerk innemen? Er zijn kerken die zich in samenwerking met de lokale overheid inzetten tegen armoede en slachtoffers van de overheid, zoals in het aardbevingsgebied of bij de toeslagenaffaire. Ook zijn er ‘kerken met stip’ die gastvrij zijn voor mensen met een detentieverleden. Ver weg kunnen het ‘onze kindslaven’ zijn die goedkope kleding produceren of cacaobonen voor ons plukken. Hoe bieden we verzet tegen onrecht, om daarmee de goedheid van God te laten zien?
5. Verzorgen
Het vijfde woord gaat over de zorg voor Gods schepping. We mogen leven in de wereld die God gemaakt heeft en ervoor zorgen. Door bewustwording te creeren in gesprekken of bijbelstudies, door samen afval te prikken of hergebruik te stimuleren en door preken over de hoop die in ons is, mogen we in beweging komen en meewerken aan Gods missie.
Voorproefjes
Bovenstaande vijf werkwoorden leren ons om ons te voeden met Gods liefde, om bewogenheid te ontvangen. Het is als in- en uitademen: we ontvangen eerst het wonder van zijn genade om vervolgens daarvan uit te delen. God is het die ons roept en in beweging zet om vanuit de relatie met Hem in de samenleving aanwezig te zijn als zijn lichaam. Van daaruit belichamen we als volgelingen van Jezus zijn liefde in de wereld om ons heen. Dat gebeurt niet vanzelf. Daarvoor zullen we als kerk ruimte moeten gaan creeren waarin bewuste ontmoetingen plaatsvinden op de grens tussen kerk en samenleving. Dat kan op veel manieren zoals we terugzien bij de genoemde vijf werkwoorden. Het is een biddend zoeken naar mogelijkheden om ons leven met anderen te verbinden.
Proeftuin
Daarmee staat het belangrijkste voorop: gebed. God gaat voor ons uit in deze wereld. Dat betekent ook dat we mogen leren om te luisteren naar zijn stem en leren kijken met zijn ogen. De Engelse Fresh Expressions of Church reikt een model van ‘viervoudig luisteren’ aan: luisteren naar God, naar de context (buurt, dorp, stad of doelgroep), naar elkaar als gemeente en naar de wereldwijde kerk. Waar zijn sporen van Gods Geest te ontdekken? Waar kunnen wij aansluiten bij het werk dat God al aan het doen is? Kunnen wij ruimte creeren in ons luisteren en onze woorden, daden, ons kerkgebouw en ons hart voor deze mensen? Niet slechts om te geven, maar ook om te ontvangen? Te ontvangen wat God geeft, te ontdekken hoe Hij voor ons uitgaat en hoe Hij verbindingen laat ontstaan? Dat is biddend zoeken. Dat is durven uitproberen en zien of het werkt. Gewoon klein beginnen, want als het mislukt, is er nog genoeg veerkracht en energie om opnieuw, of nog langer, te bidden en luisteren. Verbindingen leggen met dat wat er al is: zowel in de kerk, als buiten de kerk. Dan kan er wat gebeuren!

Wat in jouw context gebeurt, kan ik niet vertellen. Maar als missionair consulent zie en hoor ik bemoedigende voorbeelden, zoals hierboven geschetst. Dan kan het zomaar zijn dat de koffie na de dienst een moment wordt om de buren te ontmoeten en ze uit te nodigen om zelfgebakken taart te komen eten. Als hernieuwde poging om een goede buur te zijn als kerk, als ‘schadevergoeding’ voor dat vervelende dubbel parkeren en met de belofte dat jullie daar wat aan gaan doen. Of dan wordt de geloofsbelijdenis in de plaatselijke streektaal gelezen, het Onze Vader in verschillende talen gebeden, of de plaatselijke harmonie ingeschakeld voor muziek. Dan worden tuintjes opgeknapt van ouderen, filmavonden georganiseerd voor jongeren of is er een doordeweeks koffiecafé in de kerk als ontmoetingsplek. Dan ontstaan er situaties om met woord en daad te getuigen van de hoop die in u is (1 Petrus 2) en kunnen mensen de amuses proeven van Gods koninkrijk.
Feest
Is het je weleens opgevallen? Het zijn regelmatig feestjes waar Jezus ten tonele verschijnt in de evangelien. Hij is ons voorbeeld in het ‘vieren van de kerk’, voor vertrouwde en nieuwe mensen. Hij verandert water in wijn op een meerdaags bruiloftsfeest. Hij schuift aan bij het feestje van Mattheus, de tollenaar die Hem ging volgen. Er zullen vast meer mensen zijn geweest die zich niet zo nauw aan Gods wetten hielden. Een buurtbarbecue, de opening van de bibliotheek, het nieuwjaarsfeest op het stadhuis, Burendag: het zijn plekken om relaties te leggen, te luisteren, te horen wat er leeft, te leren van de ander. Dat betekent ook dat de vanzelfsprekendheid van ‘ons kent ons’ meer verdwijnt. Maar er kan een welkome cultuur voor terugkomen, zowel voor gelovigen als voor niet-gelovigen. Vier de kerk! Een feest met openslaande deuren. Zodat ook jouw stem uitnodigend mag klinken naar de mensen om je heen: welkom vandaag bij onze lunch! Schuif aan, er is genoeg plek! Of zoals in Psalm 34:9 staat: ‘Proef en geniet de goedheid van de Heer.’ En nieuwe mensen mogen ontdekken en beamen: ‘Gelukkig de mens die bij Hem schuilt.’
Petra de Jong-Heins, missionair consulent

Behoefte aan advies of begeleiding? Neemt contact op met de missionair consulenten of met het Steunpunt plaatselijke kerken.
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Ambtelijk Contact 2024, nummer 4.



